Vervolgde en vervolger in een joodse novelle

M. van Tijn

Vervolgde en vervolger in een joodse novelle

Amos Oz heeft in zijn jongste novelle niet zozeer aandacht voor de vervolgde – een probleem waar iedere jood mee worstelt – maar voor de vervolger. De vervolger ontdekt tenslotte dat het kwaad, het alleswegvretende kwaad, niet in de ander, maar in hemzelf is.

verschenen: September 1972, blz. 1105

jaargang: 39/11

Cahier Jeroen Brouwers
Op reis door een verleden land
Schuldig landschap, een begrip van Armando
Johan de Witt en Baruch de Spinoza
Een glasscherf in het oog
De schrijver is een moordenaar. Over Georges Arnaud
De mol en de mus over diepte versus...
‘Sommige vragen kun je alleen beantwoorden met een...
Georg Trakl vertaald en toegelicht
Bruidsschat voor mijn zoon Ibrahim
En altijd is het de vrouw
De les van Gyges
Het gebrul van de onheuglijke waterval (II)
Het gebrul van de onheuglijke waterval (I)
‘J’avais toujours raison’
Brood en wijn
Vier weggedeemsterde gedichten van Jorge Luis Borges in...
Wie knoeit is dapper
De metafysica van Moby-Dick
Het spoor dat achterblijft
Ziekte en Engagement
Quinten Weeterings en de Posthistoire
Psychiatrische experimenten
Éric Michaud
‘Het is mijn innerlijk kind’
Brideshead Revisited en het katholicisme
Vagina monetaria dentata. Over onwelvaart van Steve Marryt
Mijn Queer Kruisweg
Cirkels in steen
Betje Wolff springlevend