Hélène Cixous, tussen Sfinks en Feniks

Bernadette Schreurs

Hélène Cixous, tussen Sfinks en Feniks

Sinds het einde van de jaren zestig is H. Cixous een levensgroot teken van tegenspraak in de Franse literatuur. Als overtuigde feministe heeft zij de door Derrida, Irigaray en de ‘Tel-Quel’groep verkondigde stellingen over de autonomie van de ‘schriftuur’ zo consequent mogelijk uit- en neergeschreven in haar eigen romans en haar lectuur van andere schrijvers. Daarbij kwamen magistrale taalmanipulaties en acrobatieën mét het woord uit de bus, even goed als te gemakkelijke woordspelingen en grammaticaal geklungel.

verschenen: Oktober 1979, blz. 53

jaargang: 47/01

Op reis door een verleden land
Schuldig landschap, een begrip van Armando
Johan de Witt en Baruch de Spinoza
Een glasscherf in het oog
De schrijver is een moordenaar. Over Georges Arnaud
De mol en de mus over diepte versus...
‘Sommige vragen kun je alleen beantwoorden met een...
Georg Trakl vertaald en toegelicht
Bruidsschat voor mijn zoon Ibrahim
En altijd is het de vrouw
De les van Gyges
Het gebrul van de onheuglijke waterval (II)
Het gebrul van de onheuglijke waterval (I)
‘J’avais toujours raison’
Brood en wijn
Vier weggedeemsterde gedichten van Jorge Luis Borges in...
Wie knoeit is dapper
De metafysica van Moby-Dick
Het spoor dat achterblijft
Ziekte en Engagement
Quinten Weeterings en de Posthistoire
Psychiatrische experimenten
Éric Michaud
‘Het is mijn innerlijk kind’
Brideshead Revisited en het katholicisme
Vagina monetaria dentata. Over onwelvaart van Steve Marryt
Mijn Queer Kruisweg
Cirkels in steen
Betje Wolff springlevend
Maart 1678: De eerste moderne roman?