Speciale kerst-editie!

‘Once in Royal David’s City’

De bekoring van Christmas Carols

Herman Simissen

Voor Piet en Roosje Rolf

 

Niet zelden wanneer wordt gevraagd naar mijn muzikale voorkeur, leidt het antwoord – het werk van Engelse componisten uit de twintigste eeuw – tot een meewarige, zelfs niet-begrijpende blik bij mijn gesprekspartner. Engeland, dat is toch das Land ohne Musik,[1] het land dat sinds Henry Purcell (1659-1695) amper nog een componist van betekenis voortbracht, met als uitzonderingen wellicht Edward Elgar (1857-1935) en Benjamin Britten (1913-1976)? Wanneer ik dan antwoord dat Elgar weliswaar de Engelse nationaliteit had, maar zo sterk was beïnvloed door Duitse en Franse toondichters dat hij nauwelijks een echt Engelse componist kan worden genoemd; en dat Britten weliswaar bij leven ook internationaal grote bekendheid genoot, maar toch eerst en vooral voortborduurde op het baanbrekende werk van de generatie grote componisten die hem voorging, groeit het onbegrip veeleer dan dat het afneemt. Niettemin: componisten als onder anderen Ralph Vaughan Williams, Gustav Holst, Herbert Howells, Gerald Finzi, George Butterworth, Ivor Gurney en E.J. Moeran schreven prachtige muziek, en verdienen in onze regionen veel meer waardering dan zij gewoonlijk krijgen – waardering die in hun vaderland overigens wel bestaat.

Maar er is een periode in het jaar dat mijn voorliefde voor Engelse muziek iets minder verbazing en onbegrip oproept dan anders: de tijd van eind november tot half januari. Want bijna iedereen kent wel de jaarlijkse uitzending op 24 december van A Festival of Nine Lessons and Carols door de BBC-televisie, waarin het koor van King’s College in Cambridge de muziek verzorgt – een traditie die ook te onzent door velen wordt gewaardeerd. De muziek die er wordt gezongen is al in de weken voor Kerstmis vaak te horen op de radio, maar ook in winkelcentra of andere openbare ruimtes, en dat duurt tot in januari. Gewoonlijk wordt hoog opgegeven van de muziek zo goed als van de kwaliteit van de zang, en van de Engelse koortraditie in het algemeen. (Meestal kan ik het niet laten op te merken dat het koor van King’s College misschien wel het meest bekende is, maar echt niet het beste: alleen Cambridge zelf al kent met de koren van St. John’s College en van Clare College twee betere… Maar dit terzijde.) De eerste keer dat het Festival of Nine Lessons and Carols in Cambridge plaatsvond was in 1918, om het eerste Kerstfeest na het einde van de Eerste Wereldoorlog extra luister bij te zetten. Het idee was overgenomen uit Truro in Cornwall, waar al vanaf 1880 jaarlijks in de kathedraal een dergelijke viering werd gehouden – voor zover bekend voor het eerst dat Christmas Carols in een kerk werden gezongen.

Wat maakt de aantrekkingskracht van het jaarlijkse Festival of Nine Lessons and Carols uit? Niet in de laatste plaats de muziek die wordt gezongen – naast gewoonlijk een deel uit The Messiah van G.F. Händel en enkele stukken van andere grootheden uit de traditie van de klassieke muziek, bestaat het programma vooral uit een keuze uit traditionele Engelse Christmas Carols. Dit was overigens niet altijd zo: in (vermoedelijk) 1946 schreef Ralph Vaughan Williams op Eerste Kerstdag een verder heel vriendelijke brief aan Boris Ord, die destijds de muzikale leiding van de viering had, waarin hij zich beklaagde over het al jarenlang vrijwel ontbreken van dergelijke Carols. Bovendien wees hij op een aantal liederen die zonder meer geschikt zouden zijn om te worden gezongen tijdens de viering.[2] Vaughan Williams had in zijn vaderland niet alleen als componist een grote reputatie, maar ook als verzamelaar van folksongs – waaronder Christmas Carols – die op het platteland werden gezongen. Als verzamelaar, maar ook als mederedacteur van The Oxford Book of Carols (1928) kende hij zo het genre als weinig anderen.

De vaste opening van de viering in Cambridge is inmiddels sinds jaar en dag zo’n traditionele Carol: Once in Royal David’s City, a capella ingezet door een jongenssopraan, vanaf het tweede couplet gezongen door een vierstemmig koor, in zijn eenvoud een betoverend mooi lied – en het voorbeeld bij uitstek van een alom bekende Christmas Carol. Wat zijn Christmas Carols eigenlijk? Waar komt deze traditie vandaan?

 

Rondedans met fluitspel

Het is bepaald niet eenvoudig te omschrijven wat een Carol is – het onderscheid met andere religieuze gezangen kan niet strikt worden gemaakt. Wel kan een aantal eigenschappen van Carols worden genoemd, waarvan zij er enkele – vaak niet alle! – gemeen hebben. Carols zijn liederen rond godsdienstige thema’s – dus niet alleen Kerstmis –, met een eenvoudige tekst in de landstaal en een niet al te ingewikkelde melodie, die zich ervoor leent ten minste gedeeltelijk te worden meegezongen door grotere groepen mensen. Op grond van deze eigenschappen zijn Carols geschikt om in gemeenschappen in een orale traditie van generatie op generatie te worden doorgegeven, hetgeen met traditionele Carols inderdaad gebeurde. Deze vorm van overdracht verklaart het ontstaan van regionale varianten, zowel tekstueel als muzikaal, van hetzelfde lied. Toen in Engeland verzamelaars van folksongs, waaronder Carols, in de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw op het platteland rondtrokken om de liederen op te tekenen die de bevolking zong, stuitten zij veelvuldig op dit soort varianten: liederen die wat tekst of muziek of ook beide net even afweken van wat er in een andere regio werd gezongen.

Het Engelse woord ‘carol’ is afgeleid van het Franse woord ‘caroler’, dat op zijn beurt weer is afgeleid van het Latijnse ‘choraula’, dat dan weer is ontleend aan het Grieks. Het verwijst naar een rondedans, begeleid door een fluitspeler. In de meest oorspronkelijke vorm waren Carols dansmelodieën, die werden gezongen of gespeeld bij allerlei feesten, van verjaardagen tot midwinterfeesten. Dit betrof niet alleen religieuze feesten: het tegenwoordig vanzelfsprekende godsdienstige thema van Carols kwam pas later tot ontwikkeling. In sommige nu nog veel gezongen Christmas Carols klinkt het karakter van de dans nog duidelijk door, met, ook vanwege de titel, als sprekend voorbeeld Tomorrow shall be my dancing day.

 

Zonne der Gerechtigheid

Hoe raakte de traditie van het zingen van Carols zo verbonden met Kerstmis, dat we nu bij een Carol onwillekeurig aan Kerstmis denken, en niet aan de andere gelegenheden waarbij Carols van oudsher werden gezongen? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, moet eerste een andere worden besproken: waarom vieren we Kerstmis op 25 december?[3] In de Bijbel staat immers niets waaruit kan worden afgeleid op welke datum Jezus werd geboren, zelfs niet in welk jaargetijde. Sterker: het kerstfeest werd pas aan het begin van de vierde eeuw gevierd, en pas toen ook ontstond de traditie de menswording van Christus op 25 december te gedenken. In het vroege Christendom ging de aandacht vrijwel uitsluitend uit naar het lijden en de wederopstanding van Christus – Pasen was het feest dat jaarlijks groots werd gevierd, en dat gold als het belangrijkste feest van het Christendom. Pas in de loop van de tweede eeuw nam de aandacht toe voor het leven van Jezus, voorafgaand aan zijn eerste openbare optreden; hiermee groeide ook de aandacht voor de verhalen over zijn geboorte, en zo ontstond de jaarlijkse viering daarvan met het kerstfeest. Veel over de precieze oorsprong van het feest is nog onbekend. Maar aan het begin van de vierde eeuw werd Kerstmis een gevestigde traditie, en werd de datum bepaald op 25 december.

Waarom 25 december? Er bestaan verschillende concurrerende theorieën die een verklaring proberen te bieden. Een van de meer gangbare is, dat het hierbij gaat om een voorbeeld van het ‘verchristelijken’ van een bestaand Romeins feest, Sol Invictus, het feest van de onoverwonnen zonnegod dat vooral bekend is uit de laat-Romeinse tijd, en dat op 25 december werd gevierd. Of en in hoeverre de cultus van Sol Invictus zelf weer de voortzetting is van een al bestaande cultus in het Romeinse Rijk, dan wel in de laat-Romeinse tijd werd ingevoerd, is een twistpunt onder historici. Hoe dit ook zij, in de laat-Romeinse tijd gold Sol Invictus als de beschermheilige van de Romeinse soldaten, en als officiële zonnegod van het Rijk. Het ‘verchristelijken’ van feesten, tradities en cultusplaatsen was een vorm van kerstening die vanaf de laat-Romeinse tijd tot aan – zelfs! – de Reformatie niet ongebruikelijk was. Zo werden christelijke kerken of kapellen gebouwd op al bestaande cultusplaatsen, enerzijds om te laten zien dat het christendom inmiddels de heersende godsdienst was geworden, anderzijds om continuïteit mogelijk te maken: de bevolking kon op dezelfde plaatsen haar geloof blijven uitoefenen. Het vaststellen van het kerstfeest op 25 december zou een dergelijke vorm van ‘verchristelijken’ zijn; tekenend is, dat in de laat-Romeinse tijd de vereenzelviging van Christus met de zon, Christus als zon, geleidelijk opgang deed en een rol speelde in de overgang van het Romeinse Rijk naar het christendom.

Maar niet alleen het feest van Sol Invictus werd ‘verchristelijkt’ – hetzelfde gold, nadat het christendom zich naar het noorden had verspreid, voor Yuletide, een midwinterfestival dat door de Germaanse volkeren werd gevierd. De duur van dit festival verschilde in de loop van de tijd en per regio, maar de centrale dag was altijd en overal 21 december: de kortste dag van het jaar. Sommige gebruiken van het Germaanse midwinterfestival bleven na het ‘verchristelijken’ behouden, zoals het zingen van liederen: het zingen van kerstliederen door groepjes zangers die door de straten trekken – in het Engels caroling genoemd – is een gebruik dat teruggaat op Yuletide. En niet alleen het gebruik zelf werd overgenomen, sommige melodieën evenzeer: voorzien van een nieuwe tekst kregen zij een tweede leven in een christelijke context.

 

Feest voor het volk Gods

Zoals de ‘uitvinding’ van de kerststal, zo wordt ook de ‘uitvinding’ van de Christmas Carol toegeschreven aan Franciscus van Assisi.[4] Beide uitvindingen hangen zelfs nauw samen. Franciscus liet in 1223, met toestemming van paus Honorius III, in het dorp Greccio een ‘levende kerststal’ maken, een kerststal met mensen en levende dieren die de kerstnacht uitbeeldden. Hiermee wilde hij de aandacht vestigen op de armoedige omstandigheden waaronder Jezus ter wereld kwam – kenmerkend voor zijn strijd tegen het materialisme en de zucht naar rijkdom die hij om zich heen zag. Tegelijk vroeg hij daarmee aandacht voor de armen en behoeftigen van zijn eigen tijd. Bovendien probeerde hij het vaak als abstract ervaren geloof toegankelijker te maken voor brede groepen in de samenleving: hij vroeg aandacht voor het leven van Jezus als bron van inspiratie, als tegenwicht voor de in zijn tijd veel gebruikelijker nadruk op de verrijzenis die immers veel moeilijker is te begrijpen. De pasgeboren baby in de kerststal sprak de gelovigen immers gemakkelijker aan dan de kruisdood en verrijzenis van Christus. In het spoor van dit initiatief in Greccio verspreidde zich de gewoonte, houten of gipsen kerststallen te maken en tentoon te stellen in kerken en kapellen, en later ook bij gelovigen thuis, al snel door grote delen van Europa.

Bij de kerststal in Greccio zongen Franciscaanse monniken liederen – niet, zoals voor religieuze gezangen in het christendom altijd gebruikelijk was geweest, in het Latijn, maar in het Italiaans. Voor deze gezangen gebruikten zij bestaande melodieën – maar geen Gregoriaanse, die vaak ingewikkeld zijn en niet zomaar zonder oefening kunnen worden meegezongen. Zij gebruikten melodieën die de bevolking al kende en zong bij uiteenlopende gelegenheden, maar met nieuw gemaakte teksten die betrekking hadden op het kerstfeest. Door bestaande melodieën te kiezen, konden bezoekers van de stal eenvoudig meezingen. Met de kerststal verspreidde ook dit zingen van liederen in de landstaal zich, door toedoen van Franciscaanse monniken die immers vanuit Italië uitzwermden naar het buitenland, over grote delen van Europa. En daarbij werd gretig gebruik gemaakt van ter plaatse bekende melodieën, waarvan de oudste teruggaan op de dansen en liederen die al in de oudheid werden gezongen, bij verjaardagen of andere gelegenheden, maar ook bij feesten als Yuletide.

Steun onze werking via het formulier hierbeneden! 

Levende traditie

De traditie van het zingen van Carols – opgevat als liederen in de volkstaal met een religieuze thematiek – gaat zo terug op een Franciscaans initiatief vroeg in de dertiende eeuw, met een muzikale voorgeschiedenis die nog veel verder teruggaat. Zij bestond in heel Europa, maar is niet overal even goed bewaard gebleven. En ook waar zij wel bewaard is gebleven – zoals met name in Engeland, waarop ik in het vervolg dan ook de aandacht zal richten – heeft zij grote veranderingen doorgemaakt, met name een versmalling die inhoudt dat het zingen van Carols overwegend beperkt bleef (en blijft) tot de kersttijd.

Al springt de Engelse Carol-traditie nu het meest in het oog, ook daar kent zij een geschiedenis van, soms zelfs diep, verval en opleving. De grootste crisis maakte zij door tijdens de Puriteinse heerschappij in en na de Engelse Burgeroorlog (1642-1646); zo werd het vieren van het kerstfeest in 1644 verboden, een verbod dat in 1647 nog eens werd bekrachtigd. Ook alle met het kerstfeest samenhangende gebruiken, zoals het zingen van Carols, werden verboden – het vieren van Kerstmis werd door de Puriteinen afgewezen als een ‘Paapse uitvinding’, die alleen maar afleidde van het wezen van het ware christelijk geloof. Verdwenen daardoor alle publieke uitingen rond de viering van het kerstfeest, in de besloten kring van de eigen familie werd Kerstmis ondanks dit verbod door velen gevierd. Zo ook werden in deze besloten kring Carols gezongen. Zo werden de Carols van generatie op generatie doorgegeven, en bleven behouden tot nadat de Puriteinen de macht weer verloren.

Van een bloeiende traditie was echter geen sprake meer: zij bestond, maar leidde lange tijd een kwijnend bestaan. Daarin kwam vanaf het midden van de negentiende eeuw geleidelijk verandering. Deze maakte deel uit van een meer omvattende beweging: de groei in de belangstelling voor de folksongs die op het platteland werden gezongen. Verzamelaars van dergelijke liederen trokken al wandelend, en later ook fietsend, door de verschillende streken van het land. Zij zochten contact met de plaatselijke bevolking, en vroegen naar de liederen die bij verschillende gelegenheden werden gezongen. Tekst en muziek van deze liederen werden zo nauwkeurig mogelijk genoteerd, verschillende varianten werden opgetekend, en zo bleven de liederen bewaard – net op tijd, want de voortgaande verstedelijking en later ook de opkomst van mechanisch gereproduceerde muziek (de radio en de grammofoon) betekenden dat de traditie van het zelf zingen bij allerlei gelegenheden geleidelijk leek te verdwijnen. De liederen die zo werden bewaard, werden door hun ‘ontdekkers’ vaak van een arrangement voorzien en in druk uitgebracht, zodat zij door koren konden worden uitgevoerd, waarmee de folksongs een tweede leven kregen. Een van de soorten folksongs die werden opgetekend, waren Christmas Carols – veel van de traditionele Carols die ook nu worden gezongen in Engeland, zijn bekend in de versie die in de Victoriaanse tijd, grofweg vanaf 1850, werd opgetekend, al zijn zij soms oorspronkelijk van veel ouder datum.

Een belangrijke impuls aan de traditie werd gegeven door Ralph Vaughan Williams, dominee Percy Dearmer (1867-1936) en de componist en dirigent Martin Shaw (1875-1958). In 1928 brachten zij het Oxford Book of Carols uit, een lijvige verzamelbundel met de – in hun ogen – mooiste Christmas Carols. Vaughan Williams en Dearmer hadden al eerder samengewerkt, toen zij in 1906 The English Hymnal uitbrachten, een nieuw liedboek voor de Anglicaanse kerk.[5] Bij die gelegenheid verzamelden zij zoveel mogelijk kerkgezangen van alle tijden en plaatsen die door gelovigen konden worden meegezongen. Uit de verzameling die zij zo hadden aangelegd, selecteerden zij die liederen, die voldeden aan hun hoge eisen wat betreft tekst en muziek – veel kerkliederen uit de Victoriaanse tijd doorstonden de toets van hun kritiek niet, omdat zij de teksten te zoetsappig vonden en de muziek te weinig sprekend. (Soms maakten zij een uitzondering voor liederen die zo populair waren dat zij niet met goed fatsoen konden worden weggelaten, ondanks dat zij zelf weinig waardering voor deze uitzonderingen hadden…). Deze selectie vulden zij aan met nieuwe liederen, waarbij zij nauw samenwerkten met dichters en componisten. Soms vroegen zij een componist een bestaande tekst op muziek te zetten; soms vroegen zij dichters een tekst te maken bij een bestaande melodie, of een bestaand lied in het Engels te vertalen; en soms werden heel nieuwe composities aan het liedboek toegevoegd. Een zelfde werkwijze werd gevolgd bij het samenstellen van het Oxford Book of Carols: enerzijds het verzamelen en selecteren van bestaand materiaal, anderzijds het uitnodigen van componisten en dichters om nieuwe Carols te maken, zij het door het leveren van een tekst of vertaling, zij het door het schrijven van muziek. Zo probeerden Vaughan Williams, Dearmer en Shaw de traditie van het zingen van Carols niet alleen in stand te houden, maar ook te vernieuwen. Daarin slaagden zij met verve, zo moge blijken uit een enkel voorbeeld: een van de meest geliefde Carols in het Engelse taalgebied is tegenwoordig In the bleak midwinter, oorspronkelijk een gedicht van de dichteres Christina Rossetti (1830-1894), op verzoek van Vaughan Williams door zijn vriend en collega Gustav Holst op muziek gezet. De uitgave van Vaughan Williams, Dearmer en Shaw was uiterst succesvol: zij is zonder onderbreking nog altijd in druk, en wordt door koren in de Engelstalige wereld volop gebruikt. De impuls die Vaughan Williams, Dearmer en Shaw gaven aan de traditie van de Christmas Carol miste zijn uitwerking niet: sindsdien schrijven veel Engelse componisten van naam een Christmas Carol, of maken nieuw arrangementen van een bestaande Carol. Voorbeelden zijn William Walton, Benjamin Britten, John Tavener en John Rutter.

Maar ook anderszins wordt de traditie eer aan gedaan. Componisten als Vaughan Williams zelf, Victor Hely-Hutchinson en Benjamin Britten verwerkten Christmas Carols in composities – Vaughan Williams in zijn Fantasia on Christmas Carols, Hely-Hutchinson in zijn Carol Symphony, en Britten in zijn A Ceremony of Carols. Daarmee volgden zij overigens veel oudere voorbeelden: de Franse componist Marc-Antoine Charpentier (1643-1704) verwerkte kerstliederen in zijn ook nu nog geliefde Messe de minuit pour Noël, en niemand minder dan J.S. Bach verwerkte kerstliederen in zijn Weihnachtskantaten. Op zijn beurt verwerkte de hedendaagse Poolse componist Krzysztof Penderecki het wellicht meest beroemde kerstlied van alle, Stille nacht, in zijn tweede symfonie, die dan ook de bijnaam Kerstsymfonie heeft.

 

Besluit

Wat maakt nu de aantrekkingskracht van Christmas Carols uit? Waarom wordt menig luisteraar zo geraakt door deze muziek, door The Sheperds Carol van Bob Chilcot, Bethlehem Down van Peter Warlock, A Spotless Rose van Herbert Howells, of Jesus Christ the Apple Tree van Elizabeth Poston – om slechts enkele voorbeelden te noemen van Christmas Carols die bijzonder geliefd zijn, in de vorige eeuw geschreven door componisten van wie de meesten van ons nu niet dagelijks muziek beluisteren?

Een deel van het antwoord is, denk ik, gelegen in de toegankelijkheid van deze Carols – er is geen uitgebreide studie van de tekst of muziek vereist om ervan te kunnen genieten, zij spreken, in hun eenvoud, de luisteraar meteen aan. Wat zij gemeen hebben, een eigenschap die zij delen met de traditionele Carols die uit de overlevering bekend zijn, is dat de melodielijnen duidelijk, vloeiend en pakkend zijn. Een ander deel van het antwoord ligt in de verhouding van individuele Carols met de traditie. Ook al gingen (en gaan hedendaagse) componisten van Christmas Carols muzikale vernieuwingen geenszins uit de weg, zij slagen erin hun vernieuwingen door te voeren binnen de traditie, en gevoed door een grondige kennis van die traditie. Daarom klinken ook nieuwe Carols doorgaans al snel vertrouwd in de oren.

Wat betekenen deze toegankelijkheid, eenvoud en traditionaliteit nu? In mijn eigen ervaring, zowel die van bezoeker van Carol concerts als die van koorzanger, bewerkstelligen zij, meer nog dan andere muziek,[6] een dubbel gevoel van verbondenheid. Verbondenheid, enerzijds met degenen die hetzelfde concert bezoeken of in hetzelfde koor zingen; maar anderzijds ook verbondenheid met eerdere generaties die dezelfde muziek beluisterden en waardeerden, dan wel zongen. Daarmee hebben deze Carols een bij uitstek religieuze betekenis – waarbij ik ‘religieus’ gebruik in de oorspronkelijke betekenis van het woord. (Het woord ‘re-ligare’ heeft zoals veel andere Latijnse woorden, bijvoorbeeld ook ‘cultura’, zijn oorsprong in de landbouw, en betekende ‘het samenbinden van aren’. Religie is dan de kracht die samenbindt, en die kracht heeft niet noodzakelijk een godsdienstige dimensie.) Christmas Carols verbinden mensen – dat lijkt me uiteindelijk hun grote betekenis. Mensen, niet alleen gelovigen – Carol concerts worden immers zeker niet uitsluitend door gelovigen bezocht en gewaardeerd, maar zijn evenzeer geliefd bij niet-gelovigen, zoals ook uitvoeringen van bijvoorbeeld de Passionen van Bach bij veel niet-gelovigen erg geliefd zijn.

Juist vanwege de bijzondere verbindende kracht van deze muziek zullen live uitvoeringen van Christmas Carols – zij het in concerten, zij het in vieringen – dit jaar, in tijden van corona, node worden gemist. Gelukkig is de traditie inmiddels zo stevig verankerd dat we ons met een gerust hart kunnen verheugen op het luisteren naar Christmas Carols na de coronacrisis: de vertrouwde liederen zullen opnieuw klinken en ontroeren, en ons samenbrengen.

Hebt u dit essay gewaardeerd? Overweeg dan onze werking te steunen met een kerstcadeautje:

Naam*

Bedrijfsnaam

E-mailadres*

Telefoonnummer*

Straat

Postcode

Plaats

Land

Bericht

Bedrag €*



 

 

Literatuur

Percy Dearmer, R. Vaughan Williams en Martin Shaw (red.), The Oxford Book of Carols, Oxford University Press, Oxford etc, 1928, met name ook het voorwoord, blz. v-xxvi.

Edmonstoune Duncan, ‘Christmas Carols, in: The Musical Times 55, nr. 862 (1 december 1914), blz. 687-691

Anne Gregson, The English Christmas Carol, ongepubliceerde dissertatie, Bath Spa University, 2013

Mark Lawson-Jones, Why was the Partridge in the Pear Tree? The History of Christmas Carols, The History Press, Strout (Gloucestershire) 2011

Jeremy Nicholas, ‘The history of the traditional Christmas Carol’, in: Gramophone, december 2012

Noten

[1] Oskar A.H. Schmitz, Das Land ohne Musik: englische Gesellschaftsprobleme, G. Müller, München 1914.

[2] Hugh Cobbe (ed.), Letters of Ralph Vaughan Williams, 1895-1958, Oxford University Press, Oxford etc. 2008, blz. 408-409.

[3] Voor een handzaam overzicht, vgl. Joseph F. Kelly, The Origins of Christmas, revised edition, Liturgical Press, Collegeville Minnesota 2014.

[4] De toeschrijving van de uitvinding van de kerststal aan Franciscus is tegenwoordig niet onomstreden. Zie Stephan Wahle, Die stillste Nacht. Das Fest der Geburt Jesu von den Anfängen bis heute, Herder Verlag, Freiburg i.Br. 2018.

[5] Zie mijn ‘De mooiste versie van iedere melodie. The English Hymnal honderd jaar’, in: Streven 73 (2006), nr. 11, blz. 994 – 1004.

[6] Over de verbondenheid die muziek in algemene zin biedt, zie het mooie boekje van Alicja Gescinska, Thuis in muziek. Een oefening in menselijkheid, De Bezige Bij, Amsterdam 2018.

Poston, Jesus Christ the Apple Tree:        https://www.youtube.com/watch?v=iPJBFYuUWvY

 

Bij de genoemde componisten:

William Walton, All This Time: https://www.youtube.com/watch?v=4vBJC-dSkcQ

Benjamin Britten, Wolcom Yole!:           https://www.youtube.com/watch?v=h2RI2fPITpk

John Tavener, The Lamb:         https://www.youtube.com/watch?v=h-mSmEfLmZc

(eventueel ook het schitterende Christ is with us, https://www.youtube.com/watch?v=J_QOo74vrQc, al is dat strikt genomen geen Carol, maar geïnspireerd op Grieks-orthodoxe muziek. Maar o zo mooi!)

John Rutter, Christmas Lullaby: https://www.youtube.com/watch?v=mdWOF7u624U

Carols: 

Once in Royal David’s City:         https://www.youtube.com/watch?v=eHLy6bu955M

Tomorrow shall be my dancing day: https://www.youtube.com/watch?v=OiNktUBcvNs

Holst, In the bleak midwinter:     https://www.youtube.com/watch?v=J4H-O5LmIfI

Chilcott, The Sheperds Carol:     https://www.youtube.com/watch?v=Jx_a-4JSpyk

Warlock, Bethlehem Down:        https://www.youtube.com/watch?v=BIQ-ySbOQx8

Howells, A Spotless Rose:         https://www.youtube.com/watch?v=DdNcCu5NOX4

En omdat ik het niet kan laten:

Ralph Vaughan Williams, Fantasia on Christmas Carols:

https://www.youtube.com/watch?v=wl9T3r8UyGA