Lenin in 1917 en 1922, toegepast op het heden
Terwijl hij zich in april 1917 schuilhield in Finland voor het arrestatiebevel van de Voorlopige Regering van Rusland, schreef Lenin een pamflet getiteld De Staat en de Revolutie. Daarin verdedigde hij, gebruik makend van de geschriften van Marx en Engels over de opkomst van het socialisme en over de Commune van Parijs, de aanstaande gewelddadige machtsovername door de Bolsjewieken. Ook schetste hij in groot detail het systeem dat zou volgen op de socialistische revolutie in Rusland. Op economisch gebied zou dat de nationalisering van de productiemiddelen zijn, de afschaffing van privé-eigendom, en centralisatie van de besluitvorming. Op politiek gebied, de dictatuur van het proletariaat en de macht aan de sovjets. De dictatuur van het proletariaat moet hier worden begrepen in haar maatschappelijke context, op dezelfde manier waarop volgens Marx ieder kapitalistisch bewind een dictatuur van kapitalisten is, ongeacht of er wordt geregeerd door meerdere democratische partijen of door autoritaire regeringen. Strikt genomen is de dictatuur van het proletariaat, zoals besproken door Lenin, verenigbaar met zowel een meerpartijenstelsel als met een éénpartijstelsel.
In april 1922, precies vijf jaar later, gaf Lenin, inmiddels hoofd van de Sovjetregering, zijn laatste lange toespraak, tot het Elfde Congres van de Russische Communistische Partij. Daarin verdedigde hij de Nieuwe Economische Politiek (NEP), die in hoge mate pro-kapitalistisch was, en werd aangevallen door verschillende krachtige vleugels van de Bolsjewistische partij (de zogeheten Arbeiders Oppositie geleid door Alexander Shliapnikov, en door voorstanders van verplichte industrialisatie vertegenwoordigd door Preobrazhensky). Het beleid van de NEP was volledig tegengesteld aan het beleid dat Lenin in 1917 uiteen had gezet.
Door beide documenten te vergelijken, vallen verschillende dingen op. Het eerste is de ontwikkeling in het denken van Lenin tijdens deze vijf jaar, waaruit blijkt dat hij een briljant politicus was. Terwijl hij vasthield aan het uiteindelijke doel, wijzigde hij voortdurend zijn tactiek als de omstandigheden veranderden. Vervolgens het belang van de twee teksten voor de huidige omstandigheden. De Staat en de Revolutie kan worden gelezen als een handboek voor het overnemen van de staat en het veranderen van zijn interne structuur. Terwijl de revolutie van Trump in de Verenigde Staten niet de klassenstrijd inhoudt die Lenin voorzag voor de Sovjetrevolutie, maakt DOGE deel uit van een vergelijkbare poging de diepe ideologie van de staat te veranderen, en de nieuwe staat in het belang van de nieuwe leiders te laten werken. Lenin legt uit:
Revolutie bestaat uit… het vernietigen van het regeringsapparaat en de hele machinerie van de staat, en vervangen door een nieuwe…
en
De bureaucratie overal en helemaal afschaffen is uitgesloten. Dat is een utopie. Maar het oude bureaucratisch apparaat vernielen en meteen beginnen een nieuw te bouwen… dat is geen utopie.
De toespraak uit 1922, anderzijds, kan worden gelezen als een beknopte samenvatting en een voorafgaande lofrede op het beleid dat de Chinese regering de laatste veertig jaar heeft gevolgd: het invoeren van het kapitalisme om de heerschappij van één partij te versterken en de samenleving uiteindelijk in een socialistische richting te bewegen. Het is socialisme met kapitalistische middelen.
De twee teksten van Lenin verschillen opmerkelijk in stijl. In De Staat en de Revolutie conformeert Lenin zich sterk aan Marx en vooral Engels, en gebruikt hij talloze citaten om zijn gehechtheid aan de leer te bevestigen en een rechtvaardiging te geven voor de politieke staatsgreep. De tekst staat vol met citaten van vooral Engels die meer open was, of misschien bloeddorstiger, dan Marx in het oproepen tot het gebruik van geweld in revoluties. Het is een dogmatisch stuk, hoewel het uitstekend is geschreven. Het probeert de voortrekkers van de Tweede en Twee-en-een-halve Internationale te overtuigen van de juistheid van het oordeel van Lenin over de Eerste Wereldoorlog, en van zijn oproep de oorlog tussen kapitalistische staten om te vormen tot een oorlog van de socialistische revolutie.
De werkelijkheid van het opbouwen van het socialisme bleek niet zo gemakkelijk als Lenin in april 1917 verwachtte. Daarom veranderde zijn benadering van de opbouw van het socialisme vijf jaar later, na de Burgeroorlog, het oorlogscommunisme, buitenlandse militaire interventies en de opstand in Kronstadt. De toespraak tot het Elfde Congres is opmerkelijk door de tegenstellingen met De Staat en de Revolutie. Het is een volledig ondogmatisch document, een eigenschap die wordt onderstreept niet alleen door het ontbreken van citaten uit Marx maar, in verschillende voorbeelden, van vastberaden beweringen dat het nieuwe systeem in Rusland iets is dat Marx zich niet kon voorstellen, niet voorzag, en waarover hij dus geen mening had nagelaten. Het is alsof Paulus Jezus vertelt dat hij een paar dingen heeft gemist.
Het nieuwe systeem zou kunnen worden verzoend, zoals Lenin destijds en de Chinese Communistische Partij nu beweert, met de Marxistische leer door erop te wijzen dat de socialistische revoluties plaatsvonden in minder ontwikkelde delen van de wereld, en andere middelen vergden dan bedacht door de Eurocentrische Marxisten:
Zijn de maatschappelijke en economische omstandigheden in ons land [Rusland] van dien aard dat zij proletariers ertoe aanzetten de fabrieken in te gaan? Nee. Het zou zo moeten zijn volgens Marx; maar Marx schreef niet over Rusland, hij schreef over het kapitalisme als geheel, te beginnen met de vijftiende eeuw. Het was waar voor een periode van zeshonderd jaar, maar het is niet waar voor het huidige Rusland.
Of, nogmaals:
Alle min of meer begrijpelijke boeken over het staatskapitalisme die tot nu toe zijn verschenen, werden geschreven onder omstandigheden en in een situatie waarin staatskapitalisme kapitalisme was. Nu zijn de dingen anders, en Marx noch de Marxisten konden dit voorzien. We moeten niet naar het verleden kijken.
Het voornaamste doel van de toespraak uit 1922 was het verdedigen van het invoeren van kapitalistische productieverhoudingen in Sovjet-Rusland. Deze verhoudingen namen twee vormen aan: het toestaan van kleine boerenbedrijven en warenproductie op het platteland, en privéhandel met de steden; en buitenlands kapitaal binnenlaten middels bedrijven in gemeenschappelijk bezit van de Sovjetstaat en buitenlandse kapitalisten. Beide nemen duidelijk afscheid van de socialistische opvatting over het bezit van productiemiddelen en over centrale planning die Lenin vijf jaar eerder had verkondigd.
In 1922 was staatskapitalisme aan de orde van de dag. Door middel van een ideologische krachttoer maakt Lenin onderscheid tussen staatskapitalisme onder kapitalistische omstandigheden en staatskapitalisme onder socialistische omstandigheden. In het eerste geval neemt de staat wat macht van de private sector om de dictatuur van het kapitaal beter te handhaven; in het tweede is de politieke macht stevig in handen van de Communistische Partij, maar veel economische functies worden gedelegeerd aan kapitalisten om de productie te verhogen. Het staatskapitalisme is enkel een overgangsfase naar het socialisme. Dit is wat de Chinese Communistische Partij steeds heeft beweerd sinds de hervormingen in 1978 begonnen. Zelfs de structuur van wat in China werd hervormd is zoals Lenin in 1922 bepleitte. Vroege Chinese hervormingen omvatten de decollectivisering van de landbouw, en het openstellen van de economie voor de private sector en voor buitenlands kapitaal.
Maar terwijl de NEP volgens Lenin nodig was om economische redenen, mocht zij nooit leiden tot zeggenschap van kapitalisten over de politieke besluitvorming. Deze laatste moest gecentraliseerd blijven in de handen van de Communistische Partij. ‘Staatskapitalisme is kapitalisme dat we kunnen beperken, en de grenzen ervan zullen we zelf kunnen bepalen’.
Staatskapitalisme is een overgangsfase, die als de productiekrachten eenmaal zijn ontketend en een veel hoger inkomen is bereikt, kan worden losgelaten, herzien, en vervangen door het oorspronkelijke socialistische beleid. Met andere woorden, staatskapitalisme wordt gezien als een extra stadium in de ontwikkeling van kapitalisme naar socialisme, noodzakelijk omdat de socialistische revoluties zich voordeden in minder ontwikkelde landen.
Staatskapitalisme is niet tijdgebonden. Het enige tijdgebonden element waarin Lenin voorzag was de noodzaak dat het bleef bestaan totdat de communistische kaders hadden ‘geleerd’ hoe de economie beter aan te sturen, dat wil zeggen, even efficiënt als de kapitalisten. De opvatting van Lenin is dus niet onverenigbaar met het honderd jaar aanhouden van het staatskapitalisme, zoals Deng Xiaoping inderdaad voorspelde – of nog langer: de kaders leren de kapitalistische managementtechnieken niet snel genoeg. Dit houdt geenszins in dat de Partij afwijkt van het uiteindelijke doel van het socialiseren van de productiemiddelen. Het is een kapitalisme dat onbepaalde tijd kan blijven bestaan onder het altijd waakzame oog van de Communistische Partij.
(Vertaling: Herman Simissen)
Branko Milanović (°1953) is een Servisch-Amerikaanse econoom, onder meer verbonden aan de City University of New York en de London School of Economics. Hij is vooral bekend door zijn werk over inkomensverdeling en ongelijkheid. De oorspronkelijke tekst verscheen op 30 april jl. op https://branko2f7.substack.com/p/now-things-are-different-we-must en wordt hier met toestemming van de auteur in Nederlandse vertaling gepubliceerd.
