Zelfs bij degenen met niet meer dan elementaire kennis van de geschiedenis van Italië in de twintigste eeuw is de naam van Giacomo Matteotti bekend: de socialistische politicus die in juni 1924 werd vermoord door een fascistische knokploeg, al dan niet op instigatie van premier Benito Mussolini persoonlijk. Matteotti had zich in het Italiaanse parlement openlijk en onomwonden tegen het fascisme gekeerd. De moord op oppositieleider bracht een ernstige politieke crisis teweeg – het regiem van Mussolini wankelde zelfs –, maar bleek uiteindelijk het begin van de vestiging van een totalitair bestel in het land. Toch was de Italiaanse oppositie met deze moord niet monddood gemaakt. Had het verzet tegen het bewind tot aan de moord op Matteotti nog een overwegend parlementair karakter, nadien was dat vooral ondergronds en werd het, noodgedwongen, voor een groot deel vanuit het buitenland aangestuurd. Een belangrijke rol daarin speelde de organisatie Giustizia e Libertà, die zich enerzijds richtte op propaganda tegen de regering, maar anderzijds niet terugdeinsde voor (plannen tot) militante actie.
Eén van de voormannen van Giustizia e Libertà was Carlo Rosselli (*1899), die samen met zijn broer Nello (*1900), op 9 juni 1937 werd vermoord in Bagnoles-de-l’Orne, ruim tweehonderd kilometer ten zuidwesten van Parijs, terwijl hij in Frankrijk verbleef in politieke ballingschap. De dubbele moord werd gepleegd door leden van La Cagoule, een Franse fascistische groepering – en net als bij de moord op Matteotti is het niet duidelijk of, maar zeker niet uitgesloten dat Mussolini er persoonlijk opdracht toe had gegeven. Over de moord op de gebroeders Rosselli heeft Luc Rasson, emeritus hoogleraar Franse letterkunde aan de Universiteit Antwerpen, onlangs een fascinerend boek uitgebracht: Voor alles komt de daad. Rasson schetst uitgebreid de politieke voorgeschiedenis van de moord, en gaat daarnaast in op het leven van de gebroeders Rosselli, telgen uit een welgestelde Joodse familie. Was Nello de meer bedachtzame van de broers, die in zijn werk als historicus zijn kritiek op Mussolini subtiel naar voren bracht, Carlo daarentegen, die rechten en sociale wetenschappen had gestudeerd aan onder meer de London School of Economics, was meer activistisch ingesteld. Daarbij bepleitte Carlo Rosselli een ‘liberaal socialisme’ – een vorm van socialisme waarin de vrijheid van het individu uitdrukkelijk wordt gerespecteerd, anders dan bijvoorbeeld in de Sovjet-Unie van zijn tijd. Want net als de veel beroemder geworden Engelse schrijver George Orwell keerde Rosselli zich evenzeer tegen het communisme als tegen het fascisme. Was Carlo Rosselli niet vermoord, dan had hij – suggereert Rasson – na de Tweede Wereldoorlog kunnen uitgroeien tot een leidende figuur in de Italiaanse politiek, en zelfs internationaal van betekenis kunnen zijn, net zoals medestanders in Giustizia e Libertà als Ferruccio Parri (1890-1981), de eerste naoorlogse premier van Italië, en Sandro Pertini (1896-1990), president van 1978 tot 1985.
In het laatste deel van zijn boek werpt de auteur enkele intrigerende vragen op. Waarom, bijvoorbeeld, is de moord op Matteotti algemeen bekend, terwijl dat – in elk geval buiten Italië –veel minder geldt voor de moord op de gebroeders Rosselli? En zou de idee van een ‘liberaal socialisme’ nog betekenis kunnen hebben voor de dag van vandaag?
Voor alles komt de daad is boeiend en informatief, en helder geschreven vanuit een duidelijke betrokkenheid bij het onderwerp. In het Nederlandse taalgebied is dit het eerste boek over deze dubbele politieke moord en daarmee een geslaagde en welkome aanvulling op de geschiedschrijving over Italië in de twintigste eeuw.
Luc Rasson, Voor alles komt de daad. De broers Rosselli tegen Mussolini, Uitgeverij Ertsberg, Antwerpen, 2025, paperback, 272 blz., geïllustreerd, ISBN 9789464984262, € 27,50
