Arthur Hendrikx*

 

Heel erg veel woorden vallen niet vuil te maken aan Dave Eggers’ The Northman. De soep wordt exact even heet gegeten als hij wordt opgediend – Eggers zei ons een Vikingfilm te geven, wij verwachtten een Vikingfilm te krijgen, we hebben een Vikingfilm gekregen.

Wat betekent dat nu concreet, een Vikingfilm? Wel, het grootste deel van de film bestaat uit halfnaakte, langharige mannen met gespierde borstkassen en een dubieuze moraal die het geschreeuw van wolven en honden nadoen en elkaar de hersenen inslaan. De god Odin wordt aanbeden, er wordt geplunderd en verkracht, er worden slaven verhandeld, er wordt gewichtig (en grommend) over eer en het lot gepraat. Vaders willen dat hun zoon zich manhaftig betoont; zonen willen hun vermoorde vaders wreken.

Maar nu zijn we niet helemaal eerlijk, want zo lijkt het of The Northman eenzelfde stereotiepe en hersendode inslag heeft als pakweg 300 of Troy of Gladiator. Daarmee zouden we Eggers tekort doen: er zitten ambivalenties in zijn verhaal die ontbreken bij voornoemde spektakels-voor-puberjongens; en het oogt ronduit spectaculair. Zijn budget heeft Eggers goed besteed. De film opent met het shot van een imposant slot op een eiland, duister en nachtmerrieachtig als de reeks schilderijen genaamd Het Dodeneiland van Arnold Böcklin (een tikkeltje spijtig dat dit mooie shot enigszins door een voorspelbare en nodeloze voice-over vergald wordt); ook de beelden die volgen, van de houten muren rond de vesting, de modderige straten, de kleine woonhuisjes en het slot van de koning, zijn overtuigend door de accumulation of detail (je kunt de modder en de koude bijna voelen). Eggers opteert voor donkere kleuren en clair-obscur: in een vroege scène daalt de koning met zijn zoon neer in een ondergronds hol voor een ritueel met een soort van heksenmeester en zien we, op het einde van het ritueel, afwisselend hun drie koppen in een zee van duisternis, verlicht door vuur; vooral Willem Dafoe’s kop is memorabel en leent zich perfect voor een lichtjes geflipte heksenmeester.

Het loont dus de moeite The Northman op groot scherm te zien; alleen dan is die visuele pracht overrompelend. Hoe zit het nu met het verhaal? Eggers baseert zich op de Gesta Danorum van Saxo Grammaticus, de bron die Shakespeare voor Hamlet gebruikte; kort samengevat kan je dus van een Hamlet (hier heet de protagonist Amleth) in Vikingkleren spreken. Koning Aurvandill (een echte Tolkien-naam, gespeeld door Ethan Hawke) komt thuis na typische Vikingexploten en wordt ontvangen door vrouw- en zoonlief (respectievelijk Nicole Kidman en Oskar Novak). Een ongemakkelijk moment tussen de koning, zijn vrouw en zijn broer, veroorzaakt door de nar (gespeeld door Willem Dafoe, kennelijk vervulde de nar bij de Vikingen ook de taak van heksenmeester), verraadt dat er freudiaanse spanningen spelen en dat er onheil op til is. De koning voelt dat de tijd rijp is (en voelt dat zijn tijd eraan komt), benoemt zijn zoon Amleth officieel tot opvolger, en wordt niet veel later vermoord door zijn broer en diens muitende volgelingen. De koning is dood, lang leve de nieuwe koning (die gezwind de vrouw van zijn broer tot zich neemt); het zoontje ziet de moord aan en vlucht, vastbesloten ooit wraak te nemen (zoals zijn vader hem in het geval van moord had opgedragen). Vervolgens springen we jaren in de tijd, is Amleth al een hele kerel (thans gespeeld door Stellan Skarsgård, één van de miljarden zonen van beroemd acteur Alexander Skarsgård) en is hij samen met een andere meute Vikingen op weg naar het eiland waar hij al die jaren her van weggevlucht was. Een klassieke wrekersqueeste dient zich aan.

Wrekersdrama’s slagen er vaak niet in verhalend overeind te blijven van begin tot eind; The Northman ontsnapt hier niet aan. De lange speelduur wordt niet gerechtvaardigd; er zitten meerdere scènes in die geknipt hadden mogen worden of anderszins ridicuul zijn; het finale eindgevecht is bitter teleurstellend en noopt tot stiekem klokkijken, om te zien of er nog iets van de avond rest als de eindtitels eindelijk van het scherm zullen rollen. Als de hele film draait rond een personage en zijn queeste wraak te nemen voor zijn vader, is het zaak dat personage interessant of memorabel te maken (we hoeven hem niet per se leuk te vinden of ons met hem te identificeren, het mag een groteske lul zijn, maar geef hem alsjeblieft wat gestalte, een persoonlijkheid, een dubbele bodem, iets waardoor we niet volledig onverschillig staan tegenover het welslagen van zijn missie). Zulks verzuimt Eggers; ook de vrouwelijke tegenspeelster, de (uiteraard) prachtige, blonde Olga (Anya Taylor-Joy), een tovenares die Amleth bijstaat in zijn queeste, is niet veel meer dan een wandelend cliché, de mooie vrouw op wie de held na verloop van tijd verliefd wordt.

Nu misstaan gemeenplaatsen spectaculaire actiefilms niet per se en horen ze er zelfs een beetje bij, maar de scène waarin beide personages hun liefde voor elkaar verklaren is alleen maar potsierlijk te noemen. De Viking die ineens ontdekt toch over gevoelens te beschikken – schei nou toch uit. Het moge inmiddels duidelijk zijn dat liefde en seksualiteit niet Eggers’ leest is – de onhandigheid druipt ervan af.

En dan zijn er nog twee handelsmerken van Eggers die hij wat mij betreft per direct in zijn foedraal mag opbergen. Ten eerste zijn vreemde fetisj voor oud-Engels (in dit geval poogde hij, geloof ik, het Engels een Vikingaccent te geven) en ten tweede zijn voorliefde voor visioenen en dromen waarmee hij zijn films doorspekt, zodat je soms niet zeker weet of iets gebeurd is of dat het personage zich dat alleen maar inbeeldde. U weet wel, die goedkope truc waar The usual suspects en Fight club ons de rest van de geschiedenis mee hebben opgezadeld (de rek schijnt er nog lang niet uit te zijn). Zo heb je bijvoorbeeld een scène waarin Amleth een oud zwaard van een alreeds lang ontslapen oude koning probeert te ontfutselen maar ineens moet vechten tegen het wakker geworden lijk; een montage onmiddellijk na het gevecht zaait verwarring, en doet vermoeden dat het gevecht in Amleths hoofd plaatsvond. Het is een beetje valsspelen, en dan nog zinloos want ik weet niet waar die ambiguïteit goed voor is. Of toch wel: om een goedkoop realistisch sausje te gieten over magisch realistische gebeurtenissen en zo elementen die anders zouden kunnen worden bekritiseerd, uit de wind te zetten. Immers: het is niet gezegd dat de god Odin op een gegeven moment Amleth bevrijdt uit gevangenneming, het kunnen ook gewoon toevallige raven zijn. Diezelfde voor een ‘verwarrende’ ambiguïteit zorgende al-dan-niet-hallucinaties maakten ook Eggers’ vorige film, The lighthouse, erg vermoeiend. Wil je weten hoe dromen, hallucinaties en herinneringen vernuftig gebruikt kunnen worden, kijk dan naar Fellini’s 8 ½. Fellini gebruikt ze om de psyche van zijn personage verder uit te diepen; Eggers gebruikt ze om zijn iets te lege plots te vullen en vooruit te helpen.

Maar goed, los van die vervelende handelsmerken heeft Eggers wel wat in zijn mars (zowel The witch als The lighthouse waren op z’n minst interessant te noemen). De beestachtige realiteit van het leven als Viking wordt sterk gevat. Het grootste deel van de film speelt in een bescheiden gehucht op IJsland, waarheen Amleths oom uitgeweken is na verdreven te zijn van zijn eigen eiland. Amleth meldt zich hier aan als slaaf onder een valse naam, wachtend op een geschikt moment; de loutere materialiteit van het leven van de Vikingen hier is zo overtuigend dat je er depressief van wordt: het is een armoedig, claustrofobisch dorpje in een kosmisch niemandsland, bestaande uit enkele lemen hutten en wat koeien en slaven, het dagelijkse leven wordt er gekenmerkt door modder, kou en mist, en voor de rest is er niets. Het toont aan hoever Amleth wil gaan om bloedwraak te nemen. En die bezetenheid is precies wat de film inhoudelijk enigszins interessant maakt, omdat gaandeweg duidelijk wordt dat we niet gewoon een onrecht aangedane held aan het volgen zijn, met wie we als kijker dienen te sympathiseren (het gebruikelijke Hollywoodverhaal, zeg maar), maar iemand die coute que coute wraak wil nemen en voor niks anders meer oog heeft. In een sterke, want verrassende scène na driekwart van de speelduur, maakt Amleth zijn identiteit bekend tegenover zijn moeder, in wie hij een geschaakt slachtoffer zag, en vertelt zijn moeder (een ijskoude Nicole Kidman) een verhaal dat al zijn veronderstellingen aan gruzelementen blaast (we zullen met het oog op potentiële kijkers kies zijn en de concrete info verzwijgen). Ineens zien we alles in een ander licht: Amleth is niet bezig met een nobele queeste om een onderdrukte moeder te redden, die hem in de armen zal sluiten; wel integendeel, ze wil niks met hem te maken hebben, en zijn vader bleek niet zo eervol als gedacht, en zijn oom bleek niet even slecht als gedacht. De eerdere scène, waarin de hofnar voor een ongemakkelijke sfeer had gezorgd door te grappen dat er iets romantisch speelde tussen de koningin en ’s konings broer, wint hier retrospectief aan kracht.
Amleths wereld zou dus zo’n beetje moeten instorten, maar hij blijft koppig en monomaan bij zijn plan. Alles en iedereen moet voor de bijl, en dan vooral zijn oom. Bij het grote eindgevecht krijgen we dus niet de held tegen de slechterik, maar wel twee ambivalente personen. Amleth wordt zo tot een beangstigend personage, iemand voor wie het eergevoel en het laatste gebod van zijn vader boven alles telt. Alleen jammer dat de invulling van dat karakter al bij al klassiek Hollywoodiaans blijft, met spectaculaire vechtscènes en een grote finale tussen hem en de gehate vijand. Er had meer mee gedaan kunnen worden.

 

Reageren? Mail naar: arthurhendrikx@hotmail.com

 

Arthur Hendrikx is freelance vertaler en copywriter. Hij volgde een master Wijsbegeerte en een master Zuid-Amerikaanse studies aan de KU Leuven, waar hij zich toelegde op literatuurfilosofie en Spaanse cinema.