De afbraak van het vertegenwoordigende stelsel en de weg naar dictatuur (aan de hand van het voorbeeld van Servië) 

De huidige politieke crisis in Servië is waarschijnlijk, alleen al door het aantal mensen dat betrokken is en door de vastbeslotenheid de strijd voort te zetten, één van de meest opmerkelijke gebeurtenissen in de politieke geschiedenis van Servië. Maar bezien vanuit eenvoudig bestuurlijk standpunt is het simpel een herhaling van de problemen die de Servische politiek hebben geteisterd sinds het weer opdook als onafhankelijk vorstendom, en vervolgens koninkrijk in de eerste helft van de negentiende eeuw. Servië is, met als Argentinië en Rusland, om een term te gebruiken die werd gemunt door V.S. Naipaul, een land met een ronde geschiedenis: dezelfde gebeurtenissen doen zich steeds opnieuw voor, met andere hoofdpersonen, en naar het lijkt voor altijd. In feite werd Servië in 1825 en 1925 op precies dezelfde manier bestuurd als nu: een autoritaire leider die quasi-democratische of raadgevende instrumenten gebruikt om leiding te geven aan een cliëntelistisch systeem dat corruptie op alle niveaus bevordert als manier om zich te verzekeren van voldoende politieke steun. Twee elementen vormen de sleutel: autoritaire leiding en breed verspreide corruptie.

Tegen deze achtergrond lijken de door studenten geleide protesten, met de eis tot juridische aansprakelijkheid voor degenen die schuldig zijn aan de grootschalige corruptie en slordige openbare werken die leidden tot de dood van vijftien mensen in november jl., volkomen terecht. En inderdaad, als een spontane beweging die onder jongeren aan de universiteit begon was dat ook zo. Maar toen de protesten veel massaler werden, en grote delen van de stedelijke burgerij en zelfs wat bieren en vakbonden zich aansloten, verschenen de problemen.

De beweging besefte al snel dat zij alleen succesvol kon zijn als zij volledig apolitiek was, dat wil zeggen zonder banden met welke politieke partij of groepering ook, en buiten het vertegenwoordigende stelsel. Hoezeer gehaat ook door veel mensen, het bewind van Vučić haalt toch een meerderheid in alle verkiezingen. Vučić won de in hoge mate vrije presidentsverkiezingen met 61%, tegen 18% voor zijn grootste rivaal, en zijn partij behaalde 48% van de stemmen bij de parlementsverkiezingen in 2023. De oppositiepartijen zijn ideologisch verdeeld, en verdeeld door een aanhoudende strijd om het leiderschap. Er bestaat dus een grondige hekel, zelfs haat tegen het huidige bewind, maar die afkeer kan niet politiek worden uitgedrukt omdat de hekel aan de oppositiepartijen bijna even groot is. Er zijn veel redenen voor hun irrelevantie maar men moet niet negeren dat zij, toen zij in hun eerdere verschijningsvormen zelf aan de macht waren, min of meer hetzelfde cliëntelistische systeem voerden en leden aan dezelfde corruptie. Het bewind van Vučić verergerde simpelweg deze gebreken. Kortom, het meerpartijenstelsel valt in elkaar, en ten minste 40% van de bevolking heeft niemand om haar te vertegenwoordigen (de opkomst bij de laatste twee verkiezingen was beneden de 60%).

Daarom besloot de door studenten geleide beweging het antipolitieke spel te spelen. Zij verbood de vlaggen en insignes van politieke partijen, of het gebruik van buitenlandse vlaggen (gericht tegen de vlag van de EU die erg impopulair is in Servië) en vermeed iedere formele organisatie. De beweging heeft de laatste drie maanden het schoolsysteem tot stilstand gebracht, studenten bezetten de universiteiten, middelbare scholieren maakten lange protestmarsen door het land om hun boodschap te verspreiden, en de beslissingen over wat vervolgens te doen worden, zo wordt beweerd, genomen door plenaire vergaderingen van studenten en directe stemmingen (hoewel niemand schijnt te weten hoe die stemmingen verlopen en of zij unaniem zijn of niet). De beweging (die zelfs geen naam heeft) communiceert door verklaringen of manifesten te verspreiden die van boven lijken te komen, van de Olympische hoogten, en niet ondertekend zijn. Haar intellectuele aanhangers hebben de idee van directe (volks-)democratie naar voren gebracht, niet gehinderd door politieke partijen. Dit antipolitieke aspect van de beweging werd geprezen door filosofen en opinieleiders als Slavoj Žižek en Yannis Varoufakis.

Maar terwijl buiten de politiek om werken de reden is voor het succes van de beweging, heeft dit een wezenlijk ontwrichtend gevolg wanneer het wordt vertaald naar de echte politiek. Met de huidige vormeloze massa die zelfs een zichtbaar leiderschap ontbeert heeft de beweging geen instrumenten om met de regering en Vučić zelf om te gaan. Door de geheimzinnigheid waarmee zij opereert lijkt de beweging meer op de Rode Khmer dan op het Poolse Solidarnosc. Solidarnosc schiep onmiddellijk een leiderschapsstructuur en ging de onderhandelingen met de regering aan.

De beslissing zich niet in de politiek te begeven en zichzelf niet om te vormen tot een formele organisatie of politieke partij is zowel een zegen als een vloek. Het is een zegen omdat de beweging alleen zo kan doorgaan; het is vloed omdat de beweging haar eisen nooit kan formuleren in begrijpelijke politieke taal, en het politieke systeem kan verbeteren of veranderen. Om dit laatste te kunnen doen zou de beweging van haar Olympische hoogte moeten komen, zichzelf veranderen in een hiërarchische organisatie met een bekende leiding (in vier maanden tijd is er geen enkele leider opgestaan), haar huidige taal moeten omzetten in politiek idioom, en verwachten of hopen grote delen van de ontevreden bevolking politiek te vertegenwoordigen. Maar als dat eenmaal gebeurt, daalt de beweging af naar het niveau van politieke partijen, die, zoals eerder al opgemerkt, in brede kringen worden gewantrouwd. Daarenboven, als de beweging zich meer en meer beweegt in de richting van de wereld van de politiek, zal duidelijk worden dat zij intern allerlei soorten aanhangers kent, van extreem nationalistisch rechts tot Groenen, sociaaldemocraten, en pro-Europese liberalen, en dat een dergelijk heterogene coalitie onbestuurbaar is en snel uit elkaar zal vallen.

Daarom moet de beweging hetzelfde spel blijven spelen, zonder zicht op een einde. Die situatie zal op een gegeven moment onhoudbaar worden, en het bewind van Vučić zal nog meer onderdrukkend moeten worden en zich bewegen naar een openlijke dictatuur. Dit is precies wat er gebeurde in 1929 toen koning Alexander I alle politieke activiteiten verbood en een persoonlijke dictatuur vestigde. De brede apolitieke beweging leidt uiteindelijk tot twee mogelijke uitkomsten: dictatuur of chaos. Omdat chaos niet kan voortduren, zal hij in ieder geval dictatuur voortbrengen. Op lange termijn zullen sommige goede kanten van de beweging mogelijk blijven bestaan (zoals de studentenbeweging van 1968 de sociale mores veranderde), maar op korte en middellange termijn zullen de politieke gevolgen precies het tegenovergestelde zijn van wat zij hoopt te bereiken.

 

(Vertaling: Herman Simissen)

 

 

Branko Milanović (°1953) is een Servisch-Amerikaanse econoom, onder meer verbonden aan de City University of New York en de London School of Economics. Hij is vooral bekend door zijn werk over inkomensverdeling en ongelijkheid. De oorspronkelijke tekst verscheen op 17 maart jl. op https://branko2f7.substack.com/p/the-break-down-of-the-representative en wordt hier met toestemming van de auteur in Nederlandse vertaling gepubliceerd.

 

 

Niets (zinvols) te zeggen
Gaza, de eeuwige Achilleshiel
De afbraak van het vertegenwoordigende stelsel en de...
Oudheidkunde op maat
De Politieke Menagerie
“Stop the steal” in de grondwet?
De tekortkomingen van de democratie in Amerika
Christelijk nationalisme: een theologische bemerking
Syriza in Griekenland. Mislukte zoektocht naar een links...
Staat van ongelijkheid
Een bende losgeslagen schoolkinderen
Een opgezet spel. Over Eco’s ‘Het nulnummer’
Nieuw: een arbeidsduurindex als oplossing voor werkloosheid
Professoren in de politiek