J. Lechner

Twee Spaanse dichters

De poëzie die hier gepresenteerd wordt is volgens de auteur van belang vanwege de transcriptie die ze geeft van de ‘eigentijds Spaanse werkelijkheid’, als document van de preoccupatie van een kleine groep alerte geesten met betrekking tot de eigen geschiedenis. Bovendien is zij een schakel tussen wat geshreven werd onmiddellijk na de Burgeroorlog en een nieuwe etappe die nog maar pas vorm aan het krijgen is.

verschenen: November 1971, blz. 141

jaargang: 39/02

Het gebrul van de onheuglijke waterval (II)
Het gebrul van de onheuglijke waterval (I)
‘J’avais toujours raison’
Brood en wijn
Vier weggedeemsterde gedichten van Jorge Luis Borges in...
Wie knoeit is dapper
De metafysica van Moby-Dick
Het spoor dat achterblijft
Ziekte en Engagement
Quinten Weeterings en de Posthistoire
Psychiatrische experimenten
Éric Michaud
‘Het is mijn innerlijk kind’
Brideshead Revisited en het katholicisme
Vagina monetaria dentata. Over onwelvaart van Steve Marryt
Mijn Queer Kruisweg
Cirkels in steen
Betje Wolff springlevend
Maart 1678: De eerste moderne roman?
Rory Stewart, Politics on the Edge: boekbespreking
Kafka und kein Ende möglich
Januari 1677: de laatste première van Racine II
Culturele revolutie in het land van Kafka en...
December 1674: de laatste première van Pierre Corneille
Hommage aan Eileen
Waarom de klassieke tragedie haar publiek niet verveelde
De dood van een soldaat. Verteld door zijn...
Metamorfosen. Voorpubliatie uit het nieuwe boek van Emanuele...
Het kleedje voor Hitler: een boekbespreking
Proefvluchten naar een verdwenen wereld