Branko Milanović*

 

De eerste en meest duidelijke les die we kunnen leren uit het confisqueren van bezittingen van Russische oligarchen is dat Rusland voor 24 februari geen oligarchie was, zoals velen meenden, maar een autoritaire autocratie. In plaats van te worden geregeerd door enkele rijke mannen, werd het land geregeerd door één man. Om deze (nogal vanzelfsprekende) conclusie te trekken, moeten we kijken naar de oorspronkelijke onderbouwing die werd gegeven voor het dreigen met inbeslagname. Toen de Amerikaanse regering sprak over inbeslagname van bezittingen van oligarchen, was dat nog voor de oorlog en in de verwachting dat de oligarchen, geconfronteerd met het vooruitzicht dat zij het grootste deel van hun geld konden verliezen, druk zouden uitoefenen op Poetin om Oekraïne niet binnen te vallen. We kunnen aannemen dat 99% van de oligarchen, misschien wel alle, beseften wat de risico’s waren en tegen de oorlog moeten zijn geweest. Maar hun invloed was, zoals we weten, nihil. Ironisch genoeg verloren ze hun bezittingen omdat ze geen macht hadden.

Wanneer hun invloed op zo’n belangrijke zaak, waarbij al hun bezittingen en hun levensstijl in het geding waren, nihil was, dan was het systeem duidelijk geen plutocratie, maar een dictatuur. Ik schreef hierover eerder in juli 2019, in een stuk getiteld ‘Oligarchen en oligarchen’, waarin ik onderscheid maakte tussen de vroege Russische miljardairs die het politieke systeem manipuleerden (men moet niet vergeten dat het Boris Berezovski was die Poetin onder de aandacht van Boris Yeltsin bracht, omdat hij meende dat Poetin gemakkelijk kon worden gemanipuleerd), en de latere miljardairs die werden gezien als hoeders van staatsbezittingen die hen op elk moment door politieke beslissingen konden worden ontnomen. Onverwachts gebeurde het dat niet de Russische, maar de Amerikaanse staat hen hun bezittingen ontnam. Maar dat deed zij juist omdat werd gedacht (misschien niet in alle gevallen terecht) dat deze miljardairs ‘staatsoligarchen’ waren.

Deze les heeft betrekking op de aard van het Russische politieke systeem. Maar wat zijn de implicaties van de inbeslagname van bezittingen? Er zijn, denk ik, twee soorten implicaties: wereldwijde, en specifieke voor Rusland.

De wereldwijde implicatie is dat buitenlandse plutocraten die vaak hun geld vanuit hun eigen land wegsluisden naar ‘veilige toevluchtsoorden’ in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Europa, er veel minder zeker van zullen zijn dat dit een verstandig besluit is. Dit geldt op de meest duidelijke wijze voor Chinese miljardairs die hetzelfde lot zou kunnen wachten als de Russische. Maar het zou ook voor veel anderen kunnen gelden. Het regelmatig gebruik van economische en financiële drukmiddelen betekent dat als er politieke kwesties zijn tussen het Westen en (bijvoorbeeld) Nigeria of Zuid-Afrika of Venezuela, hetzelfde recept kan worden gebruikt voor miljardairs uit deze landen, hetzij eenvoudig als straf, hetzij in de verwachting dat zij het beleid van hun regeringen beïnvloeden. In dergelijke omstandigheden zou het erg onverstandig zijn, hun geld te bewaren op plaatsen waren het evenmin veilig is als in hun eigen landen. We kunnen dus de ontwikkeling van andere financiële centra verwachten, mogelijk in de Golfstaten of in India. Financiële versplintering ligt erg voor de hand, en zou worden aangestuurd niet alleen door de angst van miljardairs, maar ook door de duidelijke angst van tegenstanders van de Verenigde Staten zoals China dat ook de bezittingen van hun regeringen enkel stukjes papier blijken te zijn.

Wat zijn de waarschijnlijke implicaties voor Rusland? Hier moeten we naar de langere termijn kijken, voorbij de regering-Poetin. De conclusie die miljardairs en mensen dichtbij de macht zullen trekken is dezelfde die al enkele keren is getrokken in de geschiedenis van Rusland en/of  de Sovjet-Unie, maar telkens weer werd vergeten. Als we de conflicten tussen de tsaar en de bojaren buiten beschouwing willen laten, laten we dan kijken naar de overeenkomsten tussen de huidige tijd en het regime van Stalin. Ook Stalin was in staat door handig te manoeuvreren op te klimmen van een ‘grijze schim’ (zoals Trotski hem omschreef) naar een positie waar hij de volledige macht had, daarbij inbegrepen, in de laatste jaren van zijn bewind, de volledige macht over het Politburo. Poetin mag dan nog niet zijn begonnen met het executeren van mensen in zijn omgeving, maar hij heeft laten zien dat zij geen enkele politieke betekenis voor hem hebben. De conclusie die toekomstige Russische oligarchen zullen trekken is dezelfde als de leden van het Politburo trokken: het is beter een gedeelde leiding te hebben waarin individuele ambities kunnen worden gecontroleerd, dan een leiding waarin een enkele persoon de volledige macht heeft.

Ik denk dat toekomstige oligarchen (die waarschijnlijk nu al de eerste stappen zetten) zullen beseffen dat zij ofwel kunnen samenwerken, ofwel samen zullen hangen. Onder Yeltsin, toen zij het regeringsbeleid dicteerden, verkozen zij elkaar te bestrijden, brachten het land dichtbij de anarchie en zelfs een burgeroorlog, en maakten zo de opkomst mogelijk van Poetin, die enige orde bracht.

Een andere implicatie lijkt sterk op wat ik de wereldwijde implicatie noemde. Weer is het nuttig terug in de tijd te gaan. Toen oorspronkelijk de privatisering plaatsvond in Rusland, was de algemeen gebruikte economische logica dat het niet uitmaakt (met het oog op de efficiëntie) wie de bezittingen krijgt omdat zij uiteindelijk toch zouden worden overgenomen door betere ondernemers, en omdat iedereen een aansporing zou hebben om te strijden voor de rechtsstaat, eenvoudig om hun bezittingen te beschermen. De communisten zullen niet kunnen terugkeren: ‘als de tandpasta eenmaal is uitgeknepen, krijg je hem niet terug in de tube’ (dit was de favoriete metafoor om te pleiten voor de snelle en onrechtvaardige privatisering). De vergelijking met Amerikaanse ‘roversbaronnen’ werd gemaakt, die immers ook vaak met illegale middelen rijk werden, maar er belang bij hadden te strijden voor de veiligheid van eigendom toen zij eenmaal rijk waren. De verwachting was dat de Russische miljardairs hetzelfde zouden doen.

Deze verwachting werd omgedraaid toen de miljardairs een (ogenschijnlijk) veel betere manier vonden om hun geld veilig te stellen: het naar het Westen wegsluizen. De meesten van hen deden dit en het altijd leek een uitstekende beslissing – altijd, tot ongeveer zes weken geleden. De nieuwe post-Poetin miljardairs zullen deze les waarschijnlijk niet vergeten; we kunnen verwachten dat zij een zwakke centrale regering zullen steunen, dat wil zeggen, een ware oligarchie, en een binnenlandse rechtsstaat zullen verlangen – juist omdat ze niet langer elders een plek hebben waar ze hun rijkdom veilig kunnen stallen.

 

(Vertaling: Herman Simissen)

Branko Milanović (01953) is een Servisch-Amerikaanse econoom, onder meer verbonden aan de City University of New York en de London School of Economics. Hij is vooral bekend door zijn werk over inkomensverdeling en ongelijkheid. De oorspronkelijke tekst verscheen op 16 april jl. op http://glineq.blogspot.com/ en wordt hier met toestemming van de auteur in Nederlandse vertaling gepubliceerd.