Leven in een geseksualiseerde wereld

Dat we in een geseksualiseerde wereld leven, vind ik al meerdere decennia moreel onuitstaanbaar. Ik meen tegen deze verseksualisering weerwerk te moeten leveren. Misschien zal men mij archaïsch, ouderwets, anti-modern vinden, en mij misschien zelfs voor katholiek en heel zeker voor puriteins uitschelden. Als atheïst die ik ben, geef ik graag toe dat mijn tekst in Kerk en Leven zou passen. Maar wat? Laat ze maar komen. Ik zal mezelf in die hoek niet zetten. Ik laat me niet afschrikken, daarvoor is de zaak te belangrijk.

Het toeval wil dat het boek van Amia Srinivasan, Het recht op seks, mij in handen viel.[1] Het verschafte mij een kijk op de ruime verspreiding van seks en porno. Verbijsterend. Seks en porno lijken zo algemeen aanvaard te zijn en voor te komen dat het er enkel nog op kan neerkomen dat men bepaalde excessen, verkrachtingen, geweld – en de dominantie van de man – bestrijdt. De jeugd is zo vroegtijdig vertrouwd met porno dat ze leren wat liefde (= seks) is door porno te bekijken.[2] Vreselijk. Weliswaar haalt de schrijfster haar informatie hoofdzakelijk uit de VS, Groot-Brittannië en India. Voor zover ik zie, blijft het Europese vasteland buiten schot. Betekent dit dat Europa er ‘beter’ voor staat? Laat het ons hopen, misschien is er verschil in de omvang van de genoemde verschijnselen. Maar voor hoe lang nog, als het waar is, zoals men vaak hoort, dat Europa steeds tien jaren nodig heeft om de VS bij te benen? Laten we tegelijk hopen dat de beschrijvingen in het boek van Amia Srinivasan overtrokken zijn.

Maar doen de volwassenen het ‘beter’ dan de jonge lui? Ik lees in En toen was er AI van Tim Brys en François Levrau[3] dat uit een studie uit 2025 blijkt dat een op de vijf Amerikaanse volwassenen al een romantische ‘ontmoeting’ had met een chatbot, onder de 18 tot 23-jarigen stijgt dat tot een op de drie voor mannen en een op de vier voor vrouwen. Zijn we onze greep op de werkelijkheid aan het verliezen, zijn we het besef kwijt dat seks en liefde morele implicaties hebben? Kan het zijn dat seks een domein van het leven is waarbij moraal niet van toepassing is, ongeveer zoals men kan denken dat economie (winstbejag) niets met moraal te maken heeft?

Waarmee ben ik bezig, tegen welke ‘macht’ torn ik op? Maar geven we niet op! Ik krijg alvast geen hulp van de Amia Srinivasan. Ze lijkt zelf niets anders dan seks te kennen. Het begrip liefde komt in haar boek niet eens voor. Is er dan geen verband tussen beide? (Natuurlijk heeft haar feministisch, anti-patriarchaal en antikapitalistisch boek, dat vooral een aanklacht is, daarmee te maken). Maar bestrijdt ze de verspreiding van seks? Misschien komt ze zelf vooral op voor (in haar ogen) onschuldige seks. Let op de titel van haar boek, Het recht op seks. De idee zelf is grote onzin. Men kan enkel de rechtspraak inschakelen bij (strafbare) excessen. Moet er dan ook een Recht op liefde geschreven worden? Dat heeft misschien alleen zin als het (de opvoeding van) kinderen betreft. Kinderen hebben dit recht, en bij verwaarlozing, en bij nog enkele andere spijtige zaken, zoals geweldpleging door de ouders, moet het recht kunnen optreden. Maar recht op liefde voor volwassenen? Hoe kan men dit afdwingen? En is er dan ook een plicht tot liefde (rechten veronderstellen steeds plichten bij de andere partij)? Baarlijke onzin.

De hier volgende beschouwingen zijn uiteraard moreel van aard. Ze zijn een reflectie op wat ongetwijfeld een belangrijke trend in onze (westerse) wereld is. Ik bespreek maar bestrijd deze trend, maar omdat het ‘slechts’ over een trend gaat (wat men toch kan betwijfelen, zie hierboven), houdt dat in dat ik niet iedereen over dezelfde kam scheer. In feite breng ik een stuk morele sociologie die op niemand in het bijzonder slaat. Hoe zou ik ook hart en nieren van de mensen kunnen doorgronden? Hoe zou ik het ook maar wagen om iemand schuldig te verklaren – wat in een christelijke moraal zo ‘graag’ wordt gedaan? Ik stel niet Goed tegenover Kwaad. Mijn reflecties zijn een aansporing om bepaalde dingen anders te zien en er anders naar te handelen. We leven in een geseksualiseerde wereld, de impact daarvan is onwenselijk en vaak immoreel. Is de mens, zo zal men opwerpen, dan niet vrij om zijn leven in te richten zoals hij zelf wil? Mijn antwoord luidt dat de (morele) normen die ik stel, tot een beter leven, tot een goed leven (dat tegelijk een moreel leven is) kunnen leiden.

Ik vang aan met mijn eigen beschrijving van de huidige trend. Als je je er niet in vindt, als je de beschrijving te overtrokken voelt, zoveel te beter, want dat betekent dat bij jou een zekere morele gevoeligheid nog niet verloren is gegaan. Mijn schets kan onmogelijk neutraal zijn. Feit en morele beoordeling kunnen niet anders dan hand in hand gaan.

Ik plaats me exclusief in de westerse wereld. Het is een wereld die, ondanks mijn beschrijving, nog weet heeft van de morele waarden die ik onderschrijf. Ik ga er van uit dat iedereen nog beseft wat liefde is, en wat die inhoudt. Ik confronteer deze moraliteit met de genoemde trend.

 

Nog wat meer

We zien of horen tegenwoordig niets dan seks, ik bedoel met seks verzelfstandigd seksueel genot, seks om de seks. Dat betekent niet dat seks in volstrekte eenzaamheid gebeurt. Seks veronderstelt in de meeste gevallen een ‘partner’, een ander. Ik bedoel vooral dat seks de liefde verdringt. Men verwart liefde met seks, maar wat blijft is seks. De media kunnen er niet over zwijgen. Verwijzen naar seks is zo normaal geworden dat een tv-presentator het niets speciaals vindt bij zijn ondervraagde, of die een partner heeft of niet, te informeren met welke beroemde ster hij of zij een date, lees, een onenightstand, zou wensen te hebben. Niet alleen de media (waartoe ook de krant behoort), ook de literatuur en de film – gaan vaak niet vrijuit. De schrijver of cineast kan kritisch blijven in zijn weergave van seksscenes. Maar soms (of vaak) is hij medeplichtig, rechtstreeks, onrechtstreeks en vaak stiekem: hij onderschrijft zelf een versie van verzelfstandigde seks. Vaak ook zijn zijn beschrijvingen van dien aard dat seks bij de lezer moet overkomen als iets natuurlijks, niet aan te ontkomen, onschuldig, de niet te bedwingen menselijke natuur. In mijn Perspectieven op literatuur[4] heb ik dat aangetoond voor het werk van Philip Roth (‘De dood en de meisjes’) en voor Michel Houellebecq (‘De brave new world van Michel Houellebecq’). Terloops, moeten we een prachtig werk zoals Lolita van Nabokov ongelezen laten – Nabokov die trouwens – onterecht – van mening is dat zijn Lolita geen moraal op sleeptouw neemt?[5] Zeker niet, maar er is kritische morele reflectie vereist (zoals trouwens bij elk boek of elke film). ‘Dat maakt de kans groter’, becommentarieert Marianne Boenink Martha Nussbaum, ‘dat ongerechtvaardigde emoties ook als zodanig ontmaskerd worden’. Zo handelen Philip Roths beide boeken Het stervende dier en Alleman over de liefde – wat zeg ik, over seks – en dood. Neemt hij kritisch afstand van wat hij beschrijft? Is hij zelfkritisch? Neen, want hij maakt seks tot de zin van het leven – als vlucht voor de dood. Laat het dan zo zijn dat hij tegelijk vaak kritische geluiden over seks laat horen!

Het woord sexy is (ongeveer sedert de jaren negentig) zo gebruikelijk geworden dat het te pas en te onpas de plaats inneemt van al wat leuk genoemd kan worden. Ik doe daar niet aan mee, sexy hoort niet tot mijn woordenschat. Eigenlijk is het veelvuldig gebruik van dat woord al een treffende indicatie dat onze tijd verseksualiseerd is. Maar laten we het niet bij deze oppervlakkige vaststelling. Laat mij hier opmerken hoe brutaal – en vaak zich bedienend van seksuele termen – onze tijd geworden is. Het is al fuck you en samenstellingen van fuck dat je hoort. Wat de oorsprong en de betekenis ook is van F*ckF*DG op de teashirt van Frédéric De Gucht, het is wansmakelijk en het zoveelste bewijs dat de brutaliteit niet eens meer als brutaal wordt onderkend. En hoorde ik Arno niet zingen: ‘I’m just an old motherfucking’. Kan het nog erger? Ik zal me blijven ergeren ook als het woord fuck zo niets- en alleszeggend is geworden als ‘goedendag’, of als ‘het is slecht weer vandaag’. In de VRT wordt de televisiemensen afgeraden het woord fuck te laten horen. Dat is een wijs besluit.

Nog even verder. Vrije seks gaat door als de grote bevrijder. Dat een prostitué(e) tot sekswerker is ‘gepromoveerd’, laat zien hoe ‘vrij’ wij over seks aan denken (dat een prostitué(e) beschermd moet worden, lijkt mij evident, maar dat hij of zij een ‘werk’ zou verrichten, is de zoveelste blijk van het feit dat men seks beschouwt als ‘natuurlijk’. Ik vraag mij, verder, af wat in godsnaam de ‘verdienste’ kan zijn van pornografie? En van virtuele liefde met een tegemoetkomende AI-geliefde (via een chatbot, zie hierboven). Een passend symbool voor verzelfstandigde seks zou de dildo kunnen zijn – misschien wel de enige ‘zuivere’ seks, want de ander is er totaal afwezig. Men ziet niet hoe seks de mens in zichzelf opsluit. Men ziet niet hoe seks zelfbetrokken is en niet boven het ogenblikkelijke uitstijgt. Men verdedigt openlijk polyamorie, overspel, men durft haar zelfs aan te prijzen. Ook daten gaat niet vrijuit. Lees ik niet in een artikel in De Standaard[6] een geïnterviewde over zichzelf zeggen ‘Hey, normaal doe ik geen onenightstands, maar voor jou maak ik een uitzondering’ en ‘Seks is vaak plezanter, als je niet te veel van elkaar weet’, enzovoort. Als daten niet meerdere keren met dezelfde persoon gebeurt, zodat men elkaar kan beginnen liefhebben, en er niet de ene na de andere onenighstand volgt, loopt het verkeerd. Joël De Ceulaer merkt op dat seks zo zeer liefde heeft verdrongen dat de hedendaagse jeugd haast niet meer weet wat consent, toestemming, betekent.[7] Is liefde niet elkaar vertrouwen, wil ze niet duurzaam zijn (vertrouwen veronderstelt trouwens duurzaamheid), is ze niet trouw als een van de betekenissen van trouw is dat je elkaar altijd steunt en niet alleen laat – wat er op neerkomt dat dit in principe voor het hele leven geldt ? Is liefde niet samen een (goed) leven maken en in stand houden? Rudolf Boehm heeft het eens mooi gezegd naar aanleiding van De schaamte voorbij (1976) van Anja Meulenbelt. De vraag is of de minnaar als hij ’s morgens ontbeten heeft, er (stiekem) van door gaat of niet.[8] Aan de uitgiftedatum van het boek van Anja Meulenbelt zie je hoe oud de ophemeling van de kortstondige, eenmalige seks al is (ze is in feite al veel ouder). Christopher Lasch heeft in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw onze cultuur van het narcisme aangeklaagd in The Culture of narcissism (1980). Het seksuele narcisme viert tegenwoordig hoogtij op een peil dat Lasch nauwelijks had kunnen vermoeden. Seks is vaak (misschien altijd) narcistisch. Narcisme is per slot van rekening ook een relatie met een andere, of met anderen: hou van mij (dit is, vindt me aantrekkelijk, verleidelijk, enzovoort), maar ik denk er niet aan van jou te houden (hoewel ik dat graag voorspiegel).

Verzelfstandigde seks is zelden ‘zuiver’. Dat zou alleen kunnen als de partner eveneens enkel op zuiver seksueel genot zou uit is. Dat kan, en het zou consequent zijn – maar het leidt nergens naartoe. Seks is meestal verbonden met een beginnende verliefdheid, met aangetrokken worden. Dan loopt dat uit op de miskenning van de andere, op zijn of haar ontgoocheling en verdriet. Mijn punt is dat seks de reductie is van de mens tot genot als ze niet tegelijk ook dominantie of macht is.

De laatste jaren is de reactie op seksuele toenadering hevig geworden. Dat vindt zijn oorsprong in me-too-toestanden, in schandalen en verkrachtingen. Het gaat hoofdzakelijk om de dominantie van de man, om macht. Hoewel het alles om seks draait, is dit niet mijn thema. Verzelfstandigde seks heeft op zich of wezenlijk niets met machtsuitoefening te maken. Hij kan best met toestemming samengaan. In de volgende opsommende paragraaf ontbreekt het begrip macht dan ook. Maar hoe dan ook, de schandalen hebben een situatie doen ontstaan waarbij opdringerigheid (vooral van de man), die als vanzelfsprekend wordt opgevat, ernstig in vraag gesteld wordt. Toestemming veronderstelt vrijheid, en die veronderstelt afstand.

Dat het soms de goede richting uitgaat blijkt uit het feit – dat veralgemeend zou moeten worden – dat Ridouani, burgemeester van Leuven, een gedragscode voor zijn personeel heeft uitgevaardigd die duidelijkheid moet creëren over gepast gedrag op het werk. Hierin staat onder andere dat je collega’s begroeten met een kus op de wang not done is. Rond die ‘regel’ ontstond heel wat ophef. Burgemeester van Leuven Ridouani heeft de nodige informatie toegevoegd: ‘Uiteraard is er geen verbod om een begroetingskus te geven, als beide collega’s dat oké vinden’.

 

Naar een andere (seksuele) moraal

We moeten onszelf een moreel houvast geven dat de liefde weer kansen geeft. Hier een paar wenken, in feite principes. Misschien houden ze op controversieel te zijn als je er lang genoeg stil wil blijven staan.

 

  1. Niemand heeft het (morele) recht om zonder onderscheid gelijk wie te verleiden. Aan verleiding, zo leert de ervaring, is vaak moeilijk te weerstaan. Er is dus zelftucht vereist – en fijn aanvoelen. Want op een relatie aansturen met wie je aantrekkelijk vindt, is in eerste instantie een soort aanslag, een bedreiging, een inbreuk op de zelfstandigheid en vrijheid van de ander, want moet de ander zijn of haar instemming niet geven, je tegemoet willen komen? Er is hier impliciet een dominantiepolitiek aan het werk, die men door fijnzinnige gevoeligheid moet pogen te neutraliseren. Niemand beter dan Sartre[9] heeft dat begrepen maar vanuit zijn radicale tegenstelling tussen ‘op zich’ en ‘pour soi’ verduisterd. ‘L’aimé ne saurait vouloir aimer. L’amant doit donc séduire l’aimé; et son amour ne se distingue pas de cette entreprise de séduction’. Baudrillard ziet regelrecht in de verleiding wat ik verzelfstandigde seks noem. ; Ce que je veux, ce n’est pas t’aimer, te chérir, ni même te plaire : c’est te séduire – et ce n’est pas que tu m’aimes ou me plaises ; c’est que tu sois séduit’.[10]

Je hebt vanuit je ‘ideaal’ van zelfontplooiing (die meestal zelfzucht is) niet het recht op om het even wie.

 

  1. Zoek geen toenadering tot een van de partners van een (al of niet getrouwd, maar vast) duo. Stel als regel dat je geen toenadering zoekt tot het duo definitief uit elkaar gespat is. Je hebt het (morele) recht niet voordien toenadering te zoeken.

 

Ik verbeeld me het hoongelach bij sommigen – waartoe jij lezer hopelijk niet behoort: moeten we de Tien Geboden misschien in ere herstellen, in het bijzonder het zesde en negende gebod? De christelijke versie spreekt over onkuisheid, ‘doe nooit wat onkuisheid is’ en ‘wees kuis in uw gemoed’, terwijl eigenlijk bedoeld is wat Mozes zowel in Exodus 20 als in Deuteronomium 5 duidelijk stelt: ‘pleeg geen overspel’ en ‘zet uw zinnen niet op het huis van een ander en evenmin op zijn vrouw’, en in een andere versie (Deuteronomium): ‘Zet uw zinnen niet op de vrouw van een ander’.[11] Is dat achterhaald?[12] Hoe zou dat kunnen! Het is gewoon de uitdrukking van een seksueel moreel-‘gezond’ leven.[13]

Bedenk dat vriendschap belangrijker is dan dat je de partner van je vriend of vriendin of collega zijn of haar levensgezel afsnoept. Dat gebeurt helaas en het is hatelijk, het ondermijnt het hele gemeenschapsleven.

 

  1. Als je een vaste verhouding hebt, kijk dan niet naar anderen (man of vrouw) met ‘seksuele ogen’. Bekijk ze als gesprekspartner, als medearbeider, als collega, enzovoort, kortom gewoon als mens. Dat kan niet betekenen dat je de andere niet als mooi, als aantrekkelijk, enz. opmerkt of beschouwt. Maar in een zekere zin ‘vrijblijvend’, seks-neutraal.

 

  1. Besef dat de narcistische roes van een beginnende relatie een tijdelijk gebeuren is, hoogstens van enkele jaren, en dat in zekere zin de ware liefde pas daarna een aanvang neemt en een zaak van vertrouwen, zorg en duurzame intimiteit wordt. Ons eindige bestaan leert ons dat de liefde begeleid gaat van noodzakelijk daarbij horende inspanningen en lasten – die weliswaar door het feit van de liefde gedempt worden, men brengt ze graag op. Liefde moet men onderhouden. ‘Maar … verliefdheid bleek geen echte relatie te zijn!. Verliefdheid is een illusie en een fusie’.[14]

 

  1. Onvolwassenen zitten met een ernstig probleem als hun verliefdheid seksuele vormen begint aan te nemen. In bijna alle gevallen kan dat niet tot duurzame liefde leiden – de situatie leent er zich niet toe. Wat men meer en meer vaststelt: een date gepaard met een kort gesprek, gevolgd door een avontuur in bed. Het is de omgekeerde wereld, het primaat van de seks in plaats van het primaat van de liefde die, moet het nog gezegd, elkaar goed kennen, respect en openheid, intimiteit, veronderstelt. Het mag een tijdje duren vooraleer het vrijen ernstig wordt. Jonge lui houden zich beter ver van een tot verzelfstandigde seks leidende verhouding. Ik besef dat ik met deze stelling vierkant tegen de tijdsgeest inga. Evenals met wat nu volgt. Volwassenen zetten niet minder dan jeugdigen de wereld op zijn kop als ze menen dat het normaal is dat seksuele handelingen voorafgaan aan wat voor liefde noodzakelijke voorwaarde is: dat de garantie er moet zijn dat men elkaar zo goed kent en zo intiem met elkaar vermag om te gaan dat een duurzame band een zekerheid wordt of kan worden. Is dat een van de redenen waarom er in de westerse landen zoveel op een fiasco uitlopende echtscheidingen en zoveel kortstondige verhoudingen zijn?

 

Laat mij hiervoor even het thema verzelfstandigde seks verlaten. Statistiek Vlaanderen (online) leert ons dat van de huwelijken uit 1980 die al 43 jaar worden gevolgd 34,3% door een echtscheiding ontbonden zijn. De huwelijken uit 2000 kunnen al 23 jaar worden gevolgd, van die huwelijken is na 23 jaar 35,7% ontbonden. Moeten we die hoge cijfers normaal of aanvaardbaar vinden? Bij echtscheidingen bij jongere mensen kan men als een van de mogelijke redenen aangeven wat hierboven beschreven is. Bij oudere echtparen ligt de zaak moeilijker. Misschien heeft men veel te weinig aan de huwelijksconditie ‘gewerkt’. Niets gaat van zelf. ‘Wie lang met iemand samenleeft, beseft dat onopgeloste problemen deel uitmaken van het samenleven zelf’, stelt Alfons Vansteenwegen in zijn Als liefde zoveel jaar kan duren.[15] En verder: ‘Het gaat om het invoeren en respecteren van onderscheid en verschil in een samenleefrelatie, waardoor een realistische relatie mogelijk wordt’. ‘Mensen die lang samenleven kwetsen elkaar. Omgaan met relatiekwetsuren is een onderdeel van langdurig samenleven’. ‘Een samenleefregel komt niet tot stand op basis van verliefdheid alleen. Een samenleefrelatie moet ook opgebouwd worden’. ‘De perfecte relatie bestaat natuurlijk niet’.[16] Uit het gedicht van Herman de Coninck[17] waarmee Vansteenwegen zijn boek afsluit, blijkt dat wat voor een goede langdurende verhouding geldt, ook voor de zevenjarige verhouding waarover De Coninck het heeft van tel is.

 

Voor mekaar

 

Vroeger hield ik alleen van je ogen

Nu ook van de kraaiepootjes ernaast.

Zoals er in een oud woord meedogen

Meer gaat dan in een nieuw. Vroeger was er alleen haast

 

Om te hebben wat je had, elke keer weer.

Vroeger was er alleen nu. Nu is er ook toen.

Er is meer om van te houden.

Er zijn meer manieren om dat te doen.

 

Zelfs niets doen is er daar één van.

Gewoon bij mekaar zitten met een boek.

Of niet bij mekaar, in ’t café om de hoek.

 

Of mekaar een paar dagen niet zien

en mekaar missen. Maar altijd mekaar,

Nu toch al bijna zeven jaar.

 

Studies sommen een amalgaan van redenen op waarom paren uit elkaar gaan. Uitelkaar.be (google) somt op: bij gebrek aan communicatie, bij ontrouw, bij verlies van liefde of intimiteit, ter wille van financiële problemen, ter gevolge van verslaving of destructief gedrag, bij emotioneel of fysiek misbruik, op jonge leeftijd [mijn cursief] of om verkeerde redenen’ getrouwd, als de levensdoelen of waarden verschillen, bij verlies van identiteit. Er wordt niet bij vermeld of er niet telkens een cluster van redenen aanwezig is. Men kan vermoeden dat bij misschien wel elke scheiding de seksuele intimiteit het (langzaamaan?) heeft laten afweten. Maar niet als eerste scheur in de relatie, veeleer als gevolg van de hierboven genoemde redenen.

Ik vermoed echter nog een andere fundamentele reden waarom men de verhouding zo vlug opgeeft. Ondanks de dreiging van de milieucrisis, ondanks het wankelen van de democratie, blijft de moderne mens grote verwachtingen koesteren – in de liefde. Bij de minste hindernis, denkt hij of zij: het is mislukt, ik ga het elders proberen – en hij of zij vergeet dat men in de nieuwe verhouding zichzelf meeneemt en dat de kans op een volgende mislukking daardoor groot blijft (tenzij men aan zichzelf werkt). Dirk De Wachter wijst er op dat vele psychopathologische stoornissen hun oorzaak vinden in deze grote verwachtingen – die natuurlijk niet uitkomen. We moeten leren gewoon te zijn. We kunnen dit verwachtingspatroon als vanzelf inschakelen in een ander patroon dat zich uit als de vlucht voor wat er aan het leven eindig is. Halen we er nog even Dirk De Wachter bij. ‘Nu we niet meer geloven in het hemels paradijs, willen we alles hier en nu beleven. Wel dat gaat niet’.[18] Het ziet er naar uit dat men veeleer alles op seks wil inzetten.

De grote zaak van het leven is niet het genot – seksueel of welk genot ook. We kunnen ongestoord het leven met elkaar genieten (ik stel uitdrukkelijk dat (seksueel) genot een onderdeel van het goede leven is) maar de zin van het leven bestaat in principe niet uit een of andere vorm van hedonisme (meestal seksueel). De zin van een gelukkig leven bestaat veeleer uit taken (ik zou graag zeggen zorgtaken). Cruciaal is het maken van een leven met elkaar. Het houdt inspanning, last, in, en zelfbeheersing, zelftucht – anders dan wat men in verzelfstandigde seks ziet gebeuren.

 

Het was me in deze tekst vooral te doen om de hierboven opgesomde vijf punten. Willen we af van onze geseksualiseerde wereld dan moeten we een aantal regels respecteren – of men nu atheïst of gelovige is. Ik denk dat hun naleving kan volstaan om een andere wereld, een minder seksueel-brutale wereld tot stand te laten komen. Ze kan als netelig overkomen. Dat zal vooral het geval zijn als ik aanbeveel seks onder onvolwassenen te beteugelen. Dat is een opvoedingstaak. Een kind of een jongere is grotendeels het ‘resultaat’ van wat de ouders (of andere verantwoordelijken) het ‘geleerd’ hebben. Dat veronderstelt dat deze laatsten zelf de opgesomde ‘regels’ in acht nemen, waarderen, en uitdragen. Ook de overheid kan hier een grote rol spelen – zo kan ze, om maar iets te zeggen, de media strenge nomen opleggen ter bescherming van de jeugd.

Hopen maar dat deze tekst tot bezinning aanzet. Laat me een zin herhalen: misschien houden de opgesomde regels op controversieel te zijn als je er lang genoeg stil wil blijven staan.

 

Reageren? Mail naar: willy.coolsaet@ugent.be

 

Prof. dr. Willy Coolsaet, ere-prof Universiteit Gent, Vakgroep Filosofie en Moraalwetenschap. Zijn laatste boek Naar een andere moderniteit. Bevrijding van de waan van oneindigheid en bovenmenselijkheid verscheen in 2024 bij Gompel&Svacina.

 

[1] Amia Srinivasan, Het recht op seks. Feminisme in de 21ste eeuw, De Geus, Amsterdam, 2022.

[2] O.c., blz. 75-77.

[3] Tim Brys en François Levrau, En toen was er AI. Hoe mens blijven te midden van machines?, Otheo Books, Antwerpen, 2026, blz. 54. De auteurs geven de precieze bron niet aan, enkel een overzicht van de literatuur over het onderwerp.

[4] W. Coolsaet, Perspectieven op literatuur: filosofische reflecties bij Barnes, Camus, de Coninck, hesse, Houllebecq, Roth, Streuvens en Winterson, Garant, Antwerpen, 2010.

[5] Ik verwijs hier naar M. Nussbaum, Wat liefde weet. Emoties en moreel oordelen, Boom, Amsterdam, 1998.

[6] ‘We hadden nog nooit zoveel woorden voor seks en liefde, maar echt praten blijft moeilijk’, De Standaard, van 11 februari 2026.

[7] J. De Ceulaer, ‘Beste SexGPT’, in De Morgen van 18 oktober 2025.

[8] R. Boehm, Aan het einde van een tijdperk, Het Wereldvenster, Weesp / Epo, Berchem, 1984, blz. 98.

[9] J-P. Sartre, L’être et le néant, Éditions Gallimard, Parijs, 1943, blz. 421.

[10] Jean Baudrillard, De la séduction, Éditions Gallimard, Parijs 1979, blz. 118. Evenmin als op de ideeën van Sartre wens ik in te gaan op de twijfelachtige beschouwingen van Baudrillard.

[11] De weergave is die van De Bijbel, 2021 (nieuwe vertaling door het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap).

[12] Let wel, ik neem de Joodse en christelijke motivaties waarop die geboden steunen, niet mee.

[13] En trouwens wat is er mis met de andere geboden (abstractie gemaakt van de verwijzingen naar God): ‘zweer niet ijdel, vloek (?) noch spot’; ‘Vader, moeder zult gij eren’; ‘Dood niet, geef geen ergernis’; ‘Vlucht het stelen en bedriegen’; ‘Ook de achterklap en ’t liegen’. Zijn dat onhoudbare morele principes?

[14] A. Vansteenwegen, Als liefde zoveel jaar kan duren, Lannoo, Tielt, 2007, blz. 145.

[15] O.c., blz. 37, en verder blz. 67, blz. 122, blz. 152, blz. 257.

[16] Vgl. ook J. Armstrong, De filosofie van de liefde, Prometheus, Amsterdam, 2003 (oorspronkelijk Conditions of Love. The Philosophy of Intimacy, 2002) dat ik besproken heb in mijn Op de vlucht voor de eindigheid. De ziekte van de moderniteit, Garant, Antwerpen, 2006.

[17] Herman de Coninck, De Gedichten, De Arbeiderspers, Amsterdam, 1998.

[18] Titel van het interview met Dirk De Wachter bij het verschijnen van zijn laatste boek Wachten in De Standaard van 1 januari 2026.

Leven in een geseksualiseerde wereld
Het testament van Marshall Sahlins
‘Nog steeds weet niemand iets diepzinnigs over pindakaas...
Wat is het nut van een perfect geformuleerde...
Prof. dr. Elizabeth Allard: miskend in een mannenwereld
Hoe iets te leren over politiek van twee...
Kinderwens
De Dagpauwoog
Moet AI onttoverd worden?
Verdeel en heers
Van oude mensen, de dingen die (niet) voorbijgaan
Techniek en nihilisme
Pleidooi voor een anekdotische sociologie
‘We maken dat ding gewoon even schoon’
Op de brandstapel met de kerstman!
Wim Kayzer en de kunst van het vragen...
ChatGPT in het hoger onderwijs: Een kwestie van...
De tuin der folteringen
Het einde en het begin van de geschiedenis
Als vissen in het water. Vooroordelen en discriminatie
LHBTQ-kwesties en katholieke leer
Sleutel tot de moderne tijd: Melvin Kranzberg en...
Een zeergeleerde duivel
Kijkdagen in Huize Semiosis
Theologie en de taal van vorig jaar
Ostinato à variations. Het ritme van katrollen, sprokkelwerk,...
Uit de hoogte
Oudheidkunde op maat
Doet de ander er nog toe? Over de...
Over de lauwe steun van de Arabische en...