Historiek

Het tijdschrift Streven vindt zijn oorsprong in de periode van het Interbellum. Eind jaren twintig richtte Frans De Raedemaeker S.J., leraar aan het Antwerpse jezuïetencollege Onze-Lieve-Vrouw, een collegeblad op, Collegiana, eerst voor de leerlingen, al spoedig voor de oud-leerlingen. In 1931 maakte hij er Streven van, nog altijd ‘uitgegeven door de oud-leerlingen’ van het college. Maar in oktober 1933 kon hij melden: ‘De Studenten van Sint Ignatius Hooger Handelsinstituut hebben Streven ook als hun orgaan aangenomen, en meteen wordt de kring der medewerkers zoo uitgebreid dat de mogelijkheid werd ingezien een tijdschrift van algemeen cultureel belang tot stand te brengen’. 1933 is zo het officiële stichtingsjaar. De Raedemaeker nam Streven overal met zich mee naar waar hij zelf verhuisde: Sint-Ignatius Antwerpen, en de opleidingshuizen in Drongen en Leuven. Tot in 1953 bleef hij hoofdredacteur. In oktober 1947 bracht hij met J. van Heugten S.J., de hoofdredacteur van het Nederlandse Katholiek Cultureel Tijdschrift, de fusie tussen dit KCT en Streven tot stand.

Het Katholiek Cultureel Tijdschrift was twee jaar tevoren opgericht en zette in feite het aloude Studiën (1868-1941) verder. In het eerste nummer van het nieuwe blad (oktober 1947), dat vanaf nu maandelijks verscheen (voorheen tweemaandelijks), schreef de redactie dat de twee tijdschriften ‘hetzelfde doel nastreefden en zich op ongeveer gelijk niveau bevonden. Besloten is samen te smelten en voortaan één tijdschrift uit te geven, dat beide titels voeren, bijdragen uit Noord en Zuid bevatten en in aanmerkelijk uitgebreid formaat verschijnen zal’. De samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen duurde eenendertig jaar, met een Vlaamse redactie in Antwerpen en een Nederlandse in Amsterdam. Vanaf oktober 1978 werd ze ‘op een andere wijze’ voortgezet. In het augustus-septembernummer 1978 werd dat in een ‘Redactioneel’ aangekondigd:

‘Gaandeweg ontstond binnen de redactie de mening dat de benadering van de lezers in Noord en Zuid niet geheel dezelfde kan zijn. Daarom is gezocht naar een andere vorm van samenwerking (…). Vanaf oktober (zullen) twee afzonderlijke edities verschijnen, geleid door twee redacties die, in nauw contact met elkaar, zich op hun eigen doelgroep willen richten. Deze samenwerking zal o.a. hieruit blijken dat een aantal artikelen in beide edities zal voorkomen’.

In het oktobernummer 1978 lichten beide redacties in een ‘Editoriaal’ hun lezers daarover nader in. De Nederlandse editie plaatste zich in de traditie van Studiën, deze afkomst werd in ere hersteld. Maar dit betekende allerminst ‘dat wij menen rustig voort te kunnen varen op een stroom die al meer dan een eeuw met min of meer kracht vloeit’. Vanuit een christelijke optiek, zo werd gezegd, zullen feiten en toestanden worden belicht; dat zal gebeuren vanuit het heden. De Vlaamse redactie van haar kant gaf niet alleen meer uitleg over de verschillen die waren ontstaan tussen de doelgroepen in Noord en Zuid, maar kwam ook voor de dag met een ‘programma- of intentieverklaring’:

‘Als we proberen te omschrijven wat voor een groep wij willen vormen, wat voor een blad ons voor ogen staat, dan zeggen we meteen wat voor lezers we op het oog hebben (…). In grote lijnen komt dat hierop neer: de Vlaamse redactie wil een groep vormen van christelijke signatuur, van intellectueel geïnteresseerde mensen die, in een pluriforme en open opstelling, het tijdschrift als een middel zien om te werken aan de bewustwording, verkenning en evaluatie van de cultureel-maatschappelijke ontwikkelingen’.

Aan de Nederlandse editie kwam er na ruim twee jaar een einde. G. Adriaansen S.J., die van 1963, als opvolger van Van Heugten, hoofdredacteur aan Nederlandse zijde was geweest, nam in het decembernummer 1980 afscheid. De Vlaamse editie had voldoende abonnees en personeel om door te blijven gaan. Elf jaar lang voer zij haar eigen koers. Maar toen in 1991 een groep Nederlanders zich beraamde over een nieuw tijdschrift en na rijp beraad besloot toenadering te zoeken tot het Vlaamse Streven, kwam het tot een akkoord. Het zou (opnieuw) tot een uitgave komen van ‘één cultureel maatschappelijk tijdschrift van en voor Noord en Zuid’. In een ‘Redactioneel’, oktober 1991, werd verwezen naar de Vlaamse ‘programmaverklaring’ van 1978: ‘Het was juist dat wat de Nederlandse initiatiefnemers aantrok’.

Tijdens de eerste drie decennia stond de missie van het Vlaamse Streven vooral in het teken van de intellectuele emancipatie van de (katholieke) Nederlandstaligen en van de Nederlandse taal in België. Op de achtergrond speelde toen het ideaal van ‘volksverheffing’ mee. Rond 1960 was die emancipatie wel ongeveer voltooid. Het ideaal van de toenmalige nieuwe hoofdredacteur Frans Van Bladel S.J. was daarom veel meer met Streven een forum te bieden voor een volwassen intellectueel leven, in een geest van levensbeschouwelijke openheid. Bekende critici en essayisten als Geert Bekaert (kunst), Carlos Tindemans (theater), Eric De Kuyper (film) en Leo Geerts (literatuur) gaven dit ideaal mee gestalte. Vele anderen zouden nog volgen. Streven werd zo een belangrijke ‘kweekvijver’ voor jonge auteurs van diverse gezindten.

De jaren negentig begonnen voor Streven dus met een hernieuwde samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland, maar ook op andere terreinen bewoog er van alles. Streven evolueerde tot een breder project van reflectie en kritiek dat diverse vormen kon aannemen, meer dan alleen een papieren tijdschrift. Zo ontstond rond het blad een netwerk van leesgezelschappen die maandelijks bijeenkwamen om te discussiëren. Daarnaast werden ook lezingen en symposia georganiseerd, na 2000 vaak in samenwerking met andere partners zoals het Universitair Centrum Sint-Ignatius Antwerpen, de Leerstoel Rector Dhanis en de Volkshogeschool Elcker-Ik. Streven fungeerde in de jaren negentig, onder impuls van toenmalig redactiesecretaris Erik Martens, eveneens als spil van samenwerking tussen de Vlaamse culturele en literaire tijdschriften, in november 2000 geïnstitutionaliseerd onder de naam ‘CeLT’, in 2014 omgedoopt tot ‘Folio’.

Voorts kreeg de idee van Streven als ‘vrijplaats’ voor analyse, reflectie en verbeelding op het einde van de jaren negentig ook vorm in twee nieuwe initiatieven op het niveau van het nummer zelf: vanaf 1999 stelt de redactie jaarlijks een thema-aflevering samen die los staat van de ‘reguliere’ nummers en tussen 1999 en 2012 werd de ruimte van de kaft ter beschikking gesteld van een beeldend kunstenaar. Daar waren grote namen bij als Marie-Jo Lafontaine of Roger Raveel, maar ook veel aanstormend talent. Een aantal keer gaf dit ook aanleiding tot tentoonstellingen. De jaren negentig tot slot waren eveneens het startpunt van het digitale Streven: in 1997 ging een website in productie (www.streventijdschrift.be), die geheel werd vernieuwd in 2009, waarop maandelijks een artikel werd gepubliceerd. Vanaf 2010 werden ook de oudere jaargangen geleidelijk aan gedigitaliseerd door de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (www.dbnl.org) (de periode 1933-1969 staat thans online), en sinds 2011 beschikt de redactie over een Facebook-account.

Uit de jongste tien jaren willen we nog vier initiatieven speciaal aanstippen. Het belangrijkst is wellicht de jaarlijkse essaywedstrijd voor jonge auteurs die Streven sinds 2008 organiseert, lange tijd een unicum in het Vlaamse tijdschriftenlandschap. Verder heeft Streven sinds datzelfde jaar 2008 naast de Vlaamse en Nederlandse, ook een kleine Zuid-Afrikaanse poot bijgekregen met geregeld aandacht vanwege gerenommeerde Zuid-Afrikaanse publicisten (in het Afrikaans!) voor de culturele en maatschappelijke actualiteit van dat land. In januari 2013 vervolgens werd de intentieverklaring van oktober 1978 geactualiseerd onder de titel ‘Streven vrijplaats’. Vermeldenswaard tot slot is ook de publicatie van het boek Marktisme, eveneens in 2013, in samenwerking met Uitgeverij Pelckmans, een bundeling van artikelen rond dat thema die de jaren voordien verschenen in het blad.

In het septembernummer 2017 deelde de redactie mee dat Streven, als gevolg van de bezuinigingspolitiek van de Vlaamse regering, vanaf 2018 opnieuw tweemaandelijks verschijnt (zoals in de periode 1933-1947) in plaats van maandelijks. Op 1 januari 2018 is deze volledig nieuwe website verschenen, een site die veel meer teksten dan voorheen online zal publiceren.