Gerrit Kouwenaar en Constant Nieuwenhuys

Erik Slagter

Gerrit Kouwenaar en Constant Nieuwenhuys

De dit jaar met de P.C. Hooftprijs bekroonde dichter Gerrit Kouwenaar heeft in het begin contacten gehad met Cobra, de kunstenaarsbeweging van de jaren vijftig, vooral met Constant (van Nieuw Babylon). De auteur volgt deze relaties op de voet. Constant en Kouwenaar werken beiden experimenteel, proefondervindelijk:: zij beproeven het onmogelijke mogelijk te maken. Verf, alfabet, lijn, vorm en kleur worden aangewend om de materie te beelden en zo iets nieuws te maken. Tekens in de taal, tekens in de tijd.

verschenen: Januari 1972, blz. 347

jaargang: 39/04

Een glasscherf in het oog
De schrijver is een moordenaar. Over Georges Arnaud
De mol en de mus over diepte versus...
‘Sommige vragen kun je alleen beantwoorden met een...
Georg Trakl vertaald en toegelicht
Bruidsschat voor mijn zoon Ibrahim
En altijd is het de vrouw
De les van Gyges
Het gebrul van de onheuglijke waterval (II)
Het gebrul van de onheuglijke waterval (I)
‘J’avais toujours raison’
Brood en wijn
Vier weggedeemsterde gedichten van Jorge Luis Borges in...
Wie knoeit is dapper
De metafysica van Moby-Dick
Het spoor dat achterblijft
Ziekte en Engagement
Quinten Weeterings en de Posthistoire
Psychiatrische experimenten
Éric Michaud
‘Het is mijn innerlijk kind’
Brideshead Revisited en het katholicisme
Vagina monetaria dentata. Over onwelvaart van Steve Marryt
Mijn Queer Kruisweg
Cirkels in steen
Betje Wolff springlevend
Maart 1678: De eerste moderne roman?
Rory Stewart, Politics on the Edge: boekbespreking
Kafka und kein Ende möglich
Januari 1677: de laatste première van Racine II