Van een beweging voor joodse emancipatie en bevrijding evolueerde het zionisme tot een etnisch-nationalistische staatsideologie die uitsluiting, gewelddadige onderdrukking en uitroeiing van Palestijnen rechtvaardigt. Met de holocaust – letterlijk brandoffer (de jodenuitroeiing) aan God (Israël) – als rechtvaardiging, begaat Israël oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid en genocide, met Benjamin Netanyahu en zijn extreemrechtse kompanen als doodgravers van het oorspronkelijk zionisme.

De beschaafde wereld kijkt weg zoals tijdens de jodenuitroeiing, de Eindoplossing van het Europese jodenprobleem. Nogal wat overlevenden van die Endlösung weken uit naar de nieuwe kolonie in het Midden-Oosten. Beter kwijt dan rijk, zullen heel wat Europese politici hebben gedacht. Erkentelijkheid voor die massale emigratie naar het beloofde land en, later, de herdenking van de holocaust werkten stilzwijgen over Israëls misdaden tegen de menselijkheid in de hand, ook al groeiden de overtuigingen van enkele Israëlische leiders uit tot een angstaanjagende nieuwe versie van joodse suprematie, racisme en fascisme.

Neen, hier is geen antisemiet of holocaustontkenner aan het woord, maar de in Israël geboren en getogen Omer Bartov, een gerenommeerd onderzoeker van genocides en wat ermee samenhangt. Hij doctoreerde op een proefschrift over de misdaden van de Wehrmacht, het gewone Duitse leger, in Oost-Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bartov werd tijdens zijn in Israël verplichte vier jaar militaire dienst geconfronteerd met de schrijnende armoede en wanhoop van vele Palestijnen en begreep wat Israëlische bezetting zoal inhoudt.

Omer Bartov, 22 September 2022. Wikimedia Commons

Eind 1987 gaf Yitzhak Rabin als Israëlisch minister van landsverdediging de instructie om armen en benen van Palestijnse jongeren te breken als ze stenen gooiden naar zwaarbewapende soldaten. Bartov toetste deze ontmenselijkende ministeriële instructie aan de jarenlange indoctrinatie die soldaten van de Wehrmacht in staat stelde om talloze Polen, joden en bolsjewieken zonder te verpinken af te maken. Het waren voor hen geen mensen, maar Untermenschen. Rabin zei belasterd te zijn door de vergelijking van Bartov.

 

Catastrofe

Daags na de eenzijdige oprichting van de joodse staat (Joodse Volksraad, 18 mei 1948) begonnen joodse kolonisten, dat ‘volk zonder land’, met de gewelddadige verdrijving van de vele Palestijnen die in het ‘land zonder volk’ woonden. Goed zevenhonderdduizend Palestijnen werden uit woning en woongebied verdreven met methodes die joodse kolonisten nu nog hanteren op de Westelijke Jordaanoever, in de rug gedekt door Israëlische militairen. Uitbreiding van het Lebensraum noemden nazi’s dergelijk geweld, levensruimte scheppen voor Übermenschen.

Elk jaar in mei herdenken Palestijnen de Nakba of catastrofe (ook de benaming van de jodenuitroeiing voordat Shoah en Holocaust ingeburgerd raakten). Beide slachtoffergroepen beroepen zich op het unieke karakter van hun slachtofferschap en verbannen zo de mogelijkheid van vergelijking en vredestichting.

In de Onafhankelijkheidsverklaring beloofde Israël sociale en politiek gelijkheid, rechtvaardigheid voor alle burgers, ongeacht religie, ras of geslacht en trouw aan de principes van het Handvest van de Verenigde Naties. Tegen 1 oktober 1948 zou een grondwet dat garanderen. Achtenzeventig jaar later heeft Israël nog steeds geen constitutie.

Het land voor joden werd een Joodse Staat met niet-joodse inwoners zonder recht op rechten. Scheidingsmuren, omleidingswegen, controleposten, tot de tanden gewapende Israëliërs, doden en kolonisten maken de apartheidsstaat nog aanschouwelijker. Israël noemt zichzelf de enige democratie in het Midden-Oosten, maar in de Declaration of Independence is geen sprake van democratie noch van grenzen. Integendeel, verklaard werd dat grenzen niet kunnen worden vastgelegd op een moment dat ze nog onvoorspelbaar zijn.

De onafhankelijkheidsverklaring van Israël kwam er alleen maar om te voldoen aan de verwachtingen van de VN om de joodse staat te erkennen. Religieuze partijen verzetten zich sinds 1950 tegen een volledig uitgeschreven grondwet, omdat die hun privileges kan bedreigen. De bijbelse wet volstaat. Zeker wat betreft de relatie tussen staat en religie, joden en niet-joden. Volgens Bartov is de staat ‘steeds joodser geworden aangezien religie een almaar grotere plaats heeft gekregen in samenleving, cultuur en politiek’. Een geobsedeerde ‘staat van joden, etnisch begrepen – en alleen van de joden’ met ‘als resultaat de gestage erosie van democratische en humanistische waarden in het openbare leven, zelfs wat betreft de joodse bevolking – laat staan de Palestijnse burgers van Israël.’

Had men in 1948 een grondwet uitgevaardigd dan had die het zionisme, als ideologie van zowel bevrijding als etnisch nationalisme, overbodig gemaakt. De staat was opgericht als joodse natiestaat en de in 1950 aangenomen terugkeerwet maakte er een permanent toevluchtsoord van voor alle joden die hulp en redding zochten. Het zionisme had met andere woorden bereikt wat het in de late negentiende eeuw wilde bereiken, onder moeilijke omstandigheden en tegen een hoge prijs. Het had toen in de archieven kunnen worden opgenomen als een opmerkelijk, maar niet langer relevant historisch moment.

Maar in plaats daarvan groeide ‘het zionisme uit tot staatsideologie en op bepaalde wijze tot staatsgodsdienst’. Een steeds koppiger, paranoïder, gewelddadiger en uiteindelijk racistischer staatsideologie, deels geworteld in oude ideeën en overtuigingen.

Herinnering aan en herdenking van de Europese jodenuitroeiing speelde aanvankelijk zo goed als geen rol in Israël en de rest van de wereld. De vele naar Israël uitgeweken overlevenden waren in de ogen van zionisten maar diaspora-joden, zwakkelingen die zich als lammeren naar de slachtbank hadden laten leiden. Pas in de jaren 1980 werden Shoah en Holocaust onderdeel van een retoriek van herinnering en herdenking die ook internationaal werd opgedrongen. In Israël veranderde het ‘nooit meer’ genocide langzaam maar zeker in ‘nooit meer genocide op joden’. De holocaust werd het bindmiddel tussen soms vijandig tegenover elkaar staande sectoren van de joodse bevolking (seculiere en orthodoxe, oude en jonge joden). ‘Holocaust’ verwees niet langer alleen naar voorbij onheil, maar naar elk vermoeden van bedreiging van Israël. Militaire superioriteit in het Midden-Oosten kreeg absolute prioriteit, met als meevaller dat militaire operaties, hoe onmenselijk ook, niet hoeven te worden verantwoord. Verwacht werd en wordt immers dat de wereld door schuldbewustzijn (wegkijken tijdens de Endlösung) en de voort durende herdenking van de holocaust, ook nu niet daadwerkelijk zou tussenkomen. Eigen volk eerst primeert voor iedereen.

 

Stenen tijdperk

Bartov veroordeelt de terreurdaad van Hamas van 7 oktober 2023, maar hij begrijpt de onderliggende oorzaak, de toenemende wanhoop van Gazanen na zestien jaar bezetting en onderdrukking, met almaar somberder vooruitzichten qua levensonderhoud, onderwijs, gezondheid en levensverwachting. Hamas reageerde zoals veel andere koloniaal onderdrukte volkeren. Hun opstandig verzet wordt door kolonisten gezien als de bevestiging van hun vastgeroeste overtuiging dat het gekoloniseerde volk onmenselijk is, wezens die onderdrukt, verdreven en uitgeroeid mogen en misschien moeten worden.

Yoav Gallant, gewezen Israëlisch minister van landsverdediging, noemde Hamas – en bij uitbreiding alle Palestijnen – ‘menselijke dieren’. Kolonisatie, schreef Aimé Césaire, een Martinikaanse auteur, in 1950 in zijn Discours sur le colonialisme (Martinique is nog steeds een overzees Frans departement in de Caraïbische zee), ‘ontmenselijkt zelfs de meest beschaafde mens’ omdat het ‘gebaseerd is op minachting voor de inboorling en gerechtvaardigd wordt door die minachting’. De kolonisator kalmeert zijn geweten door de ander als dier te zien en te behandelen, waardoor die ander geneigd is zich als dier te gedragen. Het ‘boemerangeffect van kolonisatie’, noemde Césaire het.

Cynisch is, dat de rechtse Israëlische regering lang voor 7 oktober miljoenen Qatarese dollars aan Hamas doorsluisde, geld dat werd gebruikt voor wapens en de constructie van een uitgebreid tunnelsysteem onder Gaza. In oktober 2015 noemde Bezalel Smotrich, de machtige Israëlische minister van Financiën, Hamas een pluspunt of aanwinst voor Israël. Want Hamas wordt, anders dan de Palestijnse Autoriteit (Westelijke Jordaanoever), door vrijwel de hele wereld als een terreurorganisatie gezien die Israël wil vernietigen. Het bestaan van Hamas rechtvaardigt Israëls mateloze bewapening en tomeloze oorlogsterreur.

De theoretisch begrijpelijke terreurdaad van Hamas werd door Israëlische haviken aangegrepen als dé kans om zich te ontdoen van alle Palestijnen en, nu de wereld toch wegkijkt naar het verleden, de Westelijke Jordaanoever met alle geweld te verjoodsen. Zeker, schrijft Bartov, ‘er hebben pogroms plaatsgevonden binnen de door Israël gecontroleerde gebieden, maar ze worden uitgevoerd, steeds vaker en feller, door kolonisten’.

Politici en de Israel Defense Forces (IDF) zetten alle vernietigingswapens in – met uitzondering van kernbommen – om Gaza terug te bombarderen naar het stenen tijdperk. Er werd en wordt niet beknibbeld op een dode baby meer of minder. Palestijnen die deze staatsterreur hadden overleefd, werden beroofd van hebben en houden, voedsel en water, onderwijs en cultuur, gezondheidsvoorzieningen en internationale hulpverlening. Het hoogste niveau van het Genocideverdrag dus, maar de wereld roerde zich niet daadwerkelijk, laat staan dat men gekleurde Palestijnen te hulp schoot alsof het witte Oekraïners waren. ‘Als het IDF duizend honden in Gaza zou doden, zou er meer publieke ophef zijn’, zei een Israëliër tegen Bartov.

Israël heeft in Gaza al minstens 68.000 Palestijnen vermoord, 80% daarvan burgers, vooral kinderen. Tienduizend mensen zijn nog steeds vermist, gestikt of verpletterd onder zestig miljoen toen giftig puin (asbest, lood van leidingen, chemicaliën). Duizenden baby’s, chronisch zieken en de velen die spoedhulp nodig hebben, werden door doelgerichte Israëlische vernietiging van medische voorzieningen (‘medicide’ noemt de VN het) en blokkering van buitenlandse hulp beroofd van de mogelijkheid van menselijk bestaan.

Dit alles stelt de relevantie en de werkbaarheid van het VN-genocideverdrag van 1948 meer dan ter discussie.

 

Vals en echt antisemitisme

Het onvermogen van de Israëlische bevolking (al lang gewend geraakt aan de bezetting en brutale behandeling van Palestijnen) enige empathie te voelen voor Palestijnen, wordt in de hand gewerkt door de media. Joods leed en slachtofferschap wordt dik in de verf gezet, dat van Palestijnen verdonkeremaand of gebagatelliseerd. Bij een bezoek aan Israël (Bartov doceert sinds 1989 in de VS) probeerde Bartov te spreken met links-liberale vrienden. Steeds weer stuitte hij op een muur van stilte of werd snel van gespreksonderwerp gewisseld. Bartov wordt, ook al is hij jood en Israëliër, als afstandelijk toeschouwer weggezet, voorbijgaand aan de mogelijkheid dat hij als buitenstaander iets onafhankelijker kan oordelen met een betrokkenheid die niet noodzakelijk fout is. Het thuisland van Bartov is hoe dan ook niet langer zijn thuis.

De definitie van antisemitisme die in 2016 door het International Holocaust Remembrance Alliance werd bedacht, noemt Bartov een schandelijke projectie van Israëlische en westerse vooroordelen, waarbij ‘de herinnering aan de slachtoffers van het nazisme cynisch gebruikt wordt om al wie kritiek heeft op de toenemende schendingen van het internationale recht door de joodse staat als antisemiet af te doen’. Dergelijke beschuldigingen van antisemitisme helpen de ‘liegende, corrupte en extremistische Israëlische’ leiders om hun ‘extremistisch, racistisch beleid’ voort te zetten.

Israël, dat het definitieve antwoord op antisemitisme had moeten zijn, is een excuus geworden voor vals en echt antisemitisme. ‘Uit ongemak, afschuw en afkeer’ keren zelfs voormalige aanhangers zich af ‘van een aan geweld en onderdrukking verslaafde natie, afhankelijk van grootmachten en financiële invloed, met voortdurend aandringen op de verschrikkingen van de Holocaust als excuus voor ongebonden geweld tegen Palestijnen.’

 

Kinderen doden

De geslaagde terreurdaad van Hamas was een militair fiasco voor Israël. De staat faalde in de bescherming van zijn burgers. Bartov voert dit terug op ‘de zelfgenoegzaamheid van het militaire en politieke establishment’ die in de afgelopen decennia volhielden ‘dat de bezetting beheerd kon worden en dat er daarom geen noodzaak was om een politieke oplossing te zoeken die pijnlijke concessies kon vergen.’

Het meest schokkende van de terreurdaad van Hamas was ook voor Bartov de onuitsprekelijk wrede slachting van 38 minderjarigen, onder wie 2 baby’s. Daarnaast werden 116 kinderen wees, en 42 anderen gegijzeld. Maar, vervolgt hij, daartegenover staat het VN-rapport waaruit blijkt dat begin 2025 minstens 14.500 Palestijnse kinderen werden gedood door Israëlische terreur, met nog veel meer gewonden. Ondertussen zouden al 18.000 kinderen slachtoffer geworden zijn van wat cynisch ‘onvermijdelijke nevenschade’ (collateral damage) wordt genoemd.

‘Gaza heeft nu de eer het hoogste aantal kinderamputaties per hoofd van de bevolking ter wereld te hebben.’ De totale stilte hierover in Israël is oorverdovend. De ‘Israëlische onverschilligheid (…) is ook het product van een overdreven, zelfingenomen, pornografische preoccupatie met eigen pijn en lijden, belichaamd door het lot van die onschuldige, ‘engelachtige kinderen’, met de woorden van Netanyahu.

Bartov denkt dat de genocide in Gaza Israël eindelijk kan bevrijden van de status van unieke staat geworteld in unieke Holocaust. De vrijbrief van Israël zou dus binnenkort verlopen. Maar voor die fundamentele koerswijziging is ‘massieve, voortdurende en consistente internationale druk nodig en een goed ontworpen strategisch en politiek kader.’

De visie van Bartov op het vroege zionisme en de oprichting van Israël als een vorm van compensatie voor het wegkijken tijdens de Endlösung, is voor kritiek vatbaar. Die kritiek komt hier niet aan bod omdat de goed onderbouwde stellingen van Bartov, zowel insider als outsider, van veel groter belang zijn.

 

Gie van den Berghe is ethicus en historicus, en was verbonden aan UGent. Belangrijkste werken: Met de dood voor ogen (1987), De mens voorbij (2008), Kijken zonder zien (2011). Recentste boek: Sieg heil! Van mythische groet tot verderfelijke ideologie (2020). Website: www.serendib.be.

 

Omer Bartov, Israel: What went wrong?, Penguin/Fern Press, London, 2026, 245 blz., ISBN

9781911717706, €23

 

Literatuur

 

Aimé Césaire, Discours sur le colonialisme, Présence Africaine, Parijs, 2004 (1950)

Helen Epstein, ‘Gaza’s Deadly Soil’, in: New York Review of Books, 22.7.2026

 

De geest van de jaren ’90 en de...
Holocaust als vrijbrief voor genocide
Schets van een nieuwe dysto-utopische wereld met grote...
Wat hadden Ulla en Stig in I970 in...
Vraag niet naar mijn winst, laten we het...
Zelfkritische tegenmacht als recept tegen een teflon overheid
‘Dit is (niet) wie we zijn’. Volgens wie?
Vier juli 2026
Hoe de ‘deugden’ van neoliberale globalisering de weg...
De Babylonische spraakverwarring tussen macht en tegenmacht
Een ander spel
WK 2026 van start
Kunstmatige intelligentie en de toekomst van het kapitalisme
Koert Debeuf over de situatie in het Midden-Oosten
Licht in het puin
Christelijk nationalisme
Inleiding: Denken als revolte in tijden van crisis...
Over rijkdom en macht in het nieuwe tijdsgewricht
Andrew Winnick over de blijvende aantrekkingskracht van Trump...
Yoeri Andropov: een man die een tweede Deng...
Verdien je vanuit moreel oogpunt wat je financieel...
Werken of niet werken
Het grote raadsel van de Grote Terreur
De politieke gevolgen op lange termijn van Poetin
Fascisme in postmoderne tijden
Hoe de kaders te schetsen van een economische...
Een korte Nieuwjaarsoverdenking
Hedendaagse overweging: autoritarisme
Rusland: een ideologie voor binnenlands, en één voor...
Opus Dei en Project 2025