Max Frisch, religieuze evolutie van een auteur

Hans Jurgen Baden

Max Frisch, religieuze evolutie van een auteur

De auteur analyseert Max Frisch’ letterkundig werk vanuit de (ruim geïnterpreteerde) godsdienstige gezichtshoek: hoe namelijk een mens in het reine probeert te komen met de vraag naar de ultieme zin of onzin van zijn bestaan. De aanvankelijk nog christelijke of ten minste discreet god-gelovige levensvisie van Frisch’ ‘Stiller’ (1954) slaat om in het tragische noodlotbesef van zijn ‘Homo Faber’ (1957) en mondt uit in het illusieloze sceptisme van zijn tweede ‘Dagboek’ (1966-1971), zijn ‘Montauk’ (1974) en zijn Triptychon (1978).

verschenen: April 1979, blz. 596

jaargang: 46/07

Een glasscherf in het oog
De schrijver is een moordenaar. Over Georges Arnaud
De mol en de mus over diepte versus...
‘Sommige vragen kun je alleen beantwoorden met een...
Georg Trakl vertaald en toegelicht
Bruidsschat voor mijn zoon Ibrahim
En altijd is het de vrouw
De les van Gyges
Het gebrul van de onheuglijke waterval (II)
Het gebrul van de onheuglijke waterval (I)
‘J’avais toujours raison’
Brood en wijn
Vier weggedeemsterde gedichten van Jorge Luis Borges in...
Wie knoeit is dapper
De metafysica van Moby-Dick
Het spoor dat achterblijft
Ziekte en Engagement
Quinten Weeterings en de Posthistoire
Psychiatrische experimenten
Éric Michaud
‘Het is mijn innerlijk kind’
Brideshead Revisited en het katholicisme
Vagina monetaria dentata. Over onwelvaart van Steve Marryt
Mijn Queer Kruisweg
Cirkels in steen
Betje Wolff springlevend
Maart 1678: De eerste moderne roman?
Rory Stewart, Politics on the Edge: boekbespreking
Kafka und kein Ende möglich
Januari 1677: de laatste première van Racine II