Het klinkt als een uitspraak van de misogyne filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860), maar de titel van het laatste boek van Kristien Hemmerechts is ontleend aan de Belgische filosoof Leopold Flam (1912-1995). In En altijd is het de vrouw vertelt Hemmerechts het levensverhaal van Flam aan de hand van fragmenten uit zijn dagboeken. Twee jaar geleden ondernam ze, samen met Guido Van Wambeke (die ditmaal ontbreekt als coauteur), een gelijkaardige oefening in het boek Ik zal alles verdragen, ook mezelf (2023). Na het verschijnen van dit boek doken er nieuwe dagboeken van Flam op en besloot Hemmerechts een tweede deel te schrijven. En altijd is het de vrouw is echter geen aanvulling op of voortzetting van het eerdere boek, maar een herneming van hetzelfde verhaal. Hemmerechts zelf spreekt over ‘haar’ Flam 1.0 en Flam 2.0.
Het grootste deel van de aandacht van Hemmerechts gaat naar de kindertijd en jongvolwassenheid van Flam. Dit hoeft niet te verbazen. Als kind van Joodse migranten, opgroeiend in (kans)armoede en in een alsmaar meer vijandig wordende wereld, leest het levensverhaal van Flam als een roman. Terecht merkt Hemmerechts op dat niemand had kunnen vermoeden dat deze Joodse jongen aan de rand van de samenleving zou uitgroeien tot hoogleraar in de wijsbegeerte en een toonaangevende stem in het maatschappelijke en intellectuele debat. Jammer genoeg besteedt Hemmerechts weinig aandacht aan de filosoof Flam. Laat staan aan zijn filosofie. Toch de reden waarom de meeste lezers het werk over een filosoof ter hand nemen.
Ter verdediging van Hemmerechts; zij maakt onmiddellijk duidelijk dat ze de man achter de denker naar voren wil halen. De man van vlees en bloed, en niet die van ideeën en idealen. Zo staat Hemmerechts stil bij de zelftwijfel die aan Flam knaagde, tot aan het einde van zijn leven. Flam had de veroordelende blik van zijn omgeving, zijn leraren, zijn studiegenoten, zijn landgenoten, zijn collega’s, … te sterk geïnternaliseerd. Ook het antisemitisch klimaat van voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog liet zijn sporen na. Toch weerhield dit alles Flam er niet van om zijn ambities na te streven. En te realiseren. Het dwingt bewondering af, maar de krassen op zijn ziel hinderden Flam wel om kritiek op zijn werk te onderscheiden van aanvallen op zijn persoon. Zijn verleden had Flam wantrouwig gemaakt.
Misschien niet altijd onterecht; Hemmerechts toont dat de scheidslijn tussen het persoonlijke en het professionele in zijn leven soms flinterdun is. Zo staat ze stil bij de spanningen tussen Flam en zijn VUB-concullega Chaïm Perelman (1912-1984). Perelman zou er intieme contacten met de vrouw van Flam, Julia Isbutsky, op na hebben gehouden. Het geschonden vertrouwen uit de privésfeer zette zich door in zijn professionele contacten, waar hij overal aanvallen zag op zijn persoon. Nochtans was Flam zelf geen toonbeeld van loyaliteit. Hij bedroog zijn vrouw. Het is dit zwak voor het andere geslacht dat het brandpunt vormt van Hemmerechts’ bespreking van Flam.
Hemmerechts staat uitvoerig stil bij de fascinatie en zelfs obsessie van Flam voor het andere geslacht. Al zinspeelt zij aan het begin van haar boek nog even op de mogelijkheid van homo-erotische gevoelens van Flam voor een jeugdvriend (en tevens broer van zijn latere vrouw). Het had de aanloop kunnen zijn van een diepgravende analyse van de moeilijk te (be)grijpen persoonlijkheid van Flam, maar Hemmerechts onderneemt hiertoe geen enkele poging. Ze beperkt zich tot het gratuite opwerpen van deze gedachte om er vervolgens geen aandacht meer aan te besteden. Nochtans leent de ingewikkelde verhouding van Flam met vrouwen zich uitstekend voor een grondige diepteanalyse.
Flam idealiseerde de vrouw, merkt Hemmerechts op, maar hij kon niet omgaan met vrouwen met een eigen karakter; een eigen wil. Daarvan getuigen de talrijk aangehaalde dagboekfragmenten, handelend over zijn vrouw en zijn minnaressen. Flam hield van vrouwen, maar enkel in een afhankelijke positie. Flam probeerde telkens de regie te veroveren en te bewaren. Sproot deze hang naar controle voort uit zijn onzekerheid? Hemmerechts laat het in het midden. Het vormt de achilleshiel van haar boek.
Door zich ervan te weerhouden tot een dieper begrip te komen van de beweegredenen van Flam, krijgt de uitvoerige aandacht voor zijn levensloop – in het bijzonder de amoureuze dimensie ervan – iets eentonigs en uiteindelijk zelfs iets voyeuristisch. Het grootste gemis blijft de afwezigheid van het verband tussen de levensloop van Flam en zijn denken. De geschiedenis van de Westerse filosofie leert dat de levenswandel van filosofen vaak een grote invloed uitoefent op de vorming van hun denken. Dit was in het geval van Flam wellicht niet anders. Het recent heruitgegeven boek De gekwetste existentie (2025) lijkt te bevestigen dat er geen scheidingsmuur tussen de persoon en de filosoof Flam in stond. In dat opzicht blijft het tweede boek van Hemmerechts over Flam toch een gemiste kans.
Kristien Hemmerechts, En altijd is het de vrouw. Het bewogen leven van Leopold Flam, De Geus, Amsterdam, 2025, hardback, 376 blz., ISBN 9789044551570, € 26,99. Ook als e-book verkrijgbaar.