Verschillende mensen, onder wie veel nieuwe lezers van deze bijdragen, hebben me gevraagd de verhouding tussen geloof en godsdienst uit te leggen. Ik heb het daar al eerder over gehad, maar enkele nieuwe elementen en suggesties toegevoegd.
Geloof is een ervaring: in de geloofservaring ervaren mensen het Goddelijke, vaak met verschillende namen beschreven: God, Schepper, Vader, Moeder, Allah, de Grond van het Bestaan, enzovoorts. Om open te staan voor de geloofservaring hebben we rust nodig, en tijd voor reflectie. Vaak hebben we het zo druk dat we eenvoudig vergeten onszelf te zijn.
Dezer dagen vinden de woorden van Karl Rahner (1904-1984), de Duitse priester-jezuïet en theoloog, meer en meer weerklank bij me. Hij was een van de meest invloedrijke rooms-katholieke theologen van de twintigste eeuw. ‘Ik moet in alle eerlijkheid opbiechten dat voor mij God een absoluut mysterie is, en altijd is geweest. Ik begrijp niet wat God is. Dat kan niemand. We hebben aanduidingen en vermoedens. We doen weifelende pogingen het mysterie onder woorden te brengen. Maar er zijn geen woorden voor, geen zinnen.’
Ook waardeer ik de Amerikaanse feministisch theologe Rosemary Radford Ruether (1936-2022), die benadrukte dat God geen externe kosmische vorst is, maar de onderliggende matrijs van het bestaan die ten grondslag aan het leven ligt, aan verbinding en veranderende vernieuwing. Zij stelde dat traditionele begrippen van God zijn verwrongen door het patriarchaat, dat hem maakte tot een onderdrukkende, mannelijke heerser los van de schepping. Ruether was hoogleraar aan Howard University in Washington, D.C. en later aan Garrett-Evangelical Theological Seminary and Northwestern University in Evanston, Illinois. Zij bleef katholiek, hoewel zij werd afgewezen door katholieke instellingen vanwege haar eerste boek, The Church Against Itself (1967), dat de leer van de kerk en de opvattingen van de kerk inzake seksualiteit en voortplanting bekritiseerde.
Ik waardeer in het bijzonder de theologische overdenkingen van Ilia Delio (*1955), een Franciscaanse zuster en theoloog uit Washington DC., die God niet ziet als een oude man in de hemel of als een externe heerser, maar als de dynamische, absolute macht van de liefde en het zich ontwikkelende ‘heilige Geheel’ van het universum. God is de innerlijke kracht die de kosmische evolutie aandrijft, en diep vervlochten met de materie en met het menselijk bewustzijn. Ilia Delio werkt momenteel als Executive Director of the World Institute for Science, Religion and Culture (voorheen het Center for Christogenesis), dat zij oprichtte als een online leermiddel, voortbouwend op de opvattingen van Teilhard de Chardin, en op de hedendaagse integratie van wetenschap, godsdienst en techniek.
Enkele toelichtingen: geloof is de poging de betekenis van onze geloofservaring onder woorden te brengen. Geloof is werkelijk theologie, en dat is ‘geloof zoekend naar begrip’.
Godsdienst is een poging het geloof te interpreteren en systematiseren. Elke godsdienst is een systeem van geloofsovertuigingen en praktijken dat mensen helpt hun geloofservaring te begrijpen en ernaar te leven. Daarom geeft godsdienst mensen rituelen, rituele plaatsen, rituele leiders, heilige boeken, heilige plaatsen, heilige dagen en jaargetijden, gedragscodes en geloofsbelijdenissen. Godsdienst biedt hulpmiddelen – middelen! – die mensen wijzen op het Goddelijke. Dat is goed, en het hoort zo. Maar godsdienst is geen geloof. Soms raakt godsdienst verwrongen, en heel godsdienstige mensen kunnen heel ongoddelijk zijn. En alle godsdiensten maken een levenscyclus van vier stadia door.
De levenscyclus van godsdiensten
Alle godsdienst begint met het stadium van de charismatische stichting – bijvoorbeeld de primitieve christelijke gemeenschap. Hier hadden mannen en vrouwen een dermate levendig bewustzijn van de geloofservaring dat zij weinig behoefte hadden aan institutionele structuur. Zij vertrouwden op het zelf-doen en op charismatische wijzen van bidden, spreken en vieren. Mannen en vrouwen die de plaatselijke leiders waren gingen voor in de Eucharistie. Het leek zo heel natuurlijk en gewoon.
Dan, wanneer mensen beginnen na te denken en zich afvragen: ‘hoe bewaren we wat we hebben, en hoe dragen we dit over aan de volgende generatie?’, komt godsdienst in het tweede stadium. Dit is het stadium van de institutionalisering: belangrijke verklaringen zoals de evangeliën worden vastgelegd, vaste manieren van bidden zoals de officiële sacramentele riten en gebaren worden ingesteld, en goed gemachtigde leiders worden gevestigd. Pas toen werd de wijding ingevoerd als een soort mechanisme voor kwaliteitscontrole om te verzekeren dat christelijke leiders bekwaam en betrouwbaar waren. Merk op dat wijding oorspronkelijk niet de macht over mensen betrof, noch sacramentele macht! Belangrijk om zich dit te herinneren.
Na enige tijd komt de godsdienst in stadium vier. Dit noem ik het stadium van op zichzelf gerichte kortzichtigheid. De geïnstitutionaliseerde godsdienst raakt zo op zichzelf gericht, en wil zichzelf zozeer beschermen, dat zij minder een middel en een pad naar het Goddelijke wordt, en meer en meer zelf het object van godsdienstige verering. Dit stadium komt dichtbij afgoderij. In stadium drie worden de religieuze instelling en bepaalde leiders van de instelling godsdienstige objecten en worden behandeld als idolen. Mensen gaan zo op in daden van godsdienstige verering dat zij het Goddelijke missen, of verwringen.
Als stadium drie zich voordoet, is de enige oplossing een hervorming die een serieuze inspanning vergt om het zicht en de gerichtheid op het Goddelijke terug te winnen – de geest en het leven van de stadia een en twee. We moeten de kracht en het creatieve enthousiasme van de stadia een en twee terugwinnen, en nieuwe structuren en theologische verklaringen scheppen om hedendaagse gelovigen te gidsen.
Dit is waar we ons nu bevinden. Ik stel zes manieren voor om te veranderen, verbeteren en verder te gaan.
- We moeten gaan van leven in het verleden naar ons bezighouden met het heden, en creatief nadenken over morgen. Dit betekent, bijvoorbeeld, verder kijken dan verouderde opvattingen over menselijke seksualiteit en gender, vooroordelen jegens vrouwen, en verwrongen interpretaties van de Bijbel en de geschiedenis.
- We hebben voortdurende vorming nodig, die mensen brengt van vastgeroeste perspectieven naar een open en zich ontwikkelende theologie. Alle uitspraken over de geloofsleer zijn voorlopige begrippen. We leren allemaal. Niemand heeft de waarheid in pacht. Er valt nog veel te leren en te ontdekken.
- We moeten van zichzelf beschermende bureaucratische hiërarchieën, waarvan de toekomstvisie het beschermen en redden van de instelling is, gaan naar het zijn van ondersteunende geloofsgemeenschappen. Mensen vergeten dat Jezus geen macht over mensen uitoefende. Hij stimuleerde mensen verantwoordelijkheid te nemen in het leven, te leren, en voor elkaar te zorgen. Jezus bestuurde mensen niet door autoritaire decreten.
- We moeten godsdienstige arrogantie loslaten en overgaan tot nederige interkerkelijke samenwerking. Geen christen en geen christelijke instelling kan worden beschouwd als beter dan andere, en dus verwaand en hooghartig optreden. Nog steeds denken sommige katholieken dat zij de hele waarheid bezitten. En ook sommige protestanten denken dat.
- We moeten ophouden energieke en trotse tempelbouwers te zijn, en reizende pelgrims worden. Wat hebben mensen tegenwoordig echt nodig? Een indrukwekkende en nog grotere kathedraal, of een dak boven het hoofd, eten, gezondheidszorg, kinderopvang, meelevend begrip, en een veiliger en hoopvoller leven? Het is een kwestie van waarden.
- We moeten ons niet richten op het enkel opleiden van vakmensen, maar op het begeleiden van spirituele leiders. Wanneer het aankomt op de christelijke missie, is de mentaliteit van vakmensen vaak niet genoeg. We hebben herderlijke leiders nodig, en dienaars die veel meer zijn dan vakmensen. We hebben leiders nodig die mannen en vrouwen zijn, diep verankerd in het geloof en die ons, als onze metgezellen onderweg, begrijpen en de ontwikkeling van ons geloof steunen als meelevende en ware spirituele gidsen.
Zo kunnen we verder!
(vertaling: Herman Simissen)
Reageren? Mail naar jadleuven@gmail.com
John Alonzo Dick (*1943) bekleedde als derde the Chair for the Study of Religion and Values in American Society aan de KU Leuven. Hij is voormalig academisch decaan van het American College van de KU Leuven en hoogleraar. Hij publiceerde onder meer samen met K. Schelkens en J. Mettepenningen A Aggiornamento? Catholicism from Gregory XVI to Benedict XVI (Brill, Leiden en Boston, 2013). Recent verscheen zijn biografie Jean Jadot: Paul’s Man in Washington (Another Voice Publications 2021), over de Belgische bisschop Jean Jadot, van 1973 tot 1980 Apostolisch Afgevaardigde in de Verenigde Staten. In juni 2025 verscheen zijn boek Another Voice. Contemporary Theological & Ethical Reflections.
