Schrijven in Weimar – De lijfgeur van een stad

Erik De Smet

Schrijven in Weimar

De lijfgeur van een stad

Weimar, voorjaar 1993. De geur van bruinkool en trabantjes. Er ligt nog sneeuw. De auteur brengt een bezoek aan de stad met Goethe en Eckerman als gids. Na de wandeling door de straten van de historische stadskern, beklimmen zij de Ettersberg op zoek na ar het Buchenwald van Jorge Semprun.

verschenen: Juli 1993, blz. 620

jaargang: 60/07

Prof. dr. Elizabeth Allard: miskend in een mannenwereld
Hoe iets te leren over politiek van twee...
Kinderwens
De Dagpauwoog
Moet AI onttoverd worden?
Verdeel en heers
Van oude mensen, de dingen die (niet) voorbijgaan
Techniek en nihilisme
Pleidooi voor een anekdotische sociologie
‘We maken dat ding gewoon even schoon’
Op de brandstapel met de kerstman!
Wim Kayzer en de kunst van het vragen...
ChatGPT in het hoger onderwijs: Een kwestie van...
De tuin der folteringen
Het einde en het begin van de geschiedenis
Als vissen in het water. Vooroordelen en discriminatie
LHBTQ-kwesties en katholieke leer
Sleutel tot de moderne tijd: Melvin Kranzberg en...
Een zeergeleerde duivel
Kijkdagen in Huize Semiosis
Theologie en de taal van vorig jaar
Ostinato à variations. Het ritme van katrollen, sprokkelwerk,...
Uit de hoogte
Oudheidkunde op maat
Doet de ander er nog toe? Over de...
Over de lauwe steun van de Arabische en...
De ware Jacob
De betekenis van het betekenisloze. Het schilderij als...
Basisbaan of basisinkomen? Normatieve vragen over de toekomst...
Het zien maar niet kunnen helpen van de...