Oktober 2016

Walter Weyns en Stefaan Marysse

Toe-komende tijd

Ter inleiding


Iedere generatie heeft haar eigen toekomst. Vandaag tekent zich een generatie af van mensen die zich niet plat laten slaan door (wereld)problemen noch zich laten verdorren door cynisme. Pragmatisch zoeken ze elkaar op en steken de handen uit de mouwen; ze proberen nieuwe ideeën uit die allicht niet de wereld in één klap, maar wel de kleine leefwerelden van mensen verbeteren, zodat op die manier, stapje voor stapje, ook de aarde met haar bewoners herademt. In vele domeinen duiken nieuwe vormen van productie, verdeling, politiek, onderwijs en urbanisatie op. Dat zoeken en uitproberen gebeurt bijna luchtig, met een wonderlijke mengeling van oude en nieuwe technologie en oude en nieuwe organisatievormen, zonder blauwdruk, bereid om bij te leren. Na de mislukkingen van het centralistisch-collectivisme en marktistisch-individualisme lijkt het tijd voor een ander denken over mens, maatschappij, politiek, stad, milieu en economie. En het lijkt een denken te zijn dat ontspruit aan doen. ‘Als we nu eens’ is het motto, en men begint eraan. Zonder dogma’s. Al knedend en boetserend ontstaan nieuwe levensvormen. Er is nog leven na het marktisme.

Het opzet van dit themanummer is om enkele initiatieven, welwillend maar kritisch, tegen het licht te houden. Een omvattende logica moet je niet verwachten, tenzij misschien die van de burgerparade, zoals Pascal Gielen het in zijn artikel noemt: we laten een bonte stoet van initiatieven voorbij trekken. Soms zijn de stukken geschreven door auteurs die nauw betrokken zijn bij de projecten, vaker gaat het om auteurs die een analytisch-kritische blik werpen op deze ‘vernieuwingen van onderuit’.

Openen doen we met wat in Vlaanderen een symbool is van verandering van onderuit: het initiatief om bovenop de Ring rond Antwerpen een overkapping te plaatsen. De droom van Ringland. Manu Claeys, één van de trekkers van dit initiatief, doet het relaas. Terwijl Ringland zo’n beetje het symbool is van de nieuwe burgerinitiatieven, staat in Vlaanderen beweging.net (voordien Algemeen Christelijk Werknemersverbond) symbool voor het oude middenveld. Sandra Rosvelds peilt naar de verhouding tussen ‘oud en nieuw middenveld’. Haar conclusie is dat dit zogenaamde oude middenveld vaak de nieuwe initiatieven initieert en stimuleert. Wat heet dus oud? Net als Manu Claeys en Sandra Rosvelds heeft Pascal Gielen veel aandacht voor de spanning tussen overheid en burgerinitiatieven. Hij voorspelt, hoopt, dat hoe sterker de greep van het bureaucratiserende managementdenken op het leven wordt, hoe groter de honger naar zingeving en cultuur zal zijn, en hoe harder ‘het gemeen’ zal optreden. Een voorbeeldje van zo’n relatief hard optreden schetsen Joost de Bloois en Christine Delhaye. Zij maakten, voorjaar 2015, de bezetting van het Maagdenhuis mee. Studenten en docenten van de Universiteit van Amsterdam maakten toen een vuist tegen eenzijdig rendementsdenken.

Uiteraard besteden we ook aandacht aan transities in de politiek en de economie. De politieke transitie die de afgelopen jaren internationaal het meest aandacht trok was de Griekse tragedie van Syriza. VRT-journalist Bert De Vroey volgde het van nabij. Frédéric Vandermoere en Pieter Cools analyseren de ontwikkeling van de Kringwinkel, Luc Van Liedekerke en Wim Dubbink peilen naar de toenemende aandacht voor bedrijfsethiek en duurzaam ondernemen, en Anneleen Kenis en Matthias Lievens peilen naar de mogelijkheden en valkuilen die de booming business van deeleconomie (‘sharing’) inhouden.

Gert Verschraegen, ten slotte, rondt af met een beschouwing over de verhouding tussen lokaal en globaal denken in tijden van ecologische catastrofe. In het licht van wat op ons afkomt, wat ons bedreigt, zullen we oog moeten hebben voor wat ons aan nieuwe inzichten en mogelijkheden toevalt. We zullen de wereld moeten herontdekken. Daarbij zullen we vertrouwen moeten behouden in de toekomst, anders komt ze ons niet toe.

© S T R E V E N