April 2013

Ivo De Kock

Woorden en daden

Steven Spielbergs brandend actuele 'Lincoln'


‘Iedereen zal altijd verhalen willen horen’, antwoordt Steven Spielberg steeds wanneer men hem ondervraagt over ‘het einde van de cinema’. En ook: ‘een keer per maand valt de hemel op mijn hoofd en zie ik een nieuwe film die ik wil maken’. De hyperactieve verhalenverteller blijft de bioscopen bestormen met in de werkelijkheid verankerde fantasieën – in amper 18 maanden trok hij met The Adventures of Tintin, War Horse en het sublieme politieke epos Lincoln erg diverse registers open – die zijn vaderland een spiegel voorhouden. Als relatief jonge natie omarmt de VS haar eigen mythologie en gelooft zij sterk in de maakbaarheid van de wereld. Het succes van Hollywood en zijn betere leerlingen zoals Spielberg is dat in hun imaginaire wereld dromen vorm krijgen in een structuur en stijl conform aan de Amerikaanse cultuur.

Net zoals die cultuur wordt ook Spielberg gedreven door een soort eeuwige jeugdigheid – met een blik die ontzag en verwondering vermengt – en de wil te entertainen met een mix van ernst en plezier, reflectie en spektakel. Het is geen toeval dat hij Lincoln boetseert naar zijn eigen beeld, dat van een sombere denker die ook een instinctief showbeest is. In zijn filmografie duiken naast ‘achtbaanspektakels’ (Jaws, Indiana Jones, Jurassic Park, Catch Me if You Can, Minority Report, War of the Worlds) ook oorlogskronieken op (Empire of the Sun, Saving Private Ryan) en sociopolitieke drama’s (The Color Purple, Schindler’s List, Amistad, Munich, Lincoln).

Leidraad door dit laatste vijftal is de clash tussen onderdrukking en vrijheid, met individuen en rassen die om etnisch-religieuze redenen worden vervolgd en toe zijn aan bescherming, bevrijding en emancipatie. Spielberg trekt een parallel tussen Europese Joden (Schindler’s List, Munich) en Amerikaanse zwarten (The Color Purple, Amistad, Lincoln) en sommige commentatoren wijzen op zijn Joodse roots om te onderstrepen dat Abraham Lincoln bij hem iets heeft van een negentiende-eeuwse Mozes, van een gids met een moreel kompas die zijn volk door woelige zeeën leidt naar een meer harmonieuze, vredige samenleving. Een democratie die discriminatie, geweld en dood achter zich laat. In dat opzicht is het vrijheidsbeginsel dat verankerd zit in de Amerikaanse droom bij Spielberg eerder een humanistisch dan een neoliberaal principe.

Lincoln, het verhaal van de strijd die de legendarische Amerikaanse president voerde om de slavernij af te schaffen, is een ingetogen en didactische film met een sombere toon die Spielberg zowel lof als kritiek opleverde. Zo werden er vraagtekens geplaatst bij de historische waarheid. Want edelmoedigheid was niet de enige drijfveer bij Lincolns streven om de wet aangepast te krijgen, er speelden namelijk ook economische belangen bij de strijd tegen slavernij. Maar de industrialisatie blijft bij Spielberg buiten beeld, net zoals verklaringen voor het feit dat Republikeinen en Democraten er toen compleet andere standpunten op na hielden. Verder verzweeg Spielberg in zijn verheerlijking van Lincoln – belichting en camerastandpunten geven hem een heroïsche allure in het eerste deel van de film – ook minder positieve puntjes van de president zoals enkele racistische uitspraken. Het grootste punt van kritiek was echter het perspectief van waaruit het verhaal wordt verteld. Met name het feit dat het afschaffen van slavernij vanuit een blank standpunt, en niet vanuit dat van bijvoorbeeld de ontsnapte zwarte slaaf en vrijheidsstrijder Frederick Douglas wordt verteld, stuitte op weerstand.

Critici wezen op gelijkenissen met Amistad, waar blanken ook de motor van het verhaal zijn. Maar waar de gruwelijke mishandeling van zwarten wel heel nadrukkelijk in beeld is gebracht, in een poging om (zoals Quentin Tarantino met Django Unchained doet) afschuw op te wekken via geweld. Lincoln creëert geen walging maar wijst op de angst van blanken voor verandering. De gruwel waarmee de film opent is, zoals bij Saving Private Ryan, die van de oorlog, van waanzinnige lijf-aan-lijf-gevechten in de modder. Iedereen zou gelijk moeten zijn na zo’n slachtpartij, maar twee zwarte soldaten voorspellen een luisterende Lincoln dat ze nog lang zullen mogen wachten op hun rechten (het beeld van een met zijn rug naar de kijker zittende Lincoln kondigt het standbeeld aan dat later over Washington en het volk zou waken). Door het slot van Lincolns Gettysburg Address te citeren, maken ze duidelijk dat een speech nog geen realiteit is. Met hun ‘geen woorden, maar daden’ schudden de zwarten de blanke president wakker. Voor Spielberg ligt hier de kiem van diens actie.

Lincoln is een biopic maar Spielberg is niet geïnteresseerd in het (volledige) levensverhaal van de voormalige advocaat. Geen jeugdjaren in Kentucky hier, en ook de moordaanslag blijft buiten beeld. Toen scenarist Tony Kushner (Angels in America, Munich) kwam aanzetten met een scenario van 550 pagina’s over het politieke leven van Lincoln (goed voor een heuse miniserie), droeg Spielberg hem op te focussen op de 80 pagina’s over de aanloop naar de stemming in januari 1865 voor het, de slavernij afschaffende, Dertiende Amendement. Het ging hem om de strijd van de staatsman in de laatste maanden van zijn tweede ambtstermijn en in tijden van crisis, tegen racisme en slavernij. De somberheid van deze, door de verwoestende Burgeroorlog getekende periode, wordt weerspiegeld in een donkere film.

De clair-obscurfotografie van Janusz Kaminski, de vuilgrijze straten, de grimassen van stervende soldaten en de verbale duels in stoffige, benauwende vertrekken creëren spanning en gravitas. Er wordt heel veel gepraat maar Spielberg verzoent beeld en woord door de camera te laten spreken en via acteurs taal tot leven te wekken. Actie en woorden spreken even luid. Met dank aan hoofdrolvertolker Daniel Day-Lewis die via zijn stemtoon, lichaamshouding en gebaren een president neerzet die vermoeid is door de oorlog (‘Some weariness has bit at my bones’ zegt Lincoln nadat hij per paard de ravage van het slagveld van Petersburg inspecteerde) maar toch onverminderd krachtdadig blijft. Niemand slaagt er beter in dan Day-Lewis om de gewelddadige Amerikaanse geschiedenis te recreëren via complexe personages zoals de pionier Hawkeye (The Last of the Mohicans), gangster Butcher Bill (Gangs of New York), tycoon Daniel Plainview (There Will Be Blood) en de emancipatie beogende president (Lincoln). ‘Ik tracht mijn personage niet op te delen in de deeltjes lichaam en geest’, zegt de acteur over zijn methode, ‘ik probeer inzicht in zijn leven te verwerven, ik streef naar de illusie van empathie met hem’.

De legendarische figuur met wie Day-Lewis versmelt, is een president die je in beeld ziet groeien. In een discussie binnen zijn kabinet geeft Lincoln aanvankelijk aan dat hij twijfelt aan de wettelijkheid van zijn Emancipation Proclamation, een oorlogsmaatregel die de slaven vrij verklaarde. Zoals vaak glijdt hij bij zijn analyse af naar metaforen en parabels; hier het verhaal van een moordenares die hij als advocaat ooit verdedigde en op illegale wijze voorstelde te vluchten naar een andere staat. Tijdens het vertellen van dit verhaal groeit het zelfvertrouwen van Lincoln en versterkt zijn overtuiging. Hij is er zeker van dat zijn streefdoel rechtvaardig is en dat hij het Dertiende Amendement bij de grondwet gevoegd moet hebben voor de oorlog voorbij is en meer tegenstanders in de politieke arena verschijnen.

De vraag die daarbij opduikt, het dilemma waarmee Lincoln worstelt, is de vraag hoe veel je te ver kan en moet gaan om een resultaat te bereiken. Heel veel, blijkt, want de president gebruikt alle middelen die hem ter beschikking staan (‘I am clothed in awesome power’ zegt hij half-nuchter, half-dreigend) om senatoren te overtuigen ten gunste van zijn wetsontwerp inzake de afschaffing van de slavernij te stemmen: rationele argumenten, lichte druk, omkoping, bedreiging, chantage, leugens, woede-uitbarstingen en sabotage (het ophouden van onderhandelaars van het Zuiden en dus uitstellen van het einde van de oorlog). Plus een alliantie met Thaddeus Stevens (dreigend onberekenbaar neergezet door Tommy Lee Jones), een radicaal politicus die zijn langetermijnidealen (van volledige gelijkheid tussen de rassen) even wil bevriezen om een eerste stap richting emancipatie te zetten. Nadat de president hem in de keuken van het Witte Huis een metafoor serveerde: wat baat het, geleid door een ‘moreel kompas’ noordwaarts te marcheren als je zo in een moeras verzeild raakt?

Spielberg maakt van Lincoln een man met een missie (‘we must cure ourselves of slavery, the fate of human dignity is in our hands’) maar vooral ook een aanhanger van realpolitik die met illegale strategieën streeft naar het maximaal haalbare en niet het meest morele. In een didactisch eerste uur van de film wordt vooral via woorden aangegeven wat er op het spel staat. Daarna maken acties en beelden duidelijk wat de impact van het gebeuren is op mensen en relaties. De relatie tussen Lincoln en zijn labiele echtgenote Mary (Sally Field) komt onder druk te staan en hij ruziet met zijn oudste zoon Robert (Joseph Gordon-Levitt) die in het leger wil om mee te strijden en die zijn vader verwijt tegen te werken omdat die bang is voor moeder. Wanneer woorden tekortschieten, tovert Lincoln dan maar een hallucinant beeld op het netvlies van zoonlief. Een stootkar vol geamputeerde ledematen, opgehaald in een hospitaal, maakt gruwel tot argument in de dovemansdiscussie.

Lincoln ontvlucht zelf sporadisch de druk en de verantwoordelijkheid door zijn, met foto’s van slaven en speelgoedsoldaten spelende jongste zoon Tad (Gulliver McGrath) op te zoeken en de onschuld te herontdekken. Plus de vrijheid van het kind. In een briljante, tegelijk elegante en menselijke, scène gaat hij even naast zijn zoon liggen, fluistert iets in zijn oor en draagt de half slapende Tad dan op zijn rug naar bed. Zwijgzaam, heel teder en fragiel. Een ontroerend intiem tafereel dat vorm geeft aan de zorgreflex van een vader die ondanks allerlei dreigingen voor zijn gezin zorgt. Veel van Spielbergs films (ET, Close Encounters of the Third Kind, Empire of the Sun) draaien rond afwezige vaders, maar Lincoln gaat over een mythische vader die zich beschikbaar stelde voor zijn volk en zijn kinderen.

Maar zoals steeds bij Spielberg is die cruciale vaderfiguur ook bijzonder problematisch. Want deze vader (en echtgenoot) is stuurloos doordat zijn gezin uit elkaar valt. Hij verkeert in crisis en vreest voor zijn kwetsbare kind. In films zoals The Sugarland Express, Duel, Jaws, Close Encounters of the Third Kind, Hook, A.I. en War of the Worlds wordt chaos verbonden met pijn en angst. In The Sugarland Express ontspoort een poging om een gezin te herenigen, terwijl in Jaws Chief Brody siddert en beeft bij de gedachte dat zijn zoontje het water in gaat omdat hij weet, of aanvoelt, dat het niet veilig is, ook al wil ‘de overheid’ het gevaar minimaliseren. Als onderstroom is er een spanning tussen de kinderwereld en de grotemensenwereld, tussen de speelse vrijheid en grenzeloze creativiteit van het kind enerzijds en de loodzware verantwoordelijkheid en bittere ernst van het vaderschap anderzijds. Ook op moreel vlak is er een manicheïsme. De ‘vader van de natie’ realiseert zich dat hij foute, discutabele daden moet stellen om juiste, rechtvaardige woorden waar te maken. Hij beseft dat zijn ethisch dubieuze politiek nodig is om het moreel juiste doel te bereiken. Het kwade leidt tot het goede.

Lincoln is niet de enige recente Amerikaanse film die afrekent met slavernij en racisme. Ook Quentin Tarantino neemt met Django Unchained expliciet standpunt in tegen slavernij en racisme, tegen vernedering en uitbuiting. Hij gebruikt in zijn ethisch ernstige spaghettiwestern echter extreem geweld en brutale humor om zijn weerzin uit te drukken. Zijn walging, woede en afschuw druipen van het scherm, net als het bloederige geweld. Een geweld dat cartoonesk is wanneer het booswichten viseert maar pijnlijk realistisch wanneer slachtoffers van het systeem getroffen worden. In de ogen van Django lees je de pijn wanneer hij passief moet blijven wanneer een man verscheurd wordt door honden.

Spielberg toont zijn afkeer voor slavernij en racisme veel minder fysiek en gewelddadig. De wapens van Lincoln zijn overtuigingskracht, politiek en woorden. Meer dan Tarantino (die zweert bij rebellie, wraak en geweld) gelooft Spielberg in de kracht van democratie. Zijn Lincoln is een film voor het Amerika van nu. Brandend actueel. De net als Lincoln herverkozen president Barack Obama heeft zich, zoals hij onder woorden bracht in zijn State-of-the-Union-speech, tot doel gesteld de mentaliteit van zijn land te veranderen. Via daden zoals het aan banden leggen van de wapenhandel en het uitwissen van de ongelijkheid tussen hetero’s en holebi’s. De sleutelscène van Lincoln is niet toevallig de discussie tussen Lincoln en de vicepresident van het Zuiden. Beide mannen beseffen dat met het afschaffen van slavernij het einde van een tijdperk is bereikt. En er geschiedenis wordt geschreven. Ook al betalen de vaders van die verandering een prijs. Lincoln is Spielbergs geloofsbelijdenis. Hij gelooft dat een, net als ten tijde van de Burgeroorlog, zwaar verdeeld land nood heeft aan verandering. Aan transitie. Want de overgang die hij gerealiseerd wil zien is minder extreem, revolutionair en gewelddadig dan in Tarantino’s filmfantasie. Spielberg houdt van verhalen en metaforen, maar zijn vaderfiguur, zijn geïdealiseerde Obama, is een nuchter pragmaticus. Maar wel een man van woorden én daden.



© S T R E V E N