Herman Servotte

W.H. Auden, 1907-1973

W.H. Auden behoort tot de uitgesproken moeilijke, zogeten intellectuele dichters die, naar het getuigenis van Auden zelf, slechts node verzaken aan het gedachtelijk juistere woord ten voordele van het mooiere én opdringerige rijmwoord. Door zijn pregnant biografische inslag weerspiegelt Audens hele oeuvre de levensgeschiedenis van een fijnbesnaarde en gekwelde geest, die na jaren van morele en intellectuele strijd, een opmerkelijke rust en wijsheid vond in het herontdekte (Anglicaanse) geloof van zijn jeugd.

verschenen: Januari 1979, blz. 34

jaargang: 46/04

Een glasscherf in het oog
De schrijver is een moordenaar. Over Georges Arnaud
De mol en de mus over diepte versus...
‘Sommige vragen kun je alleen beantwoorden met een...
Georg Trakl vertaald en toegelicht
Bruidsschat voor mijn zoon Ibrahim
En altijd is het de vrouw
De les van Gyges
Het gebrul van de onheuglijke waterval (II)
Het gebrul van de onheuglijke waterval (I)
‘J’avais toujours raison’
Brood en wijn
Vier weggedeemsterde gedichten van Jorge Luis Borges in...
Wie knoeit is dapper
De metafysica van Moby-Dick
Het spoor dat achterblijft
Ziekte en Engagement
Quinten Weeterings en de Posthistoire
Psychiatrische experimenten
Éric Michaud
‘Het is mijn innerlijk kind’
Brideshead Revisited en het katholicisme
Vagina monetaria dentata. Over onwelvaart van Steve Marryt
Mijn Queer Kruisweg
Cirkels in steen
Betje Wolff springlevend
Maart 1678: De eerste moderne roman?
Rory Stewart, Politics on the Edge: boekbespreking
Kafka und kein Ende möglich
Januari 1677: de laatste première van Racine II