De onrechtvaardigheid van het korte geboorteverlof voor medeouders

 

In augustus 2025 ben ik bevallen van een zoontje, ons eerste kind! De betekenis van die gebeurtenis is niet te onderschatten; het leven is vanaf nu opgedeeld in een ‘voor’ en een ‘na’ zijn komst. Ik ben nu, naast vele andere sociale rollen, een moeder, mijn man een vader. Ik schrijf dit essay in december 2025, een maand voordat ik weer ga werken, en terugkijkend op de afgelopen periode, van de zwangerschap tot en met nu. Ik kan pagina’s vol schrijven over alle dingen die me verrast hebben – de effecten van hormonen, de bevalling zelf, de ontwikkelingen van onze kleine – maar ik schrijf dit essay vanuit verbijstering over het volgende: waarom, o waarom, krijgen medeouders zo weinig verlof na de geboorte van hun kind?!

Eerst even de feiten: in België heeft de meeouder – de partner, dus de vader, medemoeder, noem maar op – sinds 1 januari 2023 twintig werkdagen recht op geboorteverlof. Moederschapsverlof daarentegen bedraagt vijftien weken, waarvan minimaal een en maximaal zes weken voor de geboorte opgenomen dient te worden. De meeouder heeft dus vier weken vrij na de bevalling, en de moeder grofweg drie maanden. Daarnaast kunnen ouders evenveel ouderschapsverlof opnemen, al kan niet iedereen zich dit financieel veroorloven. De situatie in Nederland is als volgt: partners krijgen een week betaald verlof, en kunnen aanvullend 5 weken opnemen, al krijgen ze dan een uitkering en geen salaris. De moeder krijgt vier tot zes weken verlof voor de uitgerekende datum, en zestien weken in totaal.

De afgelopen maanden heb ik ervaren wat deze regeling in de praktijk betekent. Mijn man is na vijf weken weer gaan werken (hij had nog wat vakantiedagen ingezet), waardoor ik vanaf de zesde week voltijds alleen thuis was met ons zoontje. Fysiek was ik daar net sterk genoeg voor – ik onderging een keizersnede en dat impliceert toch wel een heftige herstelperiode. Mijn man werkt voltijds en niet ver van huis, maar was toch weg vanaf ’s ochtends vroeg tot ongeveer 18:00 uur. Onze baby gaat nu rond 19:00 uur de nacht in, en is het uurtje daarvoor nogal moe, hangerig en huilerig – mijn man moet dus doordeweeks de meeste wakkere uurtjes missen. Tenzij ik besluit om in het weekend in mijn eentje de deur uit te gaan met de kolfmachine, en een flesje melk in de koelkast achter te laten (ik geef borstvoeding), is mijn man nooit lang alleen met de baby.

[Wat deze feiten betekenen voor mij, zal ik niet opschrijven in ik-vorm, maar veralgemeniseren, om twee redenen. Ten eerste wil ik benadrukken dat mijn man de grootste voorstander is van gelijkheid en tevens een geweldige vader, zo betrokken als maar kan. Ik kan dit essay overigens alleen maar schrijven omdat hij zich nu over de kleine ontfermt, waarvoor dank. Ten tweede voel ik dat mijn ervaringen gedeeld zijn met vele nieuwe moeders in Vlaanderen, en dus lijkt de algemene vorm gepaster.]

Het gevolg: de moeder wordt noodgedwongen manager van het huishouden. De manager doet niet noodzakelijk alles zelf (al is dit soms helaas wel het geval); de manager overziet, weet wat er moet gebeuren en wanneer, en stuurt aan. Hoeveel luiers er nog zijn, bijvoorbeeld; of de was al droog is; of de plantjes nog water moeten hebben.

Nog een gevolg: de moeder verwordt tot babymonitor. Omdat de moeder objectief veel meer uren met de baby doorbrengt, kan de moeder de baby vaak veel beter ‘lezen’ en de subtiele gezichtsuitdrukkingen en geluidjes interpreteren. De moeder wordt snel beter in het geruststellen van de baby, het in slaap brengen, het gepast reageren op spel. Er ontwikkelt zich een genuanceerd en intiem samenspel tussen moeder en baby waar mede-ouder op afstand getuige van is, via een Whatsapp fotoverslag. De medeouder is zelden of nooit lang alleen met de baby, en krijgt dus nauwelijks de kans om zo’n relatie zelf te ontwikkelen zonder toeziend oog van de moeder, in alle vrijheid, zonder oordeel. Een mogelijk gevolg is een gebrek aan zelfvertrouwen in de omgang met de pasgeborene. ‘Breng jij hem in slaap? Jij kan dat beter dan ik.’

Kortom, de ongelijke periode van geboorteverlof leidt, zelfs met grote inzet en de beste intenties van de medeouder, tot ongelijkheid. (Dat ongelijkheid tot ongelijkheid leidt, mag overigens geen verrassing zijn.) In het vaak voorkomende geval dat de moeder een vrouw is en een medeouder een man, is dit een genderongelijkheid.

Je zou kunnen stellen dat deze ongelijkheid onschuldig is, het verschil is slechts twee maanden, op een mensenleven is dat niets – maar die stelling lijkt mij compleet ongeloofwaardig. In deze twee maanden – en vaak is deze periode langer, want verlengd met ouderschaps- of gewoon verlof – kunnen gewoontes en rolpatronen worden gekweekt die nooit verdwijnen. Voornamelijk de huishoudmanager en de babymonitor zijn identiteiten die niet of nauwelijks losgelaten (kunnen) worden. Daarnaast lijkt de wettelijke verlofregeling een subtext, een ondertoon te hebben: de moeder behoort langer thuis te zitten, de medeouder behoort snel weer aan het werk te gaan – kortom, de moeder behoort het grootste deel van de zorg op zich te nemen. Deze impliciete boodschap zindert langer door dan twee maanden. Om nog maar niet te spreken van de indirecte effecten van de verlofongelijkheid: soms worden vrouwen niet aangenomen omdat ze misschien kinderen zullen krijgen en dus een langere periode afwezig zijn van het werk. Wie naar de loonkloof kijkt, mag de ongelijkheid in geboorteverlof als factor niet over het hoofd zien.

Vrouwen en mannen zijn gelijk voor de wet, maar genderongelijkheid is anno 2025 zeer zeker nog aanwezig. Het situeert zich in het feit dat vrouwen vaker minder gaan werken na het krijgen van kinderen en in de loonkloof, en in de cultuur in het algemeen. Uitspraken als ‘mannen zien gewoon niet wat er gedaan moet worden’ (in de volksmond man eyes) zijn prevalent, en ‘vrouwen zijn er voor het zorgen voor de baby en mannen voor het spelen’ zorgen zelden voor opgetrokken wenkbrauwen. Deze uitspraken zijn misschien empirisch waar, maar alleen omdat de maatschappij op deze rolverdelingen aanstuurt!

Vandaar mijn vraag: Waarom, o waarom, krijgen partners slechts 20 dagen verlof na de geboorte van hun kind?! De intentie achter wetten staat niet zwart op wit neergeschreven, getekend door alle ministers. We kunnen er wel naar raden. Misschien is het idee dat een vrouw een fysieke herstelperiode nodig heeft na de bevalling, en de medeouder niet. Maar dat lijkt me onzinnig: als de moeder fysiek herstelt, heeft ze toch juist hulp en ondersteuning nodig? Misschien is men van mening dat er geen twee mensen nodig zijn voor het zorgen voor een baby; één persoon volstaat, en twee personen drie maanden verlof geven is onnodig verloren arbeidspotentieel. (Moet ik dit nog weerleggen? Ik zou kunnen aandragen dat mensen meer zijn dan arbeidspotentieel; dat een goede hechting met beide ouders zeer veel maatschappelijke kosten kan voorkomen later in het leven; dat één persoon misschien best voor een baby kan zorgen, maar dat dit ten koste kan gaan van mentale of fysieke gezondheid; ga zo maar door.) Misschien bestaat de ongelijke verlofregeling omdat het te duur is om de medeouder ook drie maanden verlof te geven. Dit is een kwestie van politieke prioriteiten – geld kan altijd gevonden worden voor de belangrijke zaken. En ik fantaseer: als deze ongelijkheid niet meer bestaat, zal er geen domino-effect ontstaan? Stel dat de wet zegt dat moeders en medeouders allebei evenveel behoren te zorgen,  en die boodschap wordt geïnternaliseerd in onze cultuur. Vertaalt zich dat dan niet in een vermindering van de loonkloof, van onbenut potentieel van moeders die anders minder zouden werken – kortom, betaalt de investering zich niet terug op lange termijn?

Om een stapje verder te gaan: waarom bedraagt de moederschapsverlofperiode slechts 3 maanden? Ons zoontje is zich in snel tempo aan het ontwikkelen, en nu zo’n vier maanden oud. Alle jonge ouders wereldwijd weten al wat ik ga zeggen: de vier maanden slaapregressie beheerst nu ons leven. Deze slaapregressie duurt gemiddeld vijf weken en vindt plaats tussen de drie en vijf maanden. Baby’s komen moeilijk in slaap, worden om de haverklap wakker, en besluiten soms dat de nacht afgelopen is om 5:00 uur. Het is bijna wreed om jonge ouders terug naar het werk te sturen, juist als deze slaapregressie – die door veel ouders als heftigst wordt ervaren – begint of zijn hoogtepunt bereikt! Als we dan toch de verlofregelingen kritisch onder de loep nemen: kan het verlof voor medeouder én moeder niet wat langer?

Deze vier maanden zijn ongelooflijk snel gegaan: ons zoontje groeit en leert alsof hij haast heeft om groot te worden. Ik hoop dat, als hij later groot is en zelf kinderen krijgt, hij dit mag doen in een wereld waarin alle ouders evenveel kansen krijgen om tijd door te brengen met hun kinderen, en waarin ze niet gestuurd worden in de richting van ongelijke rollen en rolpatronen.

Postpartum overpeinzingen