Zelfzorg en opofferingsmoraal

Bemint uw vijanden, doet wel aan die u haten,  zegent hen die u vervloeken en bidt voor hen die u mishandelen. Als iemand u op de ene wang slaat, keert hem ook de andere toe; en als iemand uw bovenkleed van u afneemt, belet hem niet ook uw onderkleed te nemen. […] Als gij bemint wie u beminnen wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars beminnen wie hen liefhebben. Als gij weldoet aan wie u weldaden bewijzen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Dat doen de zondaars ook.  Als gij leent aan hen van wie ge hoopt terug te krijgen, wat voor recht op dank hebt ge dan? Ook de zondaars lenen aan zondaars met de bedoeling evenveel terug te krijgen. Neen, bemint uw vijanden, doet goed en leent uit zonder erop te rekenen iets terug te krijgen.

Evangelie volgens Lukas

 

In Het Onbehagen in de Cultuur bespreekt Sigmund Freud de ongelooflijke vreemdheid van de christelijke eis ‘Hebt uw vijanden lief’. Liefde lijkt iets waardevols dat we aan onze naasten schenken, niet iets dat we verdelen over alle vreemden. Het brengt plichten met zich mee, en die plichten offers. Waarom zou ik mezelf opofferen voor mijn vijand?

Volgens Freud is het een diepgewortelde agressiedrift van de mens die deze buitengewone eis nodig maakt. Alleen door mensen libidineus te verbinden voorbij de kleine familiale kring, wordt de agressie in toom gehouden en komt de solidariteit tot stand die hoge vormen van cultuur mogelijk maakt.

Alleen zijn de offers in die christelijke moraal wel erg hoog. Daarom is opstand tegen dat extreme gebod volgens Freud gerechtvaardigd: ‘Als wij tegen onze huidige culturele toestand terecht het bezwaar aanvoeren dat deze ons verlangen naar een gelukkig makende inrichting van het leven onvoldoende vervult en zoveel lijden toelaat dat waarschijnlijk te vermijden zou zijn, als wij trachten met onbarmhartige kritiek de wortels van haar onvolmaaktheid bloot te leggen, is dat zeker ons goed recht en betonen wij ons geen vijanden van de cultuur’.

We zijn ondertussen bijna een eeuw verder sinds Freuds schrijven in 1930. Onder meer door zijn baanbrekende inzichten in de werking van onze geest hebben we komaf gemaakt met de uitspattingen van de opofferingsmoraal. We leren volgende generaties dat ze hun eigen dromen mogen nastreven, dat ze niet voortdurend rekening hoeven te houden met wat anderen hopen of verwachten. We koesteren een cultuur van ‘zelfzorg’, waarin we ons ervan bewust zijn dat onze verledens hun sporen nalaten in ons onderbewuste, en dat we niet als machines functioneren.

Tegelijkertijd blijft de christelijke opofferingsmoraal gedeeltelijk overeind; in de vorm van verwijten uit de omgeving als we niet aan sociale verwachtingen voldoen, of in de vorm van schuldgevoelens vanuit een geïnternaliseerde moraal in het geweten (Freuds Über-ich). De doeleinden van de opofferingsmoraal en zelfzorg conflicteren, wat zich uit in een kloof tussen jongeren en ouderen die met andere morele klemtonen hun relaties vormgeven.

Die kloof zie je bijvoorbeeld in alledaagse familiebezoeken. Denk aan een gezin dat heeft afgesproken om zondag samen door te brengen; het gebeuren is een maand eerder afgesproken en iedereen heeft toegezegd bij de dag te zijn. Maar in de familiewhatsappgroep stuurt de dochter van het gezin dat ze een erg zware week had op het werk en dat ze thuisblijft om op krachten te komen. ’s Avonds is dat aanleiding tot onenigheid. De moeder van het gezin had immers de lievelingscake van haar dochter gebakken, betreurt dat ze haar kinderen zo weinig ziet en begrijpt niet dat de dochter zich niet kan ontspannen in de familiesfeer. De broer verdedigt de zus: het is toch beter dat ze zich niet forceert en dat ze er niet met een treurig gezicht bij zit? Zeker bij familie zou zoiets moeten kunnen.

Het is geen spannend scenario, maar variaties ervan lijken de laatste tijd vaak terug te komen. Ze passen in de toegenomen ‘afzegcultuur’: mensen blijven thuis zonder onvoorziene omstandigheden, omdat ze andere plannen hebben of het niet zien zitten om te komen. Steeds meer restaurants en sportclubs zien klanten niet opdagen. Het Engels heeft er de term ‘flaking’ voor: op het laatste nippertje afzeggen. Veel mensen analyseren het fenomeen als louter opportunisme, maar er is meer aan de hand: jonge mensen blijken dat afzeggen immers niet erg te vinden, precies omdat ze er vanuit zelfzorg een rechtvaardiging voor vinden. Zo zeggen dergelijke discussies iets over hoe waardenkaders verschuiven, ook voorbij de onschuldige context van een zondagse visite.

De zus die afzegt handelt niet zomaar uit egoïsme. Als zij iets organiseert en anderen de afspraak annuleren, heeft ze daar veel begrip voor. Net als veel jonge mensen is ze ervan overtuigd dat het belangrijk is om je eigen grenzen te bewaken, en dat we daardoor soms mensen die ons lief zijn moeten teleurstellen. Dat is niet voor jezelf kiezen tegen de ander, maar voor een mentaal gezondere samenleving, waar we geen sociale druk voelen bovenop alle andere vormen van druk die we ervaren in een cultuur geobsedeerd met ‘presteren’.

Die moraal is voor een groot stuk geworteld in de toenemende aandacht voor het belang van mentaal welzijn. Psychologen gebruiken vaak de metafoor van zuurstofmaskers in een vliegtuig om het belang van zelfzorg uit te leggen: je moet eerst jezelf in veiligheid brengen voor je anderen kan helpen. Zorg dat de redder niet gered moet worden. Die ‘vliegtuigmoraal’ is een terechte tegenbeweging tegen een moraal die al te vaak het individu onderdrukte. In traditionele samenlevingen gaat het collectief voor op het individu en boet het persoonlijke welzijn vaak in.

De opofferingsmoraal heeft vreselijk leed veroorzaakt. Grote ideologische bewegingen schakelden telkens het individu uit in hun pleidooi voor de grote zaak waar alles voor moest opgeofferd worden. ‘Pro patria mori’ eiste ontelbare jonge mensenlevens. Nietzsche bestreed terecht het juk van de westerse moraal, die de creatieve kracht van het individu beknotte en perverteerde. In die zin moeten de uitwassen van de opofferingsmoraal blijvend worden bestreden. Echo’s van de opofferingsmoraal klinken door in botte reacties op depressie en burn-out: door altijd veerkracht en doorzetting te eisen, ontkennen we hoe levensnoodzakelijk zelfzorg is.

Maar het is de vraag of de vliegtuigmoraal de opofferingsmoraal zomaar kan vervangen, of we die als uitgangspunt van onze publieke ruimte willen nemen. Het bijzondere eraan is namelijk dat ze inspringt in situaties waarin er geen andere mogelijkheid is dan eerst jezelf te helpen. We zien nu dat haar argumenten voortdurend terugkomen. Bepaalde zinsfrases, zoals ‘ik heb rust nodig’, ‘ik voel dat ik hier nood aan heb’, ‘ik moet eerst mezelf vinden’, lijken geen tegenspraak te dulden.

Maar als zelfzorg het laatste woord heeft, dan zitten we in zekere zin voorbij de moraal. Er zit een bepaalde paradox in dat begrip van zelfzorg: ‘zorgen voor’, dat altijd als een betrokken relatie op de dingen en mensen om je heen werd begrepen, wordt nu voor je eigen goed gebruikt. Zorg vereist precies dat je jezelf soms opzij zet. Als de paradox van zelfzorg toch betekenisvol is, dan is het door de opofferingsmoraal die ze impliceert: omdat we soms onze eigen grote plannen en sociale avonturen moeten opofferen om zelf op adem te komen.

Uiteindelijk blijft de zorg om een ander het paradigmatische voorbeeld van zorg. Een vorm van opofferingsmoraal is daarvoor onmisbaar. Zelfhulpboeken leren ons vooral hoe onszelf niet op te offeren. Maar het goedbedoelde ‘het is niet jouw probleem’ als je betrokken raakt in een moeilijke situatie met vrienden en jezelf verplicht voelt hen te steunen, is misplaatst. Want als dichte vriend is het probleem van een vriend wel mijn probleem, ik ben geen geatomiseerd individu. A friend in need is a friend indeed.

Omgekeerd gaat de afwezigheid van een vriend bij een sociale avond niet enkel over zijn mentale welzijn en geluk. We wilden de vriend er graag bij, en de avond ziet er anders uit zonder hem. De moeder die cake had gebakken voor haar dochter is in die zin gerechtvaardigd als ze haar dochter een schuldgevoel aanpraat. De schuld bestaat: de zorg die de moeder in haar dochter stak, wordt door haar dochters afwezigheid miskend. Volgens Freud is schuld de strengheid van het geweten tegen het individu. Hij ziet schuldbesef als hét kernprobleem van de cultuur, omdat we voortdurend worstelen met de offers die de maatschappij van ons vraagt. Volgens hem heeft de religie dat beter begrepen in haar nadruk op zondebesef. De schuld uit zich als onbehagen, dat we proberen onderdrukken. Misschien is het hele discours rond zelfzorg wel het beste bewijs van ons heersende culturele onbehagen.

Cultuur en moraal komen pas tot stand door opoffering, en daar vloeit schuld uit voort omdat we ons als individu nooit volledig ten dienste van de ander kunnen stellen. Maar als we niet langer zien dat er ook een schoonheid schuilt in jezelf uitwissen, dan verliezen we de moraal zelf. De christelijke, ja te verregaande, irrationele vorm van naastenliefde is voor Freud uiteindelijk het enige antwoord tegen ons egoïsme. Het is de ‘mateloosheid van het christendom’, zoals de Leuvense filosoof Paul Moyaert het noemt: de andere wang aanbieden aan wie ons slaat, het kruis dragen mét Jezus. Als de vliegtuigmoraal overneemt, dan worden de eisen van de moraal zelf onbegrijpelijk.

Zelfzorg niet het laatste woord geven kan onszelf paradoxaal genoeg ten goede komen, en niet alleen omdat anderen zich dan ook voor ons opofferen. De afzegcultuur gaat uit van een overschatting van zelfkennis; mensen zijn risicoavers, kiezen voor comfort, en missen daardoor avontuurlijke en inspirerende ervaringen en ontmoetingen. Terwijl ze dachten dat ze nood hadden aan een rustige avond, realiseren ze zich soms dat het mooier blijkt te zijn dan verwacht als ze toch gaan. En zelfs als men op het ongewenste feest verder kniest, rijst de vraag of we ook daar niet meer ruimte voor moeten maken. Als we samenzijn zien als ‘sociaal performen’, in plaats van ook leed, stilte en de mindere kanten van onszelf met anderen te delen, dan verarmen we de sociale ruimte.  Volkswijsheden als ‘moeilijk gaat ook’ zijn daarom meer dan voorbijgestreefde bitterheden tegen mensen die voor zichzelf kiezen. Ze tonen ons dat we onszelf vinden doorheen anderen, en dat dat een overgave vraagt die we met een overmatige nadruk op zelfzorg niet bereiken. Als we onze grenzen té sterk bewaken, dan trekken we die grenzen uiteindelijk op tussen mensen.

 

 

Vrijheid tegen wil en dank
Een einde aan de eindtijd
Een pleidooi voor historisch begrijpen
Zelfzorg en opofferingsmoraal
Verdien je vanuit moreel oogpunt wat je financieel...
Waarom net deze tijd Habermas nodig had
Religie en de moderne tijd
Waar komt moraliteit vandaan? Een dialoog in mij
De vele levens van Ludo Abicht
Onvrije wil
Bladwijzers in Boek Europa
De maakbare mens
De les van Gyges
Het gebrul van de onheuglijke waterval (II)
Het gebrul van de onheuglijke waterval (I)
Een vergeten stem in de receptie van Heinrich...
Ethiek in praktijk en theorie van de gezondheidszorg
Verstond Tocqueville de democratie?
Waarom we bang zijn
De Trumpfluisteraar (III)
De Trumpfluisteraar (II)
De Trumpfluisteraar (I)
Waarheid en leugen: hedendaagse uitdagingen
Verlichting versus modernisering
Vrede als plicht
Quinten Weeterings en de Posthistoire
Waarover we het hebben, als we het hebben...
Schuld zonder boete. Zijn regels slechts vrijblijvende suggesties?
De tweespalt van de tijd
Het geluk van nabijheid. Hannah Arendt over vriendschap...