In juli zullen de Verenigde Staten de tweehonderdvijftigste verjaardag van de Onafhankelijkheidsverklaring vieren. De bevolking zal 4 juli 1776 herdenken en vieren, de dag waarop Amerikaanse kolonisten zich onafhankelijk verklaarden van Groot-Brittannië. Deze memorabele beginzinnen zijn uiteraard in mijn geheugen gegrift: ‘Wij beschouwen deze waarheden als vanzelfsprekend: dat alle mensen als gelijken worden geschapen, dat zij door hun schepper met zekere onvervreemdbare rechten zijn begiftigd, dat zich daaronder bevinden het leven, de vrijheid en het nastreven van geluk. Dat, teneinde deze rechten te garanderen, regeringen onder de mensen worden ingesteld, die hun rechtmatige bevoegdheden ontlenen aan de instemming der geregeerden; dat, telkens wanneer enige regeringsvorm met deze doeleinden in strijd komt, het volk het recht heeft hem te veranderen of teniet te doen en een nieuwe regering in te stellen, haar grondslag vestigend op beginselen en haar bevoegdheden organiserend in een vorm die hun het meest geschikt lijken om hun veiligheid en hun geluk te bewerkstelligen’.[1]
Terwijl we de historische mijlpaal van dit jaar naderen, wordt de huidige Amerikaanse democratie bedreigd. De onderliggende toewijding van de verklaring aan de vanzelfsprekende waarheden dat alle mensen gelijk geschapen zijn en dat een rechtvaardige regering wortelt in de instemming van de geregeerden brokkelt af. Verschillende Amerikaanse religieuze tradities hebben in het verleden maatschappelijke gelijkheid als een nationale waarde versterkt. Maar het hedendaagse Amerikaanse ‘christelijk nationalisme’ verwerpt die toewijding aan maatschappelijke gelijkheid, waarvan de Amerikaanse democratie afhangt.
Volgens het Public Religion Research Institute in Washington DC steunt een-derde van het hedendaagse Amerika het ‘christelijk nationalisme’, met 11% aanhangers en 21% sympathisanten. Een meerderheid van de Republikeinen kan worden aangemerkt als aanhangers, met 21%, of sympathisanten, met 35%, van het ‘christelijk nationalisme’. Maar minder dan een op de vijf Democraten, met 5% aanhangers en 12% sympathisanten, is dat.
Pete Hegseth, de huidige Amerikaanse minister van Defensie, ook wel de minister van Oorlog genoemd, is een uiterst rechtse Evangelische Protestant en sterk aanhanger van het ‘christelijk nationalisme’. Hij blijft volhouden dat de oorlog in Iran moet worden gezien als van Godswege goedgekeurd, herhaaldelijk ‘de almachtige Goddelijke Voorzienigheid’ aanroepend, en bewerend dat God zeker aan de kant van het Amerikaanse leger staat. Hij heeft het Amerikaanse volk opgeroepen te bidden voor de overwinning ‘in de naam van Jezus Christus’.
Terwijl het Amerikaanse ‘christelijk nationalisme’ vaak in verband wordt gebracht met Evangelisch protestantisme, heeft een afzonderlijke en invloedrijke groep van Amerikaanse rooms-katholieken de ideologie steeds meer omarmd. Deze katholieken zijn opgeschoven voorbij de gebruikelijke conservatieve politiek, en bepleiten een ‘re-Christianiseren’ van de Amerikaanse cultuur en wetgeving, soms aangeduid als ‘katholiek integralisme’.
Katholieke sleutelfiguren in het hedendaagse Amerikaanse ‘christelijk nationalisme’ zijn vicepresident J.D. Vance en de voormalige adviseur van Trump, Steve Bannon die zich openlijk afficheert als ‘trotse christelijke nationalist’.
Negen dagen na de dood van Charlie Kirk verscheen de voormalige Aartsbisschop van New York, Timothy Kardinaal Dolan, op Fox & Friends, en was er vlug bij om Kirk te prijzen als een ‘St. Paulus van de moderne tijd’. Dolan noemde hem ‘een missionaris, een evangelist en een held’. Ik ken Dolan, nu 76, al jaren persoonlijk. Hij diende als Aartsbisschop van New York van 15 april 2009 tot 18 december 2025.
Charlie Kirk (14 oktober 1993 – 10 september 2025) zat in hoge mate op één lijn met christelijk rechts en bepleitte het Amerikaanse christelijk nationalisme. Zijn vrouw en kinderen zijn katholiek, en hij ging regelmatig met hen naar de kerk. Dagen voordat hij werd vermoord vertelde Kirk vertrouwelijk aan bisschop Joseph Brennan van Fresno, California, dat hij dichtbij een bekering tot het katholicisme was.
De steun van conservatief Amerikaans katholicisme voor het christelijk nationalisme is nauw verbonden met Opus Dei en de architecten van Project 2025, de rechtse blauwdruk voor de tweede termijn van de zittende president. Het doel ervan is de Amerikaanse regering te hervormen volgens een conservatieve, op godsdienst gebaseerde agenda. Kevin Roberts, de voorzitter van de Heritage Foundation en een belangrijke leider van Project 2025, heeft nauwe banden met Opus Dei.
Opus Dei (‘Het werk Gods’) is een uiterst conservatieve katholieke organisatie die in 1928 in Spanje werd opgericht. Zij werd invloedrijk tijdens de dictatuur van Francisco Franco (1939–1975). Met sterke steun van Opus Dei, berustte het regime van Franco op een mengsel van eigen autoritair nationalisme en katholiek christelijk nationalisme.
Project 2025, een blauwdruk voor het beleid van meer 900 bladzijden opgezet door de Heritage Foundation en ondersteund door meer dan 100 conservatieve groeperingen, is erop gericht de Amerikaanse federale regering te hervormen tijdens het huidige presidentiële bewind, door de christelijk nationalistische ideologie in te voeren. In de uiterst conservatieve ‘christelijke visie’ voor de Verenigde Staten van Project 2025, is gehuwde heteroseksualiteit de enige geldige vorm van seksuele expressie en identiteit. Zij wijst wat zij noemt ‘radicale gender ideologie’ af en pleit ervoor dat de regering vasthoudt aan een ‘op de Bijbel gebaseerde, sociaalwetenschappelijk onderbouwde omschrijving van huwelijk en gezin’. Om dit te bereiken, stelt zij voor het homohuwelijk te beëindigen en bescherming tegen discriminatie op grond van seksuele of genderidentiteit af te schaffen. Ook beval Project 2025 het arresteren, vastzetten en deporteren aan van illegale immigranten. Het stelde voor het leger in te zetten voor de binnenlandse handhaving van de wet, en riep op tot de onmiddellijke doodstraf voor veroordeelde misdadigers.
Het Amerikaanse christelijk nationalisme vertoont een beperkte en enge kijk op God. De God van ‘In God we trust’ wordt veeleer dan een universele figuur, een nationaal machtsmiddel. Dit perspectief ziet goddelijke voorkeur als uitsluitend, en verkiest macht en dominantie boven liefde en genade. Het christelijk nationalisme benadrukt een beeld van een ‘oorlogsgod’, en licht Bijbelse verhalen uit over een wraakzuchtige en boze God die zich wreekt op vijanden als rechtvaardiging voor hardvochtig handelen tegen vermeende vijanden.
En de moraliteit van het christelijk nationalisme is nauwelijks christelijk. Het besluit, bijvoorbeeld, van de regering van de zittende president uit maart 2025 om het U.S. Agency for International Development (USAID) te sluiten heeft al de dood van 600.000 mensen veroorzaakt, van wie twee-derde kinderen.
Hoe dan ook, het christelijk nationalisme is sterk aanwezig in de huidige Amerikaanse regering. Al in januari 2024 maakten de aanhangers van de zittende president een video getiteld God made Trump. Die begon met de volgende bewering: ‘Op 14 juni 1946 keek God neer op zijn beoogde paradijs en sprak: “Ik heb een beheerder nodig”. Dus gaf God ons Trump’. Dit jaar, tijdens een bijeenkomst in het Witte Huis op 1 april, zei Paula White-Cain, een Evangelische dominee en de belangrijkste geestelijke adviseur van de president, hem op de man af dat hij ‘de grootste voorvechter van het geloof van alle presidenten ooit’ was, en vervolgens vergeleek zij zijn verhaal met dat van Jezus Christus. ‘U werd bedrogen en gearresteerd en valselijk beschuldigd’, zei ze, ‘het is een bekend patroon dat onze Heer en Redder ons liet zien’. Zij vervolgde: ‘En, meneer, vanwege zijn herrijzenis kwam u op’. Het is dus niet verrassend dat de zittende president onlangs zelf de vergelijking maakte. Op 12 april plaatste hij een afbeelding op zijn Truth Social media platform, eigendom van de Trump Media & Technology Group. Deze kleurrijke afbeelding schilderde de zittende president as als Jezus die een zieke geneest, met vereerders vol bewondering toekijkend, een vlag van de Verenigde Staten wapperend op de achtergrond, en legerfiguren zwevend in de lucht.
Soldaten in het Amerikaanse leger hebben nu meer dan honderd klachten ingediend bij de Military Religious Freedom Foundation, bewerend dat hun commandanten extreme religieuze retoriek bedrijven om de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran te beschrijven. Amerikaanse commandanten hebben hun troepen verteld dat de aanval op Iran ‘een heilige oorlog’ is, en dat Jezus de Amerikaanse president Donald Trump heeft uitverkoren om het rooksignaal te ontsteken in Iran.
De Military Religious Freedom Foundation is een non-profit organisatie die in 2005 werd opgericht door Michael L. Weinstein, een voormalig luchtmachtofficier en advocaat. Doel van de organisatie is te verzekeren dat leden van het Amerikaanse leger hun godsdienstige overtuiging kunnen praktiseren zonder angst voor discriminatie of dwang, en het bevorderen van de scheiding tussen kerk en staat binnen het leger.
Ik besluit deze overdenking met een citaat van Sandra Day O’Connor (1930 – 2023) die diende als rechter in het Amerikaanse Hooggerechtshof van 1981 tot haar terugtreden in 2006. O’Connor was de eerste vrouw die diende als rechter in het Amerikaanse Hooggerechtshof. Zij trad in 2006 terug om te zorgen voor haar man, die de diagnose Alzheimer had gekregen.
Degenen die opnieuw zouden willen onderhandelen over de grenzen tussen kerk en staat zullen daarom een moeilijke vraag moeten beantwoorden: waarom zouden we een systeem dat ons zo goed heeft gediend inruilen voor een systeem dat anderen zo slecht heeft gediend?
Alle christenen in de Verenigde Staten en daarbuiten moeten de gevaarlijke vervalsing van het christendom door het christelijk nationalisme afwijzen. Het is onverenigbaar met het leven en de leer van Jezus van Nazareth.
(vertaling: Herman Simissen)
Reageren? Mail naar jadleuven@gmail.com
John Alonzo Dick (*1943) bekleedde als derde the Chair for the Study of Religion and Values in American Society aan de KU Leuven. Hij is voormalig academisch decaan van het American College van de KU Leuven en hoogleraar. Hij publiceerde onder meer samen met K. Schelkens en J. Mettepenningen A Aggiornamento? Catholicism from Gregory XVI to Benedict XVI (Brill, Leiden en Boston, 2013). Recent verscheen zijn biografie Jean Jadot: Paul’s Man in Washington (Another Voice Publications 2021), over de Belgische bisschop Jean Jadot, van 1973 tot 1980 Apostolisch Afgevaardigde in de Verenigde Staten. In juni 2025 verscheen zijn boek Another Voice. Contemporary Theological & Ethical Reflections.
[1] Vertaling ontleend aan André Kaspi, Geschiedenis van de Verenigde Staten van Amerika, deel 2, Het Spectrum, Utrecht, 1998 (Noot van de vertaler).