Een ideeëngeschiedenis van het Lichtend Pad

Het Lichtend Pad was een maoïstische guerrillabeweging die Peru van 1980 tot 1999 terroriseerde. Het gewapende conflict begon in het Andesgebergte in een dorp genaamd Ayacucho. Tijdens de jaren 1980 zou het conflict het hevigst worden uitgevochten in de Andes. Langzaam verspreide het terrorisme zich naar de hoofdstad Lima, en vervolgens naar het oerwoudgebied in het binnenland.

Ik zal vooral ingaan op de vroege geschiedenis van Lichtend Pad, voordat het conflict begon. Deze periode begint rond 1960 en eindigt in 1980, wanneer het Lichtend Pad zijn eerste terroristische aanslag in de Andes pleegt. Ik zal verder aandacht besteden aan hoe het Lichtend Pad zijn ideologie in de Andes kon verspreiden.

Het gewapend conflict van het Lichtend Pad is uitgemond in een burgeroorlog van allen tegen allen. Om dit gewapend conflict te kunnen begrijpen moeten we twee elementen voor ogen houden. In de eerste plaats: het leven in de Peruaanse Andes was hard, extreem armoedig, de kindersterfte lag zeer hoog, de levensverwachting zeer laag. De bergbewoners woonden in armzalige hutten.

Een tweede element is de geografie van Peru. Het land bestaat uit drie verticale stroken: de kuststrook, de strook van het Andesgebergte en het enorme Amazonegebied. Zonder kennis van deze geografie is het gewapend conflict niet te begrijpen. Op de kaart van Peru zien we de hoofdstad Lima aan de kust. Lima bestaat uit een chaotische agglomeratie van sloppenwijken. Rechts van de kuststrook zien we de Andes die van het noorden van het land naar het zuidoosten loopt. Het is daar, in Ayacucho, dat het terrorisme is begonnen. Het belang van de geografische indeling ligt in de tegenstelling tussen Lima en de Andes. Alles was gecentraliseerd in Lima. In de Andes ontbrak het aan basisinfrastructuur: geen wegen, geen klinieken, geen kraanwater, en amper elektriciteit. Het is deze tegenstelling tussen de hoofdstad Lima en het leven in de Andes die een belangrijke rol zou spelen in de propaganda van het Lichtend Pad.

 

José Carlos Mariátegui

Historisch gezien beginnen de wortels van het Lichtend Pad met de oprichting van de communistische partij van Peru in 1928. De partij werd opgericht door José Carlos Mariátegui, een geniale autodidact.

Mariátegui heeft in de jaren 1920 gewerkt aan zeven opstellen waarin hij de Peruaanse samenleving onderwierp aan een Marxistische analyse.[1] De hoofdklacht van Mariátegui was gericht op de uitbuiting door de grootgrondbezitters. De Andes is een enorm gebied waar de overheid vrijwel afwezig was. Grootgrondbezitters waren eigenaar van enorme gebieden. Zo’n grootgrondgebied of haciënda was feitelijk een prinsdom. De grootgrondbezitter was er heer en meester. Op de velden werkten de inheemse bewoners, de afstammelingen van de Inca’s. Het was een eigensoortig feodaal systeem. De landarbeiders werden straatarm gehouden en leefden als lastdieren, volgens het dictaat van de grootgrondbezitter. De plaatselijke overheid was volledig corrupt en ontving smeergeld van de grootgrondbezitters. De landarbeiders spraken hoofdzakelijk Quechua – dat is de inheemse taal – en amper Spaans, en waren veelal analfabeet. Ze werden door de grootgrondbezitters niet met geld betaald. In ruil voor hun arbeid kregen ze alcohol om zich te bedrinken. Zo werden de vaders van de gezinnen onder de knoet gehouden, als verslaafden. De inheemse families die op de gronden werkten kregen een klein stukje grond dat ze voor eigen voeding mochten bewerken. Als er wat overschot was dan kon de kleine landarbeider zijn oogst verkopen aan de haciënda… die in ruil alcohol gaf.

Het leven op de haciënda was een inhumaan systeem waar families van generatie op generatie in diepe armoede leefden. Er waren geen sociale voorzieningen, geen tandartsen, geen scholen, er was niets. De inheemse landarbeider of campesino had geen basisrechten. Meisjes werden door de grootgrondbezitter straffeloos verkracht, want de plaatselijke autoriteiten grepen nooit in. Wat op de haciënda gebeurde bleef een zaak voor de haciënda.

Naast dat onmenselijke leven op de haciënda’s klaagde Mariátegui ook de tegenstelling aan tussen de hoofdstad Lima en de Andes. Lima werd door de Andes als een buitenlandse bezetter beschouwd. De regel was dat Lima corrupte ambtenaren naar de Andes detacheerde. De Andes werd volledig aan haar lot over gelaten. Er was – en is – geen basisinfrastructuur. Tot op de dag vandaag.

De grootgrondbezitters waren geen inheemse bewoners. Ze waren doorgaans afkomstig uit Spanje. Fysiek zagen ze er heel anders uit dan de inheemse bewoners die hun gronden bewerkten. De grootgrondbezitter zag eruit als een Zuid-Europeaan. De inheemse landarbeiders, deze kleine boeren, zijn afstammelingen van de Inca’s en zien er tot op vandaag hetzelfde uit: graatmager, klein van gestalte, donker gelaat en herkenbaar aan hun typische klederdracht. Het was een bevolkingsgroep die heel kwetsbaar was, die gemakkelijk kon worden gediscrimineerd en uitgebuit. En dat werd in de Andes volop gedaan.

Mariátegui heeft dit sociaal onrecht fel aangeklaagd. Vanaf de jaren 1960 – 40 jaar later – begonnen groepen campesinos in opstand te komen tegen de grootgrondbezitters. Haciënda’s werden met geweld overgenomen door kleine landarbeiders. De grootgrondbezitters verweerden zich door de politie te betalen. Sommige haciënda’s werden ontmanteld, andere bleven bestaan.

 

Abimail Guzman

In de jaren 1960, in een dorp genaamd Ayacucho, ontstaat het Lichtend Pad. Het werd gesticht door professor Abimail Guzman die werkzaam was aan de Universiteit van Ayachuco.

Abimael Guzman was een merkwaardig figuur. Hij kwam uit een bemiddeld gezin uit de stad Arequipa, was beslist geen afstammeling van de Inca’s en had filosofie gestudeerd. Guzman kende de Europese verlichtingsfilosofie want hij had een thesis[2] geschreven over Immanuel Kant. Guzman was een belezen academicus en moet vertrouwd zijn geweest met het humanisme en de mensenrechten. Dat kan niet anders, hij was onder meer verantwoordelijk voor de bibliotheek van het filosofie-departement van de universiteit van Arequipa.

Guzman was bezeten van de Chinese leider Mao. Guzman was een dogmatisch Marxist. Dit wil zeggen dat de Marxistische wijze om een samenleving te analyseren voor hem de enige was. Iedere vorm van kritiek op het Marxisme werd door hem afgedaan als revisionisme. Voor hem was het Marxisme de absolute waarheid. Hij heeft het als volgt verwoord in een cirkelredenering: ‘De ideologie van het proletariaat is wetenschappelijk, exact en almachtig. Ze is almachtig omdat ze waar is’.

De universiteit van Ayacucho heeft een doorslaggevende rol gespeeld in de ontwikkeling van het Lichtend Pad. Die universiteit was vergelijkbaar met een associatie van universiteit en hogescholen zoals we vandaag in Antwerpen kennen. De universiteit van Ayacucho bood universitaire studies zoals landbouwkunde en antropologie, maar verzorgde ook de lerarenopleiding en de verpleegsterschool. Guzman was vooral actief in de lerarenopleiding. Zijn echtgenote was een mooie studente in de lerarenopleiding en werd later een gewelddadig terroriste van het Lichtend Pad. Haar pseudoniem was Kameraad Norah.

Ayacucho was in de jaren 1960 en 1970 het strijdtoneel van permanente sociale conflicten tussen de bewoners en de overheid. Een voorbeeld: de overheid in Lima besloot het gratis onderwijs af te schaffen. In Ayacucho brak onmiddellijk gewapend protest uit en er vielen doden. En tegelijk was er het conflict van de landarbeiders tegen de grootgrondbezitters.

Vanaf de jaren 1960 begon Guzman in Ayacucho studenten op te jutten, hij werkte geduldig aan het radicaliseren van studenten, hoofdzakelijk het radicaliseren van studenten in de lerarenopleiding. Hij gaf les over sociaal onrecht en hoe het Marxisme-Leninisme-Maoïsme de oplossing was. Voortdurend benadrukte hij dat de Peruaanse staat het probleem was en dat een communistische staat de plaats moest innemen.

Hoe werden de studenten tijdens de lerarenopleiding geradicaliseerd? In de eerste plaats door nieuwe handboeken en cursussen. De gebruikelijke handboeken werden vervangen door communistische handboeken die door Moskou en Peking in het Spaans werden vertaald. Het is opmerkelijk dat boeken gedrukt in de Sovjetunie en in communistisch China hun weg konden vinden naar een gehucht in de Andes. Dit impliceert dat er een organisatie bestond tussen communisten wereldwijd, want hoe anders zouden die communistische handboeken, vertaald in het Spaans, in hemelsnaam in Ayacucho kunnen terechtkomen?

Op het curriculum stond een vak genaamd ‘Inleiding in de sociale wetenschap’. Het was een vak waarvoor communistische handboeken werden gebruikt. Het vak behandelde Marxistische onderwerpen zoals Historisch materialisme; Basis en superstructuur; Klassenstrijd; Revolutie en sociale verandering; en Aard van de bourgeois-staat. De auteurs van de boeken voor dit vak hebben Russische namen: Chesnokov, Konstantinov Makarov en Jozef Stalin. Dat de universiteit werd omgevormd tot een Marxistische universiteit bewijst het organisatietalent van Guzman.

De universiteit van Ayacucho werd de verspreider van een revolutionaire Marxistische ideologie. Geradicaliseerde leerkrachten werden naar schooltjes in de Andes gestuurd en probeerden de inheemse bevolking te mobiliseren. Er bestaan foto’s van straatarme geradicaliseerde landarbeiders in de Andes die met een spandoek rondlopen waarop staat ‘Leve het Leninisme, Leve het Maoïsme’. Wat doen analfabete inheemse hoogtebewoners met dergelijke spandoeken? Die hadden geen idee wie Lenin was of wat Maoïsme betekent. Hoe arm die kleine boeren waren blijkt uit een stuk van een Peruaanse onderzoeker. Een campesino beschrijft z’n boerderij als volgt: ‘1 koe; 3 ezels; 3 geiten; 4 kippen’. De armste boeren woonden op grote hoogte, in zeer armoedige en levensgevaarlijke omstandigheden, in hutten of in grotten op 4000 meter hoogte. Op die hoogte was de landbouw absoluut niet productief. In de valleien was het leven iets beter, sommige valleien hebben toegang tot water omdat er een rivier door loopt, waardoor de landbouw beter rendeert dan op 4000 meter hoogte. Op 4000 meter hoogte is er geen irrigatie wat noodzakelijk is voor de landbouw. Jongeren uit de lagere valleien, mannen en vrouwen, studeerden vaak voor leerkracht. Jongeren uit dorpen op grote hoogte waren te arm om te studeren.

Abimael Guzman radicaliseerde zijn studenten niet alleen tijdens de lessen aan de universiteit. Uit de periode 1960-1970 zijn talloze pamfletten bewaard gebleven. Het betreft korte teksten die werden geschreven door diverse studentenverenigingen, bijvoorbeeld door het syndicaat van het lerarenkorps of door het arbeiderssyndicaat. Toen de overheid in Lima het gratis onderwijs afgeschafte werd een protestgroep opgericht: Het Revolutionair Studenten-Front… en dat front had een slagzin gekozen, een spreuk die luidde: ‘Door het Lichtend Pad van Mariátegui’.

Deze pamfletten uit de jaren 1960-1970 herhalen steevast hetzelfde: dat een revolutie nodig is om de uitbuiting uit te roeien, dat de klassenstrijd een revolutie nodig heeft. Ze vormen een bewijsstuk voor de ontwikkeling van de ideologie van het Lichtend Pad. Ik heb rapporten gelezen van de inlichtingendiensten uit de periode 1960-1970 in Ayacucho. De lokale autoriteiten waren op de hoogte van de agitatie van Guzman. In hun rapporten wordt hij met name genoemd. Maar de rapporten werden in Lima genegeerd en het Lichtend Pad kon ongestoord doorzetten.

Het ging Abimael Guzman voor de wind. Eind jaren 1960 werd hij door communistisch China uitgenodigd deel te nemen aan een opleiding. Guzman heeft met trots details vrijgegeven over die periode. Het was niets minder dan een terroristenkamp waarin werd geleerd hoe een guerrillaoorlog te voeren, hoe explosieven moeten worden gemaakt. Daar ook werd Guzman uitgelegd dat de revolutie moet worden gevoerd vanuit het platteland, en vervolgens naar de hoofdstad. Dat was volgens het model van Mao Zedong, ook een leraar overigens, die lange marsen vanuit de landbouwgebieden naar de steden organiseerde om de steden te veroveren. De revolutie zou een gewapende strijd worden, die in Ayacucho moest beginnen om te eindigen met het veroveren van de macht in de hoofdstad Lima. Guzman was voorzitter van de plaatselijke communistische partij en hij doopte die ‘Communistische Partij van Peru-Lichtend Pad (PCP-SL)’. Het was geen nationale communistische partij. Het was een kleine lokale partij in Ayacucho.

 

Boerenprotesten en gewelddadige strijd

Ondertussen waren de protesten van de kleine boeren tegen de grootgrondbezitters steeds gewelddadiger geworden. Dat was een protestbeweging die parallel evolueerde naast het Lichtend Pad. De Verenigde Staten wilden geen communistische regimes in Zuid-Amerika. Er was jaren eerder door president Kennedy een plan bedacht om onder meer in Peru agrarische hervormingen door te voeren. Het idee was dat de boeren over hun eigen gronden konden beschikken. Dit luidde het tijdperk in van de zogeheten agrarische hervormingen. De haciënda’s werden onteigend en aan de boeren gegeven. Zo wilden de Verenigde Staten een linkse revolutie in Peru vermijden. Arme boeren kregen uit het niets enorme stukken grond toebedeeld, zonder patron. Maar landbouw is een economische activiteit en men moet continue investeren in meststoffen, pesticides, machines. De boeren die op de haciënda’s leefden werden plotseling verantwoordelijk voor hun eigen onderhoud. Op enorme stukken grond leefden verschillende gemeenschappen van kleine boeren en die raakten met elkaar in conflict. Er ontstonden permanente conflicten over het kleinvee, welke gemeenschap hoeveel vee moest krijgen. Er waren gemeenschappen die toegang hadden tot irrigatie, en anderen niet. De gemeenschap zonder toegang tot water probeerde met geweld grond af te pakken van de gemeenschap die dat wel had. Wanneer de haciënda’s werden onteigend, veranderde de sociale dynamiek. Toen de haciënda’s wegvielen, viel ook het systeem weg van conflictoplossing. Er ontstond een machtsvacuüm. De plaatselijke overheid was in dat enorme uitgestrekte gebied afwezig. Tussen de landarbeiders onderling ontstonden oneindige conflicten. Bovendien waren de boerengemeenschappen niet in staat in hun eigen onderhoud te voorzien. Op economisch vlak waren de agrarische hervormingen mislukt.

Deze mislukking werkte het Lichtend Pad in de hand, dat de bevolking in Ayacucho bleef opjutten tegen de overheid. Omdat de agrarische hervormingen mislukt waren, moest volgens het Lichtend Pad een nieuwe staat worden ingericht. De eerste terroristische aanslag van het Lichtend Pad werd gepleegd in Chusci in de Andes, in 1980. Een gehucht waar men in Lima nog nooit van had gehoord. De activiteiten van Abimael Guzman hadden gedurende twintig jaar vrij spel gekregen. De voorbereidingsjaren van begin 1960 tot eind 1970 konden zonder probleem worden voortgezet. In Chusci hadden verkiezingen plaatsgevonden; de guerrillastrijders van het Lichtend Pad staken de stembrieven in brand en later werd de plaatselijke burgemeester de keel doorgesneden.

Bij gelegenheid van de eerste terroristische aanval schreef Guzman een lange tekst. Ik vertaal een stuk:

Wij zijn de initiatiefnemers, we moeten dit diep in onze ziel kerven. Deze ontmoeting is historisch. Kameraden, wij zijn de initiatiefnemers, dus we zullen de geschiedenis ingaan die de partij al lang schrijft in bladzijden die niemand zal kunnen vernietigen. Wij zijn de initiatiefnemers. Deze Eerste Militaire School van de Partij is een zegel en een opening, een zegel en een opening. Bezegel tijden van vrede, open tijden van oorlog. Kameraden, ons werk met blote handen is afgelopen, ons gewapend woord begint vandaag: verhef de massa’s, verhef boeren onder de niet vervagende banieren van het marxisme-leninisme-maoïsme. Een periode is afgelopen; de voorbereidingen voor de nieuwe zijn afgerond. We verzegelen wat er is gedaan; we openen de toekomst, actie is de sleutel, de macht is het doel. Wij zullen dat doen, de geschiedenis eist het, de klasse eist het, de mensen hebben het voorzien en willen het; wij moeten gehoorzamen en wij zullen gehoorzamen, wij zijn de initiatiefnemers.

Toen het Lichtend Pad begon, beschikte het nauwelijks over wapens of een budget; de eerste terroristische aanslagen werden dan ook gepleegd met zeer primitieve middelen. Om hun terreur te verspreiden vergrepen de guerrillastrijders zich aan gruwelijkheden. Ze sneden de oren of handen van hun slachtoffers, staken ogen uit. Hoe gruwelijker hoe beter, omdat aan hun terrorisme ruchtbaarheid moest worden gegeven. Het vreemde is dat deze aanslagen werden gepleegd door Peruanen uit Ayacucho die medemensen uit dezelfde regio vermoordden. De vraag is waarom Ayacuchanen bereid waren elkaar onderling uit te moorden. Indien de strijd tegen de hoofdstad Lima moest worden gevoerd én tegen grootgrondbezitters, waarom dan ook kleine landarbeiders vermoorden?

Het Lichtend Pad viel in kleine groepen haciënda’s aan die wegens hun omvang niet waren onteigend. Op die haciënda’s werkten de landarbeiders in betere omstandigheden, we spreken ondertussen begin jaren 1980. Het feodale systeem was volledig verdwenen. De eigenaar van een kleine haciënda die overbleef was beslist geen grootgrondbezitter. Het feit dat hij desondanks eigenaar was van een haciënda was voldoende om door het Lichtend Pad te worden geviseerd. Het Lichtend Pad trok steeds verder de Andes in en eiste dat de boerengemeenschappen zich aansloten bij het Lichtend Pad. Wanneer een gemeenschap weigerde werd genadeloos ingegrepen. Het Lichtend Pad heeft zo hele dorpen in de Andes uitgemoord.

De hoofdstad Lima reageerde pas in 1982 en stuurde uiteindelijk gewapende manschappen naar de Andes om de strijd met de guerrilla’s aan te gaan. Het werd een strijd met de botte bijl. De legereenheden die naar de Andes gestudeerd waren natuurlijk niet opgeleid om een guerrilla-oorlog in eigen land te voeren. Dan barst de strijd van allen tegen allen los. Legereenheden uit Lima streken neer in Ayacucho en begonnen erop los te moorden in de Andes. Er was geen toezicht op wat die soldaten deden. Meisjes in dorpen werden verkracht. Hierover is een Peruaanse film gemaakt die in 2010 genomineerd is voor de Oscar van de beste buitenlandse film: La teta asustada.

De tactiek van het Lichtend Pad in de Andes was dat de oorlog moest worden gevoerd als een vis in het water. Dat was een geliefkoosde uitdrukking van de leider van het Lichtend Pad. Dit wil zeggen dat de guerrillastrijders geen herkenbaar uniform droegen. Ze zagen eruit als gewone landarbeiders uit de Andes. Het gevolg was dat onschuldige burgers die Quechua spraken er steevast van werden verdacht dat zij deel uitmaakten van het Lichtend Pad. Soldaten die in de Andes patrouilleerden hebben duizenden mannen en vrouwen standrechtelijk vermoord, enkel omdat ze Quechua spraken of eruitzagen als plaatselijke landarbeiders. De soldaten konden de terroristen niet onderscheiden van de gewone burgerbevolking. Op zijn beurt viel het Lichtend Pad legerpatrouilles aan; het Lichtend Pad vermoordde soldaten en als wraak sloeg het leger opnieuw aan het moorden en moesten onschuldige burgers eraan geloven. Niet alleen het leger streed in de Andes tegen het terrorisme. Vanuit Lima werden speciale politie-eenheden gestuurd. Ook deze eenheden hebben de mensenrechten massaal geschonden. Burgers werden ontvoerd, gefolterd en verdwenen. De spiraal van geweld hield nooit op. Wanneer het Lichtend Pad politie-eenheden aanviel, ging de politie over tot wraak en opnieuw werden onschuldige burgers het slachtoffer.

Het werd nog erger toen de regering besloot gewapende burgerwachten op te richten, de zogenaamde ronderos. Het is inmiddels bekend dat deze burgerwachten een belangrijke rol hebben gespeeld in de strijd tegen het Lichtend Pad. Gewapende burgerwachten konden aanvallen van het Lichtend Pad afslaan, maar wanneer deze burgerwachten op patrouille gingen gebeurde hetzelfde als bij leger en politie: er werd geen onderscheid gemaakt tussen terroristen en onschuldige burgers. De loutere verdenking was voldoende om standrechtelijk te worden geëxecuteerd.

Ik wil hier een theoretische noot aan toevoegen. Het geweldmonopolie behoort exclusief bij de overheid. Eigenrichting is in een democratische rechtsstaat verboden. Peru heeft dan ook het als rechtsstaat gefaald toen het geweldmonopolie deels uit handen werd gegeven aan de burgerwacht. In dezelfde periode werden gemaskerde rechtbanken opgericht, waar verdachten na een schijnproces de gevangenis ingingen. Een gemaskerde rechter is een absolute schending van het recht op een eerlijk proces. Tijdens deze jaren heeft de Peruaanse staat de mensenrechten op groteske wijze geschonden.

In de Andes leefden de kleine boerengemeenschappen onderling in conflict. Gewelddadige conflicten binnen kleine boerengemeenschappen hebben altijd bestaan. Toen het Lichtend Pad die kleine gemeenschappen in de Andes binnendrong, ontstond opportunisme. Sommige boeren sloten zich aan bij het Lichtend Pad, niet omdat ze verleid werden door de ideologie. Het was collaboratie uit opportunisme. Het geweld van het Lichtend Pad werd gebruikt om oude conflicten in een boerengemeenschap op te lossen, om wraak te nemen. Een plaatselijke landarbeider werd bijvoorbeeld benoemd tot commissaris van het Lichtend Pad in het dorp. Vervolgens gaf hij de opdracht om een oude rivaal te vermoorden. Dit fenomeen van collaboratie uit opportunisme is in detail beschreven door de Peruaanse onderzoeker Ponciano del Pino.[3] Het is een feit dat buiten de academische wereld nagenoeg onbekend is.

Tijdens deze oorlogsjaren heeft de leider van het Lichtend Pad zijn gedachtengoed neergeschreven in duizenden bladzijden die bewaard zijn gebleven. De ironie van het verhaal wil dat de woordvoerder van het Lichtend Pad naar België is gevlucht. Dat was een zekere Luis Arce Borja; hij heeft in België amnestie aangevraagd. Als woordvoerder heeft hij teksten van het Lichtend Pad vanuit Brussel uitgegeven. Het boek bevat tientallen teksten waarin Guzman honderden bladzijden wild om zich heen schopt. Op iedere bladzijde staat zowat hetzelfde.

 

De kernideeën van het Lichtend Pad

Abimael Guzman begon met een eenvoudig idee. Het Marxisme-Leninisme-Maoïsme heeft de waarheid in pacht. De oude staat moet volgens die opvatting door middel van een guerrilla-oorlog omver worden geworpen omdat ze de massa onderdrukt. Zo moet het volk worden bevrijd. Het is voor mij onbegrijpelijk dat het Lichtend Pad beweerde het volk te willen bevrijden, maar dat het volk tegelijk door het Lichtend Pad werd uitgemoord.

Het gebruik van geweld was volgens het Lichtend Pad noodzakelijk voor de revolutie. Er staat letterlijk geschreven: de revolutie heeft een quotum van bloed nodig. Dit is geen humanistische ideologie waarin het levenslot van de mens voorop staat. Het is een ideologie die het leven van de mens ondergeschikt maakt aan de ideologie. Guzman schreef dat de mensenrechten een burgerlijke uitvinding zijn en de revolutie in de weg staan. De mensenrechten moesten voor hem opzij worden gezet. Toen hij jaren later gevangen werd genomen, was in een video te zien hoe hij jammerde over zijn eigen rechten. Maar tijdens de terrorismejaren waren de mensenrechten van de Peruanen voor hem een storende factor.

Guzman wilde de Inca-cultuur van de inheemse bevolking uitroeien, want ze was niet communistisch. Het Quechua of de inheemse taal moest worden verworpen. Het Lichtend Pad had met andere woorden geen enkel respect voor de taal en de cultuur van de landarbeiders in de Andes. Het Lichtend Pad in Peru wilde zoals Mao Zedong in China de macht veroveren: vanuit het platteland en dan naar de hoofdstad Lima. Yenan was de stad waar Mao Zedong zich na zijn lange marsen uiteindelijk vestigde. En het is daarom dat het Lichtend Pad sprak over een Yenan in de Andes, het wilde zoals Mao de macht veroveren vanuit het platteland.

Guzman zag zichzelf als het vierde zwaard van het communisme. De eerste drie waren Marx, Lenin en Mao; hij riep zichzelf uit tot het vierde zwaard en tot de grootste levende communist. Het getuigt van grootheidswaanzin. Iedere vorm van kritiek werd verboden – kritiek op het Lichtend Pad was revisionisme en dat was verboden. Het Lichtend Pad was een opportunistische organisatie. Alle middelen werden ingezet. Opvallend is de rol van de vrouw. Het Lichtend Pad had een mannelijke leider, maar de meest beruchte terroristen waren vrouwen. De boodschap van het Lichtend Pad was dat de vrouw niet aan de haard moet staan maar wel als guerrillastrijder meevechten tegen de staat. Op die manier werd een Marxistisch feminisme uitgewerkt.[4]

Het Lichtend Pad had geen budget of wapens. De terreur werd in de Andes uitgeoefend door kleine dorpen uit te moorden. Toen het Lichtend Pad in Lima begon, werden elektriciteits-torens opgeblazen, waardoor de hoofdstad ’s avonds zonder licht zat. In Miraflores, de gemeente waar ik vandaag mijn kantoor heb, ontplofte in 1992 een autobom. Een residentieel woongebouw werd in twee gereten: 25 doden en 250 gewonden. Terwijl Peru in lichterlaaie stond, woonde Guzman ondergedoken in een goede buurt van Lima. Er bestaan filmpjes die laten zien hoe hij daar leefde. Hij was een levensgenieter, steevast omringd door vrouwelijk schoon. In een filmpje danst hij smoordronken met enkele vrouwen op de muziek van Zorba de Griek. Dit terwijl het Lichtend Pad de ene moord na de andere pleegde.

De ideologie van het Lichtend Pad was een gewapend Marxisme. Niet alle Marxisten zijn gewelddadig. Leo Apostel en Jaap Kruithof waren overtuigde Marxisten, maar ontegensprekelijk humanistische Marxisten. Het Lichtend Pad wilde met een gewelddadige strijd de macht veroveren. Het conflict zoals ik het heb beschreven, is in de Andes uitgemond in een oorlog van allen tegen allen. In de hoofdstad Lima was het conflict duidelijker. Het was een strijd van het Lichtend Pad tegen de bevolking, en de politiediensten bestreden het Lichtend Pad gerichter. In de Andes was dit niet het geval, de politie en het leger hebben veel onschuldige burgers standrechtelijk vermoord. Ook Lima heeft doodseskaders van de overheid gekend, maar van een massamoord zoals in de Andes is de hoofdstad Lima gespaard gebleven.

Abimael Guzman stond niet in contact met de werkelijkheid. Ik laat hem aan het woord:

Een zuiverder licht begon te schijnen, een stralend licht, dit licht dragen wij op de borst, in onze ziel. Dit licht werd in de aarde gevormd, en het slijk werd ijzer. Licht, slijk, ijzer en hieruit rees de communistische partij van Peru.

Ons volk werd verlicht door een intenser licht, het marxisme-leninisme-maoïsme: eerst waren we verblind, in het begin braken we dit ongrijpbare licht, licht en niets anders. Beetje bij beetje konden we dit licht begrijpen, onze ogen keken naar beneden en we zagen ons land, we zagen Mariátegui en onze werkelijkheid en we vonden ons perspectief: de reconstructie van onze partij.

Dat is poëtische taal. Hier is een dichter aan het woord. Een bloeddorstige dichter.

Het gewapend conflict heeft in Peru voor 70.000 doden en vermisten gezorgd. Vrouwen werden in de Andes massaal verkracht door legereenheden. De mensenrechten werden massaal geschonden, zowel door het Lichtend Pad als door het leger en de politie. Peru had sinds vele decennia monetaire problemen en midden jaren 1980, terwijl de burgeroorlog in de Andes op kruishoogte was, viel het land in een economische crisis met hyperinflatie. De periode van de jaren 1980 wordt in Peru La década perdida genoemd, ‘het verloren decennium’.

Tot op de dag van vandaag is het in Lima absoluut taboe om over een burgeroorlog te spreken. Peruanen zeggen: er was terrorisme. Maar wie dat zegt is steevast een bewoner van Lima. Het conflict in Lima was anders dan in de Andes. In de Andes werd een burgeroorlog uitgevochten. Op vijf minuten wandelen van mijn huis bevindt zich het museum van het geheugen zoals het wordt genoemd. Er heerst in Peru enorm veel onwetendheid over deze periode. De meeste Limanesen beseffen niet dat het gruwelijke conflict in de Andes anders werd uitgevochten dan in Lima. Sommigen spreken van ‘het museum van de terroristen’, omdat het museum het terrorisme zou rechtvaardigen. Dat is absoluut ten onrechte. Het museum brengt het volledige conflict in kaart. Dit wil zeggen de gruweldaden van het Lichtend Pad, maar ook de repressie van de overheid die onschuldige mensen heeft vermoord. Er wordt geschat dat de helft van de slachtoffers gedood werd door het Lichtend Pad, de andere helft door de overheid. Daarnaast heeft het conflict tot een massale verhuizingen geleid, mensen zijn de Andes ontvlucht en hebben in Lima gigantische sloppenwijken opgetrokken.

Generaal Adrián Huamán stond aan het hoofd van het militair commando in Ayacucho. In de krant La Republica vond ik een interview met hem. De generaal zei in 1984 in Ayacucho het volgende:

De oplossing is niet militair want indien zij militair zou zijn geweest, was het probleem al lang opgelost. Wat er gebeurd is dat we hier over mensen spreken, over godverlaten dorpen in de Andes die gedurende 160 jaar in opstand zijn maar niemand luisterde en nu oogsten we het resultaat. De oplossing wat mij betreft is het corrigeren van de situatie, dit wil zeggen dat de gevangenis niet vol zit met onschuldigen zonder proces, dat de rechters geen steekpenning ontvangen, en dat Lima denkt dat Peru alleen Lima is. Het zijn die mensen die aanleiding hebben gegeven tot het terrorisme. Het leger staat niet in voor de politieke situatie. Het is de politiek die het sociaal onrecht moet veranderen.

De conclusie is dat Ayacucho aan haar lot was overgelaten en volledig ondergedompeld in sociaal onrecht: armoede, racisme, corruptie, uitbuiting, sociale ongelijkheid. Dat was de voedingsbodem die het Lichtend Pad nodig had.

Abimael Guzman werd uiteindelijk in 1992 in Lima gevangengenomen. Hij was geen guerrillastrijder zoals Che Guevara. Toen hij werd gevangengenomen zat hij comfortabel aan zijn bureau in een clandestien huis in Lima. De man had schijnbaar psychische problemen. Het getuigt van grootheidswaanzin dat hij zichzelf de grootste levende communist noemde. Hij leefde in een fantasiewereld en gaf hallucinante bevelen: brigades en eenheden van het Lichtend Pad die niet bestonden stuurde hij uit om het leger aan te vallen.

Nadat hun leider was gevat, doofde het Lichtend Pad snel uit. Er werd een waarheidscommissie opgericht die een indrukwekkende arbeid heeft verricht. Het rapport van de commissie beslaat duizenden bladzijden. Er werden getuigen gefilmd en massagraven blootgelegd. Tot op de dag van vandaag krijgen we regelmatig bericht dat een team van het openbaar ministerie in de Andes lijken opgraaft en tot identificatie probeert over te gaan.

Het Lichtend Pad moest worden bestreden. De plannen van Guzman waren van begin af zeer duidelijk. Hij heeft die nooit onder stoelen of banken gestoken. Hij wilde de macht veroveren en regeren als een dictator. De killing fields van Pol Pot in Cambodja, daar was ook het Lichtend Pad mee begonnen, want als in de Andes een dorp de ideologie niet wilde aanvaarden, werd het gewoon uitgemoord.

De voedingsbodem voor het Lichtend Pad bestaat nog steeds: racisme tussen Peruanen onderling, sociale uitsluiting, corrupte ambtenaren, en buiten Lima is er in Peru vrijwel geen degelijke infrastructuur. Het Lichtend Pad is het voorbeeld van een bevolkingsgroep die in een gewapende opstand is gekomen. Een opstand tegen sociaal onrecht. Datzelfde sociale onrecht bestaat nog steeds en de vraag is op welke manier de volgende groep in opstand zal komen. Het Lichtend Pad zelf bestaat zogezegd nog in de jungle van Peru, maar dat verhaal is niet geloofwaardig. De terroristen die in de jungle actief zijn en het gedachtegoed van het Lichtend Pad verheerlijken, zijn cocaïne producenten en smokkelaars. Het gaat hier over een zeer kleine groep criminelen zonder slagkracht. Uiteindelijk is het Lichtend Pad volledig doodgebloed en de vraag die blijft nazinderen staat reeds in Galaten 3:4 – Hebt ge zoveel meegemaakt voor niets?

 

Reageren? Mail naar: stefan.polakiewiez@gmail.com

 

Stefan Polakiewiez (1977) is geboren in Antwerpen en studeerde er rechten. Hij woont in Lima, specialiseert zich permanent in het leven en werk van Leo Apostel, heeft drie zonen met oudtestamentische voornamen en is koopman van beroep.

 

[1] Het klachtschrift heet: 7 ensayos de interpretación de la realidad peruana en is overal op internet te vinden.

[2] De titel van de thesis luidt Acerca de la teoria kantiana del espacio (1961) en kan op internet worden teruggevonden.

[3] Uitzonderlijk goed onderzocht en beschreven:  Ponciano del Pino, En nombre del gobierno. El Perú y Uchuraccay: Un siglo de política campesina, uitg. La Siniestra Ensayos, Lima, 2017, 278 blz..

[4] Zie https://www.marxists.org/espanol/adrianzen/mmmf/el-marxismo-mariategui-y-el-movimiento%20femenino.pdf

 

Een ideeëngeschiedenis van het Lichtend Pad
‘Een van de twee Spanjes zal je hart...
Surinamer in de Oost
Nachtmis
De maakbare mens
Hoe lang is de antifascistische oorsprongsmythe van de...
‘J’avais toujours raison’
Een ‘politieke kosmos’? Over de pedagogie van straatnamen
Duivelse armoe
Dr. Morell en Patiënt A
Christendom en burgerlijk gezag
‘Rwanda valt aan, Rwanda wordt niet aangevallen’ (Urwanda...
Dubbele politieke moord
Wat vertellen we onze kinderen (niet)?
Een jurk vertelt
Filip de Pillecyn als links-progressieve journalist
Numineuze slachtoffers
Wetenschap, een sisyfusarbeid
Nog een herdenking in 2025
De onverwachte val van Assad
Woorden zijn wapens. Over Robert Brasillach
Een mooi kijkboek, meer niet
Deportatie naar het paradijs: joden in Mauritius 1940-1945
Het kleedje voor Hitler: een boekbespreking
Het einde en het begin van de geschiedenis
Begrensde Tolerantie, Botsende Meningen
Taiwan: de nalatenschap van Nederlandse handel
Gedeelde grond
Moeten arme landen arm blijven?
Oudheidkunde op maat