Erik De Smedt

Helmut Heissenbüttel

Sinds de jaren vijftig geldt H. Heissenbüttel als de vertegenwoordiger en pleitbezorger bij uitstek van de experimentele Duitse literatuur. Zowel in zijn theoretische geschriften als in zijn gedichten, verhalen en ‘sprookjes’ tast hij voortdurend de grenzen van het taalspel af: het onvermogen van de symbolen, de onmacht van de verbeelding, de beperkingen van het gefixeerde taalreservoir. Het on-zegbare gaat slechts dan niet verloren wanneer men er zich voor hoedt het uit te willen spreken.

verschenen: November 1979, blz. 128

jaargang: 47/02

Het gebrul van de onheuglijke waterval (II)
Het gebrul van de onheuglijke waterval (I)
‘J’avais toujours raison’
Brood en wijn
Vier weggedeemsterde gedichten van Jorge Luis Borges in...
Wie knoeit is dapper
De metafysica van Moby-Dick
Het spoor dat achterblijft
Ziekte en Engagement
Quinten Weeterings en de Posthistoire
Psychiatrische experimenten
Éric Michaud
‘Het is mijn innerlijk kind’
Brideshead Revisited en het katholicisme
Vagina monetaria dentata. Over onwelvaart van Steve Marryt
Mijn Queer Kruisweg
Cirkels in steen
Betje Wolff springlevend
Maart 1678: De eerste moderne roman?
Rory Stewart, Politics on the Edge: boekbespreking
Kafka und kein Ende möglich
Januari 1677: de laatste première van Racine II
Culturele revolutie in het land van Kafka en...
December 1674: de laatste première van Pierre Corneille
Hommage aan Eileen
Waarom de klassieke tragedie haar publiek niet verveelde
De dood van een soldaat. Verteld door zijn...
Metamorfosen. Voorpubliatie uit het nieuwe boek van Emanuele...
Het kleedje voor Hitler: een boekbespreking
Proefvluchten naar een verdwenen wereld