Onlangs ben ik begonnen met het lezen van De Staat van Plato. Het is een van die klassiekers waarnaar steevast wordt verwezen, maar waarvan je zelf het van kaft tot kaft doorploegen altijd uitstelt. Daar ben ik nu mee begonnen en ik kan alvast stellen dat dit de categorie klassieker inderdaad waardig is.
In het begin van De Staat is een van de gesprekspartners van Socrates de oudere broer van Plato, Glaucon, die de ring van Gyges ter sprake brengt als een gedachte-experiment. Veel gedachte-experimenten in de Oudgriekse tijd worden gepresenteerd als verhalen waarin diegene die ze ter sprake brengt, alsook het publiek dat er gehoor van neemt, lijkt te geloven als ware het een feitelijk relaas. Gyges, een Lydische herder, vindt volgens dit verhaal, per toeval, een magische ring die hem onzichtbaarheid verleent. De macht die deze ring hem verleent zal hem naar een pad van verraad, list en moord leiden. Hij slaagt erin de koningin te verleiden, spant een complot met haar, waarna ze de koning vermoorden om de macht over Lydië te grijpen. De conclusie van dit verhaal: ieder mens zal onrecht plegen als straffeloosheid wordt gegarandeerd. Gyges is immers een doodnormale herder en niets leek erop te wijzen dat hij een immoreel levenspad zou bewandelen. De toevallige vondst van een bovennatuurlijke kracht is voldoende om te leiden tot de hypertrofie van de intrinsieke zondigheid van de mens.
Met de jaren heb ik geleerd in iedere kunst, en dus ook de verhaalkunst, te letten op kleine maar belangrijke details.
Een interessante bijzonderheid, die ik amper behandeld zie worden over dit verhaal, is het feit dat Glaucon een hele beschrijving geeft van de plek van de vondst. Na een aardbeving werd een kloof zichtbaar in een berghelling waar Gyges zijn kudde aan het hoeden was. Toen hij de kloof inging, ontdekte hij dat het een graf was met een bronzen paard met daarin een lijk, groter dan dat van een man, die de gouden ring droeg, die hij vervolgens in zijn zak stak. Dat kleine detail van ‘groter dan dat van een man’ lijkt te suggereren dat het hier een reus betreft. Het verhaal zou nog altijd zijn pointe hebben gehad zonder dit detail, maar het leek toch de moeite waard om dit erin te verwerken.
Verhalen uit de antieke tijd staan bol van reuzen, die niet alleen de bezitters zijn van allerlei technologische hoogstandjes, maar ook symbool staan voor immoraliteit. In de Griekse traditie belichamen de Giganten primordiale, ongetemde krachten die de kosmische orde van Olympus bedreigen.
Ook in de Bijbel treffen we reuzen – met name de Nephilim (van het Hebreeuwse voor ‘gevallenen’ of ‘zij die vallen’) – aan die door hun toedoen hebben geleid tot de zondvloed. In Genesis 6 beschrijft de tekst hoe de ‘zonen van God’ (vaak geïnterpreteerd als gevallen engelen) zich verenigen met de ‘dochters van de mensen’.
In het niet-canoniek boek van Henoch krijgen we nog meer aandikking van deze Bijbelse reuzenmythologie. Deze vertrapte schepsels belichamen ook hier extreme immoraliteit: ze plegen moord, kannibalisme, verkrachting, bestialiteit. Deze gevallenen zullen de mens ook onderrichten in allerlei wetenschappen en technologieën. Azazel corrumpeert ons bijvoorbeeld met de gift van de oorlogstechnologie. Ezeqeel schenkt de meteorologie. Araqiel onderricht in de geologie en Barak’el zal ons met de sterrenkunde ‘vergiftigen’.
Ik betwijfel sterk of de joods-christelijke traditie hier in de kern een vorm van Luddisme is. Dit zijn immers geen producten van de gevallenen zelf, maar hemelse geheimen die zij het ondermaanse hebben binnengesmokkeld, wetende dat het zwakke vlees niet altijd weet hoe hiermee om te gaan.
Een modern voorbeeld maakt het nog concreter. In de film Hollow Man (2000), geregisseerd door Paul Verhoeven, zien we een echo van het verhaal van de ring van Gyges. De wetenschapper Sebastian Caine (een subtiele verwijzing naar die andere immorele Kaïn?), gespeeld door Kevin Bacon, ontwikkelt een serum voor het Amerikaanse leger dat de gebruiker onzichtbaar maakt. Hij wordt zelf de proefpersoon van dit goedje en de onzichtbaarheid zal hem, net zoals bij Gyges, tot de verdorvenheid drijven. Hij moordt en verkracht erop los. De film kent wel een goed einde, maar het moge duidelijk zijn dat ook hier onzichtbaarheid een technologie is die het slechtste uit de mens weet te ontlokken.
Wij beschikken nu allemaal over dit serum. Er is bij veel mensen een kloof tussen hoe ze in ‘het echt zijn’ en hoe ze zich online gedragen. Met schuilnamen, avatars en gewoon de afstand tussen ons en de ontvangers van ons digitaal spuien, dragen wij nu allemaal een ring van Gyges. Niet alleen achter het scherm, maar ook in onze wagens, ijzeren kisten, kan je zien hoe mensen zich overgeven aan gevloek en geschreeuw tegen het verkeer om zich heen. Ik laat in het midden wat voor bezwaarlijks er nog allemaal gebeurt met digitale anonimiteit, maar ik ben er zeker van dat uzelf het lijstje zonder veel moeite kan aanvullen.
Socrates zal later in het boek niet meer naar dit verhaal verwijzen of er een onmiddellijk antwoord op bieden. Uit zijn betoog blijkt wel dat hij gelooft in het potentieel van de mens, zich niet om de haverklap over te geven aan doortraptheid. Dat bijvoorbeeld niet iedereen zich hiertoe online verlaagt, of er misschien mettertijd minder toe geneigd is, bewijst misschien wel de stelling van Socrates dat moreel zijn goed is voor de ziel en zichzelf er verder mee lijkt te voeden. Zij die ervan hebben geproefd, zullen minder geneigd zijn bij het dragen van de ring over te gaan tot slechtheid.
In The Lord of the Rings van Tolkien kan de hobbit Frodo Balings, de hoofdpersoon van het epische verhaal, de magische ring wel dragen. Deze ring, die de drager trouwens ook onzichtbaar maakt, is gesmeed door de duistere Sauron, die een gestalte heeft die groter is dan die van een mens, om Midden-aarde te overheersen. Frodo is wat meer immuun voor de corrumperende krachten van de ring. Hobbits houden van hun eenvoudige leventje en dat leidt in de wereld van Tolkien tot een goede aard. De ring kan zich enkel voeden met allerlei wereldse ambities en daar hebben hobbits lak aan. Daarom kan Frodo de ring dragen zonder direct te bezwijken voor de verleidingen ervan. De mensen van Midden-aarde hebben deze kracht heel wat minder en beschouwen de kleine simpele wezentjes uiteindelijk als hun grote voorbeeld.
Moraliteit behoeft geen bovenmenselijke inzet. Het is geen titanenwerk. Ware kracht schuilt evenmin in onzichtbare macht. Immoraliteit, hoe reusachtig ook, breekt op de eenvoud.