Nu we dichterbij de tussentijdse Amerikaanse verkiezingen van 2026 komen, op 3 november aanstaande, geef ik een korte overdenking over burgerdeugden en de gevaren van autoritaire leiders.
Burgerdeugden verwijzen naar de ethische standaard voor publiek gedrag. Het voorbestaan van de democratie is ervan afhankelijk, omdat zij leidend zijn in het dagelijks leven: bij hoe we anderen behandelen, wat we denken over en doen in de wereld om ons heen: over de natuur, zaken, cultuur, godsdienst, het gezinsleven, enzovoorts. Serieuze overdenking en betrokkenheid zijn wezenlijk. We zien. We oordelen. Dan handelen we.
Zonder gezonde burgerdeugden stort de democratie in en vervalt ofwel in chaos, ofwel in autoritair leiderschap.
Het gevaar van een dergelijke instorting is een heel reële mogelijkheid. Burgerdeugden worden door autoritaire ‘leiders’ terzijde geschoven, omdat zij menen dat de maatschappelijke orde niet wordt gehandhaafd door het aanhangen van gedeelde publieke waarden, maar door trouw aan de dictaten en wensen van de autoritaire leider, die de touwtjes in handen heeft.
Autoritaire ‘leiders’ houden in feite van chaotische maatschappelijke toestanden waarin mensen leven in onzekerheid en angst, en bevorderen die. Ze scheppen grote kwesties om mensen af te leiden van wat er werkelijk gaande is. Autoritaire lieden gedragen zich zonder verantwoordelijkheid te nemen. Zij staan in het geheel niet open voor kritiek, en bevorderen onredelijke angsten over de wereld waarin vaak kwaadaardige samenzweringen een rol zouden spelen, en de vervolging van ‘ons’ door ‘hen’. In feite belasteren en verwijderen ze degenen die zien wat er echt gebeurt en daar verslag van doen.
In een gezonde democratie bestaan er zekere algemeen aangehangen burgerdeugden, bijvoorbeeld: moord is immoreel, diefstal is immoreel, onschuldige mensen schade berokkenen is immoreel, en liegen en het verspreiden van valse informatie zijn immoreel. Als deze immorele handelingen tot maatschappelijke deugden worden gemaakt, of maatschappelijk normaal worden, heeft de samenleving een probleem. Ik roep de woorden van de Franse filosoof en schrijver Voltaire (1694 – 1778) in herinnering: ‘Degenen die je absurditeiten kunnen doen geloven, kunnen je wreedheden laten begaan’.
Dus wat doen we aan autoritaire leiders en hun volgelingen?
De beste manier om de beperkte en onjuiste visie van autoritaire personen tegemoet te treden is door een breed opgezette vorming die de nadruk legt op vaardigheden in kritisch en analytisch denken. Zij begint thuis. Een breed opgezette vorming benadrukt het belang van het verzamelen van bewijs, om daarna conclusies te trekken. We moeten in onze gemeenschappen en parochies kanalen voor dialoog opzetten. We moeten die personen en instellingen ondersteunen die multiculturele kennis en begrip bevorderen.
We moeten moedig ingaan tegen onwetendheid, en ons uitspreken tegen oneerlijkheid en onjuiste informatie. We moeten ons uitspreken over degenen die leugens en onjuistheden propageren en publiceren.
Burgerdeugden verzekeren feitelijk het voortbestaan van de menselijke geest. Met ‘de menselijke geest’ bedoel ik die positieve elementen van menselijkheid die mensen elkaar betonen: empathie, respect, grootmoedigheid, verbinding, emotionele verbondenheid, zich met de ander vereenzelvigen. Deze elementen vergen een gevoel van gelijkwaardigheid, en de roep om mensenrechten en gerechtigheid op alle gebieden van het leven, met name maatschappelijke en economische gerechtigheid. Uiterst egoïstische zelfgenoegzaamheid leidt tot conflicten, niet tot samenwerking; tot angst, niet tot hoop; tot agressie, niet tot wederzijds respect; tot wantrouwen, niet tot vertrouwen.
Mensen ontwikkelen hun burgerdeugden, en stellen die bij, door de interactie met familie en vrienden, en met de maatschappelijke, religieuze en onderwijsgroepen waarvan zij deel uitmaken.
Ongeacht wie er wint, moeten we bij de tussentijdse verkiezingen onze democratie behoeden op grond van gedeelde waarden over het gemene best en gedrag volgens de burgerdeugden. Dit betekent niet alleen zorgen voor onszelf, maar de verantwoordelijkheid nemen voor het welzijn van anderen.
De Amerikaanse cognitief taalkundige en filosoof George Lakoff (*1941) benadrukte in zijn (samen met zijn promovenda Elizabeth Wehling geschreven) The Little Blue Book: Talking and Thinking Democratic (2012): ‘Huizen storten in wanneer ze niet worden onderhouden, en datzelfde gebeurt met de democratie en de gaven van de democratie die we ons nauwelijks bewust zijn en als vanzelfsprekend beschouwen: het recht om te stemmen, openbaar onderwijs, mensenrechten, eerlijke rechtsgang, onbevooroordeeld nieuws, schoon water, schone lucht, nationale parken, veilig voedsel, goede banen, integer gedrag van banken, betaalbare hypotheken, eerlijke verkiezingen’. Dat alles maakt deel uit van de burgerdeugden, en van het vermijden van maatschappelijke chaos.
(vertaling: Herman Simissen)
Reageren? Mail naar jadleuven@gmail.com
John Alonzo Dick (*1943) bekleedde als derde the Chair for the Study of Religion and Values in American Society aan de KU Leuven. Hij is voormalig academisch decaan van het American College van de KU Leuven en hoogleraar. Hij publiceerde onder meer samen met K. Schelkens en J. Mettepenningen A Aggiornamento? Catholicism from Gregory XVI to Benedict XVI (Brill, Leiden en Boston, 2013). Recent verscheen zijn biografie Jean Jadot: Paul’s Man in Washington (Another Voice Publications 2021), over de Belgische bisschop Jean Jadot, van 1973 tot 1980 Apostolisch Afgevaardigde in de Verenigde Staten. In juni 2025 verscheen zijn boek Another Voice. Contemporary Theological & Ethical Reflections.
