In een toespraak op donderdag 16 april 2026 in Kameroen veroordeelde paus Leo XIV wereldleiders die zich op godsdienst beroepen om geweld te rechtvaardigen. ‘Wee degenen die godsdienst en de naam van God zelf gebruiken voor hun eigen militaire, economische en politieke gewin, daarmee wat heilig is meeslepend in duisternis en vuil’.
Op woensdag 15 april 2026 had de zittende president van de Verenigde Staten een afbeelding op zijn Truth Social platform geplaatst, waarop hijzelf door Jezus werd omhelsd tegen de achtergrond van een Amerikaanse vlag, dagen nadat felle kritiek van aanhangers – onder wie velen van godsdienstig rechts – hem had gedwongen een met AI gemaakte afbeelding weg te halen waarop de in een gewaad gehulde Amerikaanse president werd geportretteerd als een Christusachtige genezer van zieken.
Nadenken over deze gebeurtenissen bracht me ertoe enkele overdenkingen te schrijven over het politieke gebruik en misbruik van het christendom.
Eerst geef ik enkele historische opmerkingen en dan wat hedendaagse gedachten.
Historische opmerkingen
Autoritaire leiders hebben in het christendom altijd een mooi praktisch hulpmiddel gezien dat zij kunnen gebruiken in hun eigen voordeel. Het biedt hen de mogelijkheid de baas te spelen over andere volken, en toestemming om hun ‘vijanden’ te straffen want die bestraffing, zo kunnen zij verkondigen, is wat God wil. De eerste autoritaire politieke leider die dit deed was Constantijn.
De Romeinse keizer Constantijn de Grote (272-337), keizer van 306 tot 337, institutionaliseerde en militariseerde het christendom in sterke mate, om het te gebruiken als verenigende kracht en bestuurlijk instrument in zijn Romeinse Rijk. Constantijn werd in mei 337 op zijn sterfbed gedoopt, maar geleerden zijn het er algemeen over eens dat zijn godsdienstige praktijk zijn leven lang een mengeling was van minder christelijke persoonlijke overtuigingen en politiek pragmatisme. Zijn leven lang bleef hij heidense symbolen op zijn munten gebruiken, en hij handhaafde elementen uit de traditionele Romeinse staatsgodsdienst.
Constantijn droeg christelijke bisschoppen op, het eerste Concilie van Nicea (het huidige Iznik in Turkije) in 325 bij te wonen. In feite had hij het concilie bijeengeroepen, en zijn Concilie van Nicea legde kerkelijk recht vast dat uitdrukkelijk verordende dat priesters en bisschoppen het overheidsgezag moesten bekrachtigen om zijn keizerlijke maatschappelijk-politieke agenda te ondersteunen.
Ik zou Constantijn de Grote de ‘Grote Vervormer’ van het christendom noemen. Toch wordt hij als een heilige beschouwd in de Oosters-Orthodoxe kerk, die hem eert als ‘gelijke van de apostelen’, samen met zijn moeder, de heilige Helena (ca.246-330). Helena stimuleerde de invloed van haar zoon op het christendom sterk. Zij maakt een reis naar Jeruzalem, en haar goedbetaalde reisleiders hielpen haar vermeende christelijke relieken te vinden: het kruis waaraan Jezus was gekruisigd, de stalen spijkers die bij de kruisiging waren gebruikt, en zelfs enkele doornen uit de doornenkroon van Jezus.
Het christendom na Constantijn kende in de Middeleeuwen een duidelijke toename van overheids- en sektarisch geweld, omdat het christendom vervlochten was met de keizerlijke macht.
De twintigste eeuw
In de twintigste eeuw zijn er natuurlijk drie heel belangrijke politieke gebruikers en misbruikers van het christendom geweest.
De atheïstische en antiklerikale Benito Mussolini (1883–1945) had de steun van het Vaticaan nodig om zijn Nationale Fascistische Partij te propageren. Daarom trouwde hij in de katholieke kerk, en liet zijn kinderen dopen. In zijn eerste toespraak in het Italiaanse parlement verkondigde hij dat ‘de enige universele waarden die vanuit Rome uitstralen die van het Vaticaan zijn’.
De Spaanse Generalissimo Franco (1892–1975) ontpopte zich als een wrede en moorddadige dictator. Hoewel Franco niet erg vroom was, deed hij zich voor als een hartstochtelijke katholiek, en hij gebruikte de godsdienst om zijn macht te vergroten. Hij gebruikte de Guerrilleros de Christo Rey (de Strijders van Christus Koning) om een beleid van marteling en executies uit te voeren.
En dan Adolf Hitler (1889–1945). Hitler hield als tiener op katholiek te zijn. Maar Hitler en zijn Nazipartij propageerden hun eigen soort ‘Positief Christendom’. Hij omschreef Jezus als een ‘Arische strijder’, die de corrupte Farizeeën bestreed. Joseph Goebbels (1897–1945), de Rijksminister van Propaganda van Hitler en een van zijn meest nauwe en toegewijde medewerkers, schreef in april 1941 dat, hoewel Hitler een ‘felle tegenstander’ van het Vaticaan was, ‘hij mij verbiedt de kerk te verlaten, om tactische redenen’. Het gebruik en misbruik van het christendom.
Eenentwintigste-eeuwse overwegingen
Terugkerend naar de hedendaagse Verenigde Staten, neem ik aan dat we ons allemaal nog die dag vroeg in juni 2020 herinneren, toen de 45e president van de Verenigde State, de Bijbel in de hand, poseerde voor foto’s voor St. John’s Episcopal Church. It was kenmerkend politiek theater. De eerwaarde Dr. Mariann Edgar Budde, de bisschop van de Episcopaalse Kerk in Washington DC,, benadrukte dat de Amerikaanse president de Bijbel voor St. John’s had gebruikt ‘alsof die een rekwisiet was, of een uitbreiding van zijn militaire en autoritaire plaats’.
Tijdens zijn tweede regeerperiode begon de nu 47e president van de Verenigde Staten met het doorvoeren van Project 2025, een 900 bladzijden tellend beleidshandboek opgesteld door de Heritage Foundation ten einde de Verenigde Staten om te vormen tot een christelijk nationalistische staat door de macht van de president uit te breiden, en conservatieve christelijke waarden te bevorderen.
Het gebruik en misbruik van het christendom is uiteraard niet iets van de hedendaagse Verenigde Staten. Russisch-orthodoxe priesters hebben vaak genoeg wijwater gesprenkeld over vliegtuigen, tanks en kernraketten om ‘Rusland spiritueel te beschermen’. Na de Russische invasie van Oekraïne heeft de Russisch-orthodoxe leiding de militaire inzet krachtig gesteund, met orthodoxe priesters die troepen en wapens op weg naar het front zegenden.
In een opnieuw opgewekt Constantijns christendom heeft Patriarch Kirill het leiderschap van de Russische president Vladimir Poetin ‘een Godswonder’ genoemd. Poetin werd in oktober 1952 geboren in Leningrad (nu Sint Petersburg) tijdens het bewind van de Sovjetdictator Josef Stalin (1878-1953), een tijd waarin het praktiseren van godsdienst was verboden. Zijn moeder, een vrome orthodoxe christen, Maria Ivanovna Poetina (1911-1998), nam hem mee naar de Transfiguratiekathedraal, samen met een buurvrouw, om hem te laten dopen, zonder haar man dit te vertellen. Hij was een streng lid van de Communistische Partij en het had ernstige gevolgen voor hem gehad als de partijleiders hadden ontdekt dat Vladimir was gedoopt.
Tegenwoordig bezoekt president Poetin, publiekelijk zijn vroomheid tonend, Orthodoxe diensten met Pasen en Kerstmis, en draagt vaak een doopkruis. Veel Russische waarnemers zetten vraagtekens bij zijn christelijke geloof, en zien zijn publieke uitingen van christelijk geloof als politieke middel, veeleer dan als teken van een ware christelijke toewijding. Een behulpzaam boek over Vladimir Poetin en zijn versie van het christendom is het in 2024 verschenen The Baton and the Cross: Russia’s Church Under Putin van Lucy Ash, een expert inzake onderwerpen uit de Russische samenleving, politiek en cultuur.
Afsluitende gedachten
Een gezond Christendom is eerlijk. Het verenigt, en biedt hoop en moed voor morgen. Het roept iedereen op tot eerlijkheid, rechtvaardigheid, respect en medeleven.
Een gezonde christelijke manier van leven bevorderen zou in 2026 heel goed onze grootste christelijke uitdaging kunnen zijn.
Ik sluit af met de Franciscaanse versie van het Gebed om Kalmte in Onze Tijd, onder mijn aandacht gebracht door mijn vriendin bisschop Nancy Meyer, die in juni 2024 geschiedenis maakte als de eerste vrouwelijke bisschop van Indiana binnen de Organisatie van Rooms-katholieke Vrouwelijke Priesters:
‘God, geef met het geduld te werken in onrechtvaardige systemen die ik vandaag niet kan veranderen. Geef me de moed strategisch voordeel te bewerkstelligen wanneer ik weet dat ik dat kan. En geef me de wijsheid te beseffen dat ik, ondanks structurele onderdrukking, toch een verschil kan maken, Amen.’
(vertaling: Herman Simissen)
Reageren? Mail naar jadleuven@gmail.com
John Alonzo Dick (*1943) bekleedde als derde the Chair for the Study of Religion and Values in American Society aan de KU Leuven. Hij is voormalig academisch decaan van het American College van de KU Leuven en hoogleraar. Hij publiceerde onder meer samen met K. Schelkens en J. Mettepenningen A Aggiornamento? Catholicism from Gregory XVI to Benedict XVI (Brill, Leiden en Boston, 2013). Recent verscheen zijn biografie Jean Jadot: Paul’s Man in Washington (Another Voice Publications 2021), over de Belgische bisschop Jean Jadot, van 1973 tot 1980 Apostolisch Afgevaardigde in de Verenigde Staten. In juni 2025 verscheen zijn boek Another Voice. Contemporary Theological & Ethical Reflections.
