Juni 2012

Edmond Grace

Een sfeerbeeld uit Ierland


In september 2007, toen de Keltische tijger nog volop brulde, bracht een groep Duitse industriëlen een bezoek aan Ierland. Zij werden toegesproken door Herr Christian Pauls, de Duitse ambassadeur, die Ierland omschreef als ‘een platvloerse plaats’ waar iedereen in nieuwe auto’s reed en de gezondheidszorg beneden peil was. Ook wees hij erop dat twintig procent van de bevolking voor de overheid werkte, en dat Ierse leidinggevende ambtenaren en artsen beduidend meer verdienden dan hun Duitse tegenhangers. Zijn woorden veroorzaakten, zoals men kan verwachten, opschudding. Het Ierse ministerie van Buitenlandse Zaken brandmerkte zijn toespraak als ‘onnauwkeurig, gebaseerd op onjuiste informatie, en ongepast’, maar in minder lichtgeraakte kringen werden zijn opmerkingen begroet met onverhuld leedvermaak.

De opmerkingen van Herr Pauls zijn profetisch gebleken. Twee van de meest omstreden onderwerpen in het openbare leven in Ierland vandaag de dag zijn de toestand van de gezondheidszorg en de salarissen van leidinggevenden in de publieke sector, artsen inbegrepen. En wat de ‘platvloersheid’ van Ierland betreft: een van de meer gelukkige gevolgen van de economische crisis is dat de nouveau riche-vulgariteit van de Keltische tijgerjaren er in het aangezicht van ontnuchterende werkelijkheid afgemat uit begint te zien.

De werkloosheid heeft een hoge vlucht genomen, en zou nog hoger zijn als de emigratie niet opnieuw was toegenomen. Het land is bezaaid met onvoltooide lege nieuwbouwwijken. Na een wandeling door het winkelgebied van om het even welke stad zal men zich afvragen hoeveel meer winkels hun deuren nog moeten sluiten. In de straten van Dublin bedelen overdag merkbaar meer mensen, en slapen er, als de avond valt, merkbaar meer in portieken. Dit is allemaal waar en het is deprimerend, maar het beschrijft niet afdoende wat het tegenwoordig inhoudt te leven in Ierland.

Het Ierland van de Keltische tijger was niet zo geweldig als iedereen beweerde. Bovenop het onbeschaamde en vulgaire, of misschien wel juist daarom, kon het zich beroemen om de grootste maatschappelijke ongelijkheden in de ontwikkelde wereld. De oorsprong van de economische hoogconjunctuur was ook niet bijzonder raadselachtig: de voornaamste drijvende kracht was het groeiende aantal vrouwen dat in de jaren negentig ging werken. De economische ineenstorting was daarbij een oude bekende; de Ierse windhandel in onroerend goed was niet krankzinniger dan de windhandel in tulpen van de jaren 1620 of vele andere sindsdien. Het dagelijks leven moet verder, ook wanneer velen zware tijden doormaken en wanneer velen hun toekomstperspectief wreed veranderd zien.

Velen in Ierland en daarbuiten vragen zich af waarom er geen massale protesten of rellen zijn zoals in Spanje en Griekenland, of zoals zelfs op Wall Street. De laatste druk van de Lonely Planet Guide wijt dit aan de Ierse karaktertrek van lage eigendunk, maar vergeet daarbij de dramatische afwijzing van een van de meest succesvolle politieke partijen van Europa tijdens de verkiezingen van vorig jaar. Bijna tachtig jaar was Fianna Fáil (Soldaten van het Lot) de grootste partij van Ierland. Het grootste deel van die tijd maakte zij deel uit van de regering; in 2007 had zij 77 parlementsleden, nu 19. Bovendien zijn straatprotesten ook in Ierland niet helemaal afwezig. Er is een belangrijke bezetting gaande buiten de Centrale Bank, en vele in websites gewortelde netwerken zijn ontstaan rond bijzondere onderwerpen als huisuitzettingen en gratis onderwijs. Er is een aantal protestacties geweest van ontslagen arbeiders op het terrein van werkgevers. Het is niet onredelijk op te merken dat, hoewel deze groepen respect verdienen, hun invloed op brede lagen van de bevolking beperkt is gebleven. Velen schrijven dit toe aan een bevooroordeelde opstelling van de kant van belangrijke media, maar de vernedering van Fianna Fáil is een ware uitlaatklep geweest voor de volkswoede die zich anders wellicht in groten getale op straat had voorgedaan.

Tegelijkertijd proberen de mensen zich te redden. Kijken we bijvoorbeeld naar de toestand van een getrouwde vrouw met twee volwassen kinderen, die ergens in Dublin een administratieve baan heeft. We noemen haar Monica. Haar voorbeeld is karakteristiek voor velen die tijdens de jaren van de Keltische tijger konden laten zien wat zij waard zijn. Uit haar nonchalante geklets en scherts kan niet worden opgemaakt dat zij een gebroken hart heeft; over een paar dagen vertrekken haar zoon en zijn vriendin naar Australië. Een paar jaar geleden was dat reden geweest voor een feestje. Een wereldreis van een jaar was bijna een rite de passage voor de generatie van de Keltische tijger. Nu gaan, zoals zovelen, de zoon van Monica en zijn vriendin daarheen om werk zoeken. Zij heeft er een afspraak voor een sollicitatiegesprek, maar hij moet daar helemaal opnieuw beginnen.

Monica maakt zich zorgen over zijn toekomst, maar volgens haar heeft het geen zin als hij nu in Ierland blijft. Zij is kwaad op degenen in bevoorrechte posities, die het leven van zoveel mensen in de war hebben gestuurd, en zij zou hen graag zelf laten proeven van het geneesmiddeltje dat zij zo arrogant verstrekken. Van de andere kant zijn de tijden al lang vervlogen dat een reis naar Australië levenslang betekende, en is het veel gemakkelijker om voortdurend contact te houden met de andere kant van de wereld. Het zal mogelijk zijn hem te bezoeken, en hij kan terugkomen. Misschien verandert er iets in de niet al te verre toekomst; velen die in de jaren 1980 emigreerden konden terugkeren en waren met hun internationale ervaring niet slechter af.

Het Ierland dat deze twee jonge mensen achter zich laten is een heel ander land dan het land dat zo velen verlieten in de jaren 1950 of 1980. Het zelfvertrouwen van de jaren van de Keltische tijger is niet helemaal verdwenen. En al maken wij zware tijden door, we zijn niet de enigen. Van de velen die vanuit het voormalige Oostblok in Ierland zijn komen wonen, zijn sommigen naar huis teruggekeerd, maar velen geven er de voorkeur aan in Ierland te blijven, in het bijzonder wanneer hun kinderen opgroeien met een Iers accent en Iers gedrag. Ierland is tegenwoordig een multiraciale samenleving – niet alleen Europees, maar uit alle werelddelen. Deze verandering is diepgaand. Er bestaat minder fatalisme en hoewel de economische uitdaging ontzagwekkend blijft, zijn we eerder soortgelijke toestanden te boven gekomen. Maar er is een nieuwe en echt verontrustende factor waarmee Ierland nooit eerder te maken heeft gehad – en dat zijn de groeiende raciale spanningen. Daarbij helpen nijpende economische omstandigheden niet.

Maar op dit moment pakken de mensen aan. Pas luisterde ik naar een praatprogramma dat werd uitgezonden vanuit een café ergens in een van de provincies van midden-Ierland. De deelnemers waren samengekomen om te praten over hun stad, over hoe er een levendiger centrum kon worden gemaakt. Er werd gepraat over het sluiten van winkels, en over de gevolgen van de vestiging van grote winkelcentra aan de rand van de stad voor het stadscentrum als ontmoetingsplaats. Maar hun echte zorg was, hoe de uitdagingen waarvoor zij stonden konden worden overwonnen. Ze hadden veel ideeën en praatten met groot enthousiasme – en met veel lof voor de plaatselijke tieners. Er was iets bewonderenswaardigs aan dit gesprek – een vastbeslotenheid niet door tegenslag te worden verslagen.

De heersende stemming in Ierland op dit moment zou kunnen worden omschreven als een van hoop, die niet moet worden verward met optimisme. Er bestaat echt een gevoel van ontgoocheling over het gladde cynisme van de jaren van de Keltische tijger. Onze onlangs gekozen president had het in zijn inaugurale rede over de opkomst van een ‘eigenwaan, zuiver gebaseerd op materiële overwegingen die ertoe neigden de waarde van een persoon te zien in termen van het verwerven van rijkdom, veeleer dan van hun fundamentele waardigheid’. Mensen zijn vermoeid en boos, maar zij weten ook dat zij naar de toekomst moeten kijken, en er iets van maken.

Deze aandrang om positief te blijven wijst ook op een onderliggende kwetswaarheid, die nog zorgwekkender is omdat zij niet beperkt blijft tot dit land. Nog maar twee jaar geleden waren de Ieren de stoute jongetjes van Europa die meer dan wie ook hulp nodig hadden, maar inmiddels lijken onze problemen allang veel kleiner en zijn ze van weinig betekenis voor de rest van Europa. Het is geruststellend geen hoofdrol te spelen in journaals en kranten in steden als Berlijn of Amsterdam, maar we zijn verbaasd.

Ierse bankiers hebben zich onverantwoordelijk gedragen. Zij leenden roekeloos, met als gevolg dat de Ierse belastingbetaler een schuldenlast op zijn schouders heeft die volgens veel waarnemers ondraaglijk is.

Men zou kunnen beweren dat de Duitse, Franse en Engelse bankiers die zo vrijelijk geld uitleenden aan de Ierse bankierselite niet overmoedig waren, niet onverantwoordelijk, niet roekeloos. Men zou kunnen beweren dat zij slechts geld leenden aan overmoedige, onverantwoordelijke en roekeloze mensen, die profiteerden van de behoefte van elke generatie: de behoefte een huis te hebben. Het is zeker aantoonbaar dat de duizelingwekkende bedragen die Ierse kopers betaalden voor hun onroerend goed – en verwachtten terug te krijgen wanneer zij het doorverkochten – hen naar het hoofd stegen. Niemand ontkent dat degenen die hen zo gretig geld leenden verantwoordelijk moeten worden gehouden, maar wat te denken van de Duitse, Franse en andere bankiers die hen dat geld leenden? Zijn zij in geen enkel opzicht verantwoordelijk voor de gevolgen van hun ‘gulle’ beslissingen? De problemen van Ierland zijn verhoudingsgewijs klein, maar wanneer wij onze schuldenlast niet kunnen dragen zal dat niet alleen dit land raken.

De financiële transacties die leidden tot de Ierse windhandel in onroerend goed zijn onlosmakelijk verbonden met de ingewikkelde werkelijkheid van het moderne Europa, met haar onderlinge afhankelijkheden. Deze werkelijkheid vormt een uitdaging voor iedereen. Ook de grootste en rijkste landen kunnen deze uitdaging niet alleen aangaan. Evenmin kan een van ons het zich veroorloven vol eigendunk te zijn. Want wanneer we afhankelijk zijn van anderen is trots een weelde.


Dit oorspronkelijk Engelstalige artikel is in het Nederlands vertaald door Herman Simissen.


© S T R E V E N