Jorge Luis Borges: blind en briljant
Jorge Luis Borges (1899-1986) bracht het grootste deel van zijn leven door in Buenos Aires, als dichter, schrijver, hoogleraar en directeur van de Nationale Bibliotheek. Nadat hij door een progressieve oogziekte volledig blind was geworden, moest Borges zijn verzen aan medewerkers dicteren. Het Spinoza-sonnet uit 1963 is een mooi voorbeeld. Het werd door de moeder van Borges eigenhandig neergeschreven op briefpapier van de Nationale Bibliotheek. Borges was een markante persoonlijkheid. Steeds gekleed in een strak pak, zoals een English gentleman. Hij woonde samen met zijn moeder die 99 jaar oud zou worden. De Amerikaanse biograaf Norman Thomas di Giovanni vertelt dat de hoogbejaarde moeder bedlegerig was en haar dagen vulde met telefoongesprekken.[1] Ze at steevast havermout en bevuilde de hoorn met speeksel en pap.
Borges liep in een ongeluk toen hij na de dood van zijn moeder in het huwelijk trad met een jeugdliefde, de in de tussentijd weduwe geworden Elsa Astete Millán die tien jaar jonger was dan hij. Volgens de plaatselijke roddelpers kon Borges zijn echtgenote na amper drie jaar huwelijk niet meer uitstaan. Om de echtscheiding te rechtvaardigen stelde Borges een lijst op met 27 echtelijke grieven. De lijst werd met succes door zijn advocaat gebruikt: het huwelijk werd in 1971 ontbonden. Hieronder de zo letterlijk mogelijke vertaling van de eerste zes grieven op de lijst. Het is bij mijn weten de eerste keer dat ze in het Nederlands worden vertaald.
(1) Sinds drie jaar kan ik mijn huis niet meer binnenkomen zonder angst voor verwijten, sombere stiltes en alle vormen van humeurigheid. Mijn vrouw eist een verklaring en een verantwoording voor al mijn woorden en daden.
(2) Ze is vijandig tegenover mijn familie en tegen bijna al mijn vrienden; om onaangename taferelen te voorkomen, kan ik geen van hen thuis uitnodigen.
(3) Ze bemoeit zich met al mijn privézaken; en heeft geprobeerd de secretaresses van de Nationale Bibliotheek ertoe aan te zetten mijn correspondentie te bespioneren, mijn telefoongesprekken en mijn bezoekers.
(4) Ze heeft verschillende keren gesproken met José Edmundo Clemente, de vicedirecteur van de Nationale Bibliotheek, om persoonlijk tussen te komen in de leiding van dat huis.
(5) Ze belemmerde, en probeerde mijn relaties met Norman Thomas di Giovanni te annuleren, met wie ik samenwerk aan de vertaling van elf van mijn boeken voor uitgeverij Dutton in New York
(6) Ze heeft niet de minste interesse getoond in mijn literair werk, maar wel in de financiële resultaten van dit werk.
In ons taalgebied wordt weinig aandacht besteed aan het werk van Borges. Zijn gedichten werden door slechts twee (Nederlandse) auteurs op systematische wijze vertaald: door Barber van de Pol en door Robert Lemm. Beiden hebben ook een aantal essays en korte verhalen vertaald. Barber van de Pol heeft Borges meer dan eens bezocht in Buenos Aires. Haar levendige relaas verscheen in het literair tijdschrift De Revisor.[2] Er is nog enorm veel materiaal dat tot op heden niet in het Nederlands beschikbaar is. Bijvoorbeeld, er zijn voordrachten bewaard gebleven waar Borges op meesterlijke wijze spreekt over Spinoza.[3]
Borges was een autodidact. Zonder universitaire opleiding werd hij toch aangesteld als hoogleraar literatuur aan de universiteit van Buenos Aires. Hij had zichzelf geschoold in de laatmiddeleeuwse poëzie van pater Luis de León en was naar eigen zeggen schatplichtig aan Cervantes en Quevedo. Deze drie namen behoren tot de canon van de grote, klassieke auteurs van het Iberische schiereiland. Borges werd al vroeg een avant-gardistisch dichter, dit nadat hij in aanraking was gekomen met het modernisme van zijn landgenoot, de stijve Leopoldo Lugones. Hier is iets bijzonder gebeurd: vertrekkend vanuit de grote auteurs zoals Cervantes hernieuwde Borges de Spaanstalige poëzie.
Prologen
Leopoldo Lugones (1874-1938) schreef een meesterlijke proloog voor zijn dichtbundel Lunario Sentimental van 1909.[4] Borges was hiervan zodanig onder de indruk dat ook hij zich waagde aan een grootse proloog voor zijn eerste dichtbundel, Fervor de Buenos Aires (1923). Het Spaanse woord fervor betekent hartstocht, passie, gloeiend enthousiasme. Borges gaf aan zijn proloog zelfs een speciale titel: A quien leyere, het betekent kortweg ‘Aan wie zal lezen’.
In de volgende paragraaf uit 1969 schrijft Borges op zeventigjarige leeftijd over zijn jongere ik toen hij in 1923 zijn eerste dichtbundel in eigen beheer had uitgegeven:
Ik heb het boek niet herschreven. Ik heb de barokke excessen gemitigeerd, ik heb ruwe kantjes afgevijld, ik heb sentimentaliteiten en vaagheden geschrapt en, tijdens het verloop van deze arbeid die soms aangenaam en soms ongemakkelijk was, heb ik het gevoel dat de jongeman die het in 1923 schreef in essentie – wat betekent in essentie? – al dezelfde man was als degene die zich nu neerlegt of corrigeert […] Voor mij, prefigureert Fervor de Buenos Aires alles wat ik daarna zou doen […] In die tijd zocht ik zonsondergangen, buitenwijken en de ellende; nu, de ochtenden, het centrum en de sereniteit.
Aldus de late Borges over Fervor de Buenos Aires in een heruitgave van zijn verzameld werk in 1969.
Borges schreef Fervor in vrije vers en het werk is doordrenkt van metaforisch taalgebruik. Het verzameld fictief werk van Borges – gedichten en korte verhalen – is eigenlijk één grote metafoor.
Bij Borges is alles metafoor
Borges had in het werk van Lugones de idee gevonden van een poëzie in vrije vers met metaforen. Het was Lugones die als eerste Zuid-Amerikaan de techniek van het vrije vers had toegepast, maar Borges zou deze stijl tot een ongeëvenaarde kunst weten te verheffen. In een krantenartikel van 17 juni 1979 zegt Borges dat Lugones autoritair en hautain was. Lugones zou zich gedragen hebben zoals een gerechtshof dat in laatste aanleg beslist. Hij was – volgens Borges – een dichter die in Argentinië sterk werd bewonderd en diep gerespecteerd, maar tegelijk niet geliefd vanwege zijn onuitstaanbaar karakter. Uit liefdesverdriet beroofde Lugones zichzelf van het leven.
In de proloog van zijn Sentimentele Maankalender schrijft Lugones het volgende:
… het vers leeft van de metafoor […] Het vrije vers betekent, zoals zijn naam aangeeft, een eenvoudig en groots iets: de verovering van een vrijheid […] Nakijken op het vers, is zoals het minachten van een schilderij of de muziek. Een karakteristiek fenomeen voor het gebrek aan cultuur.
De editie van 1923
De evolutie van Fervor de Buenos Aires is een opmerkelijk fenomeen. Borges heeft zijn princeps-editie van 1923 in latere uitgaven keer op keer aangepast. De ene metamorfose volgde op de andere. Gedichten werden inhoudelijk gewijzigd door andere woorden te gebruiken, sommige gedichten kregen nieuwe titels, en een aantal gedichten werd radicaal verwijderd. In vergelijking met de eerste uitgave is de allerlaatste een totaal andere bundel.
De eerste druk van Fervor in 1923 werd beperkt tot 300 exemplaren en staat onder liefhebbers bekend als de princeps-editie. Verzamelaars tellen voor een origineel exemplaar van 1923 graag € 30.000 neer. Pikant detail: de oorspronkelijke bundel van 1923 werd gedrukt door uitgeverij Serantes uit Buenos Aires die destijds berucht was vanwege de uitgave van het pornografische tijdschrift Mimí. Boekhandelaar Alberto Caceres van Buenos Aires heeft in 1993 een facsimile kopie laten drukken van de originele bundel uit 1923. Deze (loutere) kopie is gegeerd onder verzamelaars en kost om en nabij € 500, inclusief portokosten. Op een symbolische manier heeft Caceres het aantal beperkt tot 300 exemplaren.
In 1999 begon voor Alberto Caceres een lijdensweg toen hij per ongeluk een origineel exemplaar van Fervor in handen kreeg dat gestolen bleek uit de nationale bibliotheek van Argentinië. Hij kreeg het hierdoor aan de stok met ene Alejandro Vaccaro uit Buenos Aires. Vaccaro is vijf keer uit de echt gescheiden en hieruit kunnen we afleiden dat Caceres niet met een gemakkelijke tegenstander te maken had. Ik heb dit persoonlijk kunnen ondervinden toen ik Don Alejandro eens opbelde om een vraag over Borges te stellen. Het gesprek verliep onaangenaam ondanks mijn inspanningen om het aangenaam te houden. Don Alejandro woont in een enorm pand in Recoleta, dé historische buurt van Buenos Aires. Zijn huis heeft hij omgetoverd tot een museum-labyrint dat volgepropt staat met duizenden originele stukken uit het Borges-erfgoed. De inboedel is ondertussen vele miljoenen euro’s waard.
Vier gedichten
Borges heeft rond 1922 gedichten geschreven die werden gepubliceerd in verschillende tijdschriften. In de voorliggende bijdrage worden twee gedichten uit deze ‘prehistorische’ periode van Borges hernomen. Het betreft het gedicht ‘Forjadura’ (i) uit het tijdschrift Proa en het gedicht ‘Aterdecer’ (ii) dat in het tijdschrift Manomètre verscheen. Beide publicaties dateren uit 1922. Vervolgens komen de gedichten ‘Dictamen’ (iii) en ‘Resplandor’ (iv) aan bod die in de princeps-editie van 1923 werden opgenomen. Na de publicatie in de tijdschriften Proa en Manomètre respectievelijk in de bundel van 1923, zouden deze vier gedichten nooit meer opnieuw verschijnen. Ze behoren tot de categorie van gedichten die Jorge Luis Borges met opzet liet wegdeemsteren. De periode 1922 is prehistorisch omdat Borges toen nog een onbekend schrijver was. Het opgraven van zijn vroegste gedichten is bij gebrek aan herpublicaties onvermijdelijk een archeologische bezigheid.
Verwondering en ideeëngeschiedenis
De verwondering is de basis van alle wetenschap en a fortiori de basis van alle denken. Het is voor mij onmogelijk om niet in verwondering te staan tegenover de vroegste geschriften van Jorge Luis Borges. Herontdekte gedichten zijn geen autonome, op zichzelf staande entiteiten. Ze zijn ingebed in een stroom van gedachten, een stroom waarin onder andere Cervantes en Quevedo hebben gestaan, maar ook Lugones die in de Lage Landen totaal onbekend is.
Mij werd gevraagd wat de reden zou kunnen zijn om deze gedichten op te graven. Wel, het literaire werk van Borges behoort tot het erfgoed van de letterkunde. De studie van dit erfgoed is radicaal, het is een studie die blijft doorvragen. Hoe ontstaan en evolueren ideeën? Wat is de genese van een idee? Hoe leidt het ene idee tot een ander idee? Hoe is het werk van de vroege Borges ontstaan? Hoe zijn de latere gedichten ontstaan? Wat was het begin? Wat waren de invloeden? Het gepubliceerde werk van Borges bestaat uit ideeën – van hemzelf en van anderen – die in zinnen en verzen werden gekristalliseerd. Daarom is de ideeëngeschiedenis ons werkveld.
Voorliggende bijdrage poogt interesse op te wekken voor Borges en de schoonheid van de ideeëngeschiedenis te doen inzien.
*****
Smeedwerk
Vertaling van Forjadura – het origineel verscheen in het tijdschrift Proa uitgegeven te Buenos Aires, jrg. 1922, nr 2, blz. 2.
Zoals een blinde met vooroplopende handen
die muren opzijzetten en naar hemelen turen
tast ik traag door de verrassing
door de gekloofde nachten
de komende verzen
Ik moet de formidabele schaduw verbranden
in zijn ongeschonden kampvuur
purper van woorden
over de rug gegeseld door de tijd
Ik moet het huilen van de eeuwen opsluiten
in het harde diamant van het gedicht
Onbelangrijk is dat de ziel
alleen en naakt rondwaart zoals de wind
indien het universum van een glorieuze kus
mijn leven nog niet bevat
en in het zwijgen woest een schreeuw
Om verzen te zaaien
is de nacht braakliggende grond.
Forjadura
(origineel)
Como un ciego de manos precursoras
que apartan muros y vislumbran cielos
lento de azoramiento voy palpando
por las noches hendidas
los versos venideros
He de quemar la sombra formidable
en su límpida hoguera
púrpura de palabras
sobre la espalda flagelada del tiempo
He de encerrar el llanto de los siglos
en el duro diamante del poema
Nada importa que el alma
ande sola y desnuda como el viento
si el universo de un glorioso beso
aún abarca mi vida
y en lo callado se embravece un grito
Para ir sembrando versos
la noche es una tierra labrantía.
Commentaar bij Smeedwerk / Forjadura
Het tijdschrift Proa werd door Borges opgericht in 1922. Er verschenen achttien nummers. Onder de titel stond in het eerste nummer het opschrift ‘Tijdschrift voor literatuur’. Vanaf het tweede nummer verandert het opschrift in ‘Tijdschrift voor literaire vernieuwing’.
In een ander tijdschrift, genaamd Ultra, schreef Borges in 1921 als prille twintiger het korte artikel ‘Anatomie van mijn Ultra’. Hier argumenteert de dichter dat de poëzie over twee onontbeerlijke middelen beschikt: het ritme en de metafoor. Volgens Borges is het één het akoestisch element, het ander het lichtgevend element. Hij eindigt zijn bijdrage met het postulaat dat poëzie een kunst moet zijn dat de oppervlakkigheid ontvlucht… ‘un arte que rehuyese lo dérmico’.
Het gedicht ‘Forjadura’ werd door Borges heropgenomen in de eerste editie van Fervor de Buenos Aires. In deze eerste herpublicatie uit het tijdschrift Proa in 1922 in de bundel Fervor in 1923 krijgt het gedicht een aantal aanpassingen in de interpunctie. In een uitgave van 1969 van het verzameld werk ontbreekt dit gedicht, alsook in de andere herpublicaties.
In de vierde regel van ‘Smeedwerk’ staat las noches hendidas. Noches is meervoud en betekent gewoon ‘nachten’, maar hoe vertalen we hendidas ? Ik weet het eerlijk gezegd niet goed. De eerste betekenis van het werkwoord hender is een vast lichaam openen of opensnijden zonder de delen volledig van elkaar te scheiden. De tweede betekenis is het doorkruisen of doorsnijden van water of lucht. De ruimteraket scheurt door de atmosfeer. De duikboot snijdt in volle vaart door het water. En de dichter… die tast door de gekloofde nachten? Door de gesneden nachten? Door de gekliefde nachten? Door de opengespleten nachten? Door de gescheurde nachten?
*****
Zonsondergang
Vertaling van ‘Atardecer’ – het origineel verscheen in het tijdschrift Manomètre, jrg. 1922, nr. 2, blz. 71.
Van de verbittering van je onliefde
jouw schoonheid
geeft in overvloed zijn mirakel door de tijd
In jou is het geluk
zoals de lente in een nieuw blad
Stil aan jouw zijde
bloedt de stilte
Ik ben bijna niemand meer
ik ben slechts een verlangen
dat verloren gaat in de namiddag
In jou ligt het genot
zoals de wreedheid in de zwaarden
Atardecer
(origineel)
A despecho de tu desamor
tu hermosura
prodiga su milagro por el tiempo
Està en ti la ventura
como la primavera en la hoja nueva
Quedamente a tu vera
se desangra el silencio
Ya casi no soy nadie
soy tan solo un anhelo
que se pierde en la tarde
En ti està la delicia
como està la crueldad en las espadas
Commentaar bij Zonsonderang / Atardecer
‘Zonsondergang’ of ‘Atardecer’ werd door Borges opgenomen in de Fervor de Buenos Aires-editie van 1923. Hij deed dit op een opmerkelijke manier. De twaalf regels van ‘Zonsondergang’ in het tijdschrift Manomètre van 1922 maken in de Fervor-bundel van 1923 plots deel uit van een langer gedicht dat ‘Zaterdagen’ heet en uit 52 regels bestaat. De verbeterde versie van 1923 bevat vijf punten en een komma, in tegenstelling tot het oorspronkelijk gedicht van 1922 dat zonder interpunctie werd afgedrukt. Manomètre bevat een Franstalige vertaling van ‘Zonsondergang’. In die vertaling eindigt het gedicht met een punt terwijl dat niet het geval is in het origineel.
In de vierde en in de twee laatste regels van het Spaanse origineel staat het accent in de verkeerde richting. De vertaler van 1922 gebruikte driemaal het accent grave terwijl de juiste Spaanse grammatica voor de derde persoon enkelvoud een accent aigu vereist.
Wat er ook van zij, het gedicht ‘Atardecer’ zoals afgedrukt in Manomètre in het jaar 1922 zou daarna nooit meer in dezelfde vorm herdrukt worden.
Manomètre werd opgericht door de Franse arts Émile Malespine. Op zijn gedenkplaat lees ik dat hij de stichter was van de avant-gardistische beweging in Lyon. Hij was psychiater, dichter, oud-strijder van de grote oorlog, schilder, experimenteel filmmaker, toneelschrijver en zo veel meer. Het tijdschrift verscheen tussen 1922 en 1928 en heeft 9 afleveringen gekend. Pagina 81 van nummer vijf bevat een grafiek van de Antwerpse kunstenaar Jozef Peeters, een tijdgenoot van Paul van Ostaijen.
Een manometer wordt gebruikt om druk te meten. Manomètre verwijst op een symbolische manier naar het meten van de druk in het denken. Dat is de uitleg van Jean, de zoon van Malespine die in 1977 het voorwoord verzorgde van de anastatische facsimile reproductie van Manomètre.
Manomètre
Mélange des langues
Enregistre des idées
Indique la pression sur tous les méridiens
Est polyglotte et supranational

*****
Rapport
‘Dictamen’ – verschenen in de princeps-bundel Fervor de Buenos Aires van 1923
Als een boek opgehemeld wordt
verbale glorie, grootse stijl en verheerlijking van beelden
zal ik mijn enthousiasme niet afvijlen
en mijn stem zal het levende gereedschap van diens eer zijn
mijn devotie zal me niet bedriegen
en stil
zal ik weten dat dit list en gelukkige valstrik is.
Maar bij het beëindigen van een glad boek
dat niet bang maakte noch gelukkig was met opschepperij
voel ik door zijn invloed
zich verrechtvaardigen de andere boeken, mijn leven
en de eigen existentie van de dingen,
met dankbaarheid prijs ik hem, en met liefde bewaar ik hem
zoals iemand een kus in het geheugen bewaart.
Dictamen
(origineel)
Si altivecen un libro
gloria verbal, grandeza en el estilo y exaltación de imágenes
no limaré mis entusiasmos
y será mi voz viva herramienta de su honra
mas no me embaucará mi devoción
y silenciosamente
sabré que aquello es artimaña y trampa dichosa.
Pero si al terminar un libro liso
que ni atemorizó ni fue feliz con jactancia
siento que por su influjo
se justifican los otros libros, mi vida
y la propia existencia de las cosas,
con gratitud lo ensalzo, y con amor lo atesoro
como quien guarda un beso en la memoria.
Commentaar bij Rapport / Dictamen
Het gedicht ‘Dictamen’ werd opgenomen in de Fervor-editie van 1923. De dichter hanteert een barokke stijl en gebruikt hiervoor archaïsche woorden. ‘Dictamen’ begint in de eerste strofe met een werkwoordvervoeging van het substantief altivez, dat is een archaïsch-religieus woord voor hoogmoed.
Een ‘dictamen’ is in Zuid-Amerika een bureaucratische term die gebruikt wordt voor een technisch uitgeschreven oordeel van een niet-rechterlijke instantie.
*****
Schittering
‘Resplandor’ – verschenen in de princeps-bundel Fervor de Buenos Aires van 1923
Altijd ontroerend is de zonsondergang
hoe luidruchtig of verlegen hij ook mag zijn,
maar nog ontroerender
is die schittering wanhopig en finaal
wiens roest iedere ruimtelijke laagvlakte veroudert
wanneer niets aan haar horizon herinnert
aan de ijdelheid van het westen.
Het strakke en verschillende licht houden we pijnlijk vast
dat licht, zo zonder oorzaak
dat een hallucinatie is die aan het leven oplegt
onze unanieme angst voor de schaduw
en die zich vernietigt en plots ophoudt
wanneer we de valsheid ervan opmerken,
zoals de geldigheid van een droom vervalt
wanneer de dromer bemerkt dat hij slaapt.
Resplandor
(Origineel)
Siempre es conmovedor el ocaso
por vocinglero o apocado que sea,
pero más conmovedor todavía
es aquel brillo desesperado y final
cuya herrumbre avejenta cualquier llanura espaciada
cuando en su horizonte nada recuerda
la vanagloria del poniente.
Nos duele sostener esa luz tirante y distinta
esa luz tan sin causa
que es una alucinación que impone a la vida
nuestro unánime miedo de la sombra
y que se desbarata y cesa de golpe
al advertir nosotros su falsía,
como la validez de un sueño caduca
cuando el sonador advierte que duerme.
Commentaar bij Schittering / Resplandor
Het gedicht ‘Resplandor’ is moeilijk te vertalen. Ik had aan een deskundige uit Merksem verschillende vertaalpogingen voorgelegd en die vond mijn voorontwerpen maar houterig.
In 1923 was de zonsondergang van Borges vocinglero of luidruchtig. In de gewijzigde versie van 1946 werd het auditieve vocinglero vervangen door het visuele charro, wat zoveel betekent als een bonte verzameling van slechte smaak, bijvoorbeeld schreeuwerige kleuren of het samenbrengen van kleuren die niet bij elkaar passen, maar charro betekent ook ‘over-gedecoreerd’.
Borges laat in Resplandor zien dat hij van jongs af over een uitgebreide en tegelijk ongewone woordenschat beschikte:
- ocaso: is een vreemd woord voor zonsondergang dat niemand eigenlijk gebruikt.
- apocado: een vreemd woord dat timide, schuchter, verlegen betekent.
- llanura espaciada: betekent letterlijk vlakte met veel plaats of vlakte met veel ruimte.
- poniente: een ster die zich in aan de horizon verbergt, maar ook de occident of het westen.
Reageren? Mail naar: stefan.polakiewiez@gmail.com
Stefan Polakiewiez (1977) is geboren in Antwerpen en studeerde er rechten. Hij woont in Lima, specialiseert zich permanent in het leven en werk van Leo Apostel, heeft drie zonen met oudtestamentische voornamen en is koopman van beroep.
[1] N.T. Di Giovanni, Georgie & Elsa, The Friday Project, Londen, 2014, 262 blz.
[2] Barber van de Pol, “Borges”, De Revisor 1986, jg. 13, blz. 26-44.
[3] Conferentie Freudiaanse School van Buenos Aires op 22 februari 1981 en de Conferentie van de Hebreeuwse sociëteit van Buenos Aires op 1 april 1985.
[4] Vertaling: Sentimentele Maankalender
