Hans Andreus: relativiteitspoëtica

Rita Lamberts

Hans Andreus: relativiteitspoëtica

Hans Andreus behoort tot die dichters die het omgaan met de macht en de onmacht van het woord in hun poëtische reflectie zelf proberen te vertolken. Aan de hand van negen gedichten peilt de auteur naar Andreus’ ambivalente houding ten aanzien van het weliswaar nimmer volmaakte maar telkens weer onmisbare dichterlijke woord.

verschenen: Mei 1983, blz. 729

jaargang: 50/08

Johan de Witt en Baruch de Spinoza
Een glasscherf in het oog
De schrijver is een moordenaar. Over Georges Arnaud
De mol en de mus over diepte versus...
‘Sommige vragen kun je alleen beantwoorden met een...
Georg Trakl vertaald en toegelicht
Bruidsschat voor mijn zoon Ibrahim
En altijd is het de vrouw
De les van Gyges
Het gebrul van de onheuglijke waterval (II)
Het gebrul van de onheuglijke waterval (I)
‘J’avais toujours raison’
Brood en wijn
Vier weggedeemsterde gedichten van Jorge Luis Borges in...
Wie knoeit is dapper
De metafysica van Moby-Dick
Het spoor dat achterblijft
Ziekte en Engagement
Quinten Weeterings en de Posthistoire
Psychiatrische experimenten
Éric Michaud
‘Het is mijn innerlijk kind’
Brideshead Revisited en het katholicisme
Vagina monetaria dentata. Over onwelvaart van Steve Marryt
Mijn Queer Kruisweg
Cirkels in steen
Betje Wolff springlevend
Maart 1678: De eerste moderne roman?
Rory Stewart, Politics on the Edge: boekbespreking
Kafka und kein Ende möglich