Het grote raadsel van de Grote Terreur

Zoals ik vermeldde op Twitter, heb ik pas het tweede deel van de Histoire de l’URSS van Aragon uitgelezen (uitgegeven door Edition 10/18 in 1962). Het was puur toeval dat ik vorige week, toen ik in mijn appartement in Belgrado was dat vol staat met honderden boeken gekocht door mijn vader en door mijzelf toen ik jong was, stuitte op het driedelige werk van Aragon. Ik koos het tweede deel, dat loopt van 1923 tot het einde van de Tweede Wereldoorlog. De afbeelding op de kaft was passend genoeg van Stalin.

Het boek maakte vreemd genoeg deel uit van een project van UNESCO uit de vroege jaren 1960, bedacht en geleid door een beambte van UNESCO, Carlos de Azavedo. UNESCO gaf André Maurois, een Franse schrijver en biograaf, de opdracht een geschiedenis van de Verenigde Staten te schrijven, en Aragon een geschiedenis van de Sovjet-Unie. Aragon, die een dichter was, geen historicus, maar een toegewijd lid van de Communistische Partij, besteedde tweeëneenhalf jaar aan het verzamelen en lezen van grote hoeveelheden documenten. Vanwege zijn communistische contacten kreeg Aragon toegang tot sommige Sovjetarchieven die voor alle onderzoekers gesloten waren. Ondanks de sympathieke behandeling die Aragon de Sovjet-Unie geeft, is het boek daar nooit verschenen. Rond de jaren 1990 was het waarschijnlijk achterhaald, toen veel nieuw bewijsmateriaal aan het licht werd gebracht.

Maar het zou verkeerd zijn het boek af te wijzen. Ideologisch is het sterk Chroesjtsjoviaans,  en biedt inzicht in wat de aanvaarde (onder de Communistische Partij tijdens Chroesjtsjov) versie van de Sovjetgeschiedenis was: Trotski afwijzen vanwege ontelbare politieke aarzelingen, het belang van  Zinoviev en Kamenev bagatelliseren, aanvaarden dat Boekarin (in de woorden van Lenin) ‘de lieveling van de Partij’ was, en Stalin aanvallen vanwege de persoonscultus en de Grote Terreur, maar overigens aanvaarden dat hij grote dingen had bereikt. Aragon verhult de menselijke prijs van de collectivisatie, en legt de schuld enerzijds bij de koppigheid van de koelakken (zonder te vragen wie die beruchte koelakken waren), en anderzijds bij wandaden van individuele partijleden en de geheime politie. De zaken worden levendiger met de Grote Terreur van 1936-1938 wanneer Stalin ondubbelzinnig als een tiran wordt afgeschilderd. De buitenlandse politiek van de USSR wordt steeds, maar in het bijzonder vanaf het midden van de jaren 1930, voorgesteld in een onversneden positief licht, en de schuld voor het gebrek aan samenwerking tussen Frankrijk, Groot-Brittannië en de USSR tegen Nazi-Duitsland wordt steeds bij de eerste twee landen gelegd.  Terwijl een ingevoerde lezer soms verbaasd is over uitspraken van Aragon (bijvoorbeeld het absolute enthousiasme van de arbeidersmassa’s in de Baltische landen en Bessarabië over de annexatie door de Sovjet-Unie in 1940), zijn er niettemin feiten die Aragon naar voren brengt die in de hedendaagse historiografie zijn vergeten of worden genegeerd. In die zin is het boek van Aragon een antistof tegen hedendaagse versies van de geschiedenis: het zet de lezer ertoe aan te zoeken naar de bespreking van gebeurtenissen waarvan hij of zij niet eens wist dat zij waren gebeurd.

Er is ook een element dat Aragon, misschien omdat hij een dichter was, biedt dat andere, meer nuchtere historici niet bieden. Het is een bijna lyrische nevenschikking van een immense werklust van duizenden jonge mensen ontketend door de Revolutie en duistere moordpartijen die zich in dezelfde tijd voltrokken. Dit wordt bijzonder aangrijpend beschreven tijdens de Grote Terreur. Op hetzelfde moment dat topleden van de Bolsjewisten worden afgevoerd door duistere NKVD-schepsels, vermoord en hun gezinnen verspreid over de Sovjet-Unie, behaalden gewone arbeiders opmerkelijke prestaties in de productie, werden nieuwe fabrieken gebouw, zongen kinderen liederen, en meenden velen dat in de mooiste tijden ooit leefden. Alleen een dichter kan licht en donker zo dramatisch en dagelijks tegelijk zien bestaan: een persoon die ’s ochtend de meest opzwepende Stalinistische toespraak gaf kon ’s avonds worden gearresteerd, en geëxecuteerd bij dageraad.

De beschrijving van deze tijd bracht me terug bij het grootste raadsel van alle, waarmee ik sinds mijn tienerjaren heb geworsteld: wat was het doel van de Grote Terreur? Waarom wilde Stalin al deze mensen dood? Zoals Boekarin hem schreef in een briefje dat in een la van Stalin werd gevonden na de dood van Stalin: ‘Koba, waarom heb je mijn dood nodig?’. Niemand weet het.

Ik heb minstens een dozijn boeken gelezen die, direct of indirect, de Grote Vervolging proberen te verklaren. Ik ben ervan overtuigd dat de vervolging niet kan worden verklaard door er beperkt naar te kijken, dat wil zeggen enkel naar de tijd waarin zij zich voltrok, zonder kennis of behandeling van de gebeurtenissen van 1917 tot 1936, of zelfs voor de Revolutie. Maar dan nog blijft het een raadsel. Wilde Stalin iedereen vermoorden die dicht bij Lenin stond en een ‘oude Bolsjewiek’ was, zodat hij zelf de enige was die de erfenis van Lenin juist opvatte, en zich geen tegenstand kon verenigen rond een algemeen herkenbare politieke figuur? Ja, dat is mogelijk – maar hoe kan dit verklaren dat ook ongeveer 500.000 mensen werden vermoord: er was geen half miljoen mensen nauwe medewerker van Lenin noch een waarschijnlijke leider van de oppositie. En hoe verklaart dit het decimeren (of nog erger) van het hele officierscorps van het Rode Leger? Vertoonden de hoge pieten van het Rode Leger de neiging Stalin af te zetten? Nee. Was de invloed van Trotski er, gezien zijn verleden, bijzonder sterk? Nee.

Was het een poging de schuld voor het mislukken van de industrialisatie te leggen bij ‘saboteurs’ en gefantaseerde contrarevolutionaire partijen? Het is een van de mogelijke verklaringen, maar het is niet overtuigend: hoe laat het toegeven van mislukkingen in de planning (inbegrepen in de idee van afwijkingen) zich verenigen met het overdreven dagelijks prijzen van wat er was bereikt? Ik weet dat men de kwadratuur van de cirkel kan vinden door te stellen dat Stalin goed op de hoogte was van de problemen, dat hij wist dat anderen het wisten, en dat de manier om de problemen weg te redeneren was te beweren dat zij het gevolg waren van systematische sabotage. Maar dit is, naar mijn mening, vanwege de tegenstrijdigheid die ik noemde, een zwakke verklaring. Ook paranoia is geen goede verklaring, want al werd Stalin paranoïde in de laatste fase van zijn leven, hij was zeker niet paranoïde of irrationeel in het midden van de jaren 1930. Iedere auteur is onder de indruk van hoe zorgvuldig gepland en goed uitgevoerd de acties van Stalin waren tijdens de strijd binnen de partij. Waarom zou hij gek worden in 1936?

Het grote raadsel wordt nog onderstreept door een vergelijking met de zuiveringen van Hitler. Die waren volledig rationeel en begrijpelijk. Hitler vernietigde de SA, zijn meest trouwe dienaars, omdat hij de Wehrmacht verkoos boven de SA; iets dat elke rationele politicus zou doen. Toen hij Rommel, Canaris en anderen uitschakelde, deed hij dat omdat het aannemelijk was dat zij betrokken waren in het complot van Stauffenberg om hem te vermoorden. Dus hij sloeg terug als vergelding.

In het geval van Stalin ontgaat de logica ons. Zijn bestraffing van ‘vijanden’ volgt geen voorspelbaar patroon, waar zij sterker zou worden naarmate zij een grotere bedreiging voor zijn macht vormden. Zinoviev, Kamenev, Tomsky, Rykov, allen in ballingschap, vormden geen bedreiging voor hem. Boekarin verkoos duidelijk hem te dienen. Zij waren allen eerder uit de Partij gegooid, weer aangenomen, en er vervolgens weer uitgezet.

Stalin werd beschouwd als een uitstekende Machiavellist. Maar dat was hij niet. Machiavelli aanvaardt moorden door de Vorst, maar alleen in zoverre deze nodig zijn om zijn macht te behouden, en voor zover de Vorst beseft dat hij daardoor een immorele handeling begaat. Stalin faalde in beide opzichten: hij had geen gewetensbezwaren bij het gebruik van de meest smerige middelen terwijl hij niet erkende wat zij waren, waarschijnlijk niet eens bij zichzelf (hoewel dat uiteraard iets is wat we nooit zullen weten. Het is evenmin helemaal niet aantoonbaar hoe deze onophoudelijke orgie van geweld en moord die de Sovjet-Unie en de internationale communistische beweging (waarvan ook veel leiders werden vermoord tijdens de zuiveringen) tijdens deze drie jaren op enigerlei wijze noodzakelijk was voor Stalin om aan de macht te blijven. Zo blijven we staan, zoals ik in de titel aangaf, voor een van de grote raadsels van de recente geschiedenis: waarom was dit alles nodig?

 

PS 1     Een tijdje geleden stelde ik deze grafiek op te laten zien hoe verhoudingsgewijs jong de leden van het Centrale Comité waren ten tijde van de Revolutie. De gemiddelde leeftijd was 34. Het jongste lid was 25. Maar ik liet ook zien dat meer dan de helft van de leden van het Centrale Comité in 1917 (in rood) werd vermoord door Stalin. Anderen stierven voordat hij ook hen kon doden.

 

Leeftijd van de leden van het Centrale Comité ten tijde van de Revolutie

 

PS 2     De recente biografie van Stalin die mijn voorkeur heeft is die door Oleg Khlevniuk, Stalin: New Biography of a Dictator. Het is een opmerkelijk evenwichtig boek, niet geneigd tot overdrijvingen in welke richting ook, gebaseerd op nieuwe beschikbare bronnen en heel goed geschreven. Ik schreef een bespreking (https://branko2f7.substack.com/p/dining-with-stalin ) van een heel interessant boek van de Russische historicus Vladimir Nevezhin dat de banketten beschrijft die Stalin organiseerde tussen 1935 en 1949. Dit waren enorme gebeurtenissen, en de meest eervolle plaats was, uiteraard, te worden uitgenodigd aan de tafel van Stalin. Van de 21 mensen die daarvoor werden uitgenodigd werden er acht doodgeschoten, en twee pleegden zelfmoord (om marteling te ontlopen). Over het algemeen hebben Russische, of breder: Sovjet-historici in vergelijking met buitenlandse historici het voordeel van meer directe kennis van wat de tijd van de Grote Terreur betekende, omdat bijna geen familie gespaard bleef dan wel niemand kende die erdoor werd getroffen. Roy en Zhores Medvedev, die veel van de hoofdpersonen persoonlijk kenden, zoals blijkt uit hun monumentale Let History Judge, behoren tot die categorie. Vaak telden families binnen hun eigen kringen daders en slachtoffers. Dit niveau van persoonlijke, onmiddellijke en moeilijk overdraagbare kennis is in dit soort voorbeelden onvervangbaar. We weten dit sinds Thucydides en Tacitus.

 

(vertaling: Herman Simissen)

 

Branko Milanović (°1953) is een Servisch-Amerikaanse econoom, onder meer verbonden aan de City University of New York en de London School of Economics. Hij is vooral bekend door zijn werk over inkomensverdeling en ongelijkheid. De oorspronkelijke tekst verscheen op 26 januari jl. op  https://branko2f7.substack.com/p/the-great-puzzle-of-the-great-terror en wordt hier met toestemming van de auteur in Nederlandse vertaling gepubliceerd.

 

 

Licht in het puin
Christelijk nationalisme
Denken als revolte in tijden van crisis –...
Over rijkdom en macht in het nieuwe tijdsgewricht
Andrew Winnick over de blijvende aantrekkingskracht van Trump...
Yoeri Andropov: een man die een tweede Deng...
Verdien je vanuit moreel oogpunt wat je financieel...
Werken of niet werken
Het grote raadsel van de Grote Terreur
De politieke gevolgen op lange termijn van Poetin
Fascisme in postmoderne tijden
Hoe de kaders te schetsen van een economische...
Een korte Nieuwjaarsoverdenking
Hedendaagse overweging: autoritarisme
Rusland: een ideologie voor binnenlands, en één voor...
Opus Dei en Project 2025
Oorlogsnarratief domineert in Westerse media
Hoe de toenemende inkomensongelijkheid te beheersen die het...
Trump: een neoliberale agenda najagen met directe middelen
De Trumpfluisteraar (III)
De Trumpfluisteraar (II)
De Trumpfluisteraar (I)
Waarom oorlog?
Interview met Andy Winnick
Nomonhan, 1939
Te veel of te weinig Ricardo?
Niets (zinvols) te zeggen
‘Het is mijn innerlijk kind’
Gaza, de eeuwige Achilleshiel
‘Nu zijn de dingen anders, we moeten niet...