Branko Milanovic*

Ik zag, en las over, veel gevallen waarbij de politie studenten wegveegde van universiteiten waar zij demonstreerden. De politie greep in, in opdracht van gezagsdragers die ongelukkig waren met de oases van vrijheid die de studenten hadden geschapen. Zij kwam gewapend, sloeg in op de studenten, en beëindigde de protesten. De leiding van de universiteit stond achter de studenten, beriep zich op de ‘autonomie van de universiteit’ (dat wil zeggen, het recht te worden gevrijwaard van toezicht), trad af of werd weggestuurd. Dit is het gebruikelijke patroon.

Het nieuwe, voor mij, in de huidige golf van demonstraties als uiting van de vrijheid van meningsuiting is, dat het de universiteitsbestuurders zijn die de politie vragen de studenten aan te vallen. Ten minste in een geval, in New York, was de politie verbaasd dat zij erbij werd gehaald, en zij meende dat dit contraproductief was. Men zou kunnen begrijpen dat de houding van de bestuurders zich voor zou kunnen doen in autoritaire landen, waar dergelijke bestuurders door de machthebbers worden benoemd om de orde op de campus te handhaven. Dan zouden zij, vanzelfsprekend, als gehoorzame ambtenaren de politie steunen bij de ‘schoonmaak’, hoewel zij zelden de macht zouden hebben haar op te roepen.

Maar in de Verenigde Staten worden universiteitsbestuurders niet benoemd door president Biden, noch door het Congress. Waarom zouden zij dan hun eigen studenten aanvallen? Zijn zij slechte mensen die ervan houden jongeren in elkaar te slaan?

Het antwoord is: nee. Dat zijn ze niet. Ze hebben alleen de verkeerde baan. Zij zien hun rol niet als wat van oudsher de rol van universiteiten was, te weten te proberen de jongere generatie waarden mee te geven als vrijheid, deugdzaamheid, mededogen, zelfopoffering, inlevingsvermogen of wat er ook wenselijk is. Tegenwoordig is het hun rol de topman te zijn van fabrieken die universiteiten worden genoemd. Deze fabrieken hebben grondstoffen genaamd studenten die zij met regelmatige, jaarlijkse intervallen omvormen tot afgestudeerden. Bijgevolg is iedere verstoring in dat productieproces als een verstoring in de productieketen. Die moet zo snel mogelijk worden opgelost, opdat de productie kan worden hervat. Afgestudeerde studenten moeten worden ‘afgeleverd’. Nieuwe studenten moeten worden binnengebracht, hun inschrijfgelden geïnd, sponsors moeten worden gevonden, meer fondsen binnengehaald. Als studenten dit proces belemmeren, moeten zij worden aangepakt; zo nodig met geweld. De politie moet erbij worden gehaald, de orde hersteld.

De bestuurders zijn niet geïnteresseerd in waarden, maar in het resultaat. Hun baan is gelijkaardig aan die van de topman van Walmart, CVS Pharmacy, of Burger King.  Zij gebruiken het spreken over waarden, of over een ‘intellectueel uitdagende omgeving’, of ‘levendige discussies’ (of wat dan ook), zoals beschreven in een recent artikel in The Atlantic,[1] als het gebruikelijke verkooppraatje dat topmanagers van bedrijven op commando oplepelen. Niet dat ook maar iemand geloof hecht aan dergelijke toespraken. Maar het is verplicht die te houden. Het is algemeen aanvaarde hypocrisie. Het punt is dat een dergelijke mate van hypocrisie aan universiteiten nog niet helemaal gewoon is, omdat zij om historische redenen niet helemaal werden gezien als precies hetzelfde als worstfabrieken. Zij werden geacht betere mensen voort te brengen. Maar dit werd vergeten in de wedloop om inkomsten en gelden van sponsors. Daarom kan de worstfabriek niet stil liggen, en is het nodig de politie erbij te halen.

 

(Vertaling: Herman Simissen)

 

Branko Milanović (°1953) is een Servisch-Amerikaanse econoom, onder meer verbonden aan de City University of New York en de London School of Economics. Hij is vooral bekend door zijn werk over inkomensverdeling en ongelijkheid. De oorspronkelijke tekst verscheen op 9 mei jl. op http://glineq.blogspot.com/ en wordt hier met toestemming van de auteur in Nederlandse vertaling gepubliceerd.

 

[1] Tyler Austin Harper, ‘America’s Colleges Are Reaping What They Sowed’, in: The Atlantic, 2 mei 2024, https://www.theatlantic.com/ideas/archive/2024/05/college-activism-hypocrisy/678262/