Oktober 2015

Strijders voor een ideaal
Ter inleiding

Ludo Abicht, Georges De Schrijver, Jeroen Vanheste en Herbert De Vriese



When a man hath no freedom to fight for at home,
Let him combat for that of his neighbours;
Let him think of the glories of Greece and of Rome,
And get knock'd on the head for his labours,

To do good to mankind is the chivalrous plan,
And is always as nobly requited;
Then battle for freedom wherever you can,
And, if not shot or hang'd, you'll get knighted.

Lord Byron, Stanzas



Strijders voor een ideaal: dat is de titel die we hebben gekozen voor het themanummer van Streven van het jaar 2015. Het thema dat we hierin behandelen is iets specifieker dan wat de titel aangeeft. We hebben onze blik hoofdzakelijk gericht op individuen die van hier naar elders vertrekken om in naam van een ideaal de wapens op te nemen: ze verlaten hun thuisland om deel te nemen aan een gewapende strijd in het buitenland. Centraal in dit nummer staan deze individuen, niet de overkoepelende instanties, organisaties, bewegingen en strijdende partijen. Daarbij is er uiteraard veel aandacht voor de actuele problematiek van de Syriëstrijders, maar ons themanummer heeft een bredere invulling dan dit: er worden ook andere (historische) voorbeelden besproken van gewapende strijd voor idealen.

De voornaamste vraag die we hebben voorgelegd aan de deelnemende auteurs van dit nummer is deze: wat zorgt ervoor, in de persoonlijke belevingswereld van idealistische strijders, dat het geloof in een ideaal verbonden raakt met de bereidheid om er de wapens voor op te nemen? Die vraag wordt in eerste instantie beantwoord door historische, politieke en sociologische analyses. In enkele bijdragen wordt een meer algemene politiek- en cultuurfilosofische invalshoek gekozen. Aan de fundamentele kwestie van de bereidheid om voor een ideaal te strijden, hangen weer andere vragen vast. Hebben wij alle idealen achter ons gelaten, of zijn er nog waarden waarvoor wij in het Westen bereid zijn te strijden? In hoeverre zijn de idealen van de Syriëstrijders nog altijd die van onze eigen westerse cultuur? Waarom wordt de publieke opinie zo sterk beroerd door strijders voor een ideaal: houden ze de maatschappij die ze achterlaten een spiegel voor? Antwoorden op deze vragen zijn doorheen verschillende bijdragen van dit themanummer geweven.

Mensen die elders gaan strijden voor een ideaal: het klinkt actueel, maar nieuw is het gegeven zeker niet. De beslissing van afzonderlijke individuen om, gedreven door het geloof in een ideaal, elders deel te nemen aan een gewapende strijd is een fenomeen dat in de moderne cultuur van Europa een constante vormt. Enkele vermaarde figuren kunnen als illustratie dienen: Markies de La Fayette die ondanks het verbod van de Franse koning de oversteek naar Amerika maakt om de Amerikaanse Revolutie te ondersteunen; Lord Byron die net als veel andere filhellenen naar Griekenland vertrekt om er deel te nemen aan de Griekse Onafhankelijkheidsoorlog; Michail Bakoenin die de banden met Rusland doorsnijdt en deelneemt aan de Revoluties van 1848/49 in Europa. Uiteraard gaat het om een veel massievere toestroom van individuele vrijwilligers van wie de geschiedenis vaak de namen niet bewaard heeft.

Paradoxaal aan de kwestie van de Syriëstrijders is dat zij in een herkenbare dynamiek van het moderne Europa staan, terwijl ze in de publieke perceptie vaak buiten de tradities en verworvenheden van dat moderne Europa worden geplaatst. Het is de vraag waard in hoeverre we hier veeleer een continue lijn dan een breuk ontwaren. Dat hoeft nog geen waardeoordeel te impliceren. De wijze waarop strijders voor een ideaal door hun thuisland behandeld werden, is trouwens verre van eenduidig in de Europese geschiedenis. Soms werden ze warm onthaald en bewonderd voor hun deelname aan de gewapende strijd. Dan weer werd die deelname verguisd of als verraad gezien, waarvoor ze bij hun terugkeer konden vervolgd en zelfs ter dood veroordeeld worden.

In het licht van een geschiedenis die zo wispelturig oordeelt over de strijd voor een ideaal, wensen wij als redacteurs van dit themanummer geen oordeel als inhoudelijke oriëntatie mee te geven – noch over de gewapende strijd voor een ideaal in het algemeen, noch over de specifieke en actuele kwestie van de Syriëstrijders. Wel willen we een eerlijke poging doen om het fenomeen te kaderen. Daarom hebben we het als onze taak gezien om aan de lezer voldoende materiaal aan te leveren om zich over deze problematiek een goed beeld te kunnen vormen.

Het themanummer opent met een bijdrage van Hans Achterhuis over de massale toestroom van gewelddadige wederdopers uit Nederland naar Münster om daar in 1534 het ‘Nieuwe Jeruzalem’ te stichten, én over een gelijkaardig gebeuren in 1666 toen een zelfverklaarde Messias in Smyrna een wereldwijde toeloop van strijdlustige joden ontketende. In beide gevallen heeft men te doen met een modern fenomeen, vergelijkbaar met dat van de Syriëstrijders. Dit doet de vraag rijzen naar de aantrekkingskracht van de Islamitische Staat (IS) op zovele geradicaliseerde jongeren. Wat IS is, en hoe die is ontstaan, hierover geven Gino Schallenbergh en Dirk Rochtus de nodige informatie, de eerste door de heropstanding van de droom van het kalifaat te schetsen, na de afschaffing ervan door Atatürk, de tweede door een beeld op te hangen van de bikkelharde strijd om de macht (in Irak en Syrië) van de soennitische IS-militanten tegen al de rest: sjiieten, Koerden, christenen. Dan volgen drie artikelen die nagaan wat jihadisten van bij ons beweegt om in Syrië desnoods als martelaar te gaan sterven. Voor Jorg Kustermans speelt niet alleen het radicale gedachtengoed een rol, maar ook de emotionele vereenzelviging via videobeelden met strijders die hun leven geven. In een interview met Ludo Abicht onderstreept Montasser AlDe’emeh de grote verwachting die wordt gewekt door het uitroepen van het kalifaat, terwijl Tinneke Beeckman de motiverende kracht beschrijft van het moslim-zijn.

In een filosofische beschouwing over Hegel, de jonghegelianen en het Russische nihilisme werkt Herbert De Vriese uit hoe revolutionairen het omverwerpen van de bestaande orde belangrijker achten dan het idee van wat gaat volgen, terwijl Jeroen Vanheste de figuur van Jan Patočka belicht, die aan totalitaire regimes het Europese ideaal voorhoudt van ‘zorg voor de ziel’. Het themanummer sluit af met een bijdrage van Frans-Jos Verdoodt over de oostfrontstrijders en van Georges De Schrijver over christelijke martelaren in El Salvador.


© S T R E V E N