Een bespreking van A Sentimental Journey 1917-1922[1] door Viktor Sjklovski
De eerste Russische Revolutie speelde zich af in februari 1917; de tweede, meer bekende, in oktober, en de Burgeroorlog, veroorzaakt door die revolutie en door de ontbinding van de Grondwetgevende Vergadering, duurde tot 1921. Aanvankelijk, in 1917, zette het Russische leger met tegenzin de strijd tegen de Duitsers en Oostenrijkers voort maar toen hield het ermee op, en in Brest-Litovsk gaf Rusland een-derde van de vooroorlogse bevolking op, de helft van de industrie, en 90% van de kolenproductie. Het voormalige Keizerrijk viel uiteen in verschillende onafhankelijke landen, waaronder als belangrijkste Oekraïne, Armenië en Georgië. Het was een tijd van immense verandering en ongelooflijk lijden. Naar schatting zijn bijna evenveel Russen omgekomen in de Burgeroorlog (1,2 miljoen) als tijdens de Eerste Wereldoorlog zelf (1,8 miljoen). Maar tijdens de Burgeroorlog stierven ongeveer 5 miljoen mensen aan hongersnood, en 2 miljoen door ziekte. Zo komen de ‘kosten’ van de Burgeroorlog op het overweldigende bijna 9 miljoen doden naast de Russische militaire verliezen tijdens de Eerste Wereldoorlog.[2] Het was een ‘tijd van troebelen’ die in veel opzichten lijkt op wat we tegenwoordig in hetzelfde deel van de wereld zien.
Het onderwerp van de herinneringen van Viktor Sjklovski, de beroemde Russische en Sovjet kunstcriticus en stichter van de Formalistische School van literaire kritiek, vormt die periode: van 1917 tot 1922. Sjklovski was een directe deelnemer aan en ooggetuige van de enorme vernietiging van het land, de ontheemding van volkeren, en de ravage in het land die volgde op de twee revoluties. Politiek gezien stond Sjklovski dicht bij de Socialistisch-Revolutionaire Partij, en hij werd een aantal keer ondervraagd door de Tsjeka, waaronder het meest serieus in 1922 toen hij werd gearresteerd. Dit was vlak voor het enorme proces tegen de leiding van de Socialistisch-Revolutionaire Partij, die ervan werd beschuldigd dat zij politieke voorbereidingen had getroffen voor de moord op de Bolsjewistische leiders, waaronder de mislukte aanslag op Lenin. De ironie van het lot wilde dat Boecharin de rol van aanklager speelde in dit proces. Hoewel hij de steun had van mensen als Maksim Gorki en Yakov Sverdlov, leek het Sjklovski verstandiger de Sovjet-Unie te verlaten, en het tweede deel van Sentimentele reis werd in 1922 geschreven in Berlijn. Het boek werd in 1923 in het Russisch gepubliceerd, en in 1970 in het Engels. Sjklovski keerde in de jaren 1920 terug naar de Sovjet-Unie, waar hij bleef werken en internationaal bekend werd, en hij overleed in 1984 in Moskou – net voordat Gorbatsjov aan de macht kwam – op 91-jarige leeftijd.
Maar dat gebeurde allemaal later. De herinneringen gaan over de tijd van de Februari Revolutie tot het einde van de Burgeroorlog. Het zijn geen echte herinneringen, omdat Sjklovski veel minder over zichzelf schrijft dan over anderen en over de oorlog; het is meer een verslag van de ongelooflijke ravage die het land kende. Ten tijde van de Februari Revolutie was Sjklovski met het Russische leger aan het westelijke front. Vervolgens werd hij met zijn eenheid, in algemene verwarring, naar Perzië overgeplaatst, waar hij getuige was niet zozeer van de oorlog tussen Rusland en Turkije, maar van etnische conflicten tussen Perzen, Koerden, Turken en Assyriërs die elkaar allemaal vrolijk afslachtten, dorpen verbrandend en plunderend. Het Russische leger leverde zijn eigen bijdrage aan de slachting.
We waren naar een vreemd land gegaan, bezetten het, voegden ons geweld toe aan zijn duisternis en geweld, lachten om zijn wetten, belemmerden zijn handel, stonden niet toe dat het ook maar een fabriek opende, en steunden de Sjah. En daarom hielden we er troepen – hielden hen zelfs daar, ook na de revolutie. Het was imperialisme – en wat meer zij, Russisch imperialisme, dat wil zeggen dom imperialisme. (blz. 78)
De omvang van de slachting die Sjklovski beschrijft is ongelofelijk, nog ver overtreffend wat we lezen in andere verhalen over de Eerste Wereldoorlog, bij Remarque, Barbusse, Hemingway; wie denkt dat er overeenkomsten zijn tussen oorlogen die op land worden uitgevochten, met plunderende troepen en het voortdurend verschuiven van de controle over het gebied, en oorlogen die worden uitgevochten met bombardementen of in loopgraven, vergist zich verschrikkelijk en zou, onder meer, dit boek moeten lezen.
De stad werd verdeeld in sectoren; elke compagnie plunderde haar eigen sector. Om beter te kunnen zien, staken ze de stad in brand. (blz. 94)
Recht vooruit langs de weg, onder een struik, lag een dode man; hij lag er nog steeds. Naast hem zaten soldaten kalmpjes te ontbijten met Oostenrijkse eetwaren uit blik. De blikjes zetten ze op het lijk. (blz. 44)
Een geweer – in het bijzonder een Russisch geweer – is een schat in het Oosten. Bij het begin van onze aftocht gaven Perzen twee- tot drieduizend roebel voor een geweer… Bezie ter vergelijking, de prijs van een vrouw die door onze troepen werd ontvoerd uit Perzië of de Kaukasus. In Feodosia [op de Krim], bijvoorbeeld, kostte een ‘gebruikte’ vrouw 15 roebel, een ‘ongebruikte’ 40 roebel, en dan was ze voor altijd van jou. (blz. 110)
Na Perzië ging Sjklovski naar Petrograd en Moskou en vervolgens naar Kyiv. (Te midden van al deze vernietiging verbaast het de lezer dat de treinen nog steeds min of meer regelmatig rijden; natuurlijk, ze rijden niet volgens de dienstregeling, maar brengen iemand toch in enkele dagen van Koerdistan naar Moskou.) Petrograd is nors, koud en hongerig. Kyiv meer levendig, ten minste omdat daar verschillende legers elkaar opvolgden. Aanvankelijk vluchtte de Russische burgerij naar Kyiv.
Het was de tijd waarin de hele Russische burgerij zich had verzameld in Oekraïne, toen Oekraïne werd bezet door de Duitsers; maar de Duitsers hadden het land nog niet helemaal kaal gevreten [alle voedsel weggehaald, BM]. Driekleurige [Duitse, BM] vlaggen wapperden in de straten. (blz. 157)
Maar destijds
waren er de volgende krachten in Oekraïne. In Kyiv, Skoropadsky (een Oekraïense hetman die door de Duitsers als stroman naar voren was gebracht), gesteund door Russische officieren. Zij wisten zelf niet waarom zij hem steunden, maar dit was wat Henaud [een Franse diplomaat] had opgedragen. Overal rondom Kyiv was Petljoera, met een heel leger. (blz. 158)
Hoe werd de oorlog uitgevochten in Cherson? Toen de Witten het beheersten: ‘De lijst met degenen die waren doodgeschoten hing aan de muur. Vijftien man per dag. Heel regelmatig. En de laatst vijf waren altijd Joodse namen – om te laten zien dat er geen discriminatie was.’ (blz. 208) Of toen de Oekraïense nationalisten er de leiding hadden: ‘Oekraïners schoten Bolsjewieken dood als Russen, en Russen als Bolsjewieken’. (blz. 159)
Nadat hij had ‘gewerkt’ voor de Sociaal-Revolutionairen in Oekraïne, keerde Sjklovski terug naar Petrograd, waar hij, dankzij zijn literaire connecties, werd ondergebracht in een kunstenaarskolonie – zelfs terwijl zijn spionnenwerk voor de Sociaal-Revolutionairen (waarop toespelingen worden gemaakt, maar dat nooit wordt uitgelegd) doorging.
De klassen waren niet verwarmd. Het leven van de eenheid draaide om de kantine. Er werd dagelijks een pond brood verstrekt, en haring, een paar gram rogge en een suikerklontje. Als je thuiskwam, was het verschrikkelijk naar deze miezerige porties te kijken. Alsof je werd bespot. (blz. 180)
Een vriend van me stookte zijn bibliotheek op. Dit was verschrikkelijk werk. Je moet alle bladzijden uit de boeken scheuren en bij elkaar proppen. (blz. 235) (Deze zin illustreert perfect de droge, onthechte, bijna kille stijl waarin deze herinneringen zijn geschreven.)
Delen van dit (kunstenaars)gebouw waren ooit gebruikt door de Centrale Bank. Ik kreeg de sleutel van de bank te pakken, ging naar binnen, en het begon me te duizelen. Kamers, kamers, en nog meer kamers aan de kant die uitzag op de Nevski Prospect, kamers uitkijkend op de Morskaya Straat, nog meer kamers uitkijkend op het Mojka kanaal. Open kluizen, de hele vloer bezaaid met papieren, kwitantieboeken, manillamappen. Alleen al met de mappen kon ik mijn kachel bijna een jaar laten branden. (blz. 235)
Hoe organiseerden de Bolsjewieken de economie?
Zij wilden alles organiseren, zodat de zon volgens de dienstregeling zou opkomen en het weer in hun kanselarij werd gemaakt. (blz. 189)
Je hoorde ongelofelijke verhalen. Melk wordt verzameld: een bevel draagt op alle melk op die-en-die dag naar die-en-die plaats te brengen. Maar er zijn geen melkreservoirs, dus wordt hij op de grond gegoten. (blz. 181)
De stijl is ingetogen, bijna naïef. De zinnen zijn kort, telegram-achtig, koelbloedig geschreven. Hoewel het boek in grote lijnen chronologisch is, worden de verbanden tussen verschillende gebeurtenissen niet uitgelegd of besproken. We weten niet, als het leger eenmaal uit elkaar valt, waarom Sjklovski van de ene plaats naar de andere gaat. Het doet me denken aan de cinema-verité van een andere Russische kunstenaar uit die tijd, Dziga Vertov: dezelfde doelloze trams die door verlaten straten van Petrograd rijden, gesloten, dichtgetimmerde winkels, alom aanwezige honger.
Het belang van boeken als dit van Sjklovski is niet alleen historisch, ook al is ook dat belangrijk. Veel bekende mensen komen voor in het boek: Kerenski, Gorki, Nikolaj Soechanov (de chroniqueur van de Revolutie), de vroege Tsjeka, en naar het einde Mandelstam (‘Hij schrijft gedichten met mensen om zich heen en leest ze regel voor regel voor, dag na dag’), Anna Achmatova, Goemiljov (‘Hij was een vreemde voor me en het is moeilijk voor me over hem te schrijven. Het was niet nodig hem te vermoorden.’), Blok (‘Hij had een zwaardere dood dan Goemiljov: hij stierf van wanhoop’)
Maar de herinneringen, nu gelezen, roepen de gedachte op van herhaling in de geschiedenis. In veel gevallen zijn hedendaagse problemen bijna hetzelfde als de problemen van honderd jaar geleden. Er is niets opgelost. En dan wordt de vraag: wanneer gaan sommige problemen voorbij? Wanneer eindigt de geschiedenis van iets? Want zij eindigt – voor sommige kwesties – zeker. Niemand vecht tegenwoordig Pompeus tegen Caesar uit. Maar voor andere kwesties zoals het Midden-Oosten zijn sommige van de figuren die optreden iets anders, maar de oorlog duurt voort. Dezelfde vraag kan tegenwoordig worden gesteld over dat deel van Eurazië dat wordt beschreven in het boek van Sjklovski.
NB: Het boek werd uitgegeven (door Dalkey Archive Press,1970) met twee uitstekende inleidingen: literair (door Richard Sheldon) en historisch (door Sidney Monas).
(vertaling: Herman Simissen)
Branko Milanović (°1953) is een Servisch-Amerikaanse econoom, onder meer verbonden aan de City University of New York en de London School of Economics. Hij is vooral bekend door zijn werk over inkomensverdeling en ongelijkheid. Zijn laatste boek is The Great Global Transformation. National Market Liberalism in a Multipolar World (2025). De oorspronkelijke tekst verscheen op 13 oktober jl. op https://branko2f7.substack.com/p/destruction-and-despair en wordt hier met toestemming van de auteur in Nederlandse vertaling gepubliceerd.
[1] Het boek is ook in Nederlandse vertaling verschenen: Sentimentele reis. Herinneringen 1917-1922, vert. Charles B. Timmer op basis van de niet gecensureerde versie uit 1923, (Privé-domein dl. 60), De Arbeiderspers, Amsterdam, 1980. (Noot van de vertaler)
[2] Deze gegevens zijn ontleend aan Nial Ferguson, The Pity of War, blz. 391 ff.
