Hessel Zondag*

 

Het onbehagen

Bijna een miljoen treffers. Dat was de opbrengst toen ik het woord ‘schuldgevoel’ op Google invoerde. De eerste titels die op mijn scherm verschenen waren: ‘Hoe verlos je jezelf van chronisch schuldgevoel? Waarom is schuldgevoel gif voor je geest? 5 tips om van je schuldgevoel af te komen’. Soms blijkt de klus te ingewikkeld om het probleem met de hulp van vijf tips op te lossen: ‘Schuldgevoelens loslaten, 18 tips’. Na tien pagina’s scrollen zat ik nog steeds op hetzelfde spoor: ‘Stop je schuldgevoel bij thuiswerken. Omgaan met schuldgevoel’. De algemene teneur; schuldgevoelens zijn onaangenaam, ze bevinden zich aan de verkeerde zijde van het hedonistisch spectrum, maar er is van af te komen, waarna een serie handreikingen volgt.

Waarover mensen zich schuldig voelen blijkt hoogst verschillend. Ze ervaren schuld omdat ze een collega met corona besmetten, vreemdgaan, te weinig tijd besteden aan hun kinderen, nooit hun demente moeder bezoeken. En ook voelen mensen zich schuldig omdat ze vinden dat ze op de een of andere manier bij een bevoorrechte klasse horen; omdat ze man, blank, hoogopgeleid, heteroseksueel of alle vier tegelijk zijn. Het zijn allemaal daden of voorrechten waar door jouw toedoen anderen worden beschadigd, miskend of benadeeld.

Na zo’n inventarisatie haasten trainers, coaches, therapeuten en anderen die zich opwerpen als zaakwaarnemers voor degenen die hinder ondervinden van schuldgevoelen, te zeggen dat deze gevoelens vaak nuttig en terecht zijn. Ze dragen er immers aan bij anderen in hun waarde te laten en te respecteren. Maar daarna wordt snel overgegaan op het ongemak. Gevoelens van schuld leiden tot onvrijheid, kosten veel aandacht die je beter ergens anders voor kunt gebruiken, slurpen energie, zijn gif. (Om misverstanden te voorkomen, dit zijn niet mijn woorden. Ik trof ze aan op het web.)

Tot slot volgen er series handreikingen om van dat akelige gevoel af te komen. Je kunt jezelf vergeven of je afvragen of het leed van een ander wel jouw verantwoordelijkheid is. En die regels en normen waarmee je als kind bent opgevoed, gelden die nog steeds voor je? Of je krijgt het advies assertiever te zijn, want schuldgevoel is niets anders dan angst om door anderen afgewezen te worden.

Het verhaal over schuldgevoelens behelst dus dat ze onaangenaam en onwenselijk zijn. Ze vragen onevenredig veel aandacht. Wie lijdt onder de last van schuld heeft minder kwaliteit van leven. Maar gelukkig, er is een oplossing.

 

Hoe anders is de lezing van Philip Rieff.[1] Wars van het therapeutisch benaderen van schuld en schuldgevoel vond hij dat wij deze gevoelens in ere moesten houden. Schuldgevoelens zijn moeizaam aangeleerde vermogens die ons intomen en voorkomen dat we anderen beschadigen. Ze dragen bij aan de noodzakelijke zelfbeheersing in het tussenmenselijke verkeer. Voor Rieff vormen dergelijke gevoelens het fundament van alle beschaving.

En de psychiater Herman van Praag noemde schuldgevoelens een zegen, een productieve factor in een mensenleven.[2] Van Praag redeneerde vanuit religieus perspectief en stelde dat schuldgevoelens zijn ingegeven door een goddelijke instantie. Zij scherpen het geweten en motiveren mensen zich decent te gedragen. Ze zijn geen ondraaglijke last of kwelling, maar een uitdrukking van de hoge verwachtingen en het vertrouwen die een goddelijke instantie in mensen heeft. Schuldgevoelens maken ons tot betere mensen.

Ook Sigmund Freud was positief over het bestaan van schuldgevoelens, al had hij wel degelijk oog voor het onaangename karakter ervan. Schuldgevoelens noemde hij ‘Het onbehagen in de cultuur’.[3] Willen mensen op min of meer harmonische wijze met elkaar samenleven, dan moeten ze zich in hun willen, doen en laten schikken naar culturele regels. Dat zijn de formele en informele geboden en verboden van een gemeenschap. In de loop van hun leven maken mensen maken zich deze culturele regels eigen, dat is de gewetensvorming. Wie na deze verinnerlijking culturele regels overtreedt of daar zelfs alleen maar over fantaseert, roept schuldgevoelens over zich af. Zo behoeden schuldgevoelens ons voor een barbarij waarbij het recht van de sterkste heerst.

Schuldgevoelens als een vorm van onbehagen waarvan ik moet worden bevrijd. Zou het echt? Juist die hardnekkige aanwezigheid van schuldgevoelens, ondanks alle coaching en advisering, zou weleens een aanwijzing kunnen zijn dat schuldgevoelens noodzakelijker en waardevoller zijn dat we op het eerste gezicht denken. Wellicht moeten we ons bij deze ervaring niet alleen laten leiden door het hedonistische gehalte van schuldgevoelens. Schuld voelt ‘niet lekker’, maar moet je ze om dat onbehagen bij de restanten van het bestaan zetten? Wat is dan de vitale waarde van schuldgevoelens en waarom roepen ze juist vandaag zoveel onbehagen op?

 

Schuld en schuldgevoelens

Het woord schuld is verwant aan het Proto-Germaanse ‘skul’ dat ‘moeten’ of ‘verplicht zijn’ betekent. Ook klinkt in schuld het Zweedse ‘skall’ door, dat verwijst ook naar ‘moeten’.[4] Moeten en verplichten. Die woorden laten al zien dat het niet om iets vanzelfsprekends gaat. Bij moeten en verplichten ontstaat gemakkelijk ongemak, ook als je met de verplichting instemt. Bij schuld beland je in een tweespalt. Je moet iets nalaten en doet het toch, of je moet iets doen en laat het na. Bij je supermarkt sla je die goede fles wijn bij de zelfscan over en die woedende uitval tegen een collega die een fout maakte raakte kant noch wal. Je mag niet stelen en anderen moet je niet kwetsen. Je overtreedt een regel en je weet het. Je weet dat je die fles wijn ‘overslaat’ bij het afrekenen, willens en wetens. Je hebt de bedoeling die fles niet af te rekenen. En tijdens die scheldpartij al weet je dat je te ver gaat, maar je tierde door.

Schuld gaat over feiten, is objectief van aard. Het valt niet te ontkennen dat je die fles wijn hebt gestolen en dat je je collega kwetste. Deze stand van zaken kan aanleiding geven tot schuldgevoelens. Dat zijn pijnlijke, schurende belevingen met als kernmoment een voortdurende zelfbeschuldiging; ‘door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld’. Wat je hebt gedaan vervult je met afkeer over jezelf, je vindt jezelf slecht en ervaar je als moreel failliet. Je wilt het verleden herzien en in je voorstellingen daarover bega je geen overtreding. Je beeldt je in dat je de wijn afrekent en je collega op beheerste wijze op zijn fout attendeert. Schuldgevoel is een emotie die het bewustzijn van zichzelf beklemtoont, het plaatst jezelf in het centrum van je aandacht. Die gerichtheid op jezelf maakt schuldgevoelens zo onontkoombaar, aan jezelf valt niet te ontsnappen.

Schuld komt tot uitdrukking in schuldgevoelens wanneer de normen die je overtreedt ook de jouwe zijn. Je hebt je een aantal maatschappelijke regels eigen gemaakt. Je vindt voor jezelf dat je niet mag stelen, maar ‘vergeet’ toch die goede fles wijn in de supermarkt door de zelfscan te halen. Niemand merkte het en toch knaagt het.

Omdat schuld en schuldgevoelen twee verschillende zaken zijn, kun je je afvragen of de aard van het schuldgevoel in verhouding is tot het kwaad dat is begaan en de schade die is aangericht. Hoeveel schuldgevoel past je wanneer je in de auto even niet oplet en een fietser aanrijdt, die ervan afkomt met wat schaafwonden en een gekreukte fiets? In ieder geval minder dan wanneer je aangeschoten achter het stuur stapt en een fietser schept, die met been- en botbreuken in het ziekenhuis moet worden opgenomen en daarna langdurig revalideren. Veroorzaak je een ernstig ongeval omdat je dronken door het verkeer gaat en geef je ook nog eens nauwelijks blijk van gevoelens van schuld, dan ben je immoreel. Je wordt geacht over zo’n daad schuldgevoelens te ontwikkelen. Maar wanneer je in het verkeer even onachtzaam bent, de gevolgen beperkt blijven en je na een jaar nog wordt gekweld door schuldgevoelens, dan is dat buiten proportie.

Er bestaan een nauwe band tussen schuldgevoelens en angst. Angst waarschuwt je voor naderend onheil, wijst je op mogelijke aantasting van je welzijn. In combinatie met schuld wijst angst op het gevaar dat je relatie met anderen of met jezelf verstoord kan raken. Wanneer je je vaak en/of ernstig misdraagt word je niet langer geaccepteerd, en uitgesloten. Je wordt niet meer uitgenodigd voor feestjes en niet gegroet wanneer je over straat loopt. Soms is die uitsluiting letterlijk; wie misdaden begaat belandt in de gevangenis. Zo verstaan hebben schuldgevoelens niet alleen een morele component, je doet iets verkeerd, maar ook een functioneel aspect. Ze laten weten dat je relaties gevaar lopen.

Schuldgevoelen zijn dus dubbelzinnig van aard. Ze gaan om het leed dat je andere mensen aandoet, ze hebben betrekking op hun welzijn. In deze zin hebben schuldgevoelens een altruïstisch karakter. Er is immers bekommernis om de gevolgen van jouw daden voor anderen. Maar in diezelfde schuldgevoelens zit ook een egoïstisch element. Ze schudden ons wakker, ze wijzen erop dat we het gevaar lopen mensen van ons te vervreemden, dat we ons buiten gemeenschappen dreigen te plaatsen. En ze roepen ons ook op beschadigde betrekkingen te herstellen.

Wie zich belaadt met gevoelens van schuld verontschuldigt zich ten overstaan van degene die leed is aangedaan. Excuses worden aangeboden, spijt betuigd, schade vergoed. Je zegt dat het je spijt dat je je in je woede liet gaan en dat je het ongepast vond. Zo kom je terug op wat je hebt misdaan. Daarmee maak je de handeling niet ongedaan, maar je geeft er door de spijtbetuiging nieuwe betekenis aan. Je betreurt het voorval, hebt het voornemen het niet nog eens te laten gebeuren en laat dat weten. Door je te verontschuldigen probeer je de breuk met een ander te herstellen. Soms maken herstelreacties een omweg. Bij wie moet je je excuseren om de diefstal van een fles wijn in de supermarkt? Bij de bedrijfseigenaar, de vakkenvuller, de directie van het concern? In plaats daarvan maak je geld over naar een goed doel. Je doet boete en voelt je daarna weer met jezelf in het reine.

Maar schuldgevoelen werken niet alleen na de daad, ze voorkomen ook dat het zover komt. Het vooruitzicht door schuldgevoel te worden belaagd dient als een waarschuwing. Je gaat op bezoek bij je bejaarde moeder, niet omdat je er nu zoveel zin hebt om haar te zien, maar omdat je niet wilt dat haar verwijtende blik met je zal meelopen. Je gaat op bezoek om schuldgevoel te vermijden. En het kan nog indringender, om niet te zeggen geïnternaliseerder. Alleen al de gedachte niet op bezoek te gaan bij je bejaarde moeder roept het schuldgevoel op, het idee niet te gaan is voldoende. De klassieke schuldbelijdenis heeft het over zonden die in woord en gedachten zijn begaan. Een fantasie, een voorstelling, die zich nog niet eens heeft ontwikkeld tot een voornemen, is al voldoende om schuldgevoelens op te roepen. Je had de ergernis om de verplichting je oude moeder te moeten bezoeken liever niet toegelaten.

 

Opníéuw, onbehagen en schuldgevoel

Freud schreef zijn klassieke tekst over schuldgevoel en het onbehagen in de cultuur in 1930. Bas Heijne las voor zijn essay ‘Onbehagen. Nieuw licht op de beschaafde mens’ de tekst van Freud opnieuw, met de vraag hoe het vandaag met dat culturele onbehagen staat.[5] Het is er nog steeds, maar de cultuur en het karakter van het onbehagen blijken ingrijpend veranderd. In de tijd van Freud was de cultuur leidend en het menselijke denken, voelen en handelen diende zich aan te passen. Nu is het omgekeerd. Wat mensen wensen en willen is leidend en culturele regels mogen de verwerkelijking daarvan niet beperken. Mensen streven naar uniciteit, autonomie en zelfontplooiing.[6] Culturele regels en de verinnerlijking daarvan in de vorm van schuldgevoel worden nu ervaren als regels die dat project belemmeren. Daarmee staan schuld en schuldgevoel onder kritiek.

Die kritiek tref ik massief aan op al die sites die me willen ‘helpen’ met schuldgevoel om te gaan. Schuldgevoel is nog steeds onbehaaglijk, niet omdat het me attendeert op een verkeerde levensstaat, maar omdat het bestaat, en dat laatste is veel ingrijpender. Vandaag willen mensen zelf de levensregels maken, zelf uitmaken waarvoor we verantwoordelijk zijn en verlost zijn van die naargeestige met schuldgevoel verweven angst.

De culturele regels, die bij overtreding schuldgevoelens oproepen, worden in diskrediet gebracht. Zij worden niet langer beoordeeld op hun inhoud – zijn deze regels redelijk? – maar op hun ontstaansgrond. Die regels blijken dan: ‘Door anderen opgelegd. Als kind aangeleerd’. Ze zijn ooit verworven, als willekeurig lijkt het, en worden nu ervaren als levensvreemde opdrachten die je hinderen onbekommerd te leven. De gedachte is dat je aangeleerde regels ook kunt afleren. Wanneer je die regel afleert verlos je jezelf, als automatisch, van dat onbehagen.

Ook verantwoordelijkheidsbesef wordt een probleem: ‘Je verantwoordelijkheidsgevoel is te groot. Je bent te perfectionistisch. Je bent niet verantwoordelijk voor het leven van anderen.’ Je besef van verantwoordelijkheid geeft aanleiding tot schuldgevoel als je de verplichtingen die voortvloeien uit dat verantwoordelijkheidsbesef niet nakomt. Maar je hoeft je helemaal niet verantwoordelijk te voelen voor anderen, iedereen is immers in de eerste plaats verantwoordelijk voor zichzelf. Het leed van anderen gaat alleen die anderen aan. Door afstand te nemen van de verantwoordelijkheid voor anderen behoed je jezelf voor schuldgevoelens.

En dan die angsten die met schuldgevoelens verbonden zijn en bijdragen aan het bewaken van de relaties met anderen. Die worden niet ernstig genomen: ‘Je bent te bang om anderen teleur te stellen. Je bent te bang door anderen afgewezen te worden’. Het klinkt als vroeger op het schoolplein. De uitroep ‘Je durft niet’ is een aansporing het toch te doen. Anders verschijn je voor het forum van je medescholieren als een lafaard. Los van de vraag of we ons als volwassenen nog door de mores van het schoolplein moeten laten leiden, moet de vraag worden gesteld wat de betekenis van die angst is. Namelijk dat onze betrekkingen met anderen, moreel en sociaal, op het spel staan.

Bovenstaande opvattingen over regels, verantwoordelijkheden en angsten hebben een gemeenschappelijk punt; de banden met anderen moeten vrijblijvender worden. Je moet autonomer, meer op jezelf worden. Leer de regels die je wijzen op je verantwoordelijkheden voor anderen af. Leg de verantwoordelijkheden ten overstaan van anderen naast je neer. Trotseer de angsten die je uitstaat wanneer anderen je afwijzen omdat je geen rekening met hen houdt. In alles klinkt door: word onafhankelijker. De banden met anderen moeten minder verplichtend worden.

 

Wees blij met dat ongemak

Al die pogingen schuldgevoelens te minimaliseren passen binnen de contouren van een neoliberaal denken, waarin iedereen het leven zelf moet maken. Schuldgevoelens horen niet thuis in een tijd dat wij ons het centrum van het universum wanen en geacht worden onszelf te ontplooien. Regels, verantwoordelijkheden en angsten worden beoordeeld naar de mate dat zij die individuele ontplooiing mogelijk maken. Schuldgevoelens staan die ontplooiing in de weg. Ze zijn een persoonlijk tekort, een exponent van een onrijpe levensstaat. Je bent een sukkel wanneer je je nog steeds iets aan anderen gelegen laat liggen. Weiger het boetekleed aan te trekken, je bent je broeders hoeder niet, aldus Sarah Knight.[7]

Schuldgevoelens worden primair beoordeeld vanuit het ongemak dat zij geven, terwijl hun werking juist in dat ongemak schuilt. Schuldgevoelens moeten hinderlijk zijn, anders kunnen zij hun morele functie niet uitoefenen. Dat ongemak herinnert eraan dat wij in de omgang met anderen niet kunnen doen en laten waar we zin in hebben. Zij herinneren ons aan de banden met en verantwoordelijkheden ten overstaan van anderen. Ze zijn een teken dat wij met anderen zijn verbonden, en geen ongehoorde en ontoelaatbare inbreuk van anderen in ons leven. Schuldgevoelens zijn een normatief appel, ze wijzen erop dat we moreel fout zitten. Dat schuldbesef serieus nemen kan bijdragen aan een betere wereld en om een beter mens te worden. Want, om Rousseau aan te halen: ‘Het geweten is de stem van de ziel’.[8]

 

Hessel Zondag is cultuurpsycholoog en was voor mijn pensionering werkzaam bij de Universiteit van Tilburg en de Radboud Universiteit Nijmegen.

 

[1] Philip Rieff, Fellow Teachers, Dell Publishing Co., Inc., New York, 1972.

[2] Tjerk de Reus, God, religie en ons brein. In gesprek met psychiater Herman M. van Praag, Uitgeverij Kok, Kampen, 2011.

[3] Sigmund Freud, Das Unbehagen in der Kultur, Fischer Taschenbuch Verlag GmbH, Frankfurt am Main, 1972, oorspronkelijk 1930.

[4] Voor deze tekst is onder meer gebruik gemaakt van: Jannah Loontjes, Schuldig. Een verkenning van mijn geweten, Uitgeverij Podium, Amsterdam, 2021; June Price Tangney en Ronda Dearing, Shame and Guilt, The Guilford Press, New York, 2002; C. Daniel Batson, A Scientific Search for Altruism, Oxford University Press, New York, 2018.

[5] Bas Heijne, Onbehagen. Nieuw licht op de beschaafde mens, Ambo|Anthos, Amsterdam, 2016.

[6] Roy Baumeister, The Self Explained. Why and How We Become Who We Are, The Guilford Press, New York, 2022.

[7] Sarah Knight, Don’t Give a Fuck, Kosmos Uitgevers, Utrecht/Antwerpen, 2016.

[8] Jean-Jacques Rousseau, Emile of over de opvoeding, Boom, Amsterdam, 2012, oorspronkelijk 1762.