Op reis door een verleden land

Over Joegoslavië van Johan de Boose

 

 

Tijdens een reis door Montenegro belandt de Vlaamse schrijver Johan de Boose in een bar.

‘Wat is het beste wat u hebt meegemaakt in uw leven?’, vraagt hij de ober die hem bedient.

‘Het einde van Joegoslavië’, antwoordt deze prompt.

‘En het ergste?’

De ober schudde zijn hoofd en lacht: ‘Het einde van Joegoslavië’. (blz. 403)

 

Deze ambivalente houding kwam De Boose voortdurend tegen bij zijn talrijke bezoeken aan de landen die vroeger Joegoslavië vormden. De Boose (*1962), opgeleid als Slavist, geniet vooral bekendheid als romancier, dichter, essayist, toneelschrijver en acteur. Sinds jaar en dag is hij gefascineerd door Joegoslavië, en in zijn onlangs verschenen vuistdikke boek Joegoslavië. Kroniek van zes of zeven landen getuigt hij van deze fascinatie. Zes of zeven landen – of Kosovo al dan niet moet worden beschouwd als een onafhankelijk land blijft nog altijd omstreden. Het boek heeft de vorm van een reisverslag; De Boose besteedt aan elk van de landen, ook aan Kosovo, een hoofdstuk. Een uitzondering maakt hij voor Kroatië, waaraan twee hoofdstukken worden gewijd. Uitgangspunt was het van begin tot einde afrijden van de Snelweg van Broederschap en Eenheid die na de Tweede Wereldoorlog werd aangelegd om het noorden en het zuiden van Joegoslavië met elkaar te verbinden, ten einde ‘alle volken van de unie met elkaar te verenigen’. (blz. 31). Zoals Joegoslavië inmiddels niet meer bestaat, bestaat ook de Snelweg van Broederschap en Eenheid niet meer als zodanig, maar hij kan als weg in de afzonderlijke landen nog wel worden bereden. Tijdens zijn rit blijft De Boose niet op de voormalige snelweg, maar slaat hij voortdurend zijwegen en -weggetjes in, om mensen te bezoeken, plaatsen te bezichtigen, monumenten en gedenktekens te bekijken, enzovoort. Zo ook slaat hij in zijn betoog voortdurend allerlei zijpaden en afslagen in – de Snelweg van Broederschap en Eenheid vormt de rode draad van de tekst, waaromheen hij allerlei draden vlecht over de geschiedenis van Joegoslavië, over de literatuur van het voormalige land, de film, kunst en wat al niet, omdat hij zoveel mogelijk, liefst alles!, te weten wil komen over het land dat hem al zo lang fascineert, in de hoop het te begrijpen. Ook aan de Nederlandse schrijver A. den Doolaard (1901-1994, pseudoniem van Bob Spoelstra) die net als De Boose gefascineerd was door Joegoslavië en er veelvuldig over schreef in onder meer de romans De herberg met het hoefijzer (1933), De bruiloft der zeven zigeuners (1939) en Het land achter Gods rug (1956), wordt volop aandacht besteed. Ook wordt de lezer getrakteerd op lofzangen op het niet zelden overweldigend natuurschoon – dat weliswaar in de verschillende regio’s heel anders van karakter is, maar op eigen wijze steeds indrukwekkend. Niet voor niets gold Joegoslavië in de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw als een paradijs voor toeristen, en niet enkel en alleen voor de vele zonaanbidders aan de kust. De verschillende landen proberen tegenwoordig weer aan te haken bij die reputatie; toerisme wordt opnieuw als een belangrijke mogelijke bron van inkomsten gezien. Zo ook wordt de plaatselijke keuken van de verschillende streken door De Boose soms in detail voorgesteld (een reiziger moet per slot van rekening goed eten en drinken…).

In veel Westerse landen wordt het beeld van Joegoslavië ook heden ten dage nog eerst en vooral bepaald door de bloedige oorlogen die er, als gevolg van een sterk oplevend nationalisme in de verschillende deelrepublieken, uitbarstten in de jaren na het overlijden van alleenheerser maarschalk Tito (1892-1980, eigenlijk Josip Broz). Uiteindelijk leidden deze conflicten aan het begin van de jaren 1990 tot het formeel uiteenvallen van het land in zes (of zeven) onafhankelijke staten. De Boose gaat deze periode geenszins uit de weg, maar hij is evenmin een ‘dark tourist’ die zich hoofdzakelijk concentreert op plaatsen zoals Srebrenica – Srebrenica waar zich een bloedbad heeft afgespeeld, voor de ogen van een passief blijvend Dutchbat (het Nederlandse bataljon van de VN-vredesmacht in Bosnië). Niettemin is de beschrijving van zijn bezoek aan deze plaats even ijzingwekkend als indrukwekkend. Toch waarschuwt De Boose voor de neiging de Joegoslavische oorlogen te bezien in zwart-wit termen, in termen van schuldige daders tegenover onschuldige slachtoffers; hij laat zien dat de conflicten een complexe achtergrond hadden, teruggaand op de Tweede Wereldoorlog en zelfs nog verder. In hedendaagse debatten over deze oorlog is veel meer kennis van die achtergrond nodig, en vooral ook veel meer nuance, wil men enigszins kunnen komen tot inzicht in, en begrip van, wat zich nu eigenlijk heeft afgespeeld – zoveel maakt De Boose overtuigend duidelijk met dit boek. De eenduidige veroordeling van Servië als aanstichter en hoofddader die al te vaak wordt uitgesproken is dan ook zonder meer misplaatst.

Een heel enkele keer lijkt de algemene kennis van de auteur te kort te schieten. Zo merkt hij op dat de cultus van Mithra vanuit het oosten overal op de Balkan verspreid raakte, en ‘[i]k vond zelfs sporen in Slovenië’ (blz. 450). De cultus van Mithra raakte echter door het hele Romeinse Rijk verspreid, ‘meegenomen’ door legionairs, en sporen ervan – zelfs tempels – kunnen bijvoorbeeld ook in het noorden van Engeland, bij de Muur van Hadrianus, worden aangetroffen. Dat er ook in Slovenië sporen zijn is dus niet zo opmerkelijk.

Maar zo’n detail laat onverlet dat De Boose met Joegoslavië. Kroniek van zes of zeven landen een in alle opzichten monumentaal boek heeft geschreven – een indrukwekkend getuigenis van zijn fascinatie voor een land dat dan wel niet meer bestaat, maar desondanks kan worden bezocht omdat het op allerlei manieren voortleeft, met name ook, maar zeker niet alleen in de herinnering van de talloze mensen die De Boose op zijn reizen sprak. Een land dat, zo laat de auteur overtuigend en soms zelfs meeslepend zien, een bezoek meer dan waard is. En voor wie het land zelf niet wil (of kan) bezoeken is het lezen van dit prachtige boek een meer dan uitstekend surrogaat.

 

Johan de Boose, Joegoslavië. Kroniek van zes of zeven landen, De Bezige Bij, Amsterdam, 2025, gebonden, 672 blz., geïllustreerd, ISBN 9789403137513, € 39,99

Strijden om de universele betekenis van de mens
Terug in de kamers van weleer
Cahier Jeroen Brouwers
Op reis door een verleden land
Schuldig landschap, een begrip van Armando
Johan de Witt en Baruch de Spinoza
Een glasscherf in het oog
De schrijver is een moordenaar. Over Georges Arnaud
De mol en de mus over diepte versus...
‘Sommige vragen kun je alleen beantwoorden met een...
Georg Trakl vertaald en toegelicht
Bruidsschat voor mijn zoon Ibrahim
En altijd is het de vrouw
De les van Gyges
Het gebrul van de onheuglijke waterval (II)
Het gebrul van de onheuglijke waterval (I)
‘J’avais toujours raison’
Brood en wijn
Vier weggedeemsterde gedichten van Jorge Luis Borges in...
Wie knoeit is dapper
De metafysica van Moby-Dick
Het spoor dat achterblijft
Ziekte en Engagement
Quinten Weeterings en de Posthistoire
Psychiatrische experimenten
Éric Michaud
‘Het is mijn innerlijk kind’
Brideshead Revisited en het katholicisme
Vagina monetaria dentata. Over onwelvaart van Steve Marryt
Mijn Queer Kruisweg