Juli 2017

Conn Hallinan

Een nucleaire doorbraak bedreigt de wereld

Berichten van de rand van de afgrond



In een tijd van toenemende spanningen tussen kernmachten – Rusland en de NAVO in Europa en de Verenigde Staten, Noord-Korea en China in Azië – heeft Washington stilletjes het kernwapenarsenaal verbeterd, om, volgens drie leidende Amerikaanse wetenschappers, ‘precies datgene [te verwezenlijken] wat men zou verwachten wanneer een land met kernwapens in staat wil zijn om een kernoorlog te voeren en te winnen, door tegenstanders te ontwapenen met een verrassingsaanval’.

In het Bulletin of Atomic Scientists concluderen Hans Kristensen, directeur van het Nuclear Information Project van de American Federation of Scientists, Matthew McKinzie van de National Resources Defense Council, en de natuurkundige en expert inzake ballistische raketten Theodore Postol dat ‘onder de dekmantel van een anderszins gerechtvaardigd programma voor het verlengen van de levensduur van kernkoppen’, het Amerikaanse leger de slagkracht van zijn kernkoppen zodanig heeft uitgebreid, dat het ‘nu alle Russische opslagplaatsen voor langeafstandsraketten kan vernietigen’.

Deze verbetering – onderdeel van de 1 biljoen kostende modernisering van de Amerikaanse kernmacht van de regering-Obama – maakt het mogelijk dat Washington de Russische kernwapens op het vasteland vernietigt, en daarbij nog 80% van de Amerikaanse kernwapens in reserve houdt. Wanneer Rusland zou verkiezen terug te slaan, wordt het in puin gelegd.

Iedere discussie over een kernoorlog stuit op verschillende grote problemen. Het is, om te beginnen, moeilijk zich voor te stellen wat een dergelijke oorlog in de praktijk inhoudt. Tot nu toe is er maar één oorlog geweest waarin kernwapens zijn ingezet – de vernietiging van Hiroshima en Nagasaki in 1945 – en de herinnering aan deze gebeurtenis is in de loop van de tijd vervaagd. En hoe dan ook, de twee bommen die de Japanse steden met de grond gelijk hebben gemaakt lijken wat slagkracht betreft weinig op hedendaagse kernwapens.

De bom op Hiroshima ontplofte met een kracht van 15 kiloton. De bom op Nagasaki was iets krachtiger, ongeveer 18 kiloton. Samen doodden zij meer dan 215.000 mensen. In tegenstelling daarmee heeft het meest gebruikelijke kernwapen in het huidige Amerikaanse arsenaal, de W76, een ontploffingskracht van 100 kiloton. Het daarna meest voorkomende wapen is er één van 475 kiloton.

Een tweede probleem is, dat de meeste mensen denken dat een kernoorlog onmogelijk is, omdat beide partijen zouden worden vernietigd. Dit is de idee achter het beleid van Mutually Assured Destruction (wederzijds gegarandeerde vernietiging), heel passend ‘MAD’ genoemd. Maar MAD is geen Amerikaans militair beginsel. In de Amerikaanse militaire strategie is altijd uitgegaan van ‘de eerste klap’-aanval; maar tot voor kort was er geen garantie dat een dergelijke aanval een tegenstander zodanig zou verlammen dat deze niet meer in staat zou zijn – of niet meer bereid, gezien de kans op totale vernietiging – om terug te staan.

De strategie achter de eerste aanval – soms ook een ‘tegenkracht’-aanval genoemd – is niet het vernietigen van de bevolkingscentra van een tegenstander, maar het uitschakelen van de kernwapens van de andere kant, of ten minste het merendeel ervan. Antiraketsystemen zouden daarna een verzwakte tegenaanval onderscheppen.

De technische doorbraak die dit plotseling mogelijk maakt wordt de ‘super-fuze’ (‘super-ontsteking’) genoemd, die een veel preciezere ontsteking van een kernkop mogelijk maakt. Wanneer het doel is een stad op te blazen, is een dergelijke precisie overbodig, maar het uitschakelen van een versterkte raketopslagplaats vergt een kernkop die een kracht van ten minste 10.000 pond per vierkante centimeter uitoefent op het doel. Tot aan het moderniseringsprogramma van 2009 was de enige manier om dit te doen het inzetten van de veel sterkere W88 kernkop, waarvan er veel minder zijn. Uitgerust met de superontsteking kan de kleinere W76 het nu, waardoor de W88 vrij komt voor andere doelen.

Van oudsher zijn op het vasteland geplaatste raketten preciezer dan op zee gestationeerde raketten, maar de eerstgenoemde zijn kwetsbaarder bij een aanval dan de laatste, omdat onderzeeërs zich goed kunnen verstoppen. De nieuwe superontsteking vergroot de precisie van de Trident II onderzee-raketten niet, maar dit wordt gecompenseerd door de precisie van waar het wapen ontploft. ‘In het geval van de 100 kiloton Trident II kernkop’, schrijven de drie wetenschappers, verdrievoudigt de superontsteking de vernietigende kracht van het kernwapen waarop het wordt toegepast.

Voordat de superontsteking was ontwikkeld, kon slechts 20% van de Amerikaanse onderzeeërs versterkte raketopslagplaatsen vernietigen. Nu kunnen ze dat allemaal.
Trident II raketten zijn gewoonlijk uitgerust met vier of vijf kernkoppen, maar dat kan worden uitgebreid tot acht. Zij kunnen er zelfs twaalf dragen, maar dat zou een schending inhouden van de huidige verdragen over kernwapens. Amerikaanse onderzeeërs dragen tegenwoordig ongeveer 890 kernkoppen, waarvan er 506 W76’s zijn, en 384 W88’s.

De op het vasteland geplaatste langeafstandsraketten zijn Minuteman III-raketten, elk uitgerust met drie kernkoppen – 400 in totaal – variërend van 300 tot 500 kiloton per stuk. Ook zijn er omgebouwde kernbommen en -raketten die vanuit de lucht en vanaf zee kunnen worden afgeschoten. De Tomahawkkruisraketten die onlangs op Syrië werden afgevuurd, kunnen worden aangepast om een kernkop te kunnen dragen.

De superontsteking verhoogt ook de kans op een niet bedoelde kernoorlog.
Tot dusver is de wereld erin geslaagd een kernoorlog te voorkomen, al kwam deze, tijdens de Cubacrisis van 1962, verontrustend dichtbij. Ook zijn er meerdere angstwekkende incidenten geweest, waarbij Amerikaanse en Russische troepen alarm sloegen vanwege ondeugdelijke radarbeelden, of omdat iemand testbeelden voor echt aanzag. Hoewel het leger dergelijke gebeurtenissen bagatelliseert, stelt voormalig minister van Defensie William Perry dat het puur geluk is dat we een ‘schotenwisseling’ met kernwapens wisten te vermijden, en dat de kans op een kernoorlog nu groter is dan op het hoogtepunt van de Koude Oorlog.

Ten dele is dit het gevolg van het technologische verschil tussen de Verenigde Staten en Rusland.
In januari 1995 nam een Russische radar op het Kola Schiereiland de lancering van een raket waar, die Rusland als doel leek te hebben. In feite ging de raket in de richting van de Noordpool, maar de Russische radar zag er een Trident II-raket in die vanuit het noorden van de Atlantische Oceaan binnenkwam. Dit scenario was waarschijnlijk. Terwijl sommige aanvalsplannen het lanceren van een groot aantal raketten voorzien, gaan andere uit van het afschieten van een grote kernkop boven een doel, op een hoogte van 1.200 kilometer. De enorme uitstoot van elektromagnetische straling die het gevolg zou zijn van een dergelijke explosie, zou radarsystemen in een groot gebied blind of lam maken. Daarop zou een aanval volgen.
Destijds hadden kalme geesten de overhand, en de Russen bliezen hun alarm af, maar gedurende enkele minuten tikte de klok van de ondergang dicht naar middernacht.

Volgens het Bulletin of Atomic Scientists kan uit de crisis van 1995 worden afgeleid dat Rusland waarschijnlijk niet beschikt over een ‘betrouwbaar en werkend wereldwijd, op satellieten in de ruimte gebaseerd waarschuwingssysteem’. In plaats daarvan heeft Moskou zich geconcentreerd op het ontwikkelen van een op de grond geplaatst systeem, dat de Russen minder waarschuwingstijd laat dan satellietsystemen in de ruimte. Dit betekent, dat waar de Amerikanen ongeveer dertig minuten zouden hebben om na te gaan of er echt een aanval gaande is, de Russen maar vijftien minuten of minder hebben.

Volgens dit blad zal dit waarschijnlijk inhouden dat ‘de Russische leiders weinig andere keuzes hebben dan het overlaten van de beslissingsbevoegdheid om raketten af te schieten aan lagere commandoniveaus’, bepaald geen situatie die in het belang is van de nationale veiligheid van beide landen.
Of, wat dat aangaat, van de wereld.

Uit een recente studie blijkt dat een kernoorlog tussen India en Pakistan waarin wapens zouden worden ingezet zo zwaar als de bom die destijds op Hiroshima is gegooid, zou leiden tot een ‘nucleaire winter’ waardoor het onmogelijk zou zijn graan te verbouwen in Rusland en Canada, en waardoor de hoeveelheid regen tijdens de moesson in Azië met 10% zou afnemen. Het gevolg zou een hongerdood zijn voor tot wel 100 miljoen mensen. Stel je voor wat het gevolg zou zijn, als er wapens zouden worden ingezet zo zwaar als de wapens die nu in bezit zijn van Rusland, China en de Verenigde Staten.

Voor de Russen is het verbeteren van de Amerikaanse, op zee gestationeerde raketten met een superontsteking een onheilspellende ontwikkeling. Door ‘het verschuiven van capaciteit naar onderzeeërs die raketten kunnen afschieten van plaatsen veel dichter bij het doel dan op land geplaatste raketten’, concluderen de drie wetenschappers, ‘heeft het Amerikaanse leger een veel grotere mogelijkheid tot een eerste verrassingsaanval op Russische opslagplaatsen voor langeafstandsraketten’.
De klasse van Amerikaanse Ohio-onderzeeërs is uitgerust met 24 Trident II-raketten die maar liefst 192 kernkoppen dragen. Deze raketten kunnen in minder dan een minuut worden afgeschoten.

Ook de Russen en de Chinezen beschikken over onderzeeërs die raketten kunnen afschieten, maar niet zo veel, en sommige ervan zijn tamelijk verouderd. Bovendien hebben de Amerikanen in de oceanen en zeeën een netwerk van sensoren aangebracht om die onderzeeërs te kunnen volgen. Hoe dan ook, zouden de Russen en Chinezen terugslaan in het besef dat de Verenigde Staten het grootste deel van de nucleaire slagkracht nog behield?
Geconfronteerd met de keuze tussen nationale zelfmoord of niet terugschieten, zouden zij best het eerste kunnen kiezen.

Het andere element in het Amerikaanse moderniseringsprogramma waarbij Rusland en China zich ongemakkelijk voelen is het besluit van de regering-Obama om antiraketsystemen in Europa en Azië te plaatsen en op schepen geplaatste Aegis-antiraketsystemen voor de kust van de Stille en de Atlantische Oceaan. Vanuit het gezichtspunt van Moskou – en dat van Beijing – dienen deze onderscheppingsmechanismen om die raketten op te vangen die bij een eerste aanval werden gemist.

In werkelijkheid zijn antiraketsystemen een behoorlijk onzekere factor. Zo gauw ze de tekentafel verlaten, vermindert hun dodelijke effectiviteit nogal sterk. In feite kunnen de meeste ervan nog geen schuur raken. Maar de Russen en Chinezen kunnen zich niet veroorloven die gok te nemen.

Tijdens het Internationale Forum in Sint Petersburg in juni 2016 sprak de Russische president Vladimir Poetin de beschuldiging uit dat de Amerikaanse antiraketsystemen in Polen en Roemenië niet waren gericht op Iran, maar op Rusland en China. ‘De Iraanse bedreiging bestaat niet, maar men blijft verdedigingssystemen tegen raketten plaatsen – een verdedigingssysteem tegen raketten is een onderdeel van een heel systeem van aanvallend militair potentieel’.

Het gevaar is, dat verdragen over wapens beginnen op te lossen als landen besluiten dat zij plotseling kwetsbaar zijn. Voor de Russen en Chinezen is het eenvoudigste antwoord op de Amerikaanse doorbraak het bouwen van veel meer raketten en kernkoppen, en verdragen te laten doodvallen.
De nieuwe Russische kruisraket lijkt de grenzen van het Intermediate Nuclear Force Treaty (het verdrag over de vernietiging van middellangeafstandsraketten uit 1987) op te zoeken, maar is ook de vanzelfsprekende reactie op wat, vanuit Moskou gezien, een alarmerende technologische vooruitgang door de Verenigde Staten is. Had de regering-Obama de beslissing van de regering van George W. Bush uit 2002 herroepen om zich eenzijdig terug te trekken uit het ABM-verdrag (het verdrag over de beperking van antiballistische raketten uit 1972), dan zou deze nieuwe kruisraket mogelijk nooit zijn geplaatst.

Er zijn enkele stappen die de Amerikanen en Russen onmiddellijk kunnen zetten om de huidige spanningen te verminderen. Ten eerste, de kernwapens van hun onmiddellijke inzetbaarheid te halen, hetgeen de kans op een per ongeluk ontketende kernoorlog meteen zou verminderen. Dat zou kunnen worden gevolgd door de belofte, kernwapens niet als eerste te gebruiken.

Wanneer dit niet gebeurt, zal het welhaast zeker uitmonden in een versnelde kernwapenwedloop. ‘Ik weet niet hoe dit allemaal gaat eindigen’, verklaarde Poetin tegenover de afgevaardigden in Sint-Petersburg. ‘Wat ik wel weet, is dat we onszelf zullen moeten verdedigen’.

(Deze tekst werd in het Engels geschreven voor de blog van Conn Hallinan en voor Streven in het Nederlands vertaald door Herman Simissen)


© S T R E V E N