Economie, politiek en filosofie voor een nieuw tijdperk
Ik voel me wat beschaamd, bij te dragen aan de zondvloed van artikelen over kunstmatige intelligentie (artificial intelligence, AI). Ik heb mijn deel al gedaan: een stuk dat bezag hoe digitale communicatie het dagelijks leven in China verandert; een ander over hoe Marx en neoklassieke economen naar AI zouden kijken; en onlangs nog over hoe de sociale structuur eruit zou kunnen zien van een nieuwe dystopische samenleving waarvoor mensen bang zijn. Dit laatste stuk, gecombineerd met mijn geschriften over Amerikaanse homoploutia en met aanvullende bijdragen van Nils Gilman, vormt het uitgangspunt van een gezamenlijk artikel dat zal verschijnen in het blad Noema.
Dus waarom schrijf ik er weer over? Heb ik iets nieuws te zeggen? In alle eerlijkheid, nee. Maar ik zou wel willen proberen systeem aan te brengen in de geschriften over AI, omdat er veel stukken zijn die alles door elkaar behandelen, met alle mogelijke en denkbare gevolgen van AI. Dat is precies de soort teksten die we krijgen als we staan voor een belangrijk verschijnsel waarvan de hoofdlijnen nog maar vagelijk kunnen worden vermoed. Maar we zouden toch ten minste in staat moeten zijn de verschillende kwesties die AI oproept en de bijbehorende soorten literatuur te onderscheiden.
Allereerst zijn er de economische en sociologische artikelen over de gevolgen van AI. Zij gaan in op het deel van het nationale inkomen dat naar het kapitaal gaat, en het surplus aan arbeidskrachten dat zou kunnen worden vervangen door AI en geen nieuwe baan zal kunnen vinden. AI wordt hier opgevat als iedere andere technologie die arbeid vervangt: zij vermindert – voor een gegeven totale opbrengst – de inbreng van arbeid. Toch zou zij voor sommige soorten werk aanvullend kunnen zijn, terwijl zij andere vervangt. Tegenwoordig zien we vooral het vervangende aspect: programmeurs van software, vertalers, juridisch assistenten, docenten, enzovoorts. Maar er zouden ook mensen kunnen zijn, van wie de vaardigheden zouden kunnen worden verbeterd door AI, en die dus een hoger salaris kunnen vragen. Niettemin, het totale deel dat naar kapitaal gaat zal waarschijnlijk toenemen omdat de kapitaalintensiteit van de productie zal toenemen, terwijl de winstverhouding hetzelfde zou kunnen blijven of zelfs toenemen – want we zijn er van overtuigd dat die zeker niet zal afnemen om de hele toename van kapitaalintensiteit te compenseren. AI-bedrijven zijn eigendom van echte mensen, en die mensen – zoals aandeelhouders over het algemeen – zijn welvarend. De toename van het deel van het kapitaal betekent dus ook de groei van het inkomen van de rijken, en grotere inkomensongelijkheid.
Wat kan er dan worden gedaan? Er zijn, naar mijn mening, drie mogelijke manieren om er mee om te gaan.
- Het invoeren van een gegarandeerd minimum inkomen voor alle beroepsbevolking die is ontslagen. Dit zal het economische probleem oplossen, maar zou kunnen leiden tot psychologische en sociologische problemen. Hierover schreef ik eerder, dus er is geen reden dat hier te herhalen.
- Het breder verspreiden van het bezit van kapitaal door, bijvoorbeeld, iedere burger een niet-verkoopbaar aandeel in de grootste AI-bedrijven te geven. Als het aandeel van het kapitaal stijgt, maar meer mensen, op uiteenlopende inkomensniveaus, kapitaal bezitten, hoeft de totale inkomensongelijkheid niet toe te nemen.
- Het nationaliseren van AI-bedrijven. Dit lijkt een redelijke keuze, gegeven wat pleitbezorgers en onderzoekers van AI zeggen: de concurrentie tussen de verschillende bedrijven is zo intens, het geldelijk gewin zo verleidelijk dichtbij en enorm, dat niemand tijd of interesse heeft om te kijken naar de mogelijk catastrofale gevolgen die adaptieve AI voor de hele mensheid zou kunnen hebben. Hoe meer we geloven dat AI niet nader omschreven en onvoorspelbare problemen zou kunnen veroorzaken, des te sterker is het argument voor staatsbeheer. Winsten die worden voortgebracht door AI zouden kunnen worden geplaatst in een onafhankelijk fonds waarvan de opbrengst kan worden verdeeld over alle burgers. De opties (B) en (C) zijn vergelijkbaar wat betreft herverdeling van inkomen, maar het grote verschil ligt in het beheer. In het geval van (B) worden bedrijven niet beheerd door een instelling van buitenaf. In (C) wel, en dat niet eerst en vooral om economische redenen. Dit brengt ons bij de volgende kwestie – voorbij de economie.
De tweede streng van literatuur beziet de ideologie van de belangrijke grondleggers van de AI-industrie, en van (het zou wat overdreven kunnen zijn om het zo te zeggen) van de AI-beweging. Een voorbeeld van deze literatuur is een onlangs verschenen, uitstekend essay van Nicholas Mulder, ‘Reading Max Weber in the Age of AI’.[1] De ideologie van de grondleggers is in dit geval misschien belangrijker dan de ideologie van eerdere uitvinders en industriëlen (Edison, Tesla, Ford of Carnegie), omdat deze grondleggers AI niet enkel zien als een eenvoudige techniek om arbeid te vervangen, maar als een kracht die onze levens fundamenteel zou kunnen veranderen, en zelfs zou kunnen herdefiniëren wat het is om mens te zijn. Wanneer we te maken hebben met degelijke ingrijpende ontwikkelingen die onze toekomst bepalen, vraagt de ideologie van degenen die ons naar die toekomst leiden enig kritisch onderzoek. Quinn Slobodian en Ben Taroff doen dit in Muskism: A Guide for the Perplexed.[2] Dit boek beziet de ideologie van de tycoons van Silicon Valley, omdat het hun wereldbeschouwing is waardoor de nieuwe technologie wordt aangedreven. Technologie is niet neutraal, maar politiek. Geld is inderdaad een van de prikkels, maar niet de enige. Een mengsel van millenarisme, eugenetica, het zoeken naar Utopia, en het verspreiden van de menselijke soort buiten de begrenzingen van de aarde, het zijn al deze aspecten die we terugvinden onder de opvattingen van de grondleggers. Deze ideeën zouden voor ons niet alleen van belang kunnen zijn door de technologie die zij ontwikkelen, maar ook vanwege hun bereidheid politieke middelen, en de politieke macht die zij in toenemende mate hebben, te gebruiken om een samenleving tot stand te brengen die past bij hun nieuwe technologieën. Of ten minste, de samenleving tot stand te brengen die zij graag zien. Dit verandert het politieke leven in veel landen De grondleggers lijken de trend naar depolitiseren te versterken, die tijdens de neoliberale globalisering al aanwezig was (bijvoorbeeld door democratische controle weg te halen bij organisaties die zogenaamd beter kunnen worden geleid door experts). De tycoons van Silicon Valley zouden graag veel meer onttrekken aan de democratische controle. Het hele politieke leven kan worden vervangen door beslissingen genomen door de technologie. Wanneer economische bedrijven bloeien onder gecentraliseerd beheer door leidinggevende managers en eigenaars, waarom zouden dan niet vergelijkbaar slimme technocratische beslissingen samenlevingen efficiënter maken?
De derde streng van denken is filosofisch. Zij stelt de vragen die een paar dagen geleden in de vorm van een alarmoproep werden gesteld door Jacob Coxon,[3] een van de onderzoekers van Anthropic, te weten of AI-robots als hun acties volledig autonoom zijn, ooit in staat zullen zijn alle mensen af te maken. Een vergelijkbaar idee wordt naar voren gebracht in aardig essay van Matthew Lowenstein,[4] die mensen ziet als de paarden van gisteren. Het aantal paarden nam in de loop der eeuwen toe, omdat zij door mensen voor veel dingen werden gebruikt, van landbouw tot transport. Maar toen de gebieden waar paarden werden gebruikt werden gemechaniseerd, verloren paarden hun nut en hun aantal daalde wereldwijd. Zouden mensen niet, suggereert Lowenstein, niet nog een tijdje kunnen worden gehouden, tot het superieure ras van AI hen minder en minder nuttig vindt, en zij geleidelijk worden teruggebracht in aantal en misschien helemaal geëlimineerd?
Een vergelijkbare manier van denken kijkt naar de mens, en vraagt zich af of deze gemaakt zou kunnen zijn door een andere soort die we, toen we machtig genoeg waren, hebben geëlimineerd. Uiteindelijk leidt deze manier dan denken – waarop ik niet verder in zal gaan, omdat ik er te weinig van weet – naar vragen als wat is de omschrijving van leven, en of de mentale en fysieke wereld helemaal kunnen worden gescheiden.
En ten slotte kunnen we niet helemaal voorbijgaan aan de mogelijkheid dat AI niet tegemoet komt aan de beloftes en angsten die zij nu oproept. Niet alleen zou zij niet zo winstgevend kunnen zijn als de ontwerpers en eigenaars beweren – zij zou in plaats daarvan een grote financiële luchtbel kunnen zijn. Het zou zelfs kunnen dat haar economische gevolgen worden overschat. Ik denk niet dat de analogie volledig opgaat, maar ik herinner me de gekte van zelfs heel ontwikkelde en slimme mensen toen het jaar 2000 naderde. Magazijnen zouden leeg raken, hongerige mensen zouden door de steden dwalen op zoek naar voedsel, en vliegtuigen zouden niet kunnen vliegen. Maar toen gingen we nogal vlug terug naar de voorafgaande werkelijkheid, toen 1 januari 2000 viertentwintig uur later werd gevolgd door 2 januari 2000.
(vertaling: Herman Simissen)
Branko Milanović (°1953) is een Servisch-Amerikaanse econoom, onder meer verbonden aan de City University of New York en de London School of Economics. Hij is vooral bekend door zijn werk over inkomensverdeling en ongelijkheid. Zijn laatste boek is The Great Global Transformation. National Market Liberalism in a Multipolar World (2025). De oorspronkelijke tekst verscheen op 14 september jl. op https://branko2f7.substack.com/p/three-types-of-literature-regarding en wordt hier met toestemming van de auteur in Nederlandse vertaling gepubliceerd.
[1] https://weltinnenpolitik.substack.com/p/reading-max-weber-in-the-age-of-ai
[2] Quinn Slobodian en Ben Taroff, Muskism: A Guide for the Perplexed, Penguin Books, Londen, 2026.
[3] https://www.axios.com/2026/09/09/anthropic-insiders-warn-ai-could-kill-all-humans
[4] https://www.hoover.org/events/obsolescence-horse-predicting-future-humanity-world-dominated-artificial-intelligence
