De met een publieksprijs bekroonde Noorse film Troubled Water (2008) zet bedoeld of onbedoeld gangbare culturele wijsheden op hun kop – wijsheden over het geloof dat een van de grote voedingsbronnen is van onze beschaving en desondanks een van de meest onbegrepen grootheden van onze tijd. Troubled Water verleidt degene die de associatie met het christendom vooral ziet in restricties, in geboden en verboden en ‘bevrijding’ als een bevrijding van de kerk en haar geloofswaarheden, tot een ommekeer in het denken. Die ommekeer is de kerk te zien als heilsinstituut en de waarheid van het geloof als een bevrijding.
In de knappe verfilming vertelt regisseur Erik Poppe het verhaal van een noodlottige gebeurtenis vanuit de manier waarop deze het leven van de twee rechtstreeks betrokkenen tekent. Naadloos rijgt hij de tegengestelde perspectieven als afzonderlijke vertellingen aaneen en ontvouwt hij de existentiële ervaringen van schuld en verlies en het verlangen naar heling en verlossing die de hoofdpersonen in hun greep houden. Hoe kunnen zij weer verder met hun leven?
Het verhaal
De uitwendige verhaallijn is betrekkelijk eenvoudig. Een jongeman, Jan Thomas, is veroordeeld wegens moord, maar heeft altijd zijn onschuld volgehouden. Gewoon omdat hij er stond, had hij met een kameraad een kinderwagen meegenomen die even onbeheerd was achtergelaten met een klein kind erin. Toen hun aandacht was afgeleid, klauterde het kind, Isak, uit de wagen, struikelde aan de waterkant van een riviertje en was of leek op slag dood. Door paniek bevangen, liet Jan Thomas het kind meevoeren door de snelle stroom. Het werd nooit gevonden.
Na zijn vervroegde vrijlating wordt Jan Thomas, nu Thomas, aangenomen als organist in een Evangelisch-Lutherse Kerk, een functie die hij ook in de gevangenis had. De koster, die Thomas’ gevangenisverleden vermoedde, gunde Thomas een tweede kans. Zijn hartveroverende spel gaf de doorslag.
Thomas raakt al snel nauw bevriend met Anna, de pastor, een ongehuwde moeder, die Thomas’ achtergrond niet kent of wil kennen. Haar zoontje Jens is dol op Thomas. Thomas voelt zich daarbij in het begin ongemakkelijk, omdat het kind hem sterk aan Isak doet denken.
Wanneer Agnes, de moeder van Isak, met een schoolklas in de kerk komt, herkent zij Thomas. Het trauma van het verleden komt weer boven. Agnes wordt innerlijk verscheurd wanneer zij Thomas’ betoverende orgelspel hoort en zij raakt later in paniek wanneer zij hem met de kleine Jens ziet. Haar echtgenoot en twee adoptiedochters worden meegesleurd in haar ontreddering. Dit doet haar echtgenoot besluiten om een baan aan te nemen in Denemarken en te verhuizen – al is het maar voor een paar jaar – ‘om eindelijk weer gelukkig te kunnen zijn’.
Voordat het tot een verhuizing komt, ontvoert Agnes de kleine Jens, nadat Thomas hem even alleen bij school heeft achtergelaten. Wanneer zij met de kleuter thuiskomt, is haar gezin ontzet. Haar echtgenoot wil het kind terugbrengen, maar Agnes is hem te snel af en vliegt ermee weg in de richting van de waterkant waar haar eigen zoon ten val kwam. Daar komt het tot een treffen tussen Thomas en Agnes. Jens komt in het water terecht en Thomas probeert hem te redden, maar kan hem op een gegeven ogenblik nauwelijks meer houden en dreigt zelf te verdrinken. In een moment van ultieme zelfoverwinning redt Agnes de kleine Jens uit het water en geeft daarmee Thomas de kans om zichzelf te redden. Aan de kant gekomen, vertelt Thomas aan Agnes het ware verhaal over haar zoon. Ook Anna, die in alle staten is vanwege de vermissing van haar zoon, hoort van het verleden van Thomas.
Troubled Water
Water stroomt letterlijk en figuurlijk door het verhaal: als een leven scheppende kracht én leven verwoestende kracht. Voordat Jan Thomas de gevangenis verlaat, wordt hij door medegevangenen hardhandig ondergedompeld in een spoelbak: een ‘doop’ of een verdrinkingspoging? Water werd Agnes’ zoontje Isak (die anders dan in de Bijbel, hier slachtoffer wordt) fataal – en Jens (‘God is genade’) bijna. De klas van Agnes staat in de kerk rond het doopvont dat het water houdt dat rituele reiniging symboliseert en opname van de dopeling in de gemeenschap. De gebrokenheid van Thomas en Agnes en hun verlangen naar heelheid krijgen een stem in Thomas’ geladen vertolking van Bridge over Troubled Water. Het is vooral echter het onzichtbare, waarnaar de Noorse titel De Usynlige verwijst, dat het verhaal draagt.[1] Dat onzichtbare is niet alleen de innerlijke gesteldheid van Thomas en Agnes, maar ook de ervaring die zij elk op eigen manier hebben dat zij geen deel kunnen zijn van het ‘gewone’ leven, van de sociale gemeenschap om hen heen.
De blokkades zijn levensgroot. Nadat Agnes (‘de heilige’, ‘zonder schuld’) in ontsteltenis tegen de koster uitbarst over Thomas’ aanwezigheid in de kerk, neemt de koster Thomas apart met de vraag of er iets is waarvoor hij vergiffenis nodig heeft. ‘Als je haar de kans geeft om je te vergeven, kan ze weer verder met haar leven’. Thomas houdt zijn onschuld vol. Toch heeft hij eerder aan Anna gevraagd of zij ooit in Gods naam vergeving heeft geschonken aan iemand die zij zelf persoonlijk veroordeelt. Anna antwoordt niet rechtstreeks, maar oppert dat verzoening misschien wel belangrijker is: ‘dingen accepteren zoals ze zijn’. Kan zij dat zelf wanneer zij de waarheid hoort?
Thomas (in de Bijbel de aartstwijfelaar) zoekt iets in de kerk. De muziek is voor hem een entree; het gangbare idee van ‘geloven’ is een obstakel. Zo heeft hij moeite met verhaal dat Jezus over het water loopt: alleen ware gelovigen zouden behouden worden; twijfelaars zinken. Anna (de moeder van Maria, aan wie het wonder van Jezus’ geboorte geschied is) houdt hem voor dat het erom gaat open te staan voor wonderen. Ook de koster roert een ander verstaan van ‘geloof’ aan. Wanneer Thomas op de vraag van de koster of hij ter communie gaat, antwoordt dat hij daar niet in gelooft, antwoord de koster dat dat ook niet hoeft: ‘Het is heel simpel: vlees en bloed, brood en wijn. Het werkt altijd.’
Er is echter nog meer. Kan er ooit iets goeds komen uit het kwade? Kan iemand die een morele grens heeft overschreden ooit weer deel uitmaken van de gemeenschap? Doet het ertoe wat de aard van die overschrijding is? Het zijn vragen die ook buiten de context van de film aan de orde van de dag zijn, in het groot en in het klein.
Het bevrijdende van het christendom
‘All religions are designed to teach us how to live, joyfully, serenely, and kindly, in the midst of suffering’, aldus de kenner van wereldreligies Karen Armstrong.[2] Troubled Water wekt deze uitspraak tot leven vanuit ervaringen van diep verlies en schuld. De tijd heelt niet de wonden van Agnes en de boete van de uitgezeten straf brengt Thomas niet in het reine met zichzelf. Op zichzelf teruggeworpen, komen zij er niet uit en blijven zij gevangen in hun eigen situatie. De loutering van de schuldbelijdenis door Thomas en de haast bovenmenselijke daad van vergiffenis door Agnes, blijken uiteindelijk de toegangspoort naar een leven waarin plaats is voor vreugde en geluk.
De kerkelijke ambiance van de film plaatst dit alles als vanzelf in een geloofscontext. De centrale boodschap van het christendom is dat Christus zichzelf als offer gegeven heeft om de zonden van de wereld weg te nemen. In het sacrament van de heilige communie wordt dit ultieme offer in de herinnering levend gehouden, liturgisch belichaamd, en beleefd als een transformerende kracht. Deze kracht hernieuwt het leven en samenleven. De opmerking van de koster aan Thomas over de communie dat die niet ‘geloofd’ moet worden, maar dat die ‘werkt’ heeft daarop betrekking.
De deelname aan de liturgie is niet een intellectuele exercitie, maar een oefening in een levenshouding. Daarbij hoort bereidheid tot vergiffenis – het uitstijgen boven zichzelf – die in de geloofsbelijdenis bevestigd wordt. Daarbij hoort ook de erkenning van de eigen onvolkomenheid in de schuldbelijdenis – een debunking van zelfrechtvaardiging en het eigen gelijk. Beide zijn essentieel voor een gezonde geesteshuishouding en een goede default positie tegenover de naaste. Het is niet voor niets dat in de rooms-katholieke traditie de biecht een sacrament is: het sacrament van boete en verzoening, waarbij de priester zonden vergeeft in de naam van Christus. Schuldbekentenis en vergiffenis maken de weg vrij voor een nieuw begin.
Troubled Water doet niets af aan de realiteit van slachtofferschap en de pijn die daarmee gepaard gaat, of aan de realiteit van gevoelens van schuld die op iemands schouders drukken. Wel laat de film zien dat deze niet het laatste woord hoeven te zijn. Ook kan de film worden gezien als een verzet tegen een cultuur van slachtofferschap, een situatie waarin de rol van slachtoffer een identiteit wordt voor het slachtoffer zelf – en mogelijk net zozeer voor de transgressor, die in afgeleide zin ook ‘slachtoffer’ wordt. In onze cultuur en publieke opinie nemen daderschap en slachtofferschap een grote plaats in. Het lijken welhaast overheersende denkcategorieën. Het is daarom veelzeggend dat deze film, die deze categorieën niet ontkent, maar transcendeert, een publieksprijs heeft gekregen.
Reageren? Mail naar: Sophie.vanBijsterveld@ru.nl
Sophie van Bijsterveld is hoogleraar Religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit.
[1] Of letterlijk: de onzichtbare(n).