Hoe lang is de antifascistische oorsprongsmythe van de democratische rechtsstaat nog houdbaar?

Nog altijd fungeert de strijd tegen het fascisme als de oorsprongsmythe van de Europese democratische rechtsstaat. Verschillende recente gebeurtenissen en ontwikkelingen laten echter zien hoe deze mythe, als fundament voor moraal en politiek, ook juist kan zorgen voor verwarring, ambiguïteit en omkering. Het is daarom de vraag hoe lang deze mythe nog houdbaar blijft.

 

Morele geschiedenis

Een oorsprongsmythe is een verhaal dat de identiteit van een staat of een volk verbeeldt en rechtvaardigt. Ze bevat vaak een versie van de symbolische strijd tussen goed en kwaad, in dit geval ingevuld met concrete en pregnante historische gebeurtenissen. Op de vraag ‘waarom is onze staat op deze manier ingericht?’ kan daarom als antwoord worden verwacht: ‘opdat die niet vervalt tot een oorlogszuchtige genocidaire dictatuur zoals in de Nazitijd.’ De preambules van het Handvest van de Verenigde Naties (1945) en de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) openen ermee: ze zijn bedoeld om de mensheid ‘te behoeden voor de gesel van de oorlog’ en voor herhaling van de ‘barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan’.

Deze mythe is heilig en onaantastbaar en niet verbonden met specifieke politieke partijen of afhankelijk van religieuze ideologie, waardoor ze een bijna universeel aanvaardbare moraal levert die houvast en geruststelling biedt. Haar worden zelfs magische krachten toegeschreven: het levend houden van de kennis van het nationaalsocialisme en de Tweede Wereldoorlog zou ons namelijk tegen herhaling van alle daarmee geassocieerde gruwelen beschermen. ‘Nooit meer’ gaat niet zonder ‘nooit vergeten’. Daarom maakt de Tweede Wereldoorlog een belangrijk onderdeel uit van ons geschiedenisonderwijs, en zijn de jaarlijkse herdenkingen nog altijd goed bezocht. In sommige landen is het zelfs verboden om de Jodenvervolging te ontkennen of te bagatelliseren. In de zomer van 2024 is er in Duitsland nog een 95-jarige vrouw voor veroordeeld.

Zoals het kwaad van hekserij gedurende enkele eeuwen kon worden gebruikt als grond voor uitzonderlijke vervolging en bestraffing,[1] wordt het kwaad van fascisme of antisemitisme beschouwd als rechtvaardiging van buitengewone maatregelen, zoals de tijdelijke herinvoering van de doodstraf na de Tweede Wereldoorlog. Het verschil is dat hekserij achteraf slechts een mythe bleek te zijn, een waan zonder houvast in de werkelijkheid, terwijl het nationaalsocialisme echt bestond en echt schadelijk was. Maar in beide gevallen fungeert de mythe als demarcatielijn tussen het goede – dat zijn we zelf – en het kwade – de ander. En die morele grens moet streng bewaakt worden, wat je het betrachten van ‘morele hygiëne’ zou kunnen noemen.[2] Wie desondanks besmet raakt, moet door middel van straf of heropvoeding worden genezen, en als dat niet lukt, moet de samenleving van die smet gezuiverd worden, bijvoorbeeld door uitzetting of levenslange opsluiting.

De gewichtigheid van de oorsprongsmythe kan je het gevoel bezorgen dat je extra op je hoede moet zijn wanneer je bepaalde woorden daaruit gebruikt. Denk bijvoorbeeld aan het woord ‘Jood’. Men spreekt voorzichtigheidshalve liever van ‘Joodse mensen’ of ‘mensen van Joodse afkomst’, en als het even kan, gebruikt men het neutraler klinkende ‘Israëliërs’. Hetzelfde geldt voor termen als ‘NSB’er’, ‘Hitler’, ‘Befehl ist Befehl’ en ‘Holocaust’. Doordat deze termen zo’n buitengewoon gewicht hebben gekregen, sacrale woorden zijn geworden, gaat men er uit eerbied voor de mythe extra voorzichtig mee om. Want als je ze verkeerd gebruikt, bijvoorbeeld in een ‘foute grap’, dan kan je door gebrek aan eerbied in de ogen van kritische toehoorders zomaar aan de verkeerde kant van de morele grens belanden.

 

Ontwikkeling van de mythe

Het fundament voor de oorsprongsmythe is gelegd door Nazi-Duitsland zelf, toen Hitler besloot Europa te gaan veroveren en te onderwerpen aan een nationaalsocialistisch bewind. Een effect van oorlog is een sterk wij/zij-, vriend/vijand- en goed/fout-denken. Op de dag van de Duitse inval, 10 mei 1940, werden daarom van overheidswege alle Duitsers vijanden: in de Nederlandse koloniën werden binnen enkele dagen alle Duitse mannen en wie daarop leek in interneringskampen vastgezet, inclusief bejaarden, priesters en joden. Hun vermogens werden geconfisqueerd en in veel gevallen nooit meer teuggegeven. De naoorlogse procedure van ‘ontvijanding’ was geen sinecure.

Tijdens en na de bevrijding kreeg het kamp van de voormalige onderdrukten ruim baan om nu van zijn kant het wij/zij-denken de vrije loop te laten, wat in diverse landen tot lynchpartijen en andere wraaknemingen leidde. Ook in officiële procedures werd morele hygiëne gepraktiseerd: ‘zuivering’ van overheidsdiensten, vervolging van collaborateurs, schadevergoedingen enzovoort. Dit soort mechanismen van transitional justice zijn sterk moreel geladen. Zo konden collaborateurs in de naoorlogse ‘bijzondere rechtspleging’ veroordeeld worden wegens een ‘fascistische gezindheid’, en om voor een ‘voorwaardelijke invrijheidsstelling’ in aanmerking te komen, gold de standaardvoorwaarde dat de schuldige zich voortaan als een ‘goed Nederlander’ gedroeg. Tegen Mussert werd de doodstraf geëist, en uitgesproken, niet zozeer op grond van concrete schadelijke gevolgen van zijn beleid, maar vooral vanwege zijn uit een niet verzonden briefontwerp blijkende ‘morele stompheid’ en zijn status van ‘symbool van […] vriendschap met den vijand’.[3] De oorsprongsmythe draait om groepsidentiteit en groepslidmaatschap, minder om concrete handelingen. Mussert was dermate besmet met het kwaad dat hij moest worden geëlimineerd om te voorkomen dat hij de hele samenleving zou contamineren.

Het fascisme kwam in die bijzondere rechtspleging voornamelijk voor als ideologie van de onderdrukker en van de NSB en aanverwante organisaties waarvan het lidmaatschap met terugwerkende kracht strafbaar was gesteld. Maar een ander deel van de oorsprongsmythe bleef nog een tijdlang onder de oppervlakte, het deel dat nu het prominentst is. Direct na de oorlog was men overal in Europa bezig met de wederopbouw van steden, de infrastructuur, de economie, en niet op de laatste plaats van de eigen identiteit: we hadden allemaal in het verzet gezeten. Aandacht voor teruggekeerde Joden en de onbevattelijke volkerenmoord paste daar niet goed bij, zeker niet voor zover de bevrijde landen zelf een aandeel in die genocide hadden gehad. Na een incubatietijd die in de verschillende West-Europese landen tussen de twintig en vijftig jaar heeft geduurd, heeft de Joodse genocide als het misdrijf der misdrijven – ‘the crime’ volgens de Britse historicus Tony Judt in zijn monumentale studie Postwar – zich definitief als Leitmotiv in de antifascistische oorsprongsmythe genesteld. In 2015 zei de Duitse bondspresident Joachim Gauck bij de herdenking van de slachtoffers van het nationaalsocialisme: ‘Er is geen Duitse identiteit zonder Auschwitz.’

Hoewel de bestraffing van collaborateurs al na enkele jaren minder streng werd, is de grondslag ervan springlevend gebleven. Als waarschuwing voor het permanent dreigende gevaar van het absolute kwaad motiveert ze de (her)oprichting en het onderhoud van democratische rechtsstaten. En omdat de democratie kwetsbaar blijft – Hitler maakte van democratische structuren gebruik om de macht te grijpen – is voortdurende waakzaamheid geboden. De mythe geeft hiermee ook een concrete inkleuring van de verder vrij abstracte ideologie van universele mensenrechten.

De mythe geeft ons nog steeds het geruststellende gevoel onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad, en ‘aan de goede kant van de geschiedenis’ te staan. Daarvoor is het wel nodig om haar als moreel referentiekader levend te houden door middel van herdenkingen, onderwijs, onderzoek, films, romans, monumenten et cetera. Ze kan als troefkaart worden ingezet, maar ook discussies doodslaan, tegenstanders demoniseren en averechts werken. De effecten van het gebruik van de oorsprongsmythe zijn soms onvoorspelbaar. Terwijl de mythe enerzijds een hard onderscheid aanbrengt tussen goed en kwaad, wij en zij, leidt een expliciete inzet ervan in actuele aangelegenheden regelmatig tot verwarring en contradicties. De oorsprongsmythe was nooit onproblematisch en zonder tegenspraken, maar de inconsistenties lijken zich nu wel erg pregnant op te stapelen. Ook een tweede teken van neergang verdient nog onze aandacht: de concurrentie van andere oorsprongsmythen.

 

Oorlogsarchieven

Vanaf 2 januari 2025 zou het gedigitaliseerde Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR) voor iedereen online beschikbaar en op trefwoord doorzoekbaar zijn. In dat archief bevinden zich alle documenten met betrekking tot de naoorlogse vervolging en berechting van degenen die verdacht werden van collaboratie met de Duitse bezetter. Er zijn in de loop van dit digitaliseringsproject[4] zorgen geuit over de privacy van de nakomelingen van verdachten en veroordeelden. Iedereen zou namelijk kris kras door het archief op namen kunnen gaan zoeken en de gevonden documenten in een eigen interpretatie gebruiken voor allerlei doeleinden – al dan niet online. Privacy is niet zomaar een recht, en zelfs niet zomaar een grondrecht. Het is een direct uitvloeisel van een andere funderende mythe: het rationele autonome individu, dat tijd en ruimte voor zichzelf nodig heeft om zijn autonome zelf, zijn menselijkheid, optimaal te ontplooien, zoals de filosofe Beate Roessler betoogt in haar boek Autonomie. Niettemin overtroeft de oorsprongsmythe volgens het Nationaal Archief dit privacybelang: huidige generaties hebben er namelijk ‘recht op […] kennis te nemen van de feiten en gebeurtenissen uit de oorlog’, omdat de Tweede Wereldoorlog een ‘moreel ijkpunt’ vormt en ‘bepalend [is] geweest bij de vorming van waarden en instituties in onze huidige maatschappij zoals: democratie, mensenrechten, rechtsstaat’.[5]

Hoewel de kinderen en kleinkinderen van NSB’ers ook (naoorlogse) slachtoffers van de oorlog zijn, verhinderde de oorsprongsmythe aanvankelijk dat met hun belangen evenveel rekening gehouden werd als met de belangen van degenen die in het archief wilden kunnen opzoeken wie hun familieleden verraden had.[6] Nadat een waarschuwing van de Autoriteit Persoonsgegevens in december 2024 toch roet in het eten gooide ten faveure van privacybescherming, reageerde minister Eppo Bruins van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap met het plan om per wet de snelle opening van het archief te redden. De hoofdfunctie is volgens hem namelijk ‘de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog levend te houden’, wat hij meteen aan ‘de strijd tegen antisemitisme’ koppelt, omdat dit archief volgens de minister ‘een stille getuige van de Holocaust’ is.[7] Maar de oorsprongsmythe werkt ook de andere kant op: het is onredelijk om mensen op te zadelen met een voor iedereen zichtbare connectie met het absolute kwaad. Toch zal het belang van het levend houden van de mythe door middel van onbeperkt toegankelijke bronnen uiteindelijk winnen.

 

Het Duitse schuldbewustzijn

De antifascistische oorsprongsmythe biedt als strijd tegen het absolute kwaad de morele grondslag voor een niet-inlosbare schuld bij de slachtoffers ervan. In Duitsland werd dat pas na enkele decennia maatgevend. De Duitsers beschouwden zich na 1945 aanvankelijk vooral als slachtoffer van achtereenvolgens een kleine groep fanatieke Nazi’s en de geallieerde bezetters. Pas in de jaren 1960, toen de Auschwitzprocessen werden gehouden, begon Duitsland in het kader van Vergangheitsbewältigung aan een transitie van een volk van slachtoffers naar een volk van daders. Geen ander land hield zich vervolgens consciëntieuzer aan de internationale mensenrechtenverdragen dan Duitsland. Na het einde van Koude Oorlog daalde het defensiebudget snel: een verdedigingsleger was niet meer nodig, en Duitsland als oorlogvoerende partij verdraagt zich niet met het verleden. Dit voorjaar kwam de omslag: Duitsland gaf toestemming aan Oekraïne om door Duitsland geleverde wapens ook op Russisch grondgebied in te zetten, hoewel velen het daarmee vanuit het Duitse schuldbesef niet eens waren. Eist het antifascisme geweldloosheid of bestrijding van Europese agressors?

Zolang Duitsland zijn bestaansrecht voor een belangrijk deel blijft ontlenen aan boetedoening voor de Holocaust, is blijvende hulp en steun aan Israël vanzelfsprekend. Om de rituele zelfreiniging te kunnen voortzetten is in Duitsland net als in veel andere landen de verjaring van misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden afgeschaft. In 2022 veroordeelde de rechtbank in Neuruppin nog een 101-jarige voormalige bewaker van concentratiekamp Sachsenhausen, en in 2024 werd de straf voor een 99-jarige secretaresse van concentratiekamp Stutthof definitief: 2 jaar jeugddetentie. Terwijl tot 2011, toen kampbewaker John Demjanjuk werd veroordeeld, alleen extra wrede ex-nazi’s werden vervolgd, richt men zich sindsdien tevens op de lichtere categorieën om nog zo lang mogelijk nazismetten te kunnen wegpoetsen, al zijn ze nog zo klein. In het gewone strafrecht is het andersom: vervolging van lichtere vergrijpen verliest juist sneller haar zin. Dat komt doordat het doel een ander is: gewone hedendaagse misdaad wordt bestreden om de samenleving te beschermen, nazimisdadigers vervolgen we nu alleen nog om onze identiteit te herbevestigen.

Historicus Darren O’Byrne wees er in de Volkskrant op, dat de onvoorwaardelijke steun voor Israël gaat wringen nu het land van de slachtoffers zelf zich aan een genocide bezondigt.[8] Dat de oorsprongsmythe voor velen nog steeds een niet-onderhandelbare orthodoxie is, blijkt bijvoorbeeld uit de verontwaardigde reacties op de opkomst van de partij Alternative für Deutschland, die velen met het fascisme associëren. Het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof tegen Netanyahu laat zien dat de oorsprongsmythe een onoplosbare contradictie op kan leveren, die hevige cognitieve dissonantie veroorzaakt: enerzijds moet Duitsland het internationale recht respecteren om herhaling van zijn eigen fouten te voorkomen, anderzijds mag Duitsland de nakomelingen van zijn slachtoffers niet afvallen. Was genocide door de Holocaust de misdaad der misdaden geworden, en de overgebleven Joden daardoor het volk van slachtoffers, door het arrestatiebevel van het Internationaal Strafhof draait dat laatste 180 graden om terwijl het eerste vooralsnog overeind blijft. Maar misschien markeert de Gaza-genocide wel het punt waarop de morele schuld van Duitsland aan Israël is afbetaald.

 

Paniekvoetbal

Alle kritiek op en geweld tegen Joden en Israëliërs wordt altijd wel direct door iemand geassocieerd met de Holocaust, zoals ook in de eerste reacties op de rellen na de wedstrijd Ajax – Maccabi Tel-Aviv op 7 november 2024. Men schrok zich wild toen onze samenleving besmet bleek met het kwaad van gewelddadig antisemitisme. Vervolgens voelden bestuurders en politici zich geroepen de oorsprongsmythe luidkeels ritueel te herhalen. Wie dat niet doet, loopt namelijk het gevaar buiten de identiteit van de vrije westerse wereld te vallen en niet meer als gesprekspartner te worden aanvaard. Femke Halsema maakte kennis met de onvoorspelbaarheid van de werking van de oorsprongsmythe. Zoals veel Kamerleden van uiteenlopende partijen koppelde ook Wilders de rellen direct aan de Holocaust, en hij vond dat bij dit uitzonderlijke antisemitische geweld uitzonderlijke maatregelen hoorden: uitzetting van de daders én de verantwoordelijke burgemeester. Daarna bekritiseerden anderen Halsema juist vanwege haar gebruik van het demoniserende woord ‘pogrom’. Maar toen ze verklaarde dat ze dat woord, vanwege de onverwachte ‘politisering’ ervan, niet nog eens zou gebruiken, reageerde de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar woedend omdat zij daarmee het antisemitisme juist weer zou bagatelliseren. Associatie van anderen met het absolute kwaad kan op tegengestelde manieren terugslaan. Als actuele gebeurtenissen de oorsprongsmythe wakker roepen, kan een aanklacht overal vandaan en terecht komen.

Het voorstel om het Nederlanderschap af te nemen van personen die zich aan antisemitisme schuldig maken, is gemotiveerd door de mythe: antisemitisme als misdaad der misdaden, waarvoor je niet zomaar een straf krijgt, maar voorgoed uit de gemeenschap wordt verstoten – als een zondebok die al het kwaad en alle problemen met zich mee de woestijn in neemt. Het zijn niet meer ‘onze kutmarokkanen’, maar hostes humani generis, vijanden van de mensheid – en de menselijkheid. Hoe krachtiger het signaal van ‘dat nooit meer’, hoe meer het gaat lijken op ‘er ist wieder da’. De heksenvervolgingen bieden een waarschuwing: sommige van de fanatiekste heksenjagers eindigden zelf als heks op de brandstapel in een op hol geslagen keten van beschuldigingen, vervolgingen en folteringen, die weer nieuwe beschuldigingen opleverden enzovoorts.

Het ‘integratieprobleem’ waarover de regering voortdurend spreekt, heeft weinig te maken met daadwerkelijke deelname aan de samenleving, maar heeft uiteindelijk betrekking op het feit dat nieuwkomers niet altijd gepokt en gemazeld zijn in de oorsprongsmythe van de strijd tegen het fascisme. Het is deze mythe die een scheidslijn trekt in de samenleving, die opspeelt wanneer de mythe gethematiseerd wordt in confrontaties of discussies. Aan de ene kant staan degenen die er hun (culturele, politieke) identiteit aan ontlenen, en aan de andere kant staan degenen voor wiens identiteit de mythe geen bijzondere rol speelt. De laatste groep zal alleen maar groter worden ten opzichte van de eerste, zowel door tijdsverloop als door immigratie. Daar kom ik op terug.

 

Omkeringen en contradicties

De uniciteit van de Holocaust, een belangrijk onderdeel van de oorsprongsmythe, staat onder druk. Wat vroeger het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) was, heet sinds 2010 ‘NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies.’ De Holocaust is blijkbaar iets anders dan andere genocides. Als gevolg van de oorlog in Gaza heeft deze opvatting onder beoefenaars van genoemde studies een waar schisma veroorzaakt.[9] Een deel van die wetenschappers weigert de vernietiging van Gaza en zijn bewoners een genocide te noemen. Maar staan zij achter de beslissingen van de Israëlische staat, of verdedigen ze vooral het overzichtelijke morele schema van de oorsprongsmythe? Ambiguïteit met betrekking tot de oorsprongsmythe is voor sommigen onverdraaglijk. Dat werd ook duidelijk uit de reacties. Men sprak schande van de onterechte suggestie dat het lot van de Palestijnen vergelijkbaar is met dat van Joden in de Holocaust. Dit is het spiegelbeeld van de klacht van onterechte demonisering bij het vergelijken van personen met de daders van de Holocaust. Bij de herdenking van de bevrijding van Auschwitz op 27 januari 2025 brengt zowel de aanwezigheid als de afwezigheid van Netanyahu onvermijdelijk een contradictie in de oorsprongsmythe aan het licht: ofwel, als hij mag komen, tussen het betreuren van de Holocaust en het negeren van de Gaza-genocide, ofwel, als hij niet mag komen (of arrestatie niet wordt uitgesloten), tussen het betreuren van de Holocaust en het beschuldigen van het land van de slachtoffers. Niet onterecht sprak de Poolse overheid van een ‘absoluut uitzonderlijke omstandigheid’.

In de zomer van 2024 verscheen op een muur in het Noorse Bergen een afbeelding van Anne Frank met een Palestijnse sjaal, die in 2008 al in Nederland op gratis ansichtkaarten stond afgebeeld. Voor Joodse media was dit een ontoelaatbare vermenging van categorieën: antisemitisch en schadelijk voor de herinnering aan de Holocaust. Maar er zijn natuurlijk ook Joden die vinden dat juist het optreden van de Israëlische regering afbreuk doet aan de nagedachtenis van de slachtoffers van de Holocaust. Om elke verwarring van de ‘eigenlijke’ daders en slachtoffers de kop in te drukken, heeft de International Holocaust Remembrance Alliance in haar wereldwijd gebruikte definitie van antisemitisme gesteld dat de vergelijking van Israëls beleid met nazipraktijken daar in elk geval onder valt.[10] Dat is bijna een uitnodiging om de positie van eeuwige morele schuldeiser uit te buiten. Het lijkt langzamerhand een achterhoedegevecht om dit aspect van de oorsprongsmythe te redden van contradicties.

 

Concurrentie en toekomst

Maar er is nog een andere bedreiging van de oorsprongsmythe. Er is in Nederland, net als in andere Europese landen, een groeiende groep mensen voor wie de oorlog weinig betekenis heeft, omdat hun familie tijdens de oorlog niet in Europa woonde, of omdat de oorlog simpelweg ancient history voor ze is. Beide groepen, jongeren en mensen met een migratieachtergrond, associëren zich eerder met de slachtoffers van de Israëlische oorlogsvoering dan met nakomelingen van Holocaust-slachtoffers. Voor hen is het gebruik van de antifascistische oorsprongsmythe als rechtvaardiging van Israëlisch geweld onbegrijpelijk en niet overtuigend. Vooral voor mensen die een Arabische of islamitische achtergrond hebben en met de Palestijnen sympathiseren, is Israël logischerwijs de traditionele vijand en onderdrukker. Dan is het extra frustrerend om voortdurend met een moreel schema om de oren te worden geslagen waarin men niet is opgegroeid, en dat lijnrecht ingaat tegen de eigen ervaring en traditie.

Daarnaast is er een andere mythe in opkomst als fundamentele rechtvaardiging van de democratische rechtsstaat en de mensenrechten: de strijd tegen slavernij en kolonialisme. Niet alleen Duitsland, maar alle westerse staten zijn nu vrijwillig in het beklaagdenbankje gaan zitten, en profileren zich in deze ‘age of apology’[11]  door middel van een ‘politics of regret’[12] als schuldbewuste ‘empires of remorse’[13], om drie eenentwintigste-eeuwse boektitels te citeren. Deze mythe wint aan invloed en fungeert al als grond voor excuses van overheden, claims op schadevergoedingen voor intergenerationele trauma’s, en de zuivering van de openbare ruimte (standbeelden, straatnamen), musea, universitaire curricula, taalgebruik en andere cultuurelementen, zoals het Sinterklaasfeest.

Heeft de antifascistische oorsprongsmythe nu haar beste tijd gehad? Dat hangt ervan af of de verhouding tot de antikoloniale oorsprongsmythe als tegenstelling ervaren zal worden of niet. In Duitsland vrezen sommigen de verzwakking van de betekenis van de Holocaust door ‘postkoloniaal links’ (en anderen door ‘populistisch rechts’), zoals de Duits-Britse historicus Frank Trentmann in zijn magistrale Uit de schaduw uitlegt. Hij wil de antifascistische mythe redden door niet alleen deze groepen, maar ook mensen zonder Duitse roots de lessen uit het Nazi-verleden nadrukkelijker in te prenten. Hij staat daarin niet alleen. Het is de vraag of zo’n strategie niet juist wrevel oproept en zo haar doel voorbij schiet. Hoe lang ervaart de Nederlandse overheid zich nog als hoeder van de antifascistische oorsprongsmythe? De huidige door de PVV gedomineerde regering is wat dat betreft uiterst recht in de leer, maar daardoor juist extra kwetsbaar voor de genoemde contradicties, die afbreuk doen aan de geloofwaardigheid van de mythe.

Elke oorsprongsmythe heeft een houdbaarheidsdatum. De ontworstelingen aan eerdere overheersers hebben geen actuele morele of emotionele lading meer. Wanneer Spanjaarden in Brabant het zogenaamde ‘wonder van Empel’ uit de Tachtigjarige Oorlog komen herdenken, kijkt de plaatselijke bevolking geamuseerd toe, om vervolgens voor carnaval een Napoleon-kostuum uit te kiezen. Zolang Amerika niet Scheveningen binnenvalt om Amerikaanse of Israëlische verdachten te bevrijden uit de cellen van het Internationaal Strafhof, Rusland geen NAVO-landen probeert te veroveren, en Big Tech onze vrijheid niet verregaand geweld aandoet, zal het antifascisme als oorsprongsmythe voorlopig standhouden. Maar haar hegemonie zal verder afbrokkelen ten gunste van het anti- of postkolonialisme. Je zou misschien kunnen denken: als de polarisatie van de nationale politiek weer wat betijt, zullen beide mythen wellicht kunnen fuseren, waarvoor dan wel het dogma van de uniciteit van de Holocaust zal moeten worden opgegeven. Die nieuwe mythe ter ondersteuning van het enthousiasme voor universele mensenrechten zal dan algemener en abstracter zijn.

Maar is een heel algemeen verhaal nog wel een verhaal? ‘Omdat er in het verleden allerlei slechte onderdrukkers en veel onschuldige slachtoffers waren’ lijkt mij niet een erg mobiliserend antwoord op de vraag naar het waarom van onze democratische rechtsstaat. Niemand wil het slachtoffer worden van onderdrukking, vervolging of genocide, dus over de eenvormige slechtheid van de daders ervan kunnen we het snel eens zijn. Alleen heeft het ‘wij’ van de (potentiële) slachtoffers de neiging zich op te delen in selecte incrowds, elke met een eigen verhaal en identiteit: omdat mijn voorvaderen (of een andere groep waarmee ik mij associeer) werden onderdrukt, zet ik mij nu in voor de mensenrechten en de rechtsstaat. Met een variatie op Tolstoj: alle daders lijken op elkaar, elk slachtoffer is slachtoffer op zijn eigen manier.

Dat concrete slachtofferschap in de antifascistische oorsprongsmythe zal daarom – ondanks de contradicties – zijn vermogen om tot onze verbeelding te spreken niet snel verliezen, zolang zich hier althans niet opnieuw een onderdrukker aandient die een nog concreter slachtofferschap veroorzaakt. Laten we hopen, met het oog op de huidige geopolitieke ontwikkelingen, dat de oorsprongsmythe de Europese rechtsstaten nog genoeg motiveert om dat te blijven verhinderen.

 

Reageren? Mail naar: derk.venema@ou.nl

 

Derk Venema (1976) studeerde filosofie en rechten en heeft een lesbevoegdheid voor Duits. Hij promoveerde op Rechters in oorlogstijd (2007) en is werkzaam als rechtsfilosoof aan de Open Universiteit en als docent beroepsethiek in de opleiding voor rechters (SSR). Hij is ook voorzitter van de Stichting Onderzoek Bijzondere Rechtspleging.

 

[1]             Steije Hofhuis, Qualitative Darwinism: An evolutionary history of witch-hunting, 2022. (open access)

https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/425295

Derk Venema, Supreme Courts Under Nazi Occupation. Amsterdam University Press, Amsterdam, 2022. (open access) https://www.aup.nl/en/book/9789048557103/supreme-courts-under-nazi-occupation.

[3]             Het proces Mussert (NIOD Bronnenpublicaties 4), Sijthoff, Amsterdam. 1987 (2e druk), blz. 199, 279, 297.

[4]              https://oorlogvoorderechter.nl/.

[5]              ‘Handreiking voor het online beschikbaarstellen van archieven uit en over de Tweede Wereldoorlog’,

https://www.nationaalarchief.nl/op-weg-naar-een-openbaar-en-online-cabr.

[6]              De Volkskrant zaterdag 21 september, ‘Het oorlogsarchief dat niet online mag’.

https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/12/06/wetsvoorstel-om-oorlogsarchief-alsnog-online-toegankelijk-te-maken.

De Volkskrant 30 november 2024, ‘Wil Duitsland voorvechter blijven van de internationale rechtsorde, of wil het Israël blijven verdedigen?’

[9]              https://www.theguardian.com/us-news/2024/dec/20/genocide-definition-mass-violence-scholars-gaza

[10]            https://holocaustremembrance.com/resources/de-werkdefinitie-van-antisemitisme-van-de-ihra.

[11]            Mark Gibney,  Rhoda E. Howard-Hassmann, Jean-Marc Coicaud en Niklaus Steiner, The Age of Apology: Facing up to the Past, University of Pennsylvania Press, Philadelphia, 2008.

[12]            Jeffrey K. Olick, The politics of regret: collective memory in the age of atrocity, Routledge, Londen, 2007.

[13]            Tom Bentley, Empires of Remorse. Narrative, postcolonialism and apologies for colonial atrocity, Routledge, Londen, 2016.

Nachtmis
De maakbare mens
Hoe lang is de antifascistische oorsprongsmythe van de...
‘J’avais toujours raison’
Een ‘politieke kosmos’? Over de pedagogie van straatnamen
Duivelse armoe
Dr. Morell en Patiënt A
Christendom en burgerlijk gezag
‘Rwanda valt aan, Rwanda wordt niet aangevallen’ (Urwanda...
Dubbele politieke moord
Wat vertellen we onze kinderen (niet)?
Een jurk vertelt
Filip de Pillecyn als links-progressieve journalist
Numineuze slachtoffers
Wetenschap, een sisyfusarbeid
Nog een herdenking in 2025
De onverwachte val van Assad
Woorden zijn wapens. Over Robert Brasillach
Een mooi kijkboek, meer niet
Deportatie naar het paradijs: joden in Mauritius 1940-1945
Het kleedje voor Hitler: een boekbespreking
Het einde en het begin van de geschiedenis
Begrensde Tolerantie, Botsende Meningen
Taiwan: de nalatenschap van Nederlandse handel
Gedeelde grond
Moeten arme landen arm blijven?
Oudheidkunde op maat
De eeuwige actualiteit van het verleden: Het Adrianus-dossier
Beyond the Wall van Katja Hoyer
Over de lauwe steun van de Arabische en...