Op paasmaandag 21 april 2025 keek ik in de ochtend even naar mijn tijdslijn op X. ‘Paus Franciscus overleden’, had Vatican News net wereldkundig gemaakt. Er ging een schok door me heen. Ik kon mijn ogen niet geloven, ook al was dit overlijden toch wel te verwachten. Intussen heeft de katholieke kerk een nieuwe paus, Leo XIV. Zijn verkiezing is verrassend snel verlopen. Of was het wellicht toch niet zo verwonderlijk dat het conclaaf in minder dan 24 uur het eens werd over een opvolger voor Franciscus? Immers, ruim 80 procent van stemgerechtigde kardinalen waren benoemd – gecreëerd – door paus Franciscus.
Net als zijn voorganger is paus Leo een religieus. Hij is augustijn en behoort dus tot een katholieke familie met een sterke eigen identiteit en spiritualiteit. Leo is een Amerikaan. Toch wordt hij weinig met zijn geboorteland geïdentificeerd. Hij heeft het grootste deel van zijn pastoraal actieve leven doorgebracht buiten de VS: in Peru, als missionaris en bisschop, en ook in Rome en rondtrekkend door de hele wereld als algemeen overste van de augustijnen.
De nieuwe paus is nog maar kort in functie. Het is nog te vroeg om duidelijkheid te hebben over de klemtonen die hij zal leggen. Er wordt dan ook druk gespeculeerd of hij de hervormingen van Franciscus zal verderzetten, dan wel of hij ze veeleer zal terugdraaien.
Alles wijst erop dat wijlen paus Franciscus deze augustijn heel bewust naar het Vaticaan heeft gehaald, na hem eerst te hebben benoemd als missie-bisshop in Peru, meer in het bijzonder in Chiclayo. Dat bisdom werd lange jaren bestuurd door uitgesproken conservatieve bisschoppen. De accenten die Prevost legde gedurende de acht jaar dat hij aan het hoofd van dat bisdom stond spreken voor zich: ecologie, samenwerking met leken, sociaal werk, mensenrechten, daadkrachtige aanpak van seksueel misbruik. Vervolgens heeft Franciscus hem een van de belangrijkste functies geven die er bestaan in het Vaticaan: prefect van het dicasterie voor de bisschoppen. Anders gezegd, Prevost adviseerde de paus rechtstreeks voor de benoeming van het topkader van de katholieke kerk.
Een niet onbelangrijk detail is dat Franciscus hem amper twee jaar na zijn kardinaalsbenoeming ‘gepromoveerd’ heeft tot de hoogste orde (rang) binnen het kardinalencollege, die van kardinaal-bisschop. Op een totaal van 251 maakten toen slechts 13 kardinalen deel uit van deze selecte club. Vijf daarvan hebben deelgenomen aan het conclaaf. Onder hen waren de kardinalen Parolin en Tagle, beiden beschouwd als de meest waarschijnlijke opvolgers van Franciscus.
De wapenspreuk van paus Leo XIV is: In illo Uno unum – In de Ene (Christus) zijn we een.
De eerste toespraken en beslissingen van paus Leo geven een voorsmaak van de zwaartepunten die hij zou kunnen leggen gedurende zijn pontificaat. Gezien zijn relatief jonge leeftijd zou dat wel eens lang kunnen duren. Die krachtlijnen wijzen in de richting van vrede, verzoening, eenheid, synodaliteit, continuïteit, sociale leer, aandacht voor liturgie. Ook artificiële intelligentie lijkt bijzondere interesse te hebben van deze man die mathematicus is van basisvorming.
Uit het voorgaande zou ik enkele voorzichtige conclusies willen trekken.
Ik vermoed dat paus Franciscus in Robert Prevost osa een potentiële zo niet wenselijke opvolger zag.
Het lijkt erop dat paus Leo de inhoudelijke lijn van Franciscus gaat voortzetten.
Desgevallend zal hij dit, uiteraard, doen op zijn eigen manier, verschillend van zijn voorganger. Franciscus was een geboren leider. Hij wist hoe om te gaan met macht en deinsde er niet voor terug om (heel) stevig aan de boom te schudden. Sommige veranderingen (bijvoorbeeld de wijding van viri probati in de Amazone) heeft hij tegengehouden – ook al was hij ze gunstig gezind – omdat hij oordeelde dat ze op teveel weerstand zouden stuiten. Bij heel wat andere heeft hij de weerstand er op de koop toe bijgenomen: voorkeursaandacht voor vluchtelingen, promotie van de ecologie, lanceren van synodaliteit, geven van verantwoordelijkheid aan leken in het algemeen en vrouwen in het bijzonder, klemtoon op soberheid en barmhartigheid. In een aantal aspecten van het kerkelijk leven heeft hij daartoe uitzonderlijk ingrijpende en structurele veranderingen doorgevoerd. Die zullen veel tijd vragen om te landen en in te dalen. Een organisatie als de katholieke kerk verander je niet zomaar. Dat vraagt meerdere generaties.
Ik denk dat Paus Leo vooral zal consolideren wat Franciscus in gang heeft gezet. Met zijn zin voor diplomatie en augustinaanse aandacht voor verzoening en eenheid zal hij werken aan het terugschroeven van de polarisatie die in het bijzonder in de Amerikaanse kerk heel sterk is geworden.
In het tweede deel van deze bijdrage wil ik terugblikken op het pontificaat van Franciscus. Ik doe dit aan de hand van tien citaten uit zijn publicaties, toespraken en interviews. Bij elk citaat geef ik een korte commentaar.
Ik vraag jullie in je gebed met aandrang te smeken om vreugde.
In het najaar van 2016 hielden de jezuïeten hun 36ste Algemene Congregatie in Rome. Hoogtepunt van zo’n Congregatie is de audiëntie met de paus. De verwachtingen waren gespannen. Wat zou de eerste Paus-jezuïet zeggen aan de Sociëteit van Jezus? Meer in het bijzonder, welke zending zou hij zijn 14.000 medebroeders geven? De toespraak van paus Franciscus was gewijd aan ignatiaanse spiritualiteit. Ze was verrassend. Het zinnetje hierboven stond centraal in de zending die hij ons gaf.
Vreugde. Wie verlangt er niet naar vreugde? Komt die oproep niet neer op het intrappen van een open deur? Blijkbaar niet. De ervaring leert immers dat negatieve gevoelens vaak een grotere aantrekkingskracht uitoefenen op mensen. Droefheid, haat, jaloersheid kunnen letterlijk en figuurlijk vervullend zijn. Nochtans horen wij mensen thuis in de vreugde. Daarvoor heeft God ons gemaakt. Het is wel zo dat de vreugde die God ons wil schenken vaak verschillend is van wat wij zelf gedacht of gehoopt hadden.
Vandaar dat Franciscus oproept om ‘met aandrang te smeken’ in ons gebed om die vreugde, daar, zoals en wanneer God zelf ze ons wenst te geven. Voor Franciscus is die vreugde zo belangrijk omdat zij het kompas bij uitstek is om te onderscheiden waar God ons, individueel of als gemeenschap, toe uitnodigt.
Telkens als ik op zo’n plaatsen komen vraag ik me af: waarom zij en ik niet?
Op witte donderdag 2025, vier dagen voor zijn dood, gaat paus Franciscus voor het laatst op bezoek buiten het Vaticaan. Spreken lukt niet of nauwelijks. Bij het wegrijden slaagt hij er toch in om één zin uit te spreken. Het is het laatste inhoudelijke statement dat we uit zijn mond te horen krijgen. Is het vreemd dat het hoofd van de katholieke kerk zichzelf op dezelfde voet plaatst als een gevangene? Of is dit net typisch voor Franciscus?
Reeds in het eerste jaar van zijn pontificaat veroorzaakt Franciscus opschudding als hij in het vliegtuig aan de journalisten zegt: Wie ben ik om te oordelen. Enkele maanden later zegt hij over zichzelf wat hij nog herhaaldelijk zal zeggen: Ik ben een zondaar.
Deze mens weet van zichzelf dat hij, net zoals ieder ander mens, een vergeven zondaar is. Ook hij overtreedt dus wetten en regels. Toch mag hij steeds opnieuw beginnen. Veeleer dan met de vinger te wijzen kiest Franciscus ervoor om te getuigen van Gods barmhartigheid, het medicijn van Jezus zelf. God is immers liefde en alleen maar liefde.
Bid voor mij
Van Franciscus weten we dat hij bij het krieken van de dag opstaat en dan twee uur besteedt aan gebed. Het zinnetje dat we het vaakst van hem te horen krijgen is Pregate per me – Bid voor mij. Ik heb in mijn smartphone een app die ervoor zorgt dat ik elke middag Franciscus dit zinnetje hoor uitspreken.
Franciscus beschouwt het als zijn eerste taak om te bidden. Het is in zijn biddende verbondenheid met zijn Vader dat Jezus de kracht ontvangt om zijn zending te vervullen. Zo bestuurt deze paus ook onze kerk: door onderscheidend te luisteren naar Gods Geest die spreekt in zijn biddende hart. Regelmatig vragen bezoekers hem of in het een of het ander dossier reeds een beslissing heeft genomen. Als dat niet het geval is, dan antwoordt hij: Ik heb hier nog niet voldoende over kunnen bidden. Zo draagt Franciscus ertoe bij dat het Gods Geest is die zijn kerk leidt, veeleer dan mensenwijsheid.
Vandaar dat Franciscus steevast vraagt om voor hem te bidden. Vandaar ook dat hij zoveel aandacht besteedt aan het Wereldwijd gebedsnetwerk van de paus. Dat zijn tientallen miljoenen mensen die wereldwijd bidden met een maandelijkse intentie de de paus zelf hen meegeeft.
Dat moet je echt inzien: in het leven is niet alles zwart op wit of wit op zwart. Neen! Het belangrijkste in het leven zijn de grijs-nuances. Je moet dus leren onderscheiden in dat grijs.
In zijn ontmoeting met een groepje Poolse jezuïeten op 30 juli 2016 tijdens de Wereldjongerendagen in Krakau, formuleerde paus Franciscus deze overweging:
Vandaag dient de Kerk te groeien in de onderscheiding, in het vermogen om te onderscheiden. …
Dat moet je echt inzien: in het leven is niet alles zwart op wit of wit op zwart. Neen! Het belangrijkste in het leven zijn de grijs-nuances. Je moet dus leren onderscheiden in dat grijs
Hier herken ik de jezuïet die paus Franciscus is gebleven, de man van de onderscheiding. De ignatiaanse onderscheiding nodigt immers uit om de complexiteit van de werkelijkheid in de ogen te durven kijken. Ook als dat lastig is. Die complexiteit betekent vaak dat je met meerdere belangrijke waarden, belangen, standpunten tegelijk rekening die te houden. Concreet betekent dit dat het er steeds opnieuw op aankomt om het juiste evenwicht te zoeken. Dat kan betekenen dat je compromissen dient te sluiten. Wie echter geen water in de wijn wil doen, dreigt uiteindelijk enkel water over te houden.
De zogenaamde duidelijke en radicale oplossingen zijn vaak simplistisch. Hun helderheid maakt ze aantrekkelijk. Ze doen echter geen recht aan de gelaagdheid en weerbarstigheid van onze mensenwerkelijkheid. Vandaar dat in onze ingewikkelde wereld onderscheiding zo belangrijk is. Dit geldt zowel voor het individuele niveau als het gemeenschappelijke niveau. De synodale weg waarop paus Franciscus de rooms-katholieke kerk leidt is daar een toepassing van.
Er is plaats voor iedereen in de Kerk, en wanneer die er niet is, dan moeten we die maken – ook voor wie fouten maakt, voor wie valt of worstelt. … Todos! Todos! Todos!
Als jezuïet in opleiding doe ik vrijwilligerswerk voor de Vierde-Wereld-Beweging, een organisatie die zich inzet voor de allerarmsten in de samenleving. Vaak gaat het over generatiearmoede die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Een priester van die organisatie toont me, meer dan dertig jaar geleden, een vervallen woonwijk waar veel van zijn ‘klanten’ wonen. Bijna niemand van de mensen die hier wonen mag de communie ontvangen, zegt hij met droefheid in zijn stem. Ik snap niet goed wat hij bedoelt. Die uitspraak blijft me wel bij.
Later wordt me duidelijk dat hij verwijst naar de regels van de rooms-katholieke kerk inzake de communie. Daardoor voelen veel wedersamengestelde gezinnen zich de facto uitgesloten van de communie en ook van de kerk. Franciscus is inzake de kerkelijke doctrine veeleer strak in de leer dan een tafelspringer. Barmhartigheid is voor hem echter belangrijker dan regels.
Tijdens de slotviering van de Wereldjongerendagen in Lissabon op 3 augustus 2023 formuleert Franciscus de hierboven geciteerde zin. Daarna nodigt hij de aanwezige jongeren uit om samen met hem te roepen: Todos! Todos! Todos! – dat is Spaans voor Iedereen, Iedereen, Iedereen. Hoeft het gezegd, anderhalf miljoen jongeren schreeuwen de longen uit hun lijf met Todos! Todos! Todos!
In het hart van de christen is er vreugde. Altijd.
Op 24 februari 2017 publiceert paus Franciscus op zijn twitter-account een opvallende uitspraak: In het hart van de christen is er altijd vreugde. Altijd! Deze uitspraak kan verwonderen. Vele christenen ervaren immers niet altijd die vreugde. Dat geldt ook voor mij. Moeten we die uitspraak van Franciscus dan interpreteren als een vermanend vingertje. Zo iets als: Je voelt je droef of boos? En je noemt jezelf nog wel christen. Foei. Niet goed bezig hoor!
Daar gaat het uiteraard niet over. Deze quote gaat veeleer over de kern van de Blijde Boodschap. In het hart van de mens, van elke mens, is Gods Geest aanwezig. Anders gezegd, ook als het aan de buitenkant stormt en bliksemt, is in ons diepste wezen Gods liefde aan het werk. Ook als we in de grootste duisternis verkeren, mogen we erop vertrouwen dat God ons niet in de steek laat. Een grote uitdaging hierbij is om toegang te krijgen tot de innerlijkheid: dat is de diepere laag van je wezen waar je God zelf kunt ervaren.
De vreugde die je daar kunt ervaren kan sterk zijn. Doorgaans is ze veeleer discreet, zoals de stille bries waarover de profeet Elia schrijft. Soms is die stille bries wel heel stil. Dan mogen we hopen en geloven dat in die stilte God nabij is. Ook dat kan een bron van vreugde zijn.
Ik geloof in God, niet in een katholieke God; er is geen katholieke God. Er is God, en ik geloof in Jezus Christus, zijn incarnatie.
Stel je voor, het hoofd van de katholieke kerk die aan het begin van zijn pontificaat zegt dat hij niet gelooft dat God katholiek is. Franciscus doet het tijdens een interview in 2013 met de Italiaanse journalist Eugenio Scalfari. De komende jaren maken duidelijk wat hij hiermee bedoelt.
Deze uitspraak heeft niets van doen met relativisme. Franciscus is katholiek in hart en nieren en steekt dat niet onder stoelen of banken. Hij gelooft in de God die Jezus openbaart. Onder zijn leiding wordt de rooms-katholieke kerk meer katholiek – universeel – dan ooit.
Met de eenvoud en zin voor gevatheid die Franciscus kenmerkt drukt deze uitspraak uit dat de reële verschillen tussen de kerken uiteindelijk relatief zijn. Onder zijn leiding neemt de oecumene met de ortodoxie een hoge vlucht. En met de reformatie … In 2016 gaat de paus waarempel in hoogsteigen persoon in het Zweedse Lund naar de herdenkingsviering van 500 jaar reformatie.
Ook met de andere grote religies en met niet-gelovigen en atheïsten gaat deze paus het gesprek aan. Hij richt zich vaak tot alle mensen van goede wil. Hoe meer mensen van goede wil zich samen, als broers en zussen, inzetten voor het goed van de mens, hoe meer de zaak van God en van Jezus wordt gediend.
De ware kracht van de christen is de kracht van waarheid en liefde, die leidt tot het afzien van alle geweld. Geloof en geweld zijn onverenigbaar.
Deze uitspraak doet Paus Franciscus op 19 augustus 2013 tijdens het Angelusgebed. Voor Franciscus staat de keuze voor geweldloosheid boven elke discussie. Zijn persoonlijke inzet voor verzoening in oorlogsgebieden is een prioriteit. Zo reist hij naar landen als Zuid-Soedan, de Centraal-Afrikaanse Republiek of Irak. Geen enkele andere wereldleider durft daarheen te gaan. In zijn encycliek Fratelli tutti geeft hij een zo mogelijk nog restrictievere interpretatie aan het begrip rechtvaardige oorlog. Franciscus aarzelt niet om de Russische inval in Oekraïne barbaars en satanisch te noemen. Tegelijk roept hij op tot onderhandelingen tussen Oekraïne en Rusland. Dit wordt hem niet door iedereen in dank afgenomen.
Geweldloosheid geldt echter niet enkel voor landen ver weg. Op oudejaarsavond 2020 groet Paus Franciscus mensen op het Sint-Pietersplein. Een dame trekt zo hard aan zijn hand dat hij bijna valt. Zijn gezicht vertrekt van pijn. De vrouw blijft trekken totdat Franciscus haar een tik geeft op de hand. ’s Anderendaags excuseert hij zich publiekelijk en nodigt de dame uit om hem te bezoeken. Dit incident lijkt banaal. Voor mij staat het symbool voor Franciscus’ verwerping van elke vorm van geweld. Hij treedt hiermee in het voetspoor van Jezus. Ik kan hier een puntje aan zuigen.
Dit vraag ik jullie: wees herders met de geur van de schapen.
Dit zegt paus Franciscus tijdens de Chrismamis op Witte Donderdag, 28 maart 2013. Het is een van de meest spraakmakende citaten geworden van zijn pontificaat. Je kan het op velerlei wijzen interpreteren.
Zelf lees ik er, naast een aansporing tot nabijheid, ook een statement in. De herder, de echte herder, die ruikt gewoon naar zijn schapen. De reden is dat hij uiteindelijk zelf ook maar een schaap is. Hij is een mens tussen en voor andere mensen. Hoe meer hij zich bewust is van zijn gewoon mens zijn, hoe dichter hij kan komen bij zichzelf, bij andere mensen en bij God. Dit geldt voor de priesters en de bisschoppen. Het geldt net zo goed voor alle andere christenen. Wij zijn allen schapen van de ene Herder die ons leven tot in de kleinste details heeft gedeeld.
Van paus Franciscus gaat van bij het begin van zijn pontificaat een grote aantrekkingskracht uit. Zijn eerste publieke woorden al zijn buona sera – goede avond. Hij woont zoals veel andere priesters in een eenvoudige woning, kleedt zich sober en spreekt op zo’n wijze dat de iedereen hem kan verstaan. Bijzonder aangrijpend vind ik de detailfoto van zijn voeten, als hij opgebaard ligt in de Sint-Pieterbasiliek. Het zijn eenvoudige, zichtbaar versleten schoenen. Ik had ze ook kunnen dragen. Deze paus is een voorbeeld voor mij omdat ik mij op alle mogelijke vlakken met hem kan identificeren.
We vinden de grens van inculturatie door het begin van de orde te bestuderen. Jullie meesters zijn pater Matteo Ricci, pater Roberto de Nobili en de andere grote missionarissen die ook sommigen in de Kerk bang maakten door hun moedige optreden. Deze meesters trokken de grens van de inculturatie. Inculturatie van geloof en evangelisatie van cultuur gaan altijd samen. Dus wat is de grens? Er is geen vaste grens! Die moet je zoeken door onderscheiding en onderscheiden doe je in gebed. Het valt me op, en ik herhaal het voortdurend: in zijn laatste toespraak zei pater Arrupe om aan de grenzen te werken en tegelijkertijd nooit het gebed te vergeten. Het gebed van de jezuïet ontwikkelt zich in grensgebieden, in moeilijke situaties. Dat is het mooie van onze spiritualiteit: risico’s nemen.
Dit citaat is voor mij bijzonder. Het is het antwoord dat paus Franciscus gaf op een vraag die ik hem zelf stelde tijdens zijn bezoek aan België op 28 september 2024. Hieronder staat mijn vraag.
Ik woon in Amsterdam, een van de meest geseculariseerde steden ter wereld. Pater generaal Adolfo Nicolás zei ooit dat hij ervan droomde om de Geestelijke Oefeningen aan atheïsten te geven. In ons land is atheïsme eerder de norm dan de uitzondering. Maar we willen de rijkdom van ons spirituele leven aan al onze buren geven, echt aan iedereen, zoals u zegt: “Todos, todos”. Hoe kunnen we dit diepe niveau van inculturatie bereiken?
Nikolaas Sintobin sj is jezuïet, internetpastor en schrijver. Hij is webmaster van biddenonderweg.org en blogt via inalledingen.org. Hij schreef onder meer Vertrouw op je gevoel. Keuzes leren maken met Ignatius van Loyola, 2021; Bidden met de Bijbel. In de leer bij Ignatius van Loyola, 2024; Op het kompas van de vreugde. Ignatius van Loyola als levensgids, 2024.