‘Eén van de grootste geschenken van deze wereld’

Het boek van Joop Berding, Het gepassioneerde leven van Hannah Arendt, gaat over de liefdes en vriendschappen van Hannah Arendt. Een gepassioneerd leven, maar het leven met haar eerste echtgenoot was niet zo gepassioneerd. Het was meer een relatie om bij te komen van haar affaire met Martin Heidegger, daarover later meer. Toch had haar eerste man, Günther Anders, veel om haar te charmeren. Hij wist haar hart te winnen met een compliment waarin hij handig de filosofie van Kant had verweven, en hij was zelf een verdienstelijk filosoof. Zijn boek over de achterhaaldheid van de mens – zie daarover binnenkort in Streven – is meer dan de moeite waard voor iedereen die over techniek wil nadenken. Maar Günther had het niet in zich Hannah blijvend te bekoren. Vooral zijn neiging haar voortdurend te beleren zal in zijn nadeel hebben gewerkt. De scheiding was onvermijdelijk. Maar dat neemt niet weg dat hij zich enorm heeft ingespannen Arendt op haar vlucht naar de Verenigde Staten te helpen. Zijn leven lang is hij naar haar blijven verlangen.

Berding gaat niet alleen in op de biografische aspecten maar besteedt ook uitgebreid aandacht aan zijn filosofie, hun gezamenlijke filosoferen en het artikel dat zij gemeenschappelijk hebben geschreven over de dichter Rilke. Terwijl hij zag dat de moderne mens in toenemende mate wereldloos wordt, opteert zij voor amor mundi, voor liefde voor de wereld. Een dergelijke tegenstelling speelde ook een rol in de verhouding met Heidegger. Voor hem draait alles om de dood, voor haar gaat het om geboortelijkheid, nataliteit, en het vermogen van de mens telkens opnieuw te beginnen.

Echt gelukkig wordt Hannah met haar tweede man, Heinrich Blücher. Hij was wel een womanizer en niet altijd even trouw, maar toch. Politiek was hij communist en een aanhanger van Rosa Luxemburg en Karl Liebknecht. Maar hij liep daarmee niet te koop. Hij was haar steun en toeverlaat, hielp haar bij de totstandkoming van haar publicaties en zorgde ervoor dat zij zich bewust werd van haar roeping als politieke denker en historica. Hij was de liefde van haar leven.

Karl Jaspers was haar promotor en vanaf haar promotie tot aan zijn overlijden een vaderlijke vriend. Met Jaspers kon ze heerlijk roddelen, vooral over de Heideggers. Jaspers probeerde haar voor de wijsbegeerte te behouden, maar zij trok een duidelijke streep en maakte scherp onderscheid tussen politiek denken en filosofie. Hij vond dat zij steeds mooier werd en beschouwde haar als ‘één van de grootste geschenken van deze wereld’. (blz. 134)

De vriendschap met Gershom Scholem is op de klippen gelopen. Hij was een hartstochtelijk voorvechter van het Zionisme en de staat Israël. Zij had daar veel kritiek op omdat men onvoldoende oog had voor de noden van de Palestijnen. Er ontbrak gewoon een visie op hoe twee volken op zo’n klein gebied zouden kunnen samenleven. Israël kon alleen overleven met de steun van grote mogendheden terwijl men niet wist hoe om te gaan met de Arabische nabuurstaten en omdat men het antisemitisme als eeuwig en onveranderlijk beschouwde. Precies daarmee kon zij zich niet verenigen. De Joden zouden er eindelijk voor moeten zorgen een politiek antwoord te ontwikkelen in plaats van op emotioneel niveau Jodenhaat te aanvaarden als argument om te kunnen overleven. Arendt was onder geen beding bereid te dwepen met haar Jood zijn. Zij houdt van geen enkel volk, alleen maar van haar vrienden. De bom in hun relatie barstte definitief door haar verslaglegging van Eichmann in Jeruzalem. Hij vond haar kil en harteloos.

Berding vertelt nog veel meer over liefde en vriendschap. Zijn boek staat vol sappige anekdotes. Berding heeft een vlotte stijl en het is heerlijk om zijn boek te lezen. Ik ben er erg enthousiast over. Alleen het hoofdstuk over Heidegger vind ik iets minder. Waarom? Volgens Berding gaat het in de verhouding tussen Heidegger en Arendt toch vooral om een lange monoloog van zijn kant. Heidegger is voortdurend bezig Hannah uit te leggen wat er met haar als vrouw gebeurt en denkt steeds in haar plaats voor haar na. Hij ziet heel goed dat hij haar nooit zal bezitten, maar vindt wel dat zij in zijn leven thuishoort en met hem mee zal groeien. Later, wanneer zij zich van hem heeft losgemaakt, zal zij in hem een sluwe vos zien die in zijn eigen val is gelopen. Berding somt op wat Arendt allemaal voor Heidegger heeft gedaan en hoe weinig hij voor haar. Hij beticht hem van ‘dominant egocentrisme’ (blz. 50).

Zoals zoveel Arendt-adepten kan Berding geen geloof hechten aan haar lovende woorden ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag. Maar ik denk dat je die woorden veel ernstiger moet nemen dan men gewoonlijk doet. Arendt bewondert Heidegger echt en daarom is hun vriendschap ondanks zijn tijdelijke poging het nationaalsocialisme een nieuwe richting te geven (de Führer te führen) overeind gebleven. Daarvoor zijn drie redenen aan te geven die Berding niet of slechts gedeeltelijk noemt.

Ten eerste dat Arendt een stevige opvatting heeft van haar eigen doel en betekenis. Arendt vindt dat je politiek moet handelen, terwijl voor Heidegger het denken zelf een handelen is. De filosoof is per definitie geen politicus, dat zit in het vak zelf. Filosofie maakt eenzaam terwijl Arendt het als opdracht ziet dat je je rol in de wereld speelt en de openbaarheid opzoekt om te handelen. Zij ziet zichzelf dus als politieke denker en volgens haar is dat is iets anders dan een filosoof. Hoewel zij een andere weg gaat dan hij, koesterde Arendt om die reden een grote bewondering voor Heidegger – en die bewondering moet veel serieuzer worden genomen dan men tot nu toe heeft gedaan: ‘De storm die door het denken van Heidegger trekt – net zoals de storm die ons na duizenden jaren nog uit het werk van Plato tegemoet waait – komt niet uit onze eeuw. Hij komt uit het oeroude en wat hij achterlaat is iets dat is voltooid, iets dat zoals al het voltooide thuis hoort bij het oeroude.’[1] Arendt ziet zichzelf als iemand die politieke geschiedenis schrijft en daarover nadenkt, en dat is iets anders dan Heideggers seynsgeschichtliches Denken over een andere aanvang.

Heeft Heidegger echt niets voor Arendt gedaan? Dat lijkt mij heel onwaarschijnlijk. Zo kom ik bij mijn tweede punt. Peter Trawny wijst erop dat hij haar bij hun eerste ontmoeting na de oorlog in 1950 een manuscript cadeau heeft gedaan van Die Geschichte des Seyns (GA 69). Dit bijzonder belangrijke handschrift is in haar nalatenschap aangetroffen vol met onderstrepingen. Het gaat hier om Heideggers analyse van de totale heerschappij (want die is er wel degelijk ook bij Heidegger!), bij uitstek een thema voor Arendt.[2]

De veertig pagina’s die Heidegger hier wijdt aan Das Wesen der Macht (GA 69, 51-90) zijn verbluffend actueel en zullen op Arendt grote indruk hebben gemaakt. In 26 punten (GA 69, 62-71) karakteriseert hij de macht. Macht is altijd meer macht willen, macht is machtiging tot overmachtiging, macht kan geen doelen stellen want zodra zij zijn bereikt begint zij weer opnieuw met nieuwe doelen, de macht heeft geen dragers nodig, de dragers zijn uitdrukking van de macht, niet andersom. Omdat de macht een dwingende invulling door en van het zijn van het zijnde is heeft zij het ontbreken van waarheid tot vooronderstelling en fundament. Eerst is er geen waarheid, dan pas is er macht. Macht bepaalt de politiek, niet andersom. Macht en techniek zijn hetzelfde. Machenschaft, maakbaarheid, machinaties en intriges karakteriseren het tijdperk van de techniek, de industrialisatie en het imperialisme. Overal is onrust. De imperialist, de mens van de macht is niet meer dan een fletse functionaris van wie er geen één liegt. En toch liegen ze allemaal. (GA 69, 80) Kortom in menig opzicht een prelude op wat Arendt beweegt en verder heeft uitgewerkt en ingevuld.[3]

En dan punt drie: Hölderlin. Voor de betekenis van deze dichter voor hun verhouding heeft Berding niet veel oog. Maar hun briefwisseling staat daar vol mee. Het is Arendt volstrekt duidelijk hoezeer het deze dichter is die Heidegger heeft geholpen zich los te maken van het nationaalsocialisme. Hölderlin is van het begin af aan de schutspatroon van hun liefde en vriendschap. Zo schrijft Heidegger al op 12 april 1925 aan haar: ‘Ik leef veel met Hölderlin en overal ben jij mij nabij.’ Op 23 augustus 1925 schrijft hij dat hij vooral bezig is met Hölderlins Hyperion en verklaart hij dat zij en haar liefde bij hem en zijn werk horen. En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Arendt was een hartstochtelijke lezeres van Hölderlin en is dat tot het einde gebleven. Ook Heideggers commentaren op zijn werk heeft zij herhaalde malen gelezen en de onderstrepingen in de boeken uit haar nalatenschap tonen dat duidelijk aan.[4] Wanneer Berding ons een bekrompen en kleinsteedse Heidegger voorschotelt en zijn provincialisme contrasteert met het kosmopolitisme van Arendt in New York, en wanneer Berding beweert dat het om een eenzijdige relatie gaat waarin hij neemt en zij geeft, dan moet dat beeld toch wel door deze drie dingen enigszins worden bijgesteld.

 

Joop Berding, Het gepassioneerde leven van Hannah Arendt. Liefde, vriendschap en de wereld, Gompels & Svacina, Antwerpen & Den Bosch, 2024, 242 blz,. ISBN 978 94 6371 535 5, € 28,50

 

 

Eric Bolle promoveerde in 1981 aan de Universiteit van Amsterdam met een proefschrift over Nietzsche. In de jaren 1985 en 1986 ontving hij een stipendium van de Fritz Thyssen Stiftung om over Heideggers interpretaties van Hölderlins poëzie te vorsen. Bij ASP Editions verscheen in 2016 zijn studie Hölderlin en Heidegger. Een andere aanvang voor de filosofie. Speciale vermelding verdient zijn vertaling van Hölderlins stukken over Sophokles en Pindarus die hij samen met de beeldend kunstenaar Marcel Wesdorp publiceerde op de website Bewijsbare Mythen.

 

[1] Hannah Arendt en Martin Heidegger, Briefe 1925-1975, bezorgd door Ursula Ludz, Klostermann, Frankfurt a.M., 1998,blz. 192.

[2] Peter Trawny: Weltanschauung bei Heidegger. Zum Verhältnis von Philosophie und Nationalsozialismus, YouTube, kanaal van Daseinsanalyse Österreich, 47.21-48.21.

[3] Martin Heidegger, Die Geschichte des Seyns, Gesamtausgabe deel 69, bezorgd door Peter Trawny, Klostermann, Frankfurt a.M. 1998. Zie ook Eric Bolle: De andere aanvang op mijn website Het Absolute.

[4] Zie behalve de briefwisseling Liliane Weisberg, ‘Hannah Arendt, Martin Heidegger, Friedrich Hölderlin’, in: Friedrich Vollhardt (red.), Hölderlin in der Moderne, Erich Schmidt Verlag, Berlijn, 2014, blz. 114-127.

Het geluk van nabijheid. Hannah Arendt over vriendschap...
‘Eén van de grootste geschenken van deze wereld’