Over de extreme commercialisering van het voetbal
Zoals degenen die mijn bijdragen op Substack en andere korte stukken lezen zouden kunnen hebben opgemerkt, heb ik de laatste jaren nauwelijks nog commentaar gegeven op iets dat met voetbal te maken heeft. Ik heb veel van mijn belangstelling verloren, deels door de onderbreking die covid met zich meebracht (en de treurige aanblik van lege tribunes en door tv-makers ingeblikte geluiden van supporters), en vervolgens raakte ik er in toenemende mate van vervreemd door de extreme commercialisering van het spel. Niet dat beroepsvoetbal ooit vrij was van geld of commerciële belangen. Maar in de pas blijvend met de neoliberale vermarkting is voetbal zo schaamteloos en openlijk vercommercialiseerd dat enkele van zijn oorspronkelijke kenmerken – waardoor het zich onderscheidde van andere sporten – verloren zijn gegaan. Een sport die historisch gezien wortelde (niet alleen in Engeland, de wieg van het voetbal, maar in alle landen waar het zich in de twintigste eeuw verspreidde) in de plaatselijke gemeenschap en in de maatschappelijke klasse (burgers tegenover arbeiders; gemengde afkomst tegenover wit; rechts tegenover links) is nu een ontwortelde sport geworden. Het voetbal is losgeraakt van het grootste deel van zijn worteling in een plaats, natie en klasse. Het zelfs twijfelachtig, meen ik, in hoeverre het nog een ‘sport’ kan worden genoemd, en niet ‘vermaak’ in de zin waarin die term wordt gebruikt in Hollywood en Madison Avenue.
Ik denk niet dat deze kritiek op de huidige toestand van de voetbalsport, en impliciet op zijn bonden (de FIFA en de groep van regionale organisaties), nieuw is. Mensen zeggen dit al jaren. En het is gestaag erger geworden. Misschien heeft het kijken naar de finale van de Champions’ League van dit jaar me meer dan ooit de ogen geopend. Zonder in te gaan op details van de wedstrijd, denk ik dat het niet oneerlijk zou zijn die samen te vatten door te zeggen dat het (a) een heel saaie wedstrijd was, waarin het ontbrak aan individuele flitsen van genialiteit; en (b) dat het enkel een fysieke en tactische strijd was. De spelers, van wie de fysieke moed, conditie en uithoudingsvermogen buitengewoon zijn, leken meer op schepsels uit een door kunstmatige intelligentie voortgebracht computerspel dan op voetballers uit het verleden. Geen Omar Sivori die weigerde scheenbeschermers te dragen, geen verwilderde, door cocaïne aangedreven Maradona, geen half-slapende Garrincha op de rechtervleugel, geen dikbuik Ferenc Puskas die nog geen honderd meter kon rennen maar wel honderden doelpunten maakte, geen vijfde Beatle, geen gek individu. Dus er waren ook geen onverwachte passes, geen ongelooflijke dribbels, geen solo acties, geen bizarre bewegingen. Maar er waren veel tactische omtrekkende bewegingen, met spelers opgesteld als Romeinse legionairs die een moeilijke manoeuvre uitvoeren voordat zij de strijd aangaan, die hun precies afgebakende taken tot in de perfectie uitvoeren.
Bij dit gebrek aan genialiteit en die overvloed aan tactiek komt dan nog, dat het winnende team grotendeels een kunstmatige schepping is, door buitenlands geld geïmplanteerd in een van de grootste hoofdsteden van Europa – die niet bekend staat om haar liefde voor dit spel. Inmiddels heeft het team inderdaad een grote aanhang verworven, maar die aanhang heeft niet zelf aan de wieg gestaan; zij was nooit machtig en hartstochtelijk genoeg om een team te vormen. Integendeel, de aanhang werd gevormd nadat het team eenmaal beroemd was geworden. Er was geen tijdsverloop, geen eigen ontwikkeling die gedurende een aantal jaren, stap voor stap, een team heeft gevormd. Het is hetzelfde als wanneer men in plaats van bomen te planten om schaduw te bieden, eenvoudig bomen uit het bos ontwortelt en op het trottoir plant. Inderdaad, bij hitte geven beide evenveel schaduw. Maar de ene groep bomen zou zijn gevormd door een gemeenschap die, jarenlang, toezag op haar ontwikkeling; de andere zou zijn ingebracht door projectontwikkelaars. In dit geval zo goed als in verschillende andere besloten projectontwikkelaars eenvoudig geld te investeren in voetbal veeleer dan in het bouwen van nieuwe woonblokken in steden. Dit is de manier waarop tegenwoordig winnende teams worden gevormd. Uit het niets, vanuit de samenleving gezien.
Het is niet verrassend dat de winnende teams steeds vaker dezelfde zijn: in de Champions’ League waren gemiddeld 25 teams kwartfinalist in elke cyclus van vijf jaar van 1958 tot vroeg in de jaren 2000. Sindsdien is dat aantal gedaald tot ongeveer 20, en in de laatste cyclus is het slechts 15 (zie de grafiek en uitleg hieronder). Het toppunt van saaiheid zal zijn bereikt als elk jaar dezelfde 8 teams kwartfinalist zijn.

Uitleg bij de grafiek. De grafiek toont het aantal clubs dat kwartfinalist is in elke cyclus van vijf jaar in de Champions’ League (of de Europa Cup, zoals het vroeger werd genoemd), beginnend met de cyclus van 1958-1962. Bij de meest evenwichtige competitie zouden er elk jaar 8 verschillende teams in de kwartfinale staan, en dus zou de meest evenwichtige Champions’ League 40 verschillende teams zien in elke cyclus van vijf jaar (5 x 8 = 40). Het hoogste aantal in de grafiek is dus 40. De meest ‘gemonopoliseerde’ of ‘gecentraliseerde’ competitie zou elk jaar dezelfde 8 teams in de kwartfinale zien. Het laagste aantal in de grafiek is dus 8. Bijgevolg: hoe hoger de waarde, des te evenwichtiger is de competitie. De Champions’ League ontwikkelde zich van ongeveer 25 verschillende teams in elke cyclus tot vroeg in de jaren 2000, maar slechts 20, en nu – in de huidige cyclus van 2023 tot 2027 zal het aantal vermoedelijk rond de 15 zijn (de huidige waarde, na drie jaar, is 12).
Dit spektakel – want het is nu inderdaad een spektakel – heeft de kenmerken van een circus aangenomen, heel sterk in de finale van dit jaar. Het omroepen van de namen van de spelers met overdreven nadruk, het vuurwerk, het inzetten van enorme schermen (zoals ook in het nieuwe Bernabeu in Madrid), het aankondigen van het binnenkomen van de spelers alsof zij gladiatoren zijn herinnerde me aan wat American football is geworden. Het is een soort sport, enkel een ‘soort’ – maar verstoken van alle kenmerken van worteling in plaats en klasse die ik eerder noemde. De teams kunnen verhuizen van de ene plaats naar de andere, de franchise bestaat om geld te verdienen. De voetbal-franchises van de FIFA en de UEFA zijn inmiddels gigantische bedrijven; spelers zijn entertainers, de wedstrijd een circus, en de zakenlui zijn er om het geld in hun zak te steken.
PS: Deze kritiek op de FIFA en de UEFA zou er niet toe moeten leiden dat men vergeet dat een nog veel ergere organisatie het tennis beheerst. Daarover schreef ik een paar jaar geleden. De tennisbond is net zo buitensporig vercommercialiseerd als de voetbalbond, en bovendien door niemand gekozen, en gemonopoliseerd door een paar rijke individuen uit rijke landen, zozeer dat de Wereldbeker Tennis altijd op dezelfde plekken worden gespeeld, jaar na jaar. Deze vorm van monopolisering heeft zich gelukkig in het voetbal nog niet voorgedaan, maar het is niet ondenkbaar dat het zou gebeuren. Dan zal de finale van de Champions’ League altijd in dezelfde plaats worden gespeeld, met min of meer dezelfde teams, en de Wereldkampioenschappen zullen altijd worden gehouden in een of twee landen.
(vertaling: Herman Simissen)
Branko Milanović (°1953) is een Servisch-Amerikaanse econoom, onder meer verbonden aan de City University of New York en de London School of Economics. Hij is vooral bekend door zijn werk over inkomensverdeling en ongelijkheid. De oorspronkelijke tekst verscheen op 1 juni jl. op https://branko2f7.substack.com/p/a-different-game en wordt hier met toestemming van de auteur in Nederlandse vertaling gepubliceerd.
