Het morele statuut van het embryo

Herman De Dijn

Het morele statuut van het embryo

Het gebruik van embryo’s in stamcelonderzoek leidt tot grote tegenstellingen in de meningen over de morele aanvaardbaarheid ervan. Twee partijen staan in dit soort bio-ethische kwesties steeds weer tegenover elkaar: ‘progressieven’, voorstanders van modern gedachtegoed (vooruitgang, autonomie), en ‘conservatieven’, die zich beroepen op ‘metafysische’ principes (de ‘hogere’ natuur van de mens). Deze tegenstelling komt ook overeen met die tussen niet-gelovigen en gelovigen. Een derde positie komt in het debat evenwel zelden ter sprake, terwijl die nochtans het ethische gedrag van de meeste mensen bepaalt. De discussie over het embryo past ook in het bredere kader van de ethische houding tegenover het menselijke lichaam in het algemeen.

verschenen: Oktober 2006, blz. 799

jaargang: 73/09

De windstilte van de ziel
Van ik naar wij
Hannah Arendt over denken als verzet in duistere...
Camus over mateloosheid als crisis van het mens-zijn
Beschermen zonder af-schermen
Albert Camus over revolte en gematigde burgerlijke ongehoorzaamheid
Crisis Zonder Oordeel
Vrijheid tegen wil en dank
Een einde aan de eindtijd
Een pleidooi voor historisch begrijpen
Zelfzorg en opofferingsmoraal
Verdien je vanuit moreel oogpunt wat je financieel...
Waarom net deze tijd Habermas nodig had
Religie en de moderne tijd
Waar komt moraliteit vandaan? Een dialoog in mij
De vele levens van Ludo Abicht
Onvrije wil
Bladwijzers in Boek Europa
De maakbare mens
De les van Gyges
Het gebrul van de onheuglijke waterval (II)
Het gebrul van de onheuglijke waterval (I)
Een vergeten stem in de receptie van Heinrich...
Ethiek in praktijk en theorie van de gezondheidszorg
Verstond Tocqueville de democratie?
Waarom we bang zijn
De Trumpfluisteraar (III)
De Trumpfluisteraar (II)
De Trumpfluisteraar (I)
Waarheid en leugen: hedendaagse uitdagingen