Wij zijn het hier gewoon om een straatnaam op te geven wanneer iemand ons adres vraagt. Hoe men ooit aan straatnamen is gekomen en hoe ruim die gewoonte ook vandaag nog in de wereld is verspreid, blijkt nog een vrij onontgonnen terrein voor onderzoek. Om toch een beeld te krijgen van de ontwikkeling van straatnaamgeving is enig sprokkelwerk nodig. Het wordt dan meteen duidelijk dat al vroeg in de geschiedenis het gebruik van straatnamen is te ontdekken. Het blijkt dat de Sumerische stad Uruk in Zuid-Mesopotamië (vandaag Irak) al straatnamen kende. Die stad is 6000 jaar geleden ontstaan en telde na zekere tijd naar schatting 50.000 inwoners en zelfs meer. Om in die wirwar van straten hun weg te vinden hadden de Sumeriërs toch enige duiding nodig en het bleek dat toen al straatnamen werden ingevoerd. Het is overigens niet verwonderlijk dat met het ontstaan van steden de nood is aangevoeld om hulpmiddelen te vinden die de zoektocht naar de juiste bestemming vereenvoudigden. De aanduiding van een woonplaats met verwijzingen naar natuur, gebouwen of andere referentiepunten maakte de zoektocht vaak erg ingewikkeld. Links van de grote boom, rechts voorbij de smidse waren geen adequate aanwijzingen, vooral niet wanneer de boom was omgehakt of de smid vertrokken. Toch heeft dat hulpmiddel lang standgehouden en is het zelfs vandaag nog niet verdwenen.
De Grieken en de Romeinen maakten alleszins gebruik van straatnamen. Zowel in het oude Athene als in Rome kon men zich op die manier oriënteren. In Rome werden straten in noord-zuid richting ‘ardo’ genoemd en in oost-west richting ‘decimanus’. Overigens zijn de windrichtingen in de Verenigde Staten belangrijk om de weg te vinden op autosnelwegen.
Dan waren er nog de Romeinse heirwegen. Iedereen kent de via Appia in Rome. Niet enkel de term ‘via’ maar ook ‘vicus’ werd gebruikt. Vicus Capitolinus is een voorbeeld, de weg naar het Kapitool. De via Appia verbond Rome met Brindisi en zoals alle heirwegen was het voornaamste doel van de aanleg: een snelle verplaatsing van Romeinse troepen mogelijk maken. Het Nederlandse ‘heir’ betekent overigens leger. ‘Het Vlaamse heir staat immer pal’, dichtte Guido Gezelle en daarmee verwees hij naar de Gulden Sporenslag. De heirwegen kregen een naam, die verwees naar de persoon die ze liet aanleggen of de bestemming vanuit Rome gezien. Zo leidden ook alle wegen naar Rome.
Het is belangrijk er op te wijzen dat straatnamen pas zin hadden, wanneer een volk kon lezen en schrijven. De Inca’s, waarvan de beschaving hoog wordt ingeschat, hadden echter geen schrift. Zij hadden een knopensysteem en het is niet zeker of ze daarmee straten konden aanduiden.
Als we een stap verder zetten dan komen we in de middeleeuwen en verder, althans in Europa. Daar groeide het aantal steden, dat straatnamen begon in te voeren. Een verplichting kwam er pas door besluiten van Napoleon. Maar ook elders in de wereld, waar Napoleon geen gezag had, werden straatnamen ingevoerd. Toch mag men die invoering niet als universeel beschouwen. Zoals gezegd zijn er nog landen waar een adres wordt aangegeven door de nabijheid van een bos, een speciaal gekleurd huis of een huis met een naam. In Japan worden adressen gebaseerd op een woonblok, niet op een straatnaam en het is bekend dat in New York een groot gebied genummerde straten heeft. Maar in grote delen van de wereld hebben straten een naam. Meestal worden die namen ontleend aan historische gebeurtenissen en nationale helden of kunstenaars. Ook natuurfenomenen zoals rivieren komen in aanmerking. Gebouwen zoals kerken, vroeger uitgeoefende ambachten en markten zijn populair. Ook de lengte of de breedte van de straat kan tot een naam leiden. Zo verwijst Broadway in New York naar ‘brede staat’, die destijds door de Hollanders werd bedacht.
Een adres bestaat uit een straatnaam, maar ook een huisnummer. Vroeger werden huizen herkend aan hun kleur, een wapenschild, een naam, maar op vele plaatsen in de wereld dragen huizen ook een nummer. Dat werd in onze contreien verplicht door Napoleon, al waren er voorheen ook al genummerde huizen in onze steden. Die nummering blijkt echter al bij de Romeinen te zijn opgedoken.
Met dit beknopt overzicht ontstaat er toch al een beeld van de evolutie van straatnamen en wordt het duidelijk dat de zoektocht naar de oorsprong van die namen een hele geschiedenis blootlegt. En dan hebben we het nog niet gehad over wie beslist over het geven van een bepaalde straatnaam. Soms ontstond de naam spontaan, door bewoners gegeven. Later besliste de stad of de gemeente. Het vraagt nog een grondige studie om dat allemaal in kaart te brengen.
René De Preter is econoom en schreef meerdere boeken over economische en maatschappelijke thema’s. Hij publiceerde ook in tijdschriften en verzamelwerken. Daarnaast heeft hij over de lokale geschiedenis van Deurne gepubliceerd, onder meer Struikelstenen in Deurne (2021) en Straatnamen vertellen geschiedenis (2024). Van 2001 tot 2006 was hij districtsburgemeester van Deurne.