Beste lezer,

 

Ik weet dat u zit te wachten op nieuws uit de Straat van Hormuz, maar met uw goedvinden wil ik het even hebben over een andere straat. Of eigenlijk over een brug. De Leonard Nolensbrug. Een mens leeft niet van geopolitiek alleen, zie je. Er is ook nood aan geopoëzie. En voor u eraan twijfelt: dat woord bestaat. Het stond zelfs al in Streven. Wat nog niet bestaat is de Leonard Nolensbrug. Maar daar kan, met een beetje hulp van uw kant, verandering in komen.

Wie het nog niet wist kon op 27 december 2025, een dag na Nolens’ overlijden, in een mooi artikel van Luc Coorevits in De Standaard lezen dat de dichter gedurende vele jaren dagelijks van zijn woning in de Daenenstraat per tram, bus, fiets of te voet ‘toog naar zijn schrijfhok in de buitenwijken van Antwerpen’.[1] Wat Coorevits er niet bij vertelt is dat die korte tocht voerde via een foeilelijke brug over de meer dan tien rijvakken-brede Antwerpse Ring en de daarnaast gelegen spoorweg. Niemand weet hoe die brug heet. Het is een naamloze non-lieu. Wie erover of eronder passeert, wil er zo snel mogelijk vandaan. Maar als Nolens erover wandelde, gebeurde er iets. Weinigen merkten het op – de auto’s, bussen, e-bikes, trams en treinen raasden almaar door. En toch was alles anders. Onaangedaan door het hem omringende mobiele geweld stapte Nolens de brug over op afgepaste versvoeten. Hier ging een mens die weigerde zich te laten opjagen. Woordloos toonde de stappende dichter dat je zelfs in het holst van een technologische hel jezelf kunt blijven. Meer nog: door jezelf te blijven, kreeg die technologische wereld bijna iets verhevens.

Van deze metamorfose van de Mechelsebrug – de officiële naam van Nolens’ brug – ben ik regelmatig getuige geweest. Hij, stappend, ik, fietsend, kruisten onze wegen. Wat hij niet wist, is dat ik hem in stilte dankend begroette. Dat doe ik wel meer. Er lopen zoveel bijzondere mensen rond. Opmerkelijke gestalten, getekende gezichten – ze hebben je altijd wel iets te vertellen. En dus ben ik dankbaar en groet ik hen in stilte, soms met bewondering, soms met compassie, soms met een binnenpretje, maar altijd discreet. Met Nolens heb ik dat zo vaak gedaan dat hij wel door zal gehad hebben dat ik een stille bewonderaar was – van zijn verzen, zijn dagboekaantekeningen, zijn stappen. Het gebeurde ook wel dat we elkaar te voet kruisten in de Hof Ter Schriecklaan, niet ver van zijn schrijversstudio en als ik het me niet inbeeld, groette hij me dan ook wel eens – in stilte natuurlijk, onmerkbaar.

U hoeft dit alles niet op mijn woord te geloven. Er is nog minstens één andere getuige die iets bijzonders ervoer toen Nolens de Mechelsebrug overstak. Ik doel op Maarten Inghels, in 2016 nog Antwerps stadsdichter. Inghels zat ooit naast Leonard Nolens op een bankje in bus 32. Zij aan zij staken ze op die prozaïsche manier, op een niet nader genoemde dag in 2008, de Mechelsebrug over. Wat toen gebeurde, zette Ingels aan tot het schrijven van een gedicht. Wat dus betekent dat we mogelijks Ingels’ dichterschap aan die gebeurtenis te danken hebben. Het gedicht komt uit Inghels’ debuutbundel Tumult.

 

Vandaag zat ik op bus 32 naast Leonard Nolens,
voor één rit Berchem/Wilrijk groeiden de
lederen tassen in onze schoten vast, wij
tweezaam op een vettige zitbank.

(…)

Veel te vroeg moest hij eruit:
ik stond recht om de man in pak
door te laten, voor een seconde waren
wij even groot.
Daar gaat hij: rustig, beheerst,
met zijn schommelende tas geplakt
aan de panden van zijn jas.

 

Nolens’ bijzondere gang – ‘rustig, beheerst’ – was Inghels dus ook opgevallen. Evenals zijn lederen tas. Volgens Luc Coorevits was die tas in feite zijn alaambak. Er zat alles in ‘waarmee hij zijn uit duizenden te herkennen stijl ontwikkelde: ritme, klank, cadans, herhalingen en herhalende uitbreidingen, variaties op hetzelfde vers, rijm, binnenrijm, alliteraties, enjambementen, metaforen en metonymieën, paradoxen, oxymorons’.

Kijk, dat vind ik dan weer een te dichterlijke overdrijving. Daar moet je toch mee oppassen. Toen Nolens op een keer een krantenwinkel buitenstapte, had hij een reep chocolade gekocht die ik hem in zijn tas zag stoppen. Nolens is dus een mens. Maar hij verdient het dat zijn brug naar hem wordt vernoemd.

Daarom, beste lezer,  een klein verzoek. Stuur alsjeblief een berichtje naar het Antwerps stadsbestuur met de vraag, de Mechelsebrug om te dopen tot Leonard Nolensbrug. Doen!

 

Dank bij voorbaat,

 

Walter

 

[1] https://www.standaard.be/media-en-cultuur/leonard-nolens-1947-2025-de-man-die-van-sterven-zijn-beroep-maakte-is-overleden/52283029.html

De Leonard Nolensbrug