Adam’s Apples: een absurdistisch bekeringsverhaal

De kijker van de fascinerende film Adam’s Apples (2005) moet tegen een stootje bestand zijn. De flaptekst van de dvd-uitgave noemt de verrassende film van de Deense regisseur Anders Thomas Jensen ‘een eigenzinnige, gitzwarte komedie’. Een daar aangehaald citaat van een recensie in Trouw houdt het iets neutraler en spreekt van ‘een vreemdsoortige, gortdroge parabel’. Zelf zie ik de film vooral als een absurdistisch drama, die onbesuisde actie koppelt aan een humoristische lichtvoetigheid. Kan zo’n film een serieus thema bevatten? Ik meen van wel: naar mijn overtuiging is Adam’s Apples in de kern een modern bekeringsverhaal. In dit moderne bekeringsverhaal schuilt ook een boodschap voor onze tijd.

 

Het verhaal

Centraal in het verhaal staat een leefgemeenschap van een paar ex-delinquenten en een evangelisch-lutherse pastor op het Deense platteland. Geen van allen sporen zij echt. Dat geldt voor de zwaarlijvige Gunnar, een oud-tennisvedette, die een kleptomaan en alcoholist is. Het is van toepassing op de schietgrage Khalid, die er naar verluidt af en toe nog op uittrekt voor een overval ‘om te sparen voor een huis’. Het geldt ook voor de in korte broek rondlopende pastor, Ivan Fjelsted, zelf. In en rondom de leefgemeenschap figureren enkele niet minder eigenaardige personen: een jonge vrouw, Sarah, die emotioneel en maatschappelijk in een kreukelzone is terechtgekomen en zich geen raad weet met het kind dat zij verwacht; een oude kampbewaker, Paul, die niet lang meer leeft; en een in zijn medische ervaringen verstokt geraakte dokter van het naburige ziekenhuis. Ook is er nog Christopher (‘hij die Christus in zijn hart draagt’), het verlamde zoontje van de pastor.

Het wereldje op het idyllische lapje grond waarvan een parmantig wit kerkje het centrum vormt, wordt opgeschud als zich op een goede dag een nieuwe bewoner aandient. Dat is skinhead en neonazi Adam Pedersen, een zwijgzame, stroeve man die weinig aanleiding nodig heeft om op de vuist te gaan. Hij is een ‘slecht mens’ volgens zijn dossier, maar volgens de hyper-optimistische Ivan bestaan zulke mensen niet. Ivan houdt Adam voor zich een doel te stellen. Dit wordt het bakken van een appeltaart van de appelboom in de tuin. Adam moet nu op de boom gaan letten en, als het zover is, de appels ervan oogsten. Met die appels gaat het niet zo goed. Kraaien pikken de appels kapot; er huizen wormen in en het ziet ernaar uit dat de kleine oogst die is overgebleven, uiteindelijk door Sarah opgegeten wordt. Hoe moet het nu met de appeltaart?

 

De Duivel of God?

De appelboom, de appels en de appeltaart die door Adam gebakken moet worden, vormen een rode draad in het verhaal. Verder lijkt het verhaal vooral een aaneenrijging van losse, onverwachte, curieuze en komische gebeurtenissen.

Om toch in al die merkwaardige gebeurtenissen een verhaallijn te zien, moeten wij onze aandacht richten op het gedrag van Ivan en vooral op de innerlijke gesteldheid die hem daartoe aanzet. In het begin lijkt Ivans kordate houding simpelweg een uiting van onverwoestbaar optimisme. Dat geldt ook voor zijn onwil om in iets of iemand iets slechts te zien. Allengs neemt het dwangmatige positivisme van Ivan buitenissige vormen aan. Ivan blijkt meer nog dan de anderen een bron van een absurde intermenselijke dynamiek. Zo pareert hij Paul, die op zijn sterfbed met zichzelf in het reine wil komen door zijn verleden onder ogen te zien, met relativerende en vergoelijkende opmerkingen. Even zot is zijn onwerkelijke reactie op het portret van Hitler dat Adam op zijn kamertje heeft hangen boven het kastje waarop de Bijbel ligt die Ivan hem ter lezing heeft gegeven. Ivan lijkt zich tegen het kwaad te wapenen door het te negeren.

De ontkenning van tegenslagen in zijn eigen leven neemt ook groteske vormen aan. Zo pocht hij meermaals over het fysieke en intellectuele uitblinken van zijn van top tot teen verlamde zoontje. De realiteit die Adam hem voorhoudt, glijdt eenvoudig langs hem heen. Gaandeweg blijkt dat Ivan tegenslagen en kwaad ziet als een beproeving van de Duivel. Hij ziet het als zijn missie daartegen te strijden. Het loochenen van de werkelijkheid is zijn wapen.

Het keerpunt wordt ingeluid wanneer Adam uiteindelijk de Bijbel ter hand neemt die voortdurend van het kastje openvalt bij het boek Job. Uit nieuwsgierigheid gaat Adam het Bijbelboek lezen. De volgende dag confronteert hij Ivan ermee dat het niet de Duivel is die Ivan op de proef stelt. Het gaat om God. Het is God die niet van hem houdt. Ivan (de Slavische versie van Johannes, ‘God is genadig’) kan deze boodschap niet aan en stort in. De dokter constateert slechts dat Ivan vanwege een grote tumor in zijn hoofd niet lang te leven heeft.

Niet veel later volgt een nieuwe tegenslag voor Ivan. In een absurde scene komt een groep oude neonazi-makkers van Adam een rekening vereffenen bij de appelboom. De overmoedige Ivan wordt daarbij per ongeluk getroffen door een kogel uit het geweer van een van de neonazi’s en belandt in kritieke toestand in het ziekenhuis.

 

Een dubbele bekering

Dan gebeurt het ongelofelijke. Gunnar, de kleptomaan, blijkt een appel te hebben achtergehouden. Die geeft hij aan Adam. Uit alle macht bakt Adam daar een piepklein appeltaartje van om aan Ivan te brengen. Wanneer hij het lege ziekenhuisbed ziet, vreest Adam het ergste. Ivan is echter wonderbaarlijk behouden: de kogel heeft de tumor uit zijn hoofd geschoten. Ivan zit met een groot verband om zijn hoofd in de tuin en Adam voegt zich bij hem. Geen van beiden zegt het, maar ‘Job’ is door God op de proef gesteld en uiteindelijk door Hem in genade aangenomen. De verhaallijnen van de appel en het boek Job komen bij elkaar.

Adam deelt het appeltaartje. Zwijgend eten Ivan en Adam ieder hun deel in een sfeer van innerlijke rust. Het eten van de appel van de boom van kennis van Goed en Kwaad betekende voor Adam en Eva de zondeval en deze luidde de verdrijving uit het Paradijs in. Voor Ivan en Adam licht de appel op een andere manier het onderscheid tussen Goed en Kwaad op. Voor Ivan staat het stukje appeltaart voor het onder ogen zien van de realiteit van het Kwaad; voor Adam leidt alles wat er gebeurd is tot het afzweren ervan. Zo is er sprake van een dubbele bekering.

 

Het Kwaad

Met de dubbele bekering snijdt regisseur Jensen een wezenlijk thema aan: onze omgang met het Kwaad. Adam’s Apples is te duiden als een kritiek op zowel een relativistische onverschilligheid van ‘anything goes’ als op een mensbeeld dat de mens als exclusief goed ziet. Beide leiden tot ontwrichting: nihilisme en utopische politiek.

Velen vandaag zoeken naar zin en zinvolle oriëntatie in hun leven, zoveel is wel duidelijk. Adam’s Apples biedt hierop op een heel eigen manier een perspectief. Voor het publieke domein bevat Adam’s Apples ook een boodschap: politiek vooruitgangsgeloof gestoeld op een irrealistische visie van de uitsluitend goede natuur van de mens leidt al snel tot grote brokken. Dit is geen theorie: de Britse denker John Gray, bijvoorbeeld, laat dit aan de hand van de werkelijkheid beeldend zien.[1] Zo gezien, is Adam’s Apples een pleidooi voor het onderkennen van de aanwezigheid van het Kwaad in de wereld en een herwaardering van het besef van zonde. In ons persoonlijke leven en in het appel dat op ons handelen wordt gedaan, kunnen wij daar niet omheen. Dat bewustzijn vormt geen eindpunt, maar een begin.

 

Een nieuw begin

 Zowel de aanvankelijke levensinstelling van Adam – het koketteren met het Kwaad – als het gedrag van Ivan – het negeren van het Kwaad – blijken letterlijk heilloos. Adam blijft vastzitten in zijn opstandige boosheid, die nergens toe leidt. Ivans onnatuurlijke mensbeeld heeft een averechts effect op de samenleving-in-het-klein: de leefgemeenschap raakt steeds verder van het mooie ideaal verwijderd. Beiden komen zij tot het besef dat zij het Kwaad onder ogen moeten zien en dat zij in het licht daarvan verantwoordelijkheid dragen. Dat geldt voor hun persoonlijk leven en in hun werk daarbuiten.

De bekeringen van Ivan en Adam hebben invloed op de kleine leefgemeenschap. Ook de anderen maken nu een ommekeer mee in hun leven. Zij kunnen op eigen benen gaan staan. Khalid vertrekt naar Pakistan. Sarah en Gunnar trouwen en vertrekken naar Indonesië, met het kind Ivan dat Ivan doopt. Sarah en Gunnar hebben vrede met zijn beperking.

Voor de twee hoofdpersonen krijgen hun innerlijke bekeringen een professionele parallel: in de slotscene verwelkomen Ivan en zijn assistent Adam – nu een vriendelijke man met een warme uitstraling en een flinke bos golvend haar – twee ex-delinquenten in de hernieuwde leefgemeenschap.

 

De film Adam’s Apples is in 2006 op DVD uitgebracht.

 

Reageren? Mail naar: Sophie.vanBijsterveld@ru.nl

 

Sophie van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit.

 

[1] VPRO’s Tegenlicht, ‘In gesprek met John Gray’, 28 april 2008, https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/kijk/afleveringen/2007-2008/in-gesprek-met-john-gray.html 

Sacramenten: geschiedenis en veronderstellingen
Adam’s Apples: een absurdistisch bekeringsverhaal
Katholieke liefdadigheid
Hoe je met grauw realisme naar het Sublieme...
Een idee voor de volgende katholieke reformatie
Dune – een film die aanmoedigt om verder...
Netflix Messiah: een verrassende thriller
Feiten & fantasie: een beetje geschiedenis van de...
Vechten tegen de branding
Hedendaagse geloofsbeleving in de Verenigde Staten
De problematische identiteit van de Nijmeegse Universiteit
Het materialisme van de godsdienst