Als historisch theoloog blijf ik de ontwikkeling van christelijke overtuigingen, doctrines en Bijbelinterpretaties door de tijden heen bestuderen. Deze keer een hedendaagse opheldering van rooms-katholieke perspectieven op Lhbtqia+-mensen, op verzoek van verschillende lezers.
De Catechismus van de katholieke kerk is een naslagwerk dat de leer van de katholieke kerk samenvat. Deze werd in 1992 afgekondigd door paus Johannes Paulus II (1920-2005). De Catechismus noemt ‘homoseksuele handelingen’ ‘intrinsiek immoreel en strijdig met de natuurwet’, en noemt ‘homoseksuele neigingen’ ‘objectief ziekelijk’.
In zijn laatste persoonlijke boek, Herinnering en Identiteit, gepubliceerd in 2005, verwees paus Johannes Paulus II naar ‘druk’ op het Europees Parlement om het ‘homohuwelijk’ toe te staan. Hij schreef: ‘Het is gerechtvaardigd en noodzakelijk zichzelf af te vragen of dit misschien geen deel is van een nieuwe ideologie van het kwaad, misschien meer verraderlijk en verborgen, die probeert mensenrechten op te zetten tegen het gezin en tegen de mens’.
Paus Benedictus XVI (1927-2022) was het in wezen eens met Johannes Paulus II, vasthoudend aan de traditionele katholieke opvatting dat, terwijl individuen met homoseksuele neigingen met respect en mededogen dienen te worden behandeld, homoseksuele handelingen en het homohuwelijk als ‘intrinsiek ziekelijk’ moeten worden beschouwd.
Paus Franciscus (1936 – April 21, 2025) sloeg een beduidend meer meegaande toon aan over Lhbtqia+-onderwerpen. Van zijn op televisie uitgezonden ‘Wie ben ik om te oordelen?’ in juli 2013 werd alom verslag gedaan in de internationale pers, en het werd een van zijn meest bekende uitspraken over Lhbtqia+-mensen. Niettemin, over onderwerpen die Lhbtqia+-mensen direct aangaan bleven zijn woorden en handelen in de twaalf jaar van zijn leiderschap op zijn best gemengd.
Op 25 september 2023, in een antwoord aan conservatieve kardinalen voor de zestiende Wereldsynode van bisschoppen, gaf Franciscus uitdrukking aan openheid voor het zegenen van paren van hetzelfde geslacht, zolang de katholieke opvatting maar niet verkeerd wordt voorgesteld die stelt het huwelijk niet mogelijk is voor mensen van hetzelfde geslacht, en alleen tussen een man en een vrouw.
Op 27 mei 2024, tijdens een besloten bijeenkomst van de Italiaanse bisschoppenconferentie, sprak paus Franciscus denigrerende woorden over homoseksuele mannen, sterk gericht tegen het toelaten van homoseksuele mannen als seminaristen.
Tijdens een omvattend vraaggesprek met Elise Ann Allen, seniorcorrespondent van Crux, op 30 juli 2025, zei paus Leo (geboren in 1955, en op 8 mei 2025 tot paus gekozen) dat zijn benadering van Lhbtqia+-katholieken zou lijken op die van zijn voorganger, opmerkend dat de kerk ‘iedereen, iedereen, iedereen’ moet aanvaarden. Maar hij wees veranderingen in de leer af, zoals het erkennen van het homohuwelijk, verzekerend dat ‘de leer van de kerk onveranderd zal blijven’.
Niettemin, beginnend in met name 2023 zijn zich elementen van verandering gaan voordoen in de katholieke kerk.
Op 10 maart 2023, bijvoorbeeld, keurden de Duitse katholieke bisschoppen het zegenen van paren met hetzelfde geslacht goed, als deel van een stemming in het Synodale Pad. De resolutie vroeg om het officieel toestaan in Duitse bisdommen van plechtigheden rond het zegenen van paren met hetzelfde geslacht.
Een bijzonder belangrijk moment volgde op 6 september 2025, toen Lhbtqia+-katholieken in regenboogkledij deelnamen aan de eerste officieel erkende Lhbtqia+-pelgrimage naar Rome, tijdens het rooms-katholieke Jubeljaar. De pelgrimage omvatte een processie door de Heilige Deur van de St. Pietersbasiliek. Het evenement werd bezocht door meer dan duizend deelnemers uit de hele wereld. Er werd een Mis gevierd voor de pelgrims in de Chiesa del Gesù in Rome, waarin werd voorgegaan door Mgr. Francesco Savino, bisschop van Cassano en vicevoorzitter van de Bisschoppenconferentie van Zuid-Italië.
In zijn preek sprak Mgr. Savino over het herstellen van de waardigheid van hen die haar werden onthouden. ‘Voordat ik deel wat het woord Gods in mij losmaakte en wat de Geest in mij losmaakte, wil ik eerst gehoorzaam luisteren naar zijn handelen en u allen uitnodigen naar elkaar te kijken. Kijk naar elkaar! Kijk naar elkaar! We zijn een groep gezichten tegenover elkaar. We zijn een groep echte verhalen. We zijn een groep mensen die met waardigheid, authenticiteit, en waarheid vragen te worden erkend. Ieder met een eigen verhaal. Ieder met eigen wonden. Maar ieder met eigen schoonheid, met de schoonheid die in ons allen leeft, ongeacht onze zwakheden. En we willen deze viering meer vreugdevol en hoopvol dan ooit verlaten. We willen haar verlaten in de overtuiging dat God van ons houdt, ons, met een individuele en unieke liefde, met een asymmetrische liefde, een onvoorwaardelijke liefde’.
Ja. Er is een positieve ontwikkeling in de katholieke opvatting van menselijke seksualiteit. Onlangs dacht ik aan mijn vriend in de theologie Todd A. Salzman en zijn collega Michael G. Lawler van Creighton University, in Omaha, Nebraska. In 2008 publiceerden zij hun baanbrekende boek The Sexual Person (Georgetown University Press). Zij benadrukten dat twee beginselen het wezen van de officiële katholieke opvatting over de moraliteit van seksualiteit samenvatten: ten eerste, dat iedere menselijke geslachtsdaad moet plaatsvinden binnen het kader van een heteroseksueel huwelijk; ten tweede, dat ieder huwelijk moet open staan voor het doorgeven van het leven.
Terwijl zij duidelijk binnen de katholieke traditie bleven, stelden Salzman en Lawler dat de leer van de katholieke kerk tegenstrijdig is in het aannemen van een veranderlijke, historisch bewuste antropologie en wereldbeschouwing waar het maatschappelijke ethiek en Bijbelinterpretatie betreft, en het tegelijk aannemen van een statische, klassieke antropologie en wereldbeschouwing over seksuele ethiek. Terwijl sommige documenten van het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965), zoals Gaudium et Spes (‘de huwelijksdaad bevordert het zichzelf geven waardoor echtgenoten elkaar verrijken’), hoop boden op een vernieuwd begrip van seksualiteit, had de kerk geen gevolg gegeven aan de volledige implicaties van deze benadering.
Kortom, Salzman en Lawler legden de nadruk op relaties, niet op handelingen, en erkenden dat de christelijke opvatting van seksualiteit historisch en cultureel bepaald was. The Sexual Person put historisch, methodisch en antropologisch uit het beste van de katholieke traditie. Het biedt een context voor theologische gesprekken tussen ‘traditionalisten’ en ‘revisionisten’ over het huwelijk, samenwonen, homoseksualiteit, vruchtbaarheidstechnieken, en wat het betekent mens te zijn.
In een artikel in Theological Studies uit 2024 benadrukken Todd Salzman en Michael Lawler: ‘Er bestaat een dubbelzinnigheid tussen de omschrijvingen van katholieke seksuele menselijke waardigheid en katholieke maatschappelijke waardigheid, hetgeen leidt tot tegenstrijdigheden in de grondslagen en rechtvaardiging van de morele leer’. Zij waarschuwen voor ‘de schade die voortkomt uit tegenstrijdige omschrijvingen van de menselijke waardigheid in de leer’.
Hun meest recente boek, dat ik sterk aanbeveel, is Sexual and Gender Doctrinal Language: A Source of Pain and Trauma in the Catholic Church (Paulist Press, 2025). Hierin onderstrepen zij dat de taal van de officiële leer over onderwerpen rond seksualiteit en gender bij veel hedendaagse katholieken pijn en trauma’s kan veroorzaken. Vertrouwend op de bronnen van ethische kennis (de traditie, de Bijbel, de rede, en ervaring), stellen Salzman en Lawler herzieningen voor in de katholieke antropologie, de kerkleer en in de ethische methodologie die deze leer ondersteunt. Dit zou de katholieke kerk helpen vooruit te blijven gaan en de synodale kerkopvatting en de ‘nieuwe pastorale methoden’ van paus Franciscus te verwezenlijken, zoals bijvoorbeeld uiteengezet in zijn apostolische exhortatie Amoris Laetitia van 8 april 2016.
In zijn voorwoord in het boek schrijft James F. Keenan, SJ, moraaltheoloog, bio-ethicus en hoogleraar aan Boston College: ‘Wij ethici menen dat we de waarheid moeten zoeken, en ten dele betekent dat benoemen niet alleen wat ontbreekt, maar ook wat niet deugdelijk is uitgedrukt. In dit boek bieden Lawler en Salzman hun inzichten in de voortgaande discussie deugdelijke wegen te vinden voor hedendaagse christenen op weg naar de Heer’.
Verandering in rooms-katholieke instituten gaat vaak traag. Maar zij komt voor.
(vertaling: Herman Simissen)
Reageren? Mail naar jadleuven@gmail.com
John Alonzo Dick (*1943) bekleedde als derde the Chair for the Study of Religion and Values in American Society aan de KU Leuven. Hij is voormalig academisch decaan van het American College van de KU Leuven en hoogleraar. Hij publiceerde onder meer samen met K. Schelkens en J. Mettepenningen A Aggiornamento? Catholicism from Gregory XVI to Benedict XVI (Brill, Leiden en Boston, 2013). Recent verscheen zijn biografie Jean Jadot: Paul’s Man in Washington (Another Voice Publications 2021), over de Belgische bisschop Jean Jadot, van 1973 tot 1980 Apostolisch Afgevaardigde in de Verenigde Staten. In juni 2025 verscheen zijn boek Another Voice. Contemporary Theological & Ethical Reflections.