François Azouvi (°1945) publiceerde over filosofen als Descartes, Bergson en Maine de Biran, maar werd pas bekend door twee late werken over de wisselende kijk van drie of vier generaties Fransen op de Tweede Wereldoorlog. Zijn nieuwe boek waagt zich aan een ruimer onderwerp: we blijven ook deze keer vooral in Frankrijk, maar vernemen nu waarom veel Fransen, anders dan tot ver in vorige eeuw, voortaan geen boodschap meer hebben aan heroïek maar liever slachtoffers op een voetstuk zetten. Ze volgen daarmee een globale trend, die Azouvi hier wil duiden via een casestudy in het domein waar hij best mee vertrouwd is.

Het resultaat is een boeiend stuk cultuurgeschiedenis, dat naast boeken ook krantenartikelen, interviews en films in een sterk – en goed verteld – verhaal samenbrengt. Dat het belangrijkste kantelmoment in dat verhaal samenhangt met de terugblik op de Tweede Wereldoorlog is niet echt verrassend. We lezen dus dat de slachtoffers van de Holocaust de eersten waren die als zodanig, dus enkel omwille van hun oeverloze leed, bijna sacrale emoties losweekten. Het merkwaardige is dat dat niet meteen gebeurde maar eigenlijk pas goed twintig jaar later én dat het daarna niet lang duurde voor allerlei andere slachtoffergroepen op hun beurt eindeloos respect en Wiedergutmachungen gingen claimen en dikwijls ook kregen.

Vlak na de Tweede Wereldoorlog was de tijd daarvoor blijkbaar nog niet rijp. De terugblik had toen meer aandacht voor het heroïsme van het Verzet, dat ook veel bloed en tranen had gekost maar waarvan de betrokkenen hun leven wetens en willens hadden gewaagd. Azouvi vertelt trouwens ook hoe enkele van de eerste teksten over de Holocaust bijna reflexmatig op dat heroïsche model terugvielen. De auteurs legden graag de nadruk op allerlei opstanden in diverse getto’s en kampen en verloren zoveel mogelijk uit het oog dat die al bij al sporadisch gebleven waren.

Het idee dat de miljoenen die de horror passief ondergingen precies eindeloos respect verdienden omdat hun massieve noodlot naar geen enkel ideaal verwees en ze letterlijk om niet stierven won pas veel later veld. Het paste dan bij een wereld die haar laatste heroïsche dromen spendeerde aan Latijns-Amerikaanse of Vietnamese rebellen, die in de zestiger jaren vochten voor hun communistische wereldrevolutie. Pas toen ook die droom minder geloofwaardig ging lijken, werden het prestige en de onaantastbare en nooit verjarende rechten van slachtoffers het enige absolutum dat nog overbleef.

Dit respect beperkte zich eerst tot de Shoah, die door zijn ongeziene dodental en de radicale zinloosheid van al dat leed een gruwelijk unicum leek te zullen blijven. Azouvi tekent aan dat de vele groepen die al vlug dezelfde consideratie gingen opeisen dat pas echt durfden te doen toen de staat Israël, die lang een soort alleenrecht op het symbolisch kapitaal van de Holocaust genoot, op zijn beurt, en met name sinds de Zesdaagse oorlog, opzichtig slachtoffers begon te maken. Sindsdien kwamen er overal ter wereld steeds meer groepen die zich, elk om eigen redenen, verongelijkt voelden en soms zelfs met hun pijnlijke herinneringen tegen elkaar gingen opbieden: wie had het meest geleden? De rol van slachtoffer was een benijdenswaardige positie geworden.

Het nieuwe boek van François Azouvi vertelt een boeiend en genuanceerd verhaal, dat de opkomst en de veralgemening van de slachtoffercultuur in Frankrijk stap voor stap natrekt en dat als kroniek van dat succesverhaal zonder meer geslaagd mag heten. Ik beperk me dus tot een klein vraagteken bij de globale duiding waar hij zijn boek mee afsluit.

Volgens Azouvi gaat het om niets minder dan een antropologische mutatie (une grande mutation anthropologique, blz. 73): een onheuglijke bewondering voor allerlei vormen van heroïek, die vanouds in zowat alle culturen nawijsbaar was, moest in de laatste decennia van vorige eeuw wijken voor een onvoorwaardelijk respect voor slachtoffers, dat in die vorm voordien zowat nergens te vinden was en waarvan niets laat aanzien dat het in een nabije toekomst weer zal verdwijnen. Er is duidelijk een bladzijde omgeslagen.

Mijn vraag is of het allemaal echt zo radicaal nieuw was. Azouvi spreekt in zijn titel van een métamorphose contemporaine du sacré. De slachtoffers incarneren voor hem een nieuwe sacraliteit, die dan wel naar geen enkele transcendentie verwijst en zelfs pas mogelijk werd toen de ontkerstening (déchristianisation) een zo goed als voldongen feit was. Dat was in 1945 nog niet het geval, maar twee of drie decennia later, als we sociologen zoals Guillaume Cuchet mogen geloven, wel. Inhoudelijk zou de nieuwe cultus van de slachtoffers weinig of niets aan religieuze tradities ontlenen: de nieuwe profeten van de slachtoffercultus moesten een hoogste verering verwoorden en grepen terug naar een oude woordenschat die, wegens vacant, beschikbaar was voor nieuwe en deze keer radicaal profane recyclages.

Ik vraag me af of zo’n analyse niet te veel draden doorknipt. Azouvi herhaalt in zijn boek geregeld dat er in de christelijke traditie geen plaats was voor slachtoffers, maar alleen voor martelaren, die, anders dan de doden in de kampen en hun vele ‘opvolgers’, stierven voor een hoogste ideaal: le christianisme n’a connu les victimes que pour en faire des martyrs (blz. 221). Hij lijkt daarbij een beetje te vergeten dat die traditie zeker haar martelaren vereerde, maar zich daarnaast ook dikwijls inzette voor allerlei noodlijdenden die geen helden hoefden te zijn en alleen omwille van hun ellende aandacht en hulp verdienden. De Barmhartige Samaritaan ontfermde zich over het slachtoffer van een roofoverval en de traditionele werken van barmhartigheid zijn besteed aan de pretentieloze miserie van ‘de minsten van de Mijnen’, die hun honger, dorst of ziekte evengoed zonder meer ondergingen. Je kan je minstens afvragen of ‘onze’ cultus van de slachtoffers, zelfs als kwam die pas goed van de grond in een goeddeels ontkerstende wereld, geen uitloper is van dat christelijke gedachtengoed.

François Azouvi had er, als hij dat verband had willen leggen, meteen een mooi contrapunt in kunnen ontdekken. De christelijke traditie kwam haar noodlijdenden doorgaans te hulp zonder zich echt af te vragen wie voor hun leed verantwoordelijk was. De Barmhartige Samaritaan ging niet op zoek naar de rovers die de man die hij vond langs de weg hadden uitgeplunderd, maar probeerde hem gewoon te verzorgen. Dat was dan meteen de reden waarom de velen die met die traditie braken haar graag verweten dat ze makkelijk tot conformistisch-conservatieve opstellingen kwam: wie aalmoezen uitdeelde vroeg zich minder af waar de ellende die hij of zij lenigde aan te wijten was.

In de recente slachtoffercultus ligt dat anders: die begint dikwijls nagenoeg met de schuldvraag. De slachtoffers en hun advocaten zoeken er zo te zien nogal eens in de eerste plaats naar daders, die eindeloos hun spijt moeten betuigen, c.q. substantiële compensaties moeten ophoesten….

René Girard, die in het overzicht van François Azouvi ook een paar keer ter sprake komt, zou er – zelfs als de beschuldigingen dikwijls terecht zijn – allicht een zoveelste zondebokscenario herkend hebben. Of misschien, als hij in een milde bui was, nog eens de oude quote van Chesterton van stal gehaald hebben: The modern world is full of old Christian virtues gone mad

 

 

François Azouvi, Du héros à la victime: la metamorphose contemporaine du sacré, Gallimard, Parijs, 2024. 296 blz., ISBN 978-2-07-297401-8, € 24.

 

François Azouvi, Le mythe du grand silence. Auschwitz, les Français, la mémoire, Fayard, Parijs, 2012.

François Azouvi, Français, on ne vous a rien caché. La Résistance, Vichy, notre mémoire, Gallimard, Parijs, 2020.

Guillaume Cuchet, Comment notre monde a cessé d’être chrétien. Anatomie d’un effondrement, Seuil,  Parijs, 2018.

René Girard, Je vois Satan tomber comme l’éclair, Grasset, Parijs, 1999.

 

Dubbele politieke moord
Wat vertellen we onze kinderen (niet)?
Een jurk vertelt
Numineuze slachtoffers
De eeuwige actualiteit van het verleden: Het Adrianus-dossier
Hannah Arendtstrasse 10117 Berlin Mitte
Zionisten en de jodenuitroeiing
Dromen over Anne Frank
Is moorden economisch nuttig?
De onverdeelde persoonlijkheid van Titus Brandsma
Negatieve getuigen. Over het begin van de jodenuitroeiing
Bubele. Schaduwkind
Waarom moordden verpleegsters? Een case study uit het...
Autobiografieën en katholieken